Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
24- 1, oktober, november, december 2011
     
In deze nieuwsbrief:
Intro
Standaardnederlands?
NDN heeft eigen facebookpagina
Afscheid en viering Helge Bonset
Laatste gedrukte publicatie v.h. ts. Vonk
Leerling wil actualiteit in les Nederlands
Peiling Nederlands in 3e graad
Bouwstenen Dag van het Nederlands CNO UA
Hugo Claus vroege gedichten
Om bijdrage verzocht initiatief jeugdliteratuuronderwijs
Egidius
Masterclass LOPON² rond meertaligheid
Actua op NDN-webstek
 
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief:
 
De oudere nieuwsbrieven in e-zinevorm kunt u opvragen bij de redactie.
Zie Colofon
NDN-Nieuws 23-4
 
NDN-Nieuws 23-3
 
NDN-Nieuws 23-2
 
NDN-Nieuws 23-1
 
NDN-Nieuws 22-4
 
NDN-Nieuws 22-3
 
NDN-Nieuws 22-2
 
NDN-Nieuws 21-3
 
NDN-Nieuws 21-2
 
NDN-Nieuws 21-1
 
 

Intro
 

L.S.

Ietwat laattijdig naar de smaak van de redacteur van dit e-zine brengt NDN nu zijn eerste aflevering van de nieuwe jaargang. Het is nr. 24-1. Participatie in oktober aan de hoorzitting van de Onderwijscommissie van het Vlaams Parlement rond de talennota van minister Smet “Samen taalgrenzen verleggen” en betrokkenheid bij een actie tegen de normverlaging van het taalgebruik bij de openbare omroep zijn voor een deel verantwoordelijk dat we pas na de herfstvakantie aan onze lezers deze nieuwsbrief kunnen aanbieden.


We hebben ons tijdens de bestuursvergadering van eind augustus al behoorlijk beraden over onze activiteiten voor het academiejaar 2011-2012. Op woensdag 14 maart 2012 krijgen we in de Universiteit Gent opnieuw een uitstekende didacticus Nederlands te gast op onze 2e netwerk(na)middag. In mei 2012 organiseren we opnieuw een lenteconferentie. Intussen denken we na over de talennota van de onderwijsminister en plannen we in december een uitgebreide bestuursvergadering waarin we overleg plegen rond een visietekst die we aan de minister hopen over te maken ter ondersteuning van voor lerarenopleiders en docenten belangrijke beleidsaspecten uit de nota.  We breiden ook onze netwerking uit door interactie met didactici  Nederlands, lerarenopleiders en docenten mogelijk te maken via een facebookpagina, die al van 17 augustus 2011 actief is op het internet.

Verder blijven we van heel dichtbij volgen wat er gebeurt in het denkveld van de didactiek van het Nederlands. Er is de HSN-conferentie in Den Haag op 25 en 26 november, er is ook de tweedaagse implementatieconferentie van de Nederlandse Taalunie op 8 en 9 december in Hoeven bij Breda in Nederland, waar vernieuwingen in de onderwijspraktijk aan de orde komen.

Laten we bij de werkelijkheid van nu blijven. Deze editie bevat 12 bestanden rond taal, literatuur en didactiek. Er zit stof genoeg in voor een aandachtige lectuur op een gunstig moment. Bedenk daarbij dat de talrijke hyperlinks in de bijdragen toegang geven tot nog veel meer relevante informatie die dienstig kan zijn voor lerarenopleiders en personen die nauw betrokken zijn bij onderzoek, taalonderwijs en onderwijsbeleid. Een aantal koppelingen leiden daarbij naar onze eigen website, die we ook zo actueel mogelijk pogen te houden. Misschien verdient onze website van onze leden en sympathisanten nog wat meer bezoeken.

Laten we dan besluiten met nog even te wijzen op het naderende jaareinde. Vanaf 1 januari 2012 gaat het werkjaar in van het NDN met daarbij de vernieuwing van het lidmaatschap. Vanaf nu kunt u gerust uw contributie van NDN-lid voor 2012 overmaken via de gegevens onderaan op deze nieuwsbrief in het colofon. We zouden er u heel dankbaar voor zijn als u dat tijdig doet.

Mogen we verwachten dat u de lectuur van deze editie 24-1 van de NDN-nieuwsbrief als een nuttige tijdsbesteding ervaart? Reacties zijn altijd welkom.

Ghislain Duchâteau,

voorzitter NDN en redacteur van de Nieuwsbrief

 

Wat is Standaardnederlands – hoe kijken we ertegenaan?

 

In de Conceptnota 'Samen taalgrenzen verleggen' (22 juli 2011) van minister P. Smet wordt opvallend veel de term Standaardnederlands gebruikt. Het is wellicht goed stil te staan bij het begrip ervan.


Begrip

In kort bestek sommen we de belangrijkste kenmerken van Standaardnederlands op.

Het is de taalvariëteit die:
- algemeen gebruikelijk is binnen het taalgebied
- die vanuit een historische ontwikkeling ontstaan is door standaardisering
- die formeel maar ook informeel (als omgangstaal) wordt gebruikt op basis van het afstandsprincipe
- we bij voorkeur gebruiken tegenover onbekenden en tegenover anderstaligen die (pogingen doen om) Nederlands (te) spreken
- door de spreekgemeenschap ruim wordt geaccepteerd
- voor de woordenschat, de grammatica en de uitspraak gecodificeerd is als in woordenboeken,
standaardnaslagwerken e.d.
- voornamelijk wordt gebruikt in het onderwijs, door de overheid en in de media
- onderscheidbaar is van tussentaal en dialect door een wat fluctuerende grens -
herkenbaar bij de spreektaalvorm via kennis en vaardigheid maar vooral in de eerste plaats
door de attitude van de spreker om bewust de standaardtaalvorm te willen gebruiken in de gespreksituatie
- je op de openbare omroep zowel over de radio als op de televisie hoort uit de mond van journalisten en medewerkers en die door taalgebruikers als model of norm kan worden nagestreefd.

Door in zijn talennota de term 'Standaardnederlands' bewust en bij herhaling te gebruiken geeft onderwijsminister Pascal Smet onmiskenbaar een signaal dat het de passende taalgebruikvorm is voor het onderwijs.
Scholen hebben tot taak het Standaardnederlands te hanteren, maar ook prioritair de beheersing ervan te onderwijzen.

Naast de term Standaardnederlands kunnen we Algemeen Nederlands of Nederlandse standaardtaal als benaming voor die variëteit van onze taal gebruiken.


Begrip bij de Nederlandse Taalunie

Fundamentele informatie over standaardtaal vindt u op Taaladviesnet van de Nederlandse Taalunie.  Bij deze visie kan het Netwerk Didactiek Nederlands zich ruimschoots aansluiten.

Expliciet willen wij toch even mijn bovenstaande begripsomschrijving vergelijken met de definitie die het Taaladviesnet geeft in zijn document waarnaar hier gerefereerd wordt.

“We verstaan onder de Nederlandse standaardtaal het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het publieke domein, dat wil zeggen in alle belangrijke sectoren van het openbare leven, zoals het bestuur, de administratie, de rechtspraak, het onderwijs en de media. Anders uitgedrukt: de Nederlandse standaardtaal is het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in contacten met mensen buiten de eigen vertrouwde omgeving (in zogenaamde secundaire relaties). Woorden, uitdrukkingen, uitspraakvormen of constructies die standaardtaal zijn, zijn dus in principe zonder problemen bruikbaar in de genoemde sectoren en situaties…”

Verderop voegt Taaladviesnet er nog aan toe:

“Wie het bovenstaande leest, zou kunnen denken dat de standaardtaal een bewust geconstrueerde taal is, die men voor het gemak gemaakt heeft om een taal te hebben die in het hele taalgebied bruikbaar is. Dat is niet het geval. De standaardtaal is geen geconstrueerde taal, maar een levende taalvariëteit, die vanzelf tot stand komt door een samenspel van maatschappelijke factoren en die gesproken en geschreven wordt door mensen met een zeker prestige in de samenleving. Die groep mensen wordt de spraakmakende gemeente genoemd.”


Vergelijkend commentaar

Niets uit onze eigen begripsomschrijving is in tegenspraak met wat Taaladviesnet stelt.
In een zo beknopt mogelijk geformuleerde definiëring is het niet goed doenbaar alle nuances te bevatten die wellicht in de omschrijving zouden kunnen zitten.

Zo komt bij de Taalunie niet duidelijk uit de verf dat Standaardnederlands ook uitermate geschikt is voor informele situaties en ook in de realiteit enorm veel gehanteerd wordt als omgangstaal in Nederland maar ook in Vlaanderen. Ouders bijvoorbeeld uit vroegere dialectmilieus voeden hun kinderen vaak op in de standaardtaal, omdat zij weten dat de kinderen het dan op school veel makkelijker hebben. Zo wordt het Standaardnederlands dan ook thuistaal.

Ook de codificering die o.m. door de Taaladviesdienst wordt toegepast om woorden als correct, minder correct of niet behorend tot de standaardtaal te rekenen komt in de omschrijving van de Taalunie niet meteen naar voren (Fig.1 en 2). Dit voert ons tot het besef van normering die door taalinstanties beschreven kan worden in overeenstemming met het taalgebruik van de spraakmakende gemeente. Normbesef is b.v. bij de Vlaamse radio- en televisieomroep ook aanwezig. Daar kan het accent komen te liggen op een uitspraaknorm die uit goede voorbeelden van journalisten nagestreefd kan worden. Maar door de recente toegeving van de VRT aan variatie dreigt de voorbeeldfunctie van de standaardnorm voor uitspraak e.a. in het gedrang te komen en we vrezen niet-handhaving van het Standaardnederlands bij het concipiëren en uitzenden van hoe langer hoe meer programma’s. 

Nog belangrijk is dat een taalbeschouwer aan het taalgebruik van een spreker kan afleiden of hij al dan niet Standaardnederlands spreekt op basis van de merkbare bewuste taalzorg die de spreker manifesteert bij het hanteren van taal. Dat is een attitude die aanwezig is bij heel veel taalgebruikers. Dat laat nu een bredere perceptie toe van het begrip Standaardnederlands dan tot dusver doorgaans werd gemeten.

Dat impliceert dan ook dat heel wat variatie binnen het Standaardnederlands waargenomen kan worden dan wat de na te streven ideaalnorm ervan incarneert. Het accent in gesproken taal b.v. dat merkbaar een taalgebruiker uit Nederland en een taalgebruiker uit Vlaanderen onderscheidt, hoeft helemaal niet problematisch te zijn. Binnen elk land vertonen de meeste standaardtaalsprekers ook een licht tot zeer licht regionaal accent dat helemaal niet storend hoeft te zijn en dat binnen aanvaardbare variatiegrenzen van de standaardtaal  blijft.

Dat alles impliceert ook dat in het onderwijs kansen ontstaan tot ruimere tolerantie zonder dat het Standaardnederlands als dusdanig in het gedrang wordt gebracht. Leraren kunnen hun discipelen de waarde van het Standaardnederlands expliciet bijbrengen, de ideaalnorm doen kennen, maar ze ook bewust maken van de bestaande variatie binnen het Standaardnederlands van taalgebruikers.


Actueel

Door de actualiteit rond standaardtaalgebruik zoals die aan de orde is in de talennota van minister Smet en zoals die in het discours rond de Taaldag 2011 van de VRT gesteld werd, lijken mij deze begripsomschrijvingen en de vergelijkende commentaar op dit ogenblik mogelijk een zinvolle en nuttige bijdrage aan de discussies rond Standaardnederlands. Willen wij de standaardisering van onze taal dan niet bevorderen? Zeker er niet onverschillig tegenover staan, ze afremmen of tegengaan!

Ghislain Duchâteau

9 november 2011

Figuur 1

Figuur 2 illustreert de taal als een ui.

Figuur 2

Beide figuren komen voor in de tekst van de Taaladviesdienst
Wat is standaardtaal? (algemeen) - Taaladviesnet van de Nederlandse Taalunie

 

NDN heeft zijn eigen Facebookpagina

 

Sinds 17 augustus 2011 heeft ons Netwerk zijn facebookpagina. Ons toegewijd en ondernemend jongste bestuurslid An De Moor heeft de pagina gecreëerd en ze is er ook de moderator van.

De bedoeling is wel in de eerste plaats direct op de actualiteit in te spelen en de gebeurtenissen die zich in het veld van de didactiek Nederlands voltrekken meteen te signaleren en met een koppeling door te verwijzen naar een uitvoeriger informatiebron. Dat is vaak de eigen NDN-website, maar dat kan ook een andere didactische referentie zijn. In de tweede plaats beogen wij met onze pagina te komen tot interactie tussen de didactici die zich actief bij het vak Nederlands en zijn onderwijs betrokken voelen.

Elke belangstellende die een facebookaccount heeft en dat zijn er velen, kan inloggen op de pagina, kan de berichten lezen, kan zelf berichten publiceren en kan op alle berichten reageren. Je kunt een link, een foto, een filmpje invoegen.

Tot dusver zijn enkel An De Moor en de NDN-voorzitter zelf actief op de facebookpagina. Wij verwachten met stelligheid dat leden van ons netwerk en vele belangstellenden die in ons adressenbestand zitten en geregeld onze nieuwsbrieven ontvangen, onze pagina ontdekken en er nuttig en prettig gebruik van maken. De pagina is een communicatiemiddel te meer, vlot, vlug en direct. Op redelijke wijze gebruik maken van deze interactiemogelijkheid kan verrijkend werken en kan de netwerkfunctie van het NDN ook constructief bevestigen.

Hoe participeer je nu op de NDN-pagina in het communicatiegebeuren van Facebook?
- in een Google-vakje bij een geopende websitepagina ‘facebook login’ ingeven
- aanmelden door je wachtwoord in te geven en op de knop Aanmelden te klikken
- in het zoekvak boven Nieuwsoverzicht ‘Netwerk Didactiek Nederlands’ ingeven en op die titel klikken of directer www.facebook.com/pages/Netwerk...Nederlands/197821603615738 in de browserregel van je computer ingeven.
- op het Prikbord kun je zelf berichten schrijven in het vak “Schrijf iets…”
- onder een bericht vind je drie knoppen: de knop in het midden dient om te “Reageren”
- als je reageert kun je je reactie verzenden door op de entertoets van je toetsenbord te drukken.
- ga je rechts bovenaan je bericht met de cursor staan, dan verschijnt een schijfje en een omgekeerd driehoekje en als je daarop klikt, zie je dat je met dat vakje je eigen bericht kunt verwijderen.

Het NDN-bestuur kijkt uit naar je berichten en naar je reacties.

Officieel afscheid en viering van Helge Bonset op 7 oktober SLO Enschede

 

We vertrokken vroeg in de morgen met de trein. Ei zo na misten we al bijna de aansluiting in Hasselt voor Antwerpen. Nog vier keer moesten we overstappen voor we net op tijd in de namiddag in Enschede aankwamen.

Het was al een heel drukke bedoening: vele vrienden, kennissen, collega’s van Helge stonden druk te praten rond de receptietafeltjes in het vergaderlokaal op de benedenverdieping van het SLO-gebouw.

Even over 14 u. opende Hetty Mulder van de SLO het afscheidssymposium voor Helge Bonset. “Het eindexamen Nederlands in havo/vwo” was het thema. Al gauw verklapte Hetty Mulder dat Helge zelf de sprekers voor zijn symposium had uitgekozen. Huub van den Bergh (UU) beet de spits af met een gesmaakte heel deskundige uiteenzetting over “Onderzoek naar het eindexamen Nederlands”. Daaruit bleek dat toch niet alles even goed in orde zit met dat examen en dat verdere reflectie daarover nuttig is. Van Alex van de Kerkhof (Cito) kregen we een treffende kijk in de ontwikkelingen rond het centraal examen Nederlands. En voor de pauze deden Hans de Vries en Theun Meestringa daar nog een schepje bovenop.

Na de pauze bracht Freya Martin, Clustermanager talen en kunstvakken havo/vwo vanuit het College voor Examens zelf haar bevindingen over het thema. Zij onderstreepte dat Helge Bonset in de loop der jaren een intensieve en ruime bijdrage heeft geleverd aan concept en uitwerking van het eindexamen. Hetty Mulder zelf bracht aansluitend daarbij een meer dan positieve reactie vanuit de SLO zelf. Zijzelf vatte aan het einde ook de belangrijkste ideeën samen van de vorige sprekers. Uiteraard mocht Helge Bonset de afsluitende toespraak houden. Hij deed dat met de titel “Wat eindexamen? Veertig jaar bemoeienis met het eindexamen (Nederlands)”. Deze titel karakteriseert genoeg waarover Helge het had. Heel gevat en ook met milde ironie bracht hij zijn bevindingen ten gehore. Een overweldigend en innemend applaus sloot zijn optreden af.

Dat was evenwel nog niet het einde. Tijdens de receptie werd Helge Bonset met milde cadeautjes bedacht. Mariëtte Hoogeveen, die al zovele jaren met Helge door het leven stapt, kreeg uiteraard een ruiker bloemen en ook grote dochter Hanna werd bedacht. Het zwaarste cadeau dat Helge thuis en geïnstalleerd bezorgd zou krijgen was een splinternieuwe printer. Helge bedankte nog eens extra de talrijke medewerkers van de SLO met wie hij zoveel samengewerkt heeft en zoveel beleefd heeft in functie van de ontwikkeling en concretisering van het onderwijs Nederlands. En iedere deelnemer kreeg ook nog een cadeautje mee dat extra aan Helge werd aangeboden voor deze afscheidsviering. Het heet “Nooit met je rug naar de cultuur. Bloemlezing voor Helge Bonset” met op de voorpagina van de omslag een foto van een lichtjes glimlachende nog wat jongere Helge Bonset. Theun Meestringe en Hans de Vries hebben met de ex-collega’s uit de projectgroep Nederlands voortgezet onderwijs de bloemlezing samengesteld. Ze kozen uit literaire werken een kort fragment dat voor elk van hen een bijzondere relatie met Helge heeft. De titel gaat terug naar een vroege publicatie van Helge ‘Nooit met je rug naar de klas!’ Uit 1969.

De stemming was opperbest. Vele oude bekenden zagen elkaar na lange tijd weer terug. Helge kreeg het afscheidssymposium hem waardig. Blijdschap domineerde, een zweem van weemoed om weer een afscheid van een uiterst bekwaam didacticus Nederlands hoorde er toch wel bij. Het Netwerk Didactiek Nederlands is Helge ook dankbaar voor wat hij voor het onderwijs Nederlands in Vlaanderen heeft betekend. In maart 2011 was hij nog bij ons in de Universiteit Gent voor onze “Netwerkmiddag” met ‘Perspectieven op de Didactiek Nederlands – Stilstand of vernieuwing?’ Wij keken met hem naar de toekomst en dat doen we nog mét hem.

Ghislain Duchâteau

SLO-gebouw in Enschede
Hetty Mulder verwelkomt en leidt het symposium
Huub van den Bergh (UU)
Alex van de Kerkhof (Cito)
Theun Meestringa (SLO)
Hans de Vries (SLO)
Freya Martin (CvE)

Helgie Bonset tijdens zijn afscheidstoespraak



Bloemlezeing voor Helge Bonset

Helge dankt al zijn vroegere SLO-medewerkers



Van een spijtig einde mogelijk naar een nieuw begin
Over de laatste gedrukte publicatie van Vonk

“Goed be-VON-den – Een selectie uit VONK 1989-2011”

 

Er werd over gepraat. Vonk zou als tijdschrift ophouden te bestaan. Dat zou het einde betekenen van de publicatie in druk in het hele taalgebied van gerichte tijdschriften rond het onderwijs van het Nederlands. Het zusterblad Moer in Nederland is immers al een paar jaren geleden opgehouden te verschijnen. En inderdaad. In juli 2011 verschijnt onder de gebruikelijke cover een dik boekdeel onder de boven geciteerde titel. De redactie omvat de vertrouwde namen van Rita Rymenans, Katrien De Vlaemynck, Veerle Geudens, Koen Van Gorp, Luc Vercammen en Luc Wyns.

Met veel spijt om het afscheid, maar toch ook met nieuwsgierigheid hebben we de laatste gedrukte publicatie van Vonk opengeslagen en doorgenomen.

Al meteen word je gegrepen door het inleidend artikel van Frans Daems: “De laatste der Mohikanen. Bij het einde van VONK” blz. 9-14. Frans Daems was er kort na de oprichting van de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands vzw al bij in het jaar 1970. Wellicht kon niemand beter dan hij ook het einde van Vonk inleiden. Terecht brengt hij de redactie, die al meer dan 20 jaar het aanschijn van Vonk gestalte heeft gegeven, een eresaluut. Hij schrijft: “Gedreven door het vernieuwende gedachtegoed van eind jaren ’60, begin jaren ’70 van de 20ste eeuw, wilden zij van onderaan, van op de werkvloer, het taalonderwijs verbeteren. Daarbij maakten zij wel dankbaar en kritisch gebruik van de kennis die zij in de taalwetenschappelijke, onderwijskundige en sociaalwetenschappelijke wereld in Vlaanderen, Nederland en internationaal konden vinden. Ze schreven over eigen ervaringen met nieuwe aanpakken, ze ontwikkelden nieuwe praktijkkennis, en ze probeerden nieuwe kennisontwikkelingen te verwerken en naar ons taalonderwijs te vertalen. Zo probeerden ze vonken te doen overslaan naar andere leraren en scholen, en hen aan te sporen in de vernieuwingen mee te gaan”. 

Die grondidee is terug te vinden in de vele thema’s die het tijdschrift in de jongste 30 jaren heeft behandeld. Hier is het niet-limitatieve lijstje van Frans Daems van die thema’s: expressie, creativiteit, drama, literatuurbeschouwing, jeugdliteratuur, gedichten, interview, computers en ict, internet, spelling, werkwoordspelling, theater, taalleerproblemen, dyslexie, projectonderwijs, beroepsonderwijs, project algemene vakken (PAV), leestechnieken, leesstrategieën, taalbeschouwing, spraakkunst, intercultureel onderwijs, taalbeleid, taalgericht vakonderwijs, taakgericht taalonderwijs, metacognitie en reflecteren, schoolboekbeoordeling, literaire competentie, taaltoetsen, gelijke onderwijskansen (GOK).

Kort roept Frans Daems dan voor hem opvallende karakteristieke aangelegenheden in herinnering: de visie van VON op taal en taalonderwijs, de vernieuwingsgerichtheid, emancipatie, competentieleren, strategisch handelen en leren, anders evalueren, longitudinaal onderwijs Nederlands of doorlopende leerlijnen, taal in de breedte met ‘taal in de niet-taalvakken’, ‘Nederlands als instructietaal’, ‘taalgericht vakonderwijs’, ‘taalontwikkelend onderwijs’ en vooral ‘taalbeleid’. Verder zijn er taalvariatie en de verhouding Standaardnederlands t.o.v. de moedertaalcompetentie van de leerlingen, de toegankelijkheid van Vonk gericht op zijn lerarenpubliek en de openstelling voor ontwikkelingen bij de noorderburen.

Het overstelpend ruime gedachtegoed van Vonk blijft voor het werkveld gelukkig ter beschikking in digitale vorm. De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org ) is bezig de jaargangen van Vonk te digitaliseren.

De redactie heeft in eenstemmigheid een uitstekende keuze gemaakt van 28 artikels uit de vorige jaargangen die representatief zijn voor de tienvoudige rubricering van de bundel. Aan de orde komen mondelinge vaardigheden, schrijfvaardigheid, leesvaardigheid, taalbeschouwing, literatuur, anders evalueren,  omgaan met taalleerproblemen, taalbeleid/taalgericht vakonderwijs, nieuwe vormen van leren en de bekende rubriek ‘Grof geschud’.  Slechts een paar artikels stammen uit wat afliggende publicatiejaren, maar we hebben de indruk dat alle artikels een hoge actualiteitswaarde behouden en er zijn er bij die fundamentele inhouden aandragen die voor de praxis van het huidige onderwijs Nederlands van bijzonder belang blijven. Enkel de laatste rubriek van de bundel ‘Grof geschud’ omvat wat artikels naar onze mening van iets minder gehalte.

We veroorloven ons als illustratie van praktische gerichtheid van Vonk uit het artikel  ‘Leesonderwijs in Vlaanderen: van hoera! Naar aha!’ van Kris Van den Branden (blz. 75-92) één tabel (blz. 82) te lichten die herinneringen oproept aan de tijd van het beoordelen van schoolboeken en die een blijvend stukje didactisch denken over ‘lezen’ vertegenwoordigt.



Criteria voor de beoordeling van het onderdeel ‘lezen’ in de totaalmethodes Nederlands
voor de eerste graad secundair onderwijs

Is er aandacht voor:

  • het lezen van verschillende tekstsoorten (vgl. de eindtermen);
  • verschillende manieren van lezen (bv. globaal, zoekend, voorspellend, studerend lezen);
  • het hoofdonderwerp en de hoofdgedachte van de tekst;
  • het onderscheid tussen feiten/meningen, mededelingen/voorbeelden;
  • de relatie tussen tekstelementen (bv. oorzaak/gevolg…) zowel expliciet als impliciet;
  • de bedoeling en het referentiekader van de schrijver;
  • de functie van vormelijke kenmerken zoals beeld, lay-out, indeling in alinea’s, het beoordelen van de gelezen tekst;
  • de kenmerken van een aantal tekstsoorten;
  • het gebruik van informatiebronnen en –systemen.

Uit: VON(K) – Werkgroep Schoolboeken (1999)




Ook vanuit het Netwerk Didactiek Nederlands sluiten wij ons heel graag aan bij het eerbetoon van Frans Daems aan de redactie. Zij heeft enorm gepresteerd in al die jaren. Zij heeft het werkveld gevoed met het passende stimulerende ideeëngoed voor de praktijk van het onderwijs Nederlands. Hoewel Vonk in bijna alle lerarenkamers van de scholen op het tijdschriftenrek stond, beseffen wij nog dat leraren te weinig de stimuli die vanuit een dergelijke publicatie kunnen uitgaan hebben willen opvangen en Vonk teveel ongelezen hebben gelaten. Lerarenopleiders hebben Vonk wél gelezen en benut en in het opleidingsveld heeft Vonk zijn positieve sporen getrokken.

Het tijdschrift heeft er al die jaren bewust naar gestreefd de uitgestrooide ideeën te richten op hun toepasselijkheid in de klaspraktijk, zodat de veelal bestaande kloof tussen retoriek en praktijk bij Vonk nauwelijks te bespeuren was. De leraren Nederlands en vooral de bevlogen creatieve dames en heren onder hen zullen het gemis in de toekomst ervaren. Mogelijk krijgt Vonk zijn verlengde in één of andere professioneel opgevatte digitale publicatie. Dat lijkt toch de intentie te zijn van de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands vzw in de schoot waarvan het tijdschrift zo vele jaren gedijde. Want Vonk blijft  met zijn verleden, met zijn digitalisering in het heden wellicht een belangrijke drager van zinvol gedachtegoed voor het onderwijs Nederlands in Vlaanderen en Nederland in de nabije en mogelijk verdere toekomst.

G.D.

Website van VON http://www.von.be/site.welkom.jsp


Leerling wil actualiteit in les Nederlands

 

DEVENTER/HENGELO/RAALTE – Leerlingen van het voortgezet onderwijs willen actualiteit in de les Nederlands en meer online werken. Dat blijkt uit het Actieonderzoek Actualiteit van Henk ten Klooster in het kader van zijn opleiding bij Saxion Next Hogescholen in Deventer.

Andere adviezen zijn om leerlingen te betrekken in de keuze van de lesstof, meer te visualiseren met behulp van YouTube en leerstof die veel oefening vereist (spelling en grammatica) online te doen. Vooral bronnen op internet motiveren, boeien en inspireren de scholieren.  

Het onderzoek is gebaseerd op een jaar ervaringen in de bovenbouw van het vmbo van het Carmel College Salland (CCS) in Raalte en de onderbouw havo/atheneum en gymnasium van lyceum De Grundel in Hengelo.  Beide scholen werken met een gedrukte leermethode, die vaak gedateerd is.

Voor het CCS werd een lesmethode geschreven getiteld 'Nederlands om de hoek'. Deze lessen werden gebaseerd op actuele onderwerpen die leerlingen kozen. Ze interviewden in de klas hun favoriet, profvoetballer Maikel Kieftenbeld van FC Groningen, een geboren en getogen Sallander.

Leerlingen van het lyceum namen deel aan het project 'Nieuws in de Klas', interviewden schrijfster Mirjam Mous (bekend van Boy7), bezochten een poëzietuin en maakten eigen websites. Verder gaven ze hun mening over de website van de Nederlandse Taalunie.  Daarmee wordt rekening gehouden bij de vernieuwing van De Wereld van de Nederlandse Taal, gemaakt voor jongeren.

De onderzoeker is blij met de actie van de Nederlandse Taalunie en hoopt dat ook scholen hun oren meer te luisteren gaan leggen bij leerlingen. “Soms is het vak Nederlands nog onnodig saai”, is zijn analyse. “Onze mooie taal verdient beter.”

Het hele onderzoek is te lezen op http://henksaxion.webklik.nl/page/actieonderzoek-actualiteit

Henk ten Klooster

Mailinglist Nederlands 6-9-2011


‘Peiling Nederlands in de derde graad algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs’ in Vlaanderen

 

De peiling is te dateren op 18 mei 2010. Op 24 april 2011 werd onder grote belangstelling de peiling met de resultaten toegelicht op een studiedag in Schaarbeek. De brochure over de peiling is nu in druk beschikbaar maar ook blijvend op het internet te bekijken. Het websiteadres is www.ond.vlaanderen.be./dvo/peilingen/

De brochure is het samenwerkingsresultaat tussen het onderzoekteam periodieke peilingen van het Centrum voor Onderwijseffectiviteit en – evaluatie van de K.U.Leuven aan de ene kant en aan de andere kant de Vlaamse overheid, Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV), Afdeling Projecten EVC-Curriculum-Kwalificaties.

Bij de peiling werden eindtermen van de basisvorming voor de vaardigheden lezen, luisteren en spreken in de derde graad getoetst. Dat onderzoek wil speciaal maatschappelijke taalvaardigheid in beeld brengen. Met de peiling wenst de overheid een antwoord te krijgen op vragen als:

* Kunnen leerlingen overweg met formulieren en administratieve teksten?
* Kunnen ze het tekstdoel van reclameteksten en –boodschappen bepalen?
* Kunnen leerlingen gericht informatie selecteren uit tabellen, hyperteksten, documentaires of advertenties?
* Kunnen ze feiten en meningen onderscheiden of de hoofdgedachte bepalen bij een opiniestuk, betoog of discussie?
* Kunnen ze bij een praatprogramma het taalgebruik van de sprekers inschatten en hebben ze ook aandacht voor hun non-verbale gedrag?
* Kunnen leerlingen de betekenis van onbekende woorden in een beluisterde of gelezen tekst afleiden?
* Kunnen ze een sollicitatiegesprek voeren?

3.957 leerlingen van het tweede leerjaar van de derde graad aso, kso en tso uit 150 vestigingsplaatsen van 149 secundaire scholen namen deel. Daarbij vulden de leerlingen, hun ouders en leerkrachten Nederlands een vragenlijst in. Bijkomend deden 380 extra kso-leerlingen (uit 6 bijkomende vestigingsplaatsen van 5 extra scholen) mee. Dat maakt het mogelijk om over de kso-leerlingen ook voldoende onderbouwde uitspraken te doen.

Blz. 11.

We hoeven de wetenschappelijkheid van het peilingonderzoek niet in twijfel te trekken. In de brochure vindt de lezer alle evidentie. Wel interessant voor onze lezers zijn de resultaten van de praktische proef die voor Nederlands genoteerd werden voor de verschillende onderdelen taalvaardigheid Nederlands. Onderscheiden werden: beheersing van de standaardtaal, vlotheid, verstaanbaarheid, woordenschat en cohesie.

Beheersing van de standaardtaal

Acht op de 10 leerlingen maken tijdens het sollicitatiegesprek op een natuurlijke wijze gebruik van het Algemeen Nederlands. Bijna 90 procent van de aso-leerlingen spreekt Algemeen Nederlands, in het kso is dat 85 procent van de leerlingen. Minder dan driekwart van de tso-leerlingen toont in het gesprek een voldoende beheersing van de standaardtaal. In de meeste tso-studiegebieden heeft ongeveer een kwart van de deelnemende leerlingen een taalgebruik dat sterk gekleurd is door een dialect of anderstalige achtergrond. In het studiegebied mechanica-elektriciteit is dat bijna 40 procent van de leerlingen. Daartegenover staat dat 92 procent van de leerlingen uit het tso-studiegebied sport de standaardtaal voldoende beheerst.

Verstaanbaarheid

Volgens de beoordelaars is 84 procent van de leerlingen voldoende verstaanbaar. Ze spreken luid genoeg, hebben een adequaat tempo met gepaste spreekpauzes en articuleren duidelijk. In het aso en het kso spreekt bijna 90 procent van de leerlingen voldoende verstaanbaar, in het tso is dat bijna 80  procent. Vooral de leerlingen uit mechanica-elektriciteit zijn minder verstaanbaar.

Woordenschat

Op talig vlak zijn de beste resultaten voor de beheersing van de woordenschat: 91 van de leerlingen haalt voldoende voor dit criterium. Deze leerlingen gebruiken woorden in de juiste betekenis of met de juiste connotatie. Ze hanteren een gepast register en maken passend gebruik van abstracte en complexe woorden en uitdrukkingen. Er zit voldoende variatie in hun formuleringen. Ook in kso en tso is de woordenschat van bijna 9 op de 10 leerlingen correct en voldoende rijk. In het aso toont 96 procent van de leerlingen een goede woordenschatbeheersing.

Cohesie

Ook voor cohesie zijn de resultaten goed. Bijna 90 procent van de deelnemende leerlingen produceert samenhangende zinnen door het adequaat gebruik van cohesiebevorderende elementen zoals verbindingswoorden, verwijswoorden en structuuraanduidende woorden. In het aso en het kso zorgt ongeveer 90 procent van de leerlingen voor voldoende cohesie. In het tso is dat 84 procent.

Vlotheid

Voor het criterium vlotheid zijn de resultaten duidelijk minder goed dan voor de andere talige criteria. Bij 28 procent van de leerlingen wordt de vlotheid verstoord door het veelvuldig voorkomen van stopwoorden, niet-functionele stiltes, haperingen en zelfcorrecties, te trage spreeksnelheid en fragmentarische zinnen. In het aso spreekt 81 procent voldoende vlot, in het kso is dat 69 procent en in het tso 62 procent. In het tso is er wel een grote variatie tussen de verschillende studiegebieden: 77 procent van de leerlingen uit personenzorg spreekt vlot, in mechanica-elektriciteit is dat minder dan de helft van de leerlingen.

Blz. 62-63.

Tabel 14. Resultaten talige beoordeling – ook naargelang van de studierichting

 

Standaard-
taal

Verstaan-
baarheid

Woor-
denschat

Cohesie

Vlot-
heid

totale steekproef

81

84

91

87

72

aso
economie
humane wetenschappen
klassieke talen
moderne talen
wetenschappen

88
81
86
94
87
91

88
90
87
91
92
83

96
94
94
98
100
93

90
90
87
92
91
90

81
81
82
85
77
76

tso
chemie
handel
mechanica-elektriciteit
personenzorg
sport
overige tso-studiegebieden

73
71
76
62
77
92
75

78
71
82
64
81
83
85

96
95
87
77
94
92
86

84
90
82
74
91
83
86

62
62
61
48
77
58
63

kso

85

89

89

89

69


Blz. 63.

Wat te doen met de resultaten van de peiling? De vaststellingen vragen om een reflectie en actie vanuit de onderwijspraktijk en de onderwijsoverheid.  De resultaten vormen een goede aanzet voor een discussie over de onderwijskwaliteit en eventueel gewenste veranderingen.
De brochure is een rijke bron van informatie en reflectie over de peiling en haar resultaten kunnen zeker van grote betekenis zijn voor de lerarenopleidingen. Wij bevelen de brochure dan ook heel graag aan.

Blz. 65.


Afkortingen:
- aso = Algemeen Secundair Onderwijs
- tso = Technisch Secundair Onderwijs
- kso = Kunst Secundair Onderwijs

Verantwoordelijke uitgever: Ann Verhaegen, Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming, Agentschap voor Kwaliteitszorg in
Onderwijs en Vorming, Koning Albert II-laan 15 - 1210 Brussel.


 

Bouwstenen vanuit de Dag van het Nederlands. Beeld en taal: op weg naar mediageletterdheid  - CNO  UA – 5 oktober 2011

 

Niet minder dan 8 workshops werden geprogrammeerd.
Daaruit kon elke deelnemer eentje kiezen voor de pauze en eentje na de pauze.

Het waren:

1. Beeldig! Een gebruiksvriendelijk filmproject – door Gerrit Vosters, leraar Nederlands en oprichter van FilmStof - http://www.filmstof.com/#Startpagina- , een verzameling van filmeducatieve projecten. Hij stelt zijn filmproject secundair onderwijs voor. Bijzonder veel informatie over het thema vindt u op de website FilmStof.

2. Ingebeeld – Beeld en Taal – door Gino Bombeke, leraar Nederlands en Engels s.o. en praktijkassistent lerarenopleiding Nederlands KUL. Hij heeft het over Beeldig (foto’s), Beeldtaal, Beeldverhaal, Beeldspraak. In de syllabus van de Dag van het Nederlands staat veel informatie (blz. 15-32)

3.  Verbeelding & Verwoording: de strip & graphic novel in het moedertaalonderwijs – door Geert Vandermeersche, assistent Vakgroep Onderwijskunde UGent.
Hij bekijkt aspecten die belangrijk zijn voor het taal- en literatuuronderwijs. Hoe leest men strips en graphic novels (anders dan romans of poëzie)? Wat is de verhouding tussen woord en beeld? Welke thema’s komen erin aan bod? Hoe verhouden ze zich tot de literatuur die we kennen? Hij bespreekt mogelijkheden en problemen om ze in de klas te brengen.
De lijst met strips en graphic novels in het Nederlands, de powerpoint en ander materiaal kunt u terugvinden op: http://graphiclearning.wordpress.com/verbeelding-verwoording

4. De (on)zin van games in het onderwijs – door Jeroen Bourgonjon, doctoreert aan de UGent over de educatieve mogelijkheden van videogames. Hij tracht het fenomeen videogaming te kaderen binnen ruimere maatschappelijke verschuivingen op vlak van geletterdheid, cultuur en educatie – waarbij games bestudeerd worden naast media als boek, film, stripverhaal, blog…

5. Strips in de klas – door Jeroen Desaver en Elke Lemmens, afgestudeerden PHO Limburg, leraren s.o. PAV en PKV. Tijdens de lessen PAV hebben ze leren werken met strips in de klas en maakten daarover hun eindwerk. Ze geven tips, praktische voorbeelden en een literatuurlijst met boeken, maar ook met internetinformatie. Syllabus blz. 45-67.

6. Cyberspace: een schrijfpaleis! – door Bert Deceuninck, was leraar Nederlands, is nu lector in de lerarenopleiding KATHO-RENO in Torhout. Hij behandelt een aantal mogelijkheden voor creatieve schrijfopdrachten. Je kunt gebruik maken van leuke websites om je eigen strip of poëzieposter te maken, je theatertekst, je digitale verhaal of ondertitels bij absurde filmpjes te schrijven. Een weblog kan dan weer dienen voor de verwerking van een klasboek of voor het schrijven van een dagboek of een column. Daarbij kun je bij de meeste toepassingen taal aan beeld en geluid koppelen wat het resultaat van een schrijftaak extra dimensies geeft. Hij stelt een achttal websites voor die daarvoor in grote verscheidenheid kunnen worden ingezet.
Met bijvoorbeeld http://hyperlinkverhaal.webs.com/ kun je vaarwel zeggen aan het lineaire, papieren tijdperk en je leerlingen een hyperlinkverhaal laten maken. Geen chronologische plot meer, maar uitwaaierende verhaallijnen die zowel visueel als auditief ondersteund kunnen worden.

In de workshop van Bert Deceuninck

 

7. Beeldgedichten – door Bart De Volder, leraar Nederlands en Engels 3e graad aso. Hij bouwt zijn workshop op rond  het schilderij “De val van Icarus” van Pieter Breugel. Aan de hand van vertalingen en van oorspronkelijk Nederlandstalige gedichten illustreert hij hoe ruim gewerkt kan worden rond beeldgedichten bij eenzelfde schilderij.

8. Mediawijsheid in het s.o. – door Paul Bottelberghs. Uit Ambrosia’s tafel (http://www.ambrosiastafel.be/Ambrosias_Tafel/home.html  ) is het Ingebeeld-platform voor mediawijsheid  (www.ingebeeld.be ) ontstaan, voortaan beheerd vanuit het Agentschap voor Onderwijscommunicatie van het Ministerie voor Onderwijs, waar ook Canon Cultuurcel toe behoort.
Voor onderwijsverstrekkers is er de site mediawijsheid en multiculturele geletterdheid http://www.platformrondmediawijsheid.be/ - klik op Start en verken zeker de sectie Leren met Media in onderwijs en opvoeding.  Een nieuwe verbazingwekkende wereld gaat voor u open met uiterst efficiënte en op eigen beleving geënte aanpakvormen van lerenden. Filmpjes illustreren het leer- en belevingsproces. [Lees ook de folder Ingebeeld – wegwijs in een multimediaal tijdperk – Geletterde mensen van vandaag zijn mediawijs (folder_mail_NL.pdf ) ].
Aanbevolen: verkennen, doen…

Gerrit Vosters
Workshop 1

Jeroen Bourgonjon
Workshop 4

Jeroen Desaver en Elke Lemmens
Workshop 5

Bert Deceuninck
Workshop 6



Hugo Claus over zijn vroege gedichten in EEN KORT OVERZICHT

 

in De Wolken blz. 80-86 (De Bezige Bij, 2011)

In een fragment uit het ongedateerd typoscript voor een schoollezing wellicht geeft Hugo Claus vanuit zijn eigen beleving een kort overzicht van wat hij tot 1956 aan poëzie publiceerde.

“Vier bundels. Zonder vorm van proces, Een huis dat tussen nacht en morgen staat, Tancredo infrasonic en De Oostakkerse gedichten.”

De dichter schetst het ontstaan van de eerste door hemzelf als ernstig beschouwde gedichtenbundels. Hij plaatst ze in zijn eigen belevingscontext, karakteriseert daarmee ook de diepere betekenis van de bundels als geheel. Van “Tancredo infrasonic” verklaart hij ook de betekenis van de merkwaardige titel die hij contrasteert met het super-sonische wapen waarover generaal Kelly in 1950 sprak: “de onhoorbare fluittoon die een vlieger boven een vijandige stad ineens kon doen gaan en die de bewoners van die stad onmiddellijk met waanzin sloeg.” Met zijn bundel wilde hij infrasonische geluiden weergeven die zijn lezers op zijn manier “met een zachte waanzin slaan”. Vooral van De Oostakkerse gedichten geeft hij met zijn drie delen ‘De ingewijde’, ‘Een vrouw’ en ‘Een huis’ een korte maar indringende analyse.

Het geheel van De Wolken laat geen overweldigende indruk na, maar de genoemde bladzijden 80 tot 86 (met daartussen nog twee bladzijden afbeeldingen) kunnen voor docenten Nederlands in de hogere klassen van het middelbaar of voortgezet onderwijs of in de lerarenopleiding zelfs van betekenis zijn. Als zij gedichten uit de genoemde bundels met hun leerlingen of studenten behandelen, hebben zij een handreiking van Hugo Claus zelf naar de benadering en de diepere ervaring ervan. Voor poëzielessen rond de vroegere gedichten van Claus beslist een verrijking.

G.D.

HUGO CLAUS, De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus, samengesteld door Mark Schaevers,
De Bezige Bij, Amsterdam 2011, 333 p.


Docenten, werk mee, lever uw bijdrage voor dit initiatief rond jeugdliteratuuronderwijs

 

Beste collega,

In navolging van het Nederlandse project Lezen voor de lijst zijn in het kader van het Comenius Life Long Learning Project van de EC zes Europese landen begonnen met de ontwikkeling van een Europees referentiekader voor het literatuuronderwijs in het voortgezet onderwijs (leeftijd 12-18).

Wij verzoeken u een bijdrage te leveren aan het indelen van boeken naar niveau voor de onderbouw (12-14 jaar). Het doel hiervan is om een lijst samen te stellen op een website voor docenten Nederlands waarin de boeken zijn ingedeeld naar vier leesniveaus.

Wij belonen de eerste 50 bruikbare reacties met een boekenbon van € 10,-.
Hierbij gaat een overzicht van de vier leesniveaus voor de onderbouw [Pdf] en een handleiding [Pdf] voor het invullen van de vragenlijst. Lees beide eerst door voor u op de vragenlijst klikt.

Als u de vragenlijst gaat invullen en suggesties hebt voor boektitels voor een bepaald niveau bij deze leeftijdsgroep, dan is het handig een digitaal lijstje bij de hand te hebben waarop auteur, titel en jaar van uitgave staan vermeld, zodat u die kunt kopiëren en in de vragenlijst kunt plakken.

Klik op vragenlijst literatuur voor de onderbouw om de enquête in te vullen.

Informatie over het Europese project, LIFT-2
De deelnemende landen zijn: Duitsland, Finland, Portugal, Roemenië en Tsjechië. Nederland leidt het project.
De resultaten komen eind 2012 op een website: Literary Framework for European Teachers in Secondary Education. Naast een algemeen Europees deel, krijgt elk deelnemend land een versie van het Literary framework in de eigen taal. Zo mogelijk zullen de uitkomsten van deze enquête ook worden gebruikt om een speciale lijst voor de onderbouw samen te stellen voor ‘Lezen voor de lijst’

In het Europese Literary Framework worden verschillende leesniveaus  beschreven. Bij elk niveau worden voorbeelden van passende boeken en didactische activiteiten gegeven.

Een belangrijk uitgangspunt van dit project is dat we zoveel mogelijk docenten van de deelnemende landen bij de ontwikkeling van de website willen betrekken. We vragen u dan ook om deze mail te delen met uw collega-docenten Nederlands en uw suggesties en opmerkingen op te schrijven in de vragenlijst.

Zojuist hebben we in het project de eerste fase afgesloten waarin we samen met docentenpanels uit de deelnemende landen de leesniveaus hebben gedefinieerd. We zijn nu in fase 2 aangeland waarin we samen met moedertaaldocenten boeken naar niveaus zullen indelen voor de onder- en bovenbouw. In fase 3 zullen we op zoek gaan naar passende didactische suggesties bij elk niveau.

Wij danken u zeer voor uw medewerking.

Met vriendelijke groet,

drs. Jan Kok en dr. Theo Witte
Universitaire Lerarenopleiding | Rijksuniversiteit Groningen

-- 
Dr. T.C.H. (Theo) Witte
Universitair Onderwijscentrum | Rijksuniversiteit Groningen
Landleven 1
9749 AD  Groningen, Nederland
T +31 (0)50 3132417 (werk) | +31 (0)6 34967737 (mobile)
www.lezenvoordelijst.nl
   

Egidius

     
   

Het heel bekende Egidiuslied in het Gruuthusehandschrift, dat in de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag berust, kan nu met behoorlijke zekerheid toegeschreven worden aan Jan Moritoen. Egidius, waer bestu bleven…Over welke vriend heeft de dichter het hier in zijn treurdicht? Diens historische figuur krijgt nu een zeker profiel uit de studie van Noël Geirnaert, hoofdarchivaris van het Stadsarchief Brugge, die hij publiceerde in het recent verschenen nieuwe boek rond het Gruuthusehandschrift met de bijdragen van een eerder gehouden colloquium over dat kleinood: Het Gruuthuse-handschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen. KANTL-colloquium 30 november 2007. Het boek is geredigeerd en ingeleid door Frank Willaert en bevat studies van Herman Brinkman, Ad Leerintveld en Henk Porck, Renée Gabriël en Johan Oosterman, Karl Kügle, Ike de Loos, Joris Reynaert en Noël Geirnaert. 
(Prijs: € 25,00. Voor bestellingen, zie www.kantl.be)

'‘De Egidius van het Gruuthuuse-handschrift past naadloos in de biografie van de Brugse 14de-eeuwse makelaar, politicus, kerkmeester, waarschijnlijk muziekliefhebber en dichter Gillis Honin’, schrijft de naarstige Noël Geirnaert. Gillis Honin overleed in 1385 en werd begraven in de St.-Walburgakerk waarvan hij kerkmeester was. Zijn dood op vrij jonge leeftijd maakte in Brugge veel ophef. Hij kwam onverwacht, maar ook erg ongelegen omdat Gillis Honin als notabele van Brugge heel grote schulden had.

De verschillende auteurs van de teksten in het Gruuthusehandschrift onder wie Jan van Hulst en Jan Moritoen de meest bekende waren, behoorden tot het milieu van makelaars, hosteliers en bontwerkers, een deel van de stedelijke elite van Brugge rond 1400.

Over de liederen in het handschrift, over Jan Moritoen en over het Egidiuslied zelf kunt u een interessante bijdrage lezen op de blog van Ronny De Schepper.

Ook de driehoeksverhouding met Mergriete uit het rondeel wordt flink uit de doeken gedaan.

We verwijzen daarbij met graagte naar de website die het Gruuthusehandschrift voor internetgebruikers bijzonder ruim toegankelijk maakt.



   
   

Masterclass LOPON² 2011 rond meertaligheid in het onderwijs

     
   

Vooruitzicht


Het bestuur van LOPON² deed er bijzonder goed aan deze masterclass rond meertaligheid te organiseren in het vooruitzicht van de Talennota van juli 2011 van de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet. Naast de versterking van het Standaardnederlands is het thema van de meertaligheid de tweede pijler waarop die Talennota berust.

In het licht daarvan is het goed terug te blikken op het ideeëngoed dat op 1 april 2011 in Den Bosch aan de orde werd gesteld en een behoorlijke reflectie daarrond op te zetten. De aanbreng van ideeën van heel deskundige sprekers geeft daarvoor ruime en voldoende denkstof. Het kan niet de bedoeling zijn alles wat naar voren kwam kritiekloos te assimileren. Toch zullen heel wat van de zinvolle ideeën beklijven en toegang krijgen tot het referentiekader van de aanwezige lerarenopleiders die vooral de kleuter- en onderwijzersopleiding verzorgen in Nederland en in Vlaanderen. De dichotomie tussen voor- en tegenstanders van meertalig onderwijs, de keuze tussen eentalig of meertalig onderwijs met de taalbadmethode of anderszins zet meteen aan tot kritisch denken rond deze thematiek.

Daarbij staat het onderwijs voor weer nieuwe veranderingen in dat opzicht en zullen zeker de lerarenopleiders opnieuw de soepelheid van denken en handelen aan de dag moeten leggen om te sporen in de beleidsopties die daaromtrent nu al in de Talennota van minister Smet aan de orde kwamen.


Tasten naar ideeën

De deelnemers aan de masterclass kregen ruim voorafgaande aan de bijeenkomst een stevige informatiebundel aangeboden, waarvan verondersteld werd dat ze die als voorbereiding vooraf flink hadden doorgenomen. Hilde Van den Bossche was zo vriendelijk die voor schrijver dezes te kopiëren en hem mij toe te sturen. Informatie rond de drie presentaties in evenveel gepubliceerde artikels werd rondgestuurd. Linda van den Bergh presenteerde de inhoud van het artikel waaraan ze heeft meegewerkt rond vooroordelen van leerkrachten naar allochtone leerlingen toe, het welbekende Pygmalioneffect.  Sven Sierens steunde zich op zijn artikel dat hij met Piet van Avermaet had gepubliceerd onder de titel ‘Taaldiversiteit in het onderwijs: van meertalig onderwijs naar functioneel veeltalig leren’. Sofie Jonckheere en Hadewijch De Doncker (de Foyer Brussel) hadden het over ‘Talensensibilisering in het basisonderwijs: op een positieve wijze omgaan met talen in de klas’. De drie bijdragen worden uitvoeriger voorgesteld op de website van LOPON². Een samenvattend maar adequaat inzicht van de masterclass geeft het beknopte verslag ook te lezen op de LOPON²-site. Een bijzonder uitgebreide powerpointpresentatie van Sven Sierens levert uitvoerig materaal aan rond meertalig onderwijs en onderzoek daarnaar en is ook vrijuit te raadplegen op de website van LOPON². Voor een echt geïnteresseerde lerarenopleider is het doornemen van deze documenten beslist aanbevelenswaard. Het ideeëngoed zal wel wat minder doordringen dan wanneer hij de bijeenkomst in Den Bosch zelf had bijgewoond, maar een ruime en indringende confrontatie ermee is zeker meegenomen.


Opinie

Als we even onze eigen mening omtrent enkele ideeën mogen uiten, dan kunnen wij in de eerste plaats toch stellen dat wij voor kleuters en jonge basisschoolkinderen talensensibilisering in het perspectief van de multiculturele leerlingenpopulaties in vele scholen zeker zinvol vinden. Taleninitiatie gaat een stap verder en is de eerste fase van taalleren van een vreemde taal, terwijl talensensibilisering beperkt blijft tot activiteiten die aanzetten om te denken over taal en meertaligheid.

Verder zien we duidelijk in dat meertaligheid onontkoombaar is, als we denken aan de moedertaal van de allochtone leerlingen in onze scholen. Hun thuistaal verschilt veelal van de schooltaal. Uit de presentatie van Sven Sierens blijkt manifest dat het goed is de thuistaal van die kinderen op school te aanvaarden, zeker in de zin dat er geen verdrukking ervan aan de orde mag worden gesteld. Dat kan gaan tot de sporadische hantering van de thuistaal in groepswerk in de klas, als dat functioneel van belang is voor het begrip van leerinhouden. De acceptatie van de thuistaal heeft bijzonder positieve psychologische consequenties voor allochtone leerlingen. Daarbij bleek ook dat de degelijke beheersing van de thuistaal een stimulans kan betekenen voor het aanleren van het Nederlands door die kinderen. Met een ruime beheersing van het Nederlands als instructietaal zijn die leerlingen het meest gebaat voor hun schoolcurriculum en de verwerving daarvan zal dan ook manifest prioritair blijven. Het talenbeleid in de scholen zal in de toekomst aan de toelaatbaarheid van de thuistaal tot op zekere hoogte en de bevordering van het Standaardnederlands als instructietaal en als omgangstaal nog explicieter aandacht moeten besteden.

In het persbericht van het Kabinet van Onderwijs van 26 juli over de Talennota wordt binnen de beleidsopties van de minister ruimte toegekend aan de thuistaal maar buiten het normale schoolcurriculum. Het stelt: “Het omgaan met thuistalen wordt in het talenbeleid van het leerplichtonderwijs geïntegreerd.  Het (speels) aanleren van thuistalen – en van vreemde talen - wordt door een aanbod buiten de lestijden mogelijk gemaakt.”  Dat wijst op progressie in het denken maar ook op grote omzichtigheid vanwege de minister rond deze thematiek.

Wellicht is een zekere terughoudendheid ten overstaan van meertalig onderwijs op haar plaats. Uit het weinige beschikbare onderzoeksmateriaal dat voluit te vertrouwen is, blijkt dat meertalig onderwijs positief beoordeeld mag worden, maar dat geen noemenswaardige meerwaarde aangetoond kan worden ten opzichte van louter eentalig onderwijs. Meertalig onderwijs blijkt ook geen nadeel te zijn voor de ontwikkeling van de gebruikelijke omgangs- en schooltaal – in onze context het Standaardnederlands. We blijven stilstaan bij de vraag of het dan wel echt de moeite loont om het te implementeren in onze onderwijsstructuren.


Over meertaligheid in Vonk

Om onze inzichten rond meertalig onderwijs in Vlaanderen nog ruimer te stofferen en om er nog meer een voorzichtig oordeel over te vormen verwijzen we bij deze gelegenheid eveneens naar het aprilnummer 2011 van het tijdschrift Vonk rond ‘Talige uitdagingen voor de toekomst’ dat voor een groot deel gewijd is aan ‘Omgaan met meertaligheid’. Kris Van den Branden en Machteld Verhelst schrijven over “Naar een volwaardig talenbeleid. Omgaan met meertaligheid in het Vlaams onderwijs”. Hilde De Smedt heeft het over “Ontwikkelingsgericht denken over omgaan met meertaligheid in het onderwijs”. Lies Strobbe poneert “Taalbewust vakonderwijs en CLIL: een gemeenschappelijk uitgangspunt”. 


Taalgrenzen verleggen

De minister waagt in zijn Talennota 2011 ‘Samen taalgrenzen verleggen’ de sprong naar Content and Language Integrated Learning mits garanties van kwaliteitsbewaking en hij wil meertalig onderwijs decretaal mogelijk maken. Dat is een reden te meer om ons als lerarenopleiders en onderwijsbetrokkenen met de thematiek van het meertalig onderwijs grondig vertrouwd te maken.

Ghislain Duchâteau

31 juli 2011
   





   
    Actua op de NDN-webstek - http://www.netdidned.be
     
    * Marente de Moor wint AKO Literatuurprijs 2011 - 31-10-2011
* Een verstrekkend nieuw spellingrapport van de Nederlandse Taalunie 10-10-2011
* Julian Barnes wint Man Booker Prize 2011 met zijn roman "Alsof het voorbij is" 18-10-2011
* Zweedse dichter Tomas Tranströmer wint de Nobelprijs voor literatuur 2011
* Hella Haasse op 93-jarige leeftijd overleden in Amsterdam op donderdag 29 september 2011
* Brabant taalcentrum ?
*
Naar aanleiding van de dag van de leerkracht op woensdag 5 oktober 2011
Open brief van de onderwijsminister

* Tydbom - Stef Bos (in het Afrikaans)

     
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • Ghislain Duchâteau, voorzitter
  • José Vandekerchove, vicevoorzitter
  • Dorothea Van Hoyweghen, secretaris
  • An De Moor, bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid
  • Frans Zwitserlood, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Graag zien wij collega's actief meewerken met ons.
Wie meldt zich aan voor een plek in het NDN-bestuur?
Stuur ons een e-postberichtje op info@netdidned.be.
We nemen dan meteen contact op.


Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk -

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be