Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
27-3, maart-april-mei 2015
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




Redactioneel
In Memoriam Hugo de Jonghe
NDN-Lenteconferentie literatuuronderwijs - opvolging
SLO-Vakportaal Nederlands
Rijk artikel over het Afrikaans
Opbrengstgericht onderwijs Nederlands
Digitalisering en taalvaardigheid hoger onderwijs Gent 19 mei 2015
Nieuws over Nederlandse terminologie
Meer Taal - Tijdschrift taalontwikkeling
Vaart met taalvaardigheid H.O.- Adviesrapport Taalunie
VELOV-conferentie 2015
Taalgericht de vakken in! Achtergronden bij 13 lessenseries
Colloquium Neerlandicum IVN - Leiden 17-22 aug. 2015
Zweedse dichter Tomas Tranströmer overleden
Natrionaal Regieorgaan Onderwijsondeerzoek
Recent op de NDN-Facebookblog
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
• NDN-Nieuws 21-3
 
• NDN-Nieuws 21-2
 
• NDN-Nieuws 21-1
 
 
 
 
Redactioneel
 

L.S.

Hier begint u te lezen in de 3e editie van de NDN-Nieuwsbrief van dit academiejaar.
Het paasreces is net achter de rug. Nog een aantal lessen moeten worden gegeven.
Daarna volgt een examenperiode en de zomervakantie. Het NDN durft te verwachten
dat zijn 450 potentiële lezers de tijd willen nemen om dit digitaal geschrift toch even aandachtig door te nemen.

We beginnen deze editie met het In Memoriam voor onze overleden erevoorzitter Hugo de Jonghe. Hij heeft heel wat gepresteerd voor het onderwijs Nederlands in de voorbije decennia in Vlaanderen en in Nederland. En die willen wij hem ter ere dan ook in het licht stellen. Ook zijn sterke persoonlijkheid zal ons in dankbare herinnering bijblijven.

We blikken ook terug naar onze eigen literatuurconferentie van 6 maart 2015 in de Universiteit Antwerpen, waarbij we voor de opvolging nogal wat overdenkingsmateriaal ter beschikking stellen. Ook de VELOV-conferentie van 26 februari 2015 in de Hogeschool PXL in Hasselt levert stof tot reflectie.

We grasduinen voor deze editie ook in het bereikbare materiaal dat belangwekkend is voor onze didactiek Nederlands. Ruim betrekken we gegevens uit Nederland bij die we in Vlaanderen ter beschikking vinden. Prominent daarin zijn de artikels die betrekking hebben op taalvaardigheid bijzonder die in het hoger onderwijs. Daarvoor is er o.m. het Adviesrapport ‘Vaart met taalvaardigheid … ‘ dat de Taalunie heel recent publiceerde en dat wij in overzicht overlopen.

Een bijzondere plaats in deze editie neemt em. prof. Willy Martin in:
hij publiceerde een ruim en interessant informatief artikel in het tijdschrift Ambrozijn over de huidige status van het Afrikaans. In ons artikel met nieuws over terminologie stellen wij ook zijn Cahier Nadenken over terminologie voor met zijn zeven opstellen over terminologiebeleid.

In de linker kolom met het overzicht en de koppelingen naar de artikels vindt u wellicht nog andere informatie die van belang kan zijn voor ons denk- en werkveld. Wie belang stelt in diverse nieuwsjes rond Nederlands onderwijs, taal, cultuur en literatuur vindt zijn gading in het overzicht van de berichten die wij in de voorbije periode op de NDN-pagina van Facebook publiceerden en die voor een aantal berichten een aanvulling zijn van de artikels die in deze editie 27-3 van de nieuwsbrief zelf voorkomen. Ook voor deze editie zijn het 43 berichten.

Met veel sympathie groeten wij al onze lezers vanaf het klavier van onze computer met de verwachting dat deze nieuwsbrief ook voor hen allen aangenaam en nuttig kan overkomen


mede namens de NDN-bestuursleden


Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter en redacteur




 


In Memoriam Hugo de Jonghe

(24 januari 1934 – 22 maart 2015)

 

Als jij er voorbij komt
hangt mijn stem wellicht
nog aan de knoppen van de bomen
Zie je mijn voetafdruk in het gras ?
Hoor je dezelfde vogels fluiten ?
Ruik je die lucht van hars ?

Ik ben je maar een paar passen voor,
ik nam de bocht voor jij er was,
als je goed kijkt,
zie je me in de verte gaan.

Jerome Wassenberg

De erevoorzitter van de Vereniging voor Vlaamse Moedertaaldidactici nu het Netwerk Didactiek Nederlands is ons voorgegaan. We zullen hem node moeten missen. Hij was voorzitter van 9 februari 1985, toen de VVM werd opgericht tot 1 oktober 2004 toen hij het voorzitterschap doorgaf. Al die jaren was hij de voortrekker en heeft hij vanuit de vereniging heel wat taken en opdrachten vervuld in naam van de vereniging zowel naar binnen als naar buiten toe. Op 20 april 2005 kreeg Hugo de Jonghe aansluitend bij een VVM-colloquium over actuele aangelegenheden rond de lerarenopleiding Nederlands in Antwerpen de titel van erevoorzitter voor het leven toebedeeld.

In al die jaren en ook nadien is Hugo de Jonghe een ware onderwijspersoonlijkheid geweest. Zijn verdiensten in dat verband zijn aanzienlijk. Al van in de jaren 1960 is hij actief geweest zoals Frans Daems dat treffend formuleert om “een meer effectief onderwijs van het Nederlands tot stand te brengen”.

Een ontmoeting met Hugo bij een of andere onderwijsgeoriënteerde gebeurtenis of elders liet telkens een karakteriserende indruk na. Zo getuigt gewezen lerares Jeanine Benaets bij zijn overlijden over haar ontmoeting met hem op haar leerblog: “de rijzig-slanke gestalte, de stem in ‘onvervalst’ Nederlands, de houding van gentleman met een zweem van grandeur die ontzag en bewondering afdwong, de sportief-Britse stijl van kleden. Zijn vechtersmentaliteit voor zijn taal, zijn veeleisendheid en ook wel eigenzinnigheid.”. Dat was Hugo de Jonghe en zo blijven we hem zien.

Inderdaad, Hugo de Jonghe hanteerde het Nederlands zelf op een bijna niet te evenaren grandioze wijze: vlot, buigzaam, elegant én overtuigend. Zijn onderwijs vertrok alleen al vanuit zijn voorbeeld, zijn model van taalbeheersing van het Algemeen Nederlands. Hij mocht en kon dan ook de inspanningen vragen van wie het genoegen en het nut heeft ervaren van zijn onderwijs, van zijn diepgaande inzichten in de didactische mogelijkheden en haalbaarheden in de onderwijspraxis. 

Hij is lange tijd leraar geweest, docent aan een lerarenopleiding middelbare normaalschool en docent aan
een hogeschool in Brussel die later een universitaire status verkreeg. Hij is diocesaan inspecteur geworden, later pedagogisch begeleider. Hij was lid en geruime tijd voorzitter van de leerplancommissie Nederlands van het Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs in Vlaanderen. Hij publiceerde over didactiek van het Nederlands in Didactische Documentatie, was lid van de Taakgroep Nederlands die leidde tot een permanent inhoudelijk coördinatie-orgaan voor het onderwijs Nederlands binnen de Nederlandse Taalunie, dat nu nog opereert onder de naam Platform Onderwijs Nederlands.

Naast de publicatie van een aantal leerboeken voor het onderwijs Nederlands is Hugo de Jonghe ook de auteur van de didactische handleiding Taal en Tekst: moedertaaldidactisch ontwerpen en handelen in praktische modellen, Leuven, Acco, 1974. Hij heeft die geschreven als lerarenopleider Nederlands in de eerste plaats gericht naar zijn studenten aspirant-leraren die ook het leervak Nederlands zouden onderwijzen. Uit een totaal van een 200-tal bijeen gespaarde modellen van leereenheden koos de auteur een tiental die samen een min of meer volledig beeld kunnen geven van de moedertaaldidactische praktijk in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs (p. XI). Twee basislijnen zijn in dat baanbrekend werk te onderscheiden. Nog vijf jaar voor Moedertaaldidactiek van de Leidse Werkgroep vanaf 1980 het pad effende voor communicatieve competentie huldigde De Jonghe dat principe en stuwde hij de belangstelling naar taalvaardigheidsonderwijs Nederlands met zijn vier domeinen schrijven-lezen en spreken-luisteren, die hij soms gecombineerd in tweetallen aan de orde laat komen vanuit een productieve en een interpretatieve dimensie. Centraal in zijn samenhangend didactisch schema stelde hij dan ook de tekst (T) en ook daarin was hij een voorloper. Tekst is wat in een bepaalde taalgebruikssituatie op articulatorische of manueel-motorische wijze tot stand komt of wat auditorisch of visueel ter interpretatie wordt aangeboden (p. 112-113). T-kenmerken, T-analyse en T-voorwaarden werden dan aansturende begrippen voor de ontwikkeling van de taalvaardigheid. Volgens Hugo de Jonghe was het voor de eigentijdse didactiek van het Nederlands een allereerste vereiste, dat men oogt krijgt voor de complexe realiteit van de tekst (p. 252).

Hugo reikte ook heel graag de hand aan Nederlandse collega’s. Zijn  activiteiten strekten zich uit over de landsgrens heen naar Nederland toe. Hij was medeoprichter en bestuurslid van de Stichting Het Schoolvak Nederlands waaruit de Conferenties van het Schoolvak Nederlands zijn voortgesproten die om het jaar in Nederland en in Vlaanderen plaatsgrijpen. Hij gaf er zelf weloverwogen en gewaardeerde presentaties over aspecten van de didactiek Nederlands die hem nauw aan het hart lagen.  Eén van zijn zorgenkinderen was ook het tijdschrift Spiegel, dat op hoog niveau wetenschappelijke artikels rond het onderwijs Nederlands publiceerde van 1983 tot 2000 en toen hij lid werd van de redactie heeft hij met veel inzet ernaar gestreefd om het tijdschrift meer toegankelijk te maken voor het ruimere veld van de didactici Nederlands in Nederland en in Vlaanderen.

Vanuit taalpolitiek oogpunt gezien was Hugo de Jonghe een vasthoudend voorstander van taalgemeenschappelijkheid van Vlaanderen en Nederland. Vanuit vakdidactisch perspectief was hij volgens Frans Daems een verdediger van een taalonderwijs dat mikt op een rijke talige competentie met aandacht voor de functionele waarde en geschiktheid van verschillende taalvariëteiten – standaardtaal, dialecten en sociolecten – en dat voor alle leerlingen vanuit een sociaal-emancipatorische dimensie. Daarbij was hij een manifeste tegenstander van een verschraling van de talige competentie tot enkel tussentaal.

Hugo de Jonghe was niet alleen een rijzig man in gestalte, maar ook een man met allure, een man die door zijn persoonlijkheid ontzag en respect afdwong, een echte onderwijsbegeleider van de goede soort. Hij was ook een gastvrij man, een innemende persoon, iemand die vriendschap uitstraalde, maar ook ontvankelijk was voor genegenheid. De samenwerking met hem op het veld van de didactiek Nederlands was voor ieder die dat heeft mogen beleven een bijzonder groot genoegen. Wij blijven de herinnering aan Hugo de Jonghe koesteren als een van de onzen (een van besten) binnen dat  ruime en boeiende werkveld.


Ghislain Duchâteau



NDN-Lenteconferentie over literatuuronderwijs - vrijdag 6 maart 2015 op de Stadscampus Universiteit Antwerpen - OPVOLGING


Het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN), in samenwerking met het Centrum Nascholing Onderwijs (CNO) van de Universiteit Antwerpen organiseerde zijn conferentie rond het thema

Literaire competentie in de lerarenopleiding: leren van experts en van elkaar

Programma:

10.00

Ontvangst

10.30-12.00

Keynote door didacticus dr. Theo Witte - UGroningen

12.00-12.15

Vragen uit het publiek aan Theo Witte

12.15-13.30

Lunchpauze

13.30-14.45

Panel lerarenopleiders uit vijf Vlaamse hogescholen: Katholieke Hogeschool Vives Brugge met Sofie Dejonckheere, Karel de Grote Hogeschool Antwerpen met Bert Cruysweegs, Thomas More Mechelen met Ilse Cornelis, Hogeschool PXL Hasselt met Greta Hendrix en Hogeschool AP Antwerpen met David Caelen - moderator prof. dr. André Mottart

14.45-15.00

Vragen uit het publiek aan het panel

15.00-15.30

Reflectie op de conferentie door dr. Theo Witte

16.00

Borrel - netwerken

Uitgangspunten:

De doelgroep omvat de lerarenopleiders Nederlands (in de eerste plaats aan de bacheloropleidingen van de hogescholen).

In de keynote kunnen worden behandeld:

- Wat verstaan we onder literaire competenties?
- Wat houdt de competentiematrix in, hoe was de receptie, legitimering (verbinden aan eindtermen), welke aanpassingen zijn er geweest?
- Hoe gebruiken lerarenopleiders de matrix in hun opleiding?
- Wat zijn de instroomcompetenties?
- Wat zijn de uitstroomcompetenties?
- Werken we met een canon?
- Mogelijkheden en beperkingen van aansluiten bij leefwereld
- Hoe evalueren we literaire competentie?

De vragen die verder in de conferentie aan de orde kunnen komen:

- Wat moeten de leraren secundair onderwijs aan hun leerlingen leren?
- Wat is de reële situatie in het secundair onderwijs?
- Wat doe ik als lerarenopleider, is dat oké?
- Wat moet ik kennen als expert?
- Welke didactische middelen zet ik in?
- Welke attitude streven we na, sensibiliserende rol?

De mogelijke vragen die in het panelgesprek behandeld kunnen worden:

- Hoe is de instroom van de studenten? Welke zijn de ontwikkelpunten bij binnenkomst?
- Welke  inhoud, didactiek stel je aan de orde in jouw hogeschool?
- Hoe wordt literaire competentie geëvalueerd?
- Hoe worden leraren in opleiding voorbereid op lesgeven in literatuur?
- Welke top vijf van tips heb je voor literatuuronderwijs?
- Hoe is de leerlijn over de drie graden?
- Eventueel kun je nog ingaan op concepten als tekstervarend, genietend, bestuderend, tekst- beoordelend … etc. lezen?
- Gaan eindtermen ver genoeg?
- Werken jullie met de matrix? Vindt die aanpak in jullie onderwijs gehoor?

Dagvoorzitter was Carl Brüsewitz, lid van het NDN-bestuuur.


Voor de verdere OPVOLGING van de conferentie verwijzen we graag naar de pagina NDN-activiteiten van de NDN-website.

U vindt er

- een representatieve fotoreportage van de conferentie

- achtergrondlectuur bij en opvolging van de conferentie met
* Literaire competentie verwerven
* Zes literaire competentieprofielen voor de Tweede Fase1
* de uitgebreide handreiking voor de conferentie van Theo Witte
* de powerpointpresentatie van Theo Witte
* Tekstervaring en tekstbestudering bij de leerlingen De visie op literatuuronderwijs van André Mottart, didacticus Nederlands in de Vakgroep Onderwijskunde UGent

Klik op NDN-Activiteiten Literatuurconferentie 2015

Daarbij vermelden wij graag het artikel in Levende Talen Magazine jg. 102 -
april 2015 pp. 4-8 'Literatuursites koppelen jonge lezers aan geschikte boeken'.

'Lezen voor de lijst' is een begrip geworden onder taaldocenten. De site van vakdidacticus Theo Witte legt de link tussen leerlingen en literatuur die zij het beste kunnen lezen. Dat gebeurt door romans en lezers in te delen in niveaus.

Sinds september 2014 is ook 'Leesadviezen' van Joop Dirksen in de lucht ...

Hoe werken de sites in de praktijk? En waarom slaan de vakbroeders de handen niet ineen? Dat kunt u lezen in het recente artikel in LTM.


 
Omhoog ^

SLO – VAKPORTAAL NEDERLANDS

Alles over mijn vak

 

Eén overzichtelijke website waarop leraren en schoolleiders eenvoudig allerlei actuele, relevante en interessante inhoudelijke informatie over een bepaald vak of leergebied vinden, dat is de gedachte achter de vakportalen die SLO ontwikkelt.  
In totaal worden er negen vakportalen ontwikkeld, de meeste voor een cluster van vakken. We onderscheiden: Nederlands, moderne vreemde talen, natuur & techniek, mens & maatschappij, rekenen/wiskunde, kunst & cultuur, bewegingsonderwijs & sport, beroepsgerichte vakken en klassieke talen.

We vestigen de aandacht op het vakportaal Nederlands.

Zo stelt het vakportaal zich voor

‘De inhoud van uw vak doet er toe. Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het vakgebied Nederlands, dan bent u hier aan het goede adres. U vindt op deze site informatie over leerplankundige ontwikkelingen voor met name primair en voortgezet onderwijs en krijgt zicht op de relevantie van deze ontwikkelingen. Publicaties, websites, onderzoeken, nieuws en aankondigingen zijn op deze website snel en makkelijk toegankelijk.’

http://nederlands.slo.nl



Een bijzonder actueel, boeiend en rijk artikel over het Afrikaans
- Willy Martin

 

In het tijdschrift Ambrozijn jaargang 32 nr. 4 2014-2015 publiceert em. prof. Willy Martin het artikel “De status van het Afrikaans in Zuid-Afrika en in de Nederlandssprekende landen” (pp. 5-41). De auteur heeft er werk van gemaakt om tegemoet te komen aan het verzoek van de redactie van het tijdschrift Ambrozijn. De actuele situatie van het Afrikaans in Zuid-Afrika wordt via een enquête en aanvullende literatuur nauwgezet en uitvoerig toegelicht in een vlot leesbare tekst waarin door een ‘amalgamatie’ de dialoog van de auteur met zijn respondenten in het Nederlands en in het Afrikaans in het artikel wordt weergegeven.


Voor een aantal lezers moet het toch duidelijk zijn dat met Afrikaans bedoeld wordt de taal van Afrikaansspekenden in Zuid-Afrika waar met Zuid-Afrikaans het geheel van de talen in het zuidelijk deel van Afrika wordt bedoeld daarbij inbegrepen de zwarte Afrika-talen in Zuid-Afrika zelf. Tot die laatste behoren o.m. Zoeloe, Xhosa en Noord-Sotho of Sepedi.

De enquête omvatte tien deelvragen voor het algemene thema rond de ‘status’ van het Afrikaans. Zij werd in vragenlijsten voorgelegd aan een select gezelschap van ter zake deskundige informanten die zich opvallend hebben ingespannen  om de vragenlijst zo adequaat mogelijk te beantwoorden. Dat krijgt dan ook een weerspiegeling in de meestal gecursiveerde citaten in de tekst van het artikel uit de uitspraken van de 22 weerhouden lijsten. Bij de informanten waren er 14 moedertaalsprekers Afrikaans, 5 moedertaalsprekers Nederlands en telkens 1 moedertaalspreker voor het Engels, het Sepedi en het Tsonga. In de bijlage 2 pp.40-41 zit de lijst van de informanten met hun functie.

Bijlage 1 bevat de 10 vragen in het Nederlands en het Engels. In de tekst van het artikel worden ze stuk voor stuk behandeld met de representatieve respons daarop en met de eigen kijk van de auteur op het antwoord op de gestelde vraag. Om een idee te geven van wat dit uitzonderlijk artikel over de status van het Afrikaans te bieden heeft sommen we hier de vragen op.

  • Is het einde van die taal in zicht? En, zo ja, waarom?, zo neen, waarom  niet?
  • Zijn er volgens u belangrijke argumenten om het voortbestaan van die taal te handhaven?
  • Hoe ziet u de verdere evolutie van die taal en van de andere ambtelijke talen in Zuid-Afrika?
  • Speelt de Overheid hierbij een (gepaste/ongepaste) rol?
  • Wordt het Afrikaans nog steeds aangezien voor de taal van de verdrukker (uit het verleden)/apartheid, een ‘besmette’ taal die je niet ‘ongestraft’ kunt spreken?
  • Overstijgt de literatuur uit die taal de politieke gebondenheid ervan? – en kan, los daarvan, het Afrikaans echt genoten worden door élke Zuid-Afrikaan?
  • Wordt die taal nog doorgegeven (thuis), onderwezen (op school), bestudeerd (aan de universiteit)?
  • Is er in het Afrikaans plaats voor variatie, en , met name, plaats voor het Kaaps-Afrikaans, het Griekwa-Afrikaans en het Afrikaans dat in Namakwaland gesproken wordt?
  • Zijn er factoren die de status van het Afrikaans positief/negatief beïnvloeden? Speelt de verwantschap tussen het Nederlands en het Afrikaans een rol hierbij?
  • Hoe percipiëren Nederlandstaligen het Afrikaans, en, omgekeerd, hoe percipiëren Afrikaanstaligen het Nederlands?
  • Andere commentaar.

De vragenbeantwoording in het algemeen geeft een verdiepte en gecorrigeerde kijk op de huidige situatie van het Afrikaans in Zuid-Afrika ook deels in Namibië. Het kan ook de belangstelling en de sympathie die wij veelal hebben voor de taalsituatie in Zuid-Afrika bevestigen en verstevigen.

Prof. Willy Martin is beslist niet aan zijn proefstuk toe. Hij is ook de hoofdredacteur van het unieke tweetalige Prisma Groot Woordenboek Afrikaans en Nederlands (ANNA), dat in 2011 bij Uitgeverij Unieboek / Het Spectrum bv. Houten-Antwerpen werd uitgegeven en waarvoor hij een eigen amalgamatiemodel heeft ontwikkeld.

Ambrozijn is een driemaandelijks artistiek tijdschrift uitgegeven door de culturele kring Ambrozijn, vzw. Het redactiebureau is gevestigd Sint-Jacobsstraat 75 – B-8900 Ieper. Het websiteadres is www.ambrozijn-vzw.be. Contact is mogelijk op tel. 00 32 (0)57 20 97 71 of info@ambrozijn-vzw.be .

Het tijdschriftnummer met het artikel is ook ruim verkrijgbaar bij de auteur zelf w.j.r.martin@vu.nl

Het ‘Tydskrif vir Nederlands & Afrikaans’ heeft zich bereid verklaard het artikel (lichtjes aangepast) te publiceren. Zo kan het ook een Afrikaanssprekend publiek bereiken.

Warm aanbevolen

Ghislain Duchâteau 


Opbrengstgericht onderwijs Nederlands


 

In Levende Talen Magazine (LTM) jg. 102 | 2 maart 2015 valt meteen het artikel op ‘Rekening houden met verschillen bij het vak Nederlands – Praktijkervaringen met opbrengstgericht werken’ pp. 24-27 van Floor Maters en Tiddo Ekens. Het verslag uit de praktijk komt voort uit het SLO-project Opbrengstgericht maatwerk waarbij SLO en het Twickel College samenwerken. Het Twickel College heeft locaties in Hengelo, Borne en Delden. Zie hier

De belangrijkste onderdelen van opbrengstgericht werken zijn de analyse van leerlinggegevens en het bieden van differentiatie in de klas. In het pilootproject wordt geen keuze gemaakt voor individueel maatwerk. Wel worden een aantal werkwijzen voor differentiatie in de lessen als laagdrempelig en succesvol ervaren. Het zijn er een negental. Ze worden ingezet in de context van opbrengstgericht werken.

Het artikel eindigt met de ervaringen binnen dat project. Zo wordt geconcludeerd dat:
- als per les duidelijke, concrete doelen worden geformuleerd de keuze van leerstof en werkvormen gerichter plaats vindt
- doordat er meer inzicht is in verschillen tussen leerlingen, de leerstof en de didactiek gerichter op de onderwijsbehoefte van de leerlingen kan worden afgestemd
- de docenten de aanpak organisatorisch uitvoerbaar vinden
- ze een scherper beeld van de taalniveaus in de klas hebben
- de leerlingen positief reageren op het werken in verschillende niveaus in de klas
- betere leerlingen aangeven dat ze zich minder vervelen
- zwakkere leerlingen aangeven beter te kunnen aanhaken bij de rest van de klas.

In een kadertje op p. 27 geven de auteurs zeven tips voor opbrengstgericht werken en differentiatie bij Nederlands. Ze beschrijven kort de aanpak van het Twickel College i.s.m. SLO

  1. Kies de vakonderdelen waarvoor differentiatie het meest noodzakelijk en gewenst is. Op welke vakgebieden zijn de verschillen tussen leerlingen in één klas het grootst?
  2. Analyseer en interpreteer in ieder geval twee keer per jaar de verschillen tussen leerlingen op basis van toetsen. Doe dat in pakweg drie minuten per groep en deel de leerlingen in drie subgroepen in: zwak, gemiddeld en sterk
  3. Sla op basis van de doelen voor het vak Nederlands leerstof of opdrachten over en voeg andere leerstof of opdrachten op maat toe
  4. Differentieer in verwerking door opdrachten op verschillende niveaus voor verschillende subgroepen aan te bieden. Zowel huidige lesmethodes (inclusief extra werkboeken en digitaal oefenmateriaal) als aanvullende leermiddelen bieden die mogelijkheid. Doe eerst ervaring op met twee subgroepen. Het differentiëren in drie of meer subgroepen vergt aanzienlijk meer voorbereiding en organisatie.
  5. Differentieer in instructie door de mogelijkheid van een verlengde instructie of voorinstructie aan te bieden
  6. Varieer in werkvormen die differentiatie mogelijk maken zoals individuele begeleiding, modelling, check-in-duo’s en denken-delen-uitwisselen. Die werkvormen stellen de docent bovendien in staat om de leerlingen te observeren en preciezer de verschillende niveaus vast te stellen
  7. Bespreek de leerstofkeuzes en de lesorganisatie periodiek met de vakcollega’s. Stem waar nodig de aanpak onderling af en pas die aan als dat nodig is op basis van de toetsresultaten.
Leerlingen aan het werk

Handige achtergrondinformatie en beproefde instrumenten voor het vak Nederlands vinden docenten op de website http://opbrengstgerichtmaatwerk.slo.nl/vakken/nederlands/
ook op de sectie Bint van de NDN-website pagina Vaardigheden http://www.netdidned.be/bint_vaardigheden.htm
l


 
 

De huidige kennis- en informatiemaatschappij vraagt om een BREED TAALBELEID. Daarbij zijn kritisch, probleemoplossend en creatief denken cruciale competenties, naast omgaan met een enorme informatiestroom en kunnen samenwerken met anderen.

Docenten kunnen voor deze 21ST CENTURY SKILLS een waaier van digitale hulpmiddelen aanwenden. Maar welke vormen van digitale ondersteuning hebben effect op de talige competenties van je studenten en wat zijn de beperkingen ervan? Hoe kunnen die hulpmiddelen geïmplementeerd worden in het taalbeleid van je instelling of opleiding? Kan digitalisering van het onderwijs bijdragen om een DRAAGVLAK VOOR TAALBELEID te creëren? Hoe kan DIGITALISERING van het onderwijs TAALONDERSTEUNING bieden aan studenten?

Op dinsdag 19 mei 2015 buigt de zevende editie van het FORUM TAALBELEID EN
TAALONDERSTEUNING
zich in Gent over deze vragen tijdens LEZINGEN, POSTERPRESENTATIES EN PANELDISCUSSIES. Het Forum brengt docenten, taalondersteuners en beleidsmedewerkers uit het hoger onderwijs samen om hun expertise en praktijkervaring met elkaar te delen. De forumdag wordt afgesloten met een DEBAT over de zin en onzin van online taaltoetsen, al dan niet als deel van een toelatings- of instroomprocedure. Gastinstellingen dit jaar zijn de UGent en Artveldehogeschool.

Website: http://www.forumtaalbeleidhogeronderwijs.be/

Meer informatie over locatie, inschrijvingen e.a. op de pagina Agenda van de NDN-website



Nieuws over Nederlandse terminologie

 

Op 30 januari 2015 organiseerde de vereniging NL-TERM en het Steunpunt Nederlandstalige Terminologie in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde in Gent een betekenisvolle bijeenkomst rond de nieuwe gereedschappen die geleidelijk aan ter beschikking komen voor wie met terminologie in aanraking komt. Die gereedschappen zijn TermTreffer, TermBeheer en TermWerk. Ze werden achtereenvolgens voorgesteld door Hennie van der Vliet, Nathalie De Sutter en Anneleen Schoen.

TermTreffer (TT)
De TermTreffer is een termextractor ontwikkeld door de firma Gridline in opdracht van de Taalunie. TermTreffer is een programma voor extractie van kernwoorden (termen) uit digitale Nederlandstalige teksten. Dit soort extractiesoftware is van belang voor vertalers, terminologen en ontwikkelaars van ICT-toepassingen. De software maakt het verzamelen en beschrijven van terminologie goedkoper en gemakkelijker. Daarnaast kan het ook informatiesystemen verbeteren: door het toekennen van trefwoorden aan teksten kunnen teksten beter en sneller teruggevonden worden in grote digitale tekstverzamelingen.
Met TermTreffer kunnen bedrijven hun gebruik van terminologie automatisch in kaart brengen. Vervolgens kunnen ze makkelijk bekijken welke moeilijke woorden overbodig zijn en welke nu eenmaal noodzakelijk zijn. Aan deze laatste kunnen vervolgens definities worden gekoppeld zodat iedereen begrijpt wat ze betekenen. Dat is niet alleen handig voor het eigen personeel, ook woordenboekmakers en vertalers kunnen veel tijd besparen met zo’n automatisch aangemaakte jargonlijst.
(Bron: http://www.kennislink.nl/publicaties/software-onderscheidt-terminologie-in-teksten

Website: http://tst-centrale.org/nl/over-de-tst-centrale/projecten/termtreffer

Bijkomende informatie: http://taalunieversum.org/taal/terminologie/tools/software.php?id=412

TermBeheerder (TB)
Dat is een andere website, waar je terminologielijsten in kunt opladen en beheren. Beheren betekent: van allerlei labels voorzien. Die labels geven informatie over de bruikbaarheid van de term: tot welk register behoort hij, tot welk vakgebied, tot welke taal enz. In tegenstelling tot de TermTreffer die specifiek voor het Nederlands is ontwikkeld, staat TermBeheerder open voor alle mogelijke talen. De terminologielijsten kunnen via TermBeheerder ook gedeeld worden, in eigen beheer blijven en geëxporteerd worden naar databanken en termbases. TermBeheerder is sinds 1 februari online in een betaversie voor een beperkt testpubliek. Vanaf 1 april zou de site beschikbaar moeten komen voor het grote publiek. Dat was op 3 april nog niet het geval.
(Bron: https://taaldenker.wordpress.com/2015/02/04/nieuwjaarsborrel-nl-term/ Miet Ooms)

TermWerker (TW)
Dat is een website waar mensen die een bepaalde terminologie beheersen en mensen die die kennis zoeken elkaar kunnen vinden. Het is een soort Marktplaats voor terminologen. De website is gegroeid vanuit een behoefte die werd aangevoeld door de ontwikkelaars van TermTreffer en TermBeheerder om de mensen met een bepaalde vakkennis samen te brengen met de mensen die op zoek zijn naar die specifieke vakkennis Er is echter nog geen controlemechanisme in de site ingebouwd. Ook deze website is begin april nog niet bereikbaar op het internet.
(Bron: https://taaldenker.wordpress.com/2015/02/04/nieuwjaarsborrel-nl-term/ Miet Ooms)

Cahier Nadenken over terminologie. Zeven opstellen over terminologiebeleid – Willy Martin

Het cahier is uitgegeven bij Academia Press in Gent in 2015, omvat 87 bladzijden en kost 15 euro



Op het einde van de bijeenkomst presenteerde de vereniging NL-Term haar cahier NL-Term Cahiers -2
onder redactie van Els Ruijsendaal en Cornelia Wermuth met de verzameling van de zeven teksten over terminologie en vaktaal van Willy Martin. Hij behandelt daarin de theoretische achtergrond van terminologie, de verhouding van vaktaal tot algemene taal, de spreiding van vaktaal én het beleid daarin, nationaal en internationaal. Het cahier werd de bezoekers aangeboden.  Dat geeft de gelegenheid om er ruim in te grasduinen. Vijf van de zeven zijn lezingen gehouden tussen 2007 en 2014.

Aan de orde komen achtereenvolgens:
1. Terminologie? Nl-Term en Vertalen
2. Het Nederlands als vaktaal
3. Waar moet dat naartoe.
4. Is there anything we can do?
5. Terminologie in de Lage Landen: de stand van zaken
6. Vijf jaar TiNT: terug- en vooruitblik
7. Epiloog.


Nummer 5 ‘Terminologie in de Lage Landen : een stand-van-zaken’ werd gepubliceerd in Neerlandia/Nederlands van Nu, het tijdschrift van het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV), jaargang 116 (2012), nr. 4, pp. 34-37. Het is digitaal bereikbaar: http://www.nlterm.org/pages/26 .

De redactie van het cahier besluit haar Woord vooraf met de volgende uitspraak:
“Deze verzamelde artikelen tonen het grote belang van een goed terminologiebeleid aan. Ook in ons taalgebied moet de terminologie kunnen meegroeien met de ontwikkelingen in onderwijs en wetenschap, en in de kennisoverdracht haar centrale rol kunnen blijven spelen.”



MeerTaal – Tijdschrift over de taalontwikkeling van kinderen in het onderwijs tot 12 jaar

 

Taal speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van kinderen. Daarom is taal ook belangrijk in de voorschool en het basisonderwijs. 'Taal' als apart vak maar zeker ook de taal in alle andere vakken van het basisonderwijs.

MeerTaal wil al deze talige activiteiten ondersteunen met achtergronden en praktijkverhalen. MeerTaal is een onafhankelijk tijdschrift dat pendelt tussen theorie en praktijk. Hierdoor is het blad zowel van belang voor leraren en taalcoördinatoren in het basisonderwijs, als voor aanstaande leraren en lerarenopleiders.
MeerTaal biedt in elk nummer verdieping, meningsvorming, praktische voorbeelden en ervaringen. De beschrijving van inzichten uit recent onderzoek, opiniërende stukken rondom actuele kwesties in het taalonderwijs, de prikkelende praktijkvoorbeelden, concrete lessuggesties en leesbare columns, maken MeerTaal tot verplichte kost voor ieder die zich bezighoudt met taalonderwijs in de leeftijdsgroep tot 12 jaar en zich daarin wil ontwikkelen.

MeerTaal laat zien hoeveel meer er mogelijk is om leerlingen enthousiast en nieuwsgierig te laten omgaan met taal. Onderzoekers en inspirerende praktijken laten de lezers steeds weer zien dat het stimuleren en faciliteren van taalontwikkeling meer kan zijn dan het volgen van een taalmethode. Het waarom, het hoe en het wat daarvan treft u in elk nummer van MeerTaal.

MeerTaal: daarover schrijft het blad en dat is ook het doel van deze uitgave: meer aandacht voor en plezier in de rijke mogelijkheden van de taal.

De website: http://www.meertaal.vangorcum.nl/www/meertaal/

Zie ook de pagina Publicaties van de NDN-website



Omhoog ^

Vaart met taalvaardigheid – Nederlands in het hoger onderwijs  Adviesrapport Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren - NTU

 

 

De tekst is van betekenis voor de taalvaardigheid in onze hogere onderwijsinstellingen zowel voor de docenten als voor de studenten.

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Nederlandse Taalunie publiceert dit adviesrapport voor de bevordering van de taalbeheersing Nederlands in het hoger onderwijs.

Neem ruim kennis van de inhoud van de aanbevelingstekst.

“Kritisch denken, problemen oplossen en creativiteit zijn cruciale competenties voor de 21ste eeuw. De samenleving mag verwachten dat gediplomeerden uit het hoger onderwijs deze competenties tot een zeer hoog niveau hebben ontwikkeld. Studenten mogen ervan uitgaan dat zij aan het eind van hun opleiding op dat niveau zijn.
De vraag is of dit inderdaad het geval is. Voorwaarde is een uitstekende taalvaardigheid van studenten – en daarmee ook een uitstekende denkvaardigheid. Het is echter niet meer vanzelfsprekend dat studenten in het hoger onderwijs deze taalvaardigheid geheel op eigen kracht bereiken. Ze blijken veel moeite te hebben met onder meer analyseren, redeneren en schrijven. De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren adviseert de Nederlandse en Vlaamse ministers daarom met klem om de dialoog aan te gaan met hogescholen en universiteiten, en afspraken te maken over een structureel taalvaardigheidsbeleid in het hoger onderwijs.” p. 5

Deze tekst vormt de inleiding met het opzet van dit document.

Zijn de huidige inspanningen in het hoger onderwijs voldoende? Blijkbaar toch niet helemaal.

Zo stelt de tekst:

“Aandacht voor taalvaardigheid is veelal niet structureel verankerd in het beleid van de instellingen, maar ad hoc georganiseerd en afhankelijk van individuele initiatieven. Specifiek beleid voor taal is in het hoger onderwijs vooral gericht op het beginniveau (de taalvaardigheid bij de start) en nog nauwelijks op het bereiken van een hoog eindniveau.
In deze notitie brengt de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren een advies uit over taalvaardigheid in het hoger onderwijs. Het advies is bedoeld voor het Comité van Ministers van de Taalunie.” p. 6

In een apart kader stelt de tekst ook duidelijk waarop het advies zich concentreert: de taalvaardigheid in het Nederlands als standaardtaal in Nederland en Vlaanderen en als gemeenschappelijke instructietaal in de meeste onderwijsinstellingen.

Zo stelt de tekst:

“De Raad concentreert zich in dit advies op taalvaardigheid in het Nederlands als standaardtaal in Vlaanderen en Nederland en als gemeenschappelijke instructietaal in de meeste onderwijsinstellingen. Bovendien is dit de taal waarvan de meeste afgestudeerden zich in hun beroep zullen bedienen. De ontwikkeling van de taalvaardigheid in het Nederlands komt ook die in andere talen – waaronder het Engels – ten goede, en draagt bovendien bij aan de ontwikkeling van de Nederlandse vaktaal en het behoud van het Nederlands als cultuurtaal.” p. 7

Advies: zet het taalvaardigheidsonderwijs ook in het hoger onderwijs voort

Waarom? Drie argumenten voor tertiair taalvaardigheidsonderwijs

1. Taalvaardigheid is onmisbaar voor 21ste-eeuwse competenties (en dus voor de economie en de samenleving)

2. Taalvaardigheid bevordert kwaliteit, voorkomt studie-uitval, slechte werkstukken en onderbenutting

3. Taalvaardigheid in het hoger onderwijs verhoogt ook de kwaliteit in andere onderwijssectoren pp. 7-9

Hoe? Twee aanbevelingen voor een grotere taalvaardigheid

“Het is van belang dat zowel de Vlaamse als de Nederlandse overheid hierover niet-vrijblijvende afspraken maakt met de instellingen. Het Comité van Ministers heeft daarbij een belangrijke rol.” p. 10

Aanbeveling 1. Vraag van elke instelling een taalbeleid dat is toegespitst op de eigen opleidingen/studiegebieden

“Zorg ervoor dat elke instelling een expliciet en beargumenteerd taalbeleid ontwikkelt én implementeert, bestaande uit een visie en duidelijke doelstellingen voor het te bereiken eindniveau van academische taalvaardigheid. Neem dit op in de komende Strategische Agenda Hoger Onderwijs (Nederland) en de concretisering van de Beleidsnota 2014-2019 Onderwijs (Vlaanderen).” p. 10

Aanbeveling 2. Organiseer kennismanagement

Wat wordt hiermee bedoeld?

“Voor de implementatie van het beoogde taalbeleid zijn onderwijsmaterialen nodig voor het hoger onderwijs, zoals lesmethoden, (digitaal) cursusmateriaal en toetsvoorbeelden. Hogescholen en universiteiten hebben al veel op hun bord.
Ze willen materialen efficiënt en effectief kunnen inpassen in het curriculum. Daarom is het van belang een gemeenschappelijke, internationaal georiënteerde kennisbasis te ontwikkelen over taalontwikkeling op tertiair niveau met voorbeelden van leerzame praktijken uit binnen- en buitenland.” p. 11

Dan worden drie functionerende praktijkvoorbeelden aangebracht die ertoe doen

Voorbeeld 1: beroepsgerichte aanpak aan de Hogeschool van Amsterdam

Voorbeeld 2: cursus Analyseren en redeneren aan de Universiteit Utrecht als onderdeel van de Academische lerarenopleiding primair onderwijs van de Universiteit Utrecht

Voorbeeld 3: integraal taalbeleid aan Odisee (An De Moor)
“De hogeronderwijsinstelling Odisee in Vlaanderen verstaat onder taalbeleid de permanente, systematische en strategische aandacht voor taal en taalontwikkeling in de dagelijkse onderwijspraktijk.” Die vorm van taalbeleid wordt gevat in de benaming Taalontwikkelend lesgeven.  p.13

Het adviesrapport omvat een opdracht voor het beleid en de toepassing van de aanbevelingen is de taak van de hogere onderwijsinstellingen. Op wat langere termijn kan vanuit deze aanzet de taalbeheersing van de studenten in het hoger onderwijs tijdens de studieduur worden verhoogd en opgevoerd tot het bereiken van een aanzienlijk eindniveau. Als die doelstelling consequent wordt nagestreefd en in hoge mate wordt bereikt, dan moet een groter studierendement worden bereikt tijdens de duur van de studies, maar zullen de afgestudeerden ook het nut ervaren van de verworven taalbeheersing in hun beroep en in hun intellectueel leven.

De hele tekst is HIER digitaal bereikbaar.

De Taalunie stelt het adviesrapport in gedrukte vorm ook ter beschikking van wie het aanvraagt via het aanvraagformulier .


Terugblik op de VELOV-conferentie 2015 – Lerarenopleiders maakten de brug! –
Hogeschool PXL Hasselt – 26 februari 2015

 

‘Tevreden blikken we terug op de VELOV-Conferentie 2015 - van donderdag 26 februari 2015 in de Hogeschool PXL in Hasselt.

Het was hartverwarmend te zien hoe meer dan 300 lerarenopleiders van CVO's, universiteiten en hogescholen kennis deelden, samen in dialoog gingen, elkaar inspireerden, ... Dit kon alleen maar dankzij jullie kwalitatieve bijdragen en "goesting"  om  te professionaliseren
(cfr.  Vansteenkistes keynote).  Onze dank hiervoor!

Jullie kunnen de presentaties terug vinden op de website http://www.velov.eu  onder VELOV-conferentie.’

Zo dankte conferentievoorzitter Inge Placklé de medewerkers aan de conferentie.

Interactie publiek-sprekers

De keynote kunt u raadplegen onder
Moetivatie of motivatie? De lerarenopleider en directie als motiverende coach

Zelf woonden wij drie presentaties bij, waarover wij kort verslag uitbrengen op de pagina NDN-activiteiten van onze website:

1-4.1 Actie-onderzoek en leesattitude van leraren in opleiding 
Iris Vansteelandt, Ingeborg Landuyt en Magda Mommaerts– AP Hogeschool

1-4.2 Talensensibilisering bij kleuters 
Ellen Vandewalle – Thomas More

3-35.1 Tablets in de les PAV 
Hanne Rosius – PXL-Education

Klik op TERUGBLIK VELOV-CONFERENTIE 2015



Taalgericht de vakken in!
Achtergronden bij dertien lessenseries

Auteurs Maaike Hajer, Elsbeth van der Laan, Theun Meestringa
In opdracht Ministerie van OCW

Stichting leerplanontwikkeling (SLO), Enschede, 2010


 
Taalgericht vakonderwijs en de rol van het vak Nederlands

Afgezien van de lessenserie over Lucebert voor ckv, waarin ook poëzie aan de orde komt, richten de series zich op docenten van andere vakken dan Nederlands.

Dit roept de vraag op hoe dit materiaal zich verhoudt tot wat er in het vak Nederlands geleerd wordt.
Bij taalonderwijs (Nederlands, of een andere taal) gaat het om kennis over taal en het leren lezen (zakelijke teksten, literatuur en fictie), schrijven, spreken, luisteren en gesprekken voeren. Met andere woorden, om het leren gebruiken van die taal in verschillende mondelinge en schriftelijke tekstsoorten of genres: een brief leren schrijven, een haiku of sonnet leren lezen, een discussie leren voeren, enzovoort. Daarbij leer je naar taal kijken en over taal praten en schrijven met gebruik van het jargon dat daarbij hoort: de kennis over taal in begrippen van sonnet en bijvoeglijk naamwoord tot woordraadstrategie, pleonasme en meertaligheid.

De ervaringen in Taalgericht de Vakken in! geven aan dat het van belang is dat het onderwijs Nederlands leerlingen oog laat krijgen voor verschillende registers, voor het feit dat er in verschillende situaties verschillende eisen aan het taalgebruik gesteld worden. Een brief aan een vriendin ziet er bijvoorbeeld anders uit dan een klachtenbrief aan een gemeente of een memo aan een collega. Dit oog krijgen voor registers begint bij het onderscheid tussen beleefd en onbeleefd, formeel en informeel en komt uit bij verschillen tussen standaardtaal en dialect, tussen straattaal, jongerentaal, schooltaal en vaktalen. Dit maakt onderdeel uit van het schoolvak Nederlands. Bij taalonderwijs hoef je niet te leren alle registers te beheersen, de klemtoon ligt er op de beheersing van de standaardtaal, maar je kunt wel over de verschillen leren, over het belang ervan en daarmee leren omgaan. Op zo'n stevige basis kan in de andere vakken dan verder gebouwd worden. (pp. 21-22)

En wat biedt het pdf-document dan voor die andere vakken dan Nederlands?

Ze zijn er al jaren: didactische ideeën voor taalontwikkeling in de vakles. Maar hoe ziet een taalgerichte lessenserie er nu uit? Werkt de taalgerichte vakdidactiek en zijn de doelen realistisch?
Deze vragen van leraren (in opleiding) kunnen we nu beantwoorden vanuit het samenwerkingsproject 'Taalgericht de vakken in!' waarin dertien taalgerichte lessenseries voor het voortgezet onderwijs zijn uitgewerkt. Een idee kun je omzetten in werkelijkheid door er een prototype van te maken. In dit geval: concrete lesmaterialen die laten zien hoe de integratie van taaldidactiek in een vak eruit kan zien. Materialen die bovendien getest zijn op hanteerbaarheid, uitvoerbaarheid en effect voor
verschillende vakken en onderwijsfasen. …

Het project Taalgericht de vakken in! van het Platform Taalgericht Vakonderwijs waarbinnen de prototypes ontwikkeld zijn, had drie doelen.
• Materialen ontwikkelen en beproeven waarmee docenten goed vakonderwijs kunnen verzorgen in
klassen waarin de taalvaardigheid sterk varieert.
• Gericht vak- en taalexperts in onderwijsland betrekken bij de uitwerking van een vakspecifieke, taalontwikkelende didactiek.
• Meer zicht krijgen op de vakspecifieke aspecten van het gebruik van vaktalen in het voortgezet onderwijs.

De lessenseries

Biologie
• Kwalen aan de bloedsomloop. 2 lessen, klas 2 vo
• Gedrag van dieren, 7 lessen, klas 3 of 4 vmbo kb en gt
• Gezonde voeding, 5 lessen, 2 havo

Economie
• Inkoop- en verkoopproces, 6 lessen, klas 3 of 4 vmbo kb en gt
• De beleggingsclub, 7 lessen, 3 havo/vwo

Geschiedenis
• Verspreiding van christendom en islam, 5 lessen, Klas 1 vmbo
• Constantinopel 1453. Multiperspectiviteit bij geschiedenis, 4 lessen, 4 havo, 3 of 4 vwo
• Rondom Vijftigers en Lucebert, 5 lessen, tweede fase havo/vwo

Rekenen/wiskunde
• Grafieken en verhalen, 4 lessen, brugklas vo
• Statistiek?, 6 lessen, 3, 4 vmbo kb en gt
• Is dit toeval? (over hypothesetoetsen), 4 à 5 lessen, 5/6 vwo

Techniek
• Een houdertje ontwerpen, 5 à 6 lessen, klas 2 vmbo, havo, vwo

Zorg
• Lastige boodschappen vertellen, 2 lessen van 3 uur, 3 of 4 vmbo

Verken en consulteer het pdf-document: Taalgericht-de-vakken-in_WEB.pdf




Colloquium Neerlandicum IVN –
Leiden 17 t/m 21 augustus 2015

Hyperdiverse neerlandistiek


 

In de afgelopen decennia is de internationale neerlandistiek uitgegroeid tot een dynamische, veelzijdige gemeenschap onderzoekers, docenten en vertalers. Het driejaarlijks colloquium neerlandicum is voor onze leden dé gelegenheid om resultaten, ideeën, ervaringen en 'best practices' uit te wisselen. Daarnaast biedt het colloquium bij uitstek de mogelijkheid om het netwerk van de internationale neerlandistiek te verstevigen en uit te breiden. In 2015 zullen we naar verwachting wederom met zo'n 300 docenten en onderzoekers bij elkaar zijn. Dit keer ontmoeten we elkaar van 17 t/m 21 augustus 2015 in Leiden, waar we gastvrij onthaald worden door de Universiteit Leiden.

Het thema van het colloquium is Hyperdiverse neerlandistiek. We willen op dit colloquium onderzoeken, bediscussiëren en in kaart brengen wat ons samenbindt en wat ons onderscheidt in de aanpassingen die we op specifieke locaties maken in ons onderzoek, in ons onderwijs en in onze vertaalpraktijk. Het begrip ‘hyperdiversiteit’ voegt aan deze verkenning een dimensie toe: met dit begrip wordt uitgedrukt dat vele talen en culturen niet alleen naast elkaar, maar ook door en met elkaar bestaan.

In een hyperdiverse constellatie is het begrip ‘norm’ relatief. Het wijst op het ontstaan van steeds nieuwe vormen die zich op verschillende manieren tot elkaar en tot de geschiedenis van de Nederlandse taal en cultuur verhouden. Die dimensie speelt in de internationale maar ook nationale contexten een rol.

Op het colloquium willen we recente en historische veranderingen in de culturele en talige samenstelling van de Nederlandse en Vlaamse samenlevingen ter discussie stellen. Er ontstaat in Nederland en Vlaanderen de laatste decennia een situatie waar men in bijvoorbeeld Suriname al veel langer vertrouwd mee is: de Nederlandse taal en cultuur bestaan in een meertalige en meerculturele context. Tot welke verschuivingen en onderlinge verhoudingen leidt dat? En wat is het effect van deze verscheidenheid en fluïditeit op de neerlandistiek in nationale en vooral internationale context?

In ruim 40 landen buiten Vlaanderen en Nederland wordt nu Nederlandse taal en cultuur onderwezen aan zo'n 15.000 studenten. Vanuit al die andere werelden komen wij van 17 tot en met 21 augustus 2015 in Leiden bij elkaar om bruggen te slaan vanuit de eigen wereld op basis van ons onderwijs en onderzoek in literatuur, taal en cultuur. De ideeën, de dialoog, de discussie en het debat dat in deze veelheid ontstaat, maakt de internationale neerlandistiek tot een dynamisch en spannend hyperdivers gebied.

De lezingen, themabijeenkomsten en posters van het Negentiende Colloquium Neerlandicum kunnen vallen in de aandachtsgebieden: taalkunde, taalbeheersing, letterkunde, vreemde taalverwerving, cultuur, didactiek, interculturele communicatie en vertalen. Alle niet-plenaire programmaonderdelen zullen parallel aan elkaar in thematische stromen plaatsvinden. Gedurende het colloquium willen we ook nadenken en van gedachten wisselen over de toekomst van de IVN en de internationale neerlandistiek.

De organisatie van het colloquium wordt mede mogelijk gemaakt door aanzienlijke financiële steun van de Nederlandse Taalunie. 

Verloop

Plaats van handeling van het colloquium is deze keer de Universiteit Leiden. De opening van het colloquium vindt plaats in het mooie Academiegebouw, het oudste gebouw van deze universiteit, waar ook het Academisch Historisch Museum gevestigd is. Wij gaan op de openingsdag, maandag 17 augustus, direct van start met twee bijzondere plenaire lezingen over kunst en cultuur. Emile Gordenker, directeur van het Mauritshuis, zal ons een beeld schetsen van de wereldwijde invloed van de kunst in de Lage Landen. Daarna zal de bekende en succesvolle schrijver Frank Westerman zijn licht laten schijnen over de oorsprong van verhalen, over o.a. de geboorte van het fabeldier. Aan het eind van de dag volgt er een ontvangst op het stadhuis, waar we toegesproken zullen worden door vertegenwoordigers van het College van bestuur van de Universiteit en van het College van Burgemeester en Wethouders.

In de vier hierop volgende dagen (dinsdag 18 t/m vrijdag 21 augustus) is het programma als vanouds opgedeeld in een vijftal stromingen: taalkunde, letterkunde, cultuur, didactiek en vertalen. Met daarnaast nog tal van activiteiten waarover in de komende maanden nog mededelingen volgen. Op de vrijdag is er nog een plenaire bijeenkomst met de Nederlandse Taalunie. En na een afsluitende ledenvergadering met de installatie van een deels vernieuwd bestuur, volgt dan net als voorafgaande keren een slotfeest waarop wij kunnen uitrusten van alle indrukken en nieuwe afspraken kunnen maken voor de nabije toekomst.

U kunt zich inschrijven via het online systeem voor dit 19e Colloquium Neerlandicum.

Publicatie

De Colloquiumorganisatie wil graag bevorderen dat op basis van de colloquiumbijdragen wetenschappelijke artikelen geschreven worden voor het tijdschrift van de IVN: Internationale Neerlandistiek (IN). We vragen degenen die publicatie voor ogen hebben dat in het abstract aan te geven, zodat de colloquiumcommissie de redactie van IN om aanbevelingen en suggesties kan vragen. Tijdens het colloquium is er ruimte ingelast voor overleg of workshops.
Het bestuur hoopt dat dit initiatief een extra impuls vormt voor de neerlandistiek zoals die bloeit aan de ruim 260 universiteiten over de hele wereld, en aan de neerlandistiek in de ruimste zin van het woord. Het bestuur wacht uw bijdrage met grote nieuwsgierigheid af! In een volgende aankondiging volgt meer informatie. 

Namens het bestuur, Jan Renkema, voorzitter

Internationale Vereniging voor Neerlandistiek p/a Universiteit Tilburg, kamer D257 Postbus 90153 5000 LE Tilburg Nederland bureau@ivnnl.com - www.ivnnl.com

http://www.ivnnl.com/colloquium-19/index


Omhoog ^


Zweedse dichter Tomas Tranströmer, Nobelprijswinner literatuur, overleden

 

 

°Stockholm 15 april 1931 -
+Stockholm 26 maart 2015

In de krant van 28-29 maart 2015 stond het berichtje van het overlijden van Tomas Tranströmer. Op donderdag 6 oktober 2011 reikte de Zweedse koning in Stockholm aan de dichter de nobelprijs plechtig uit. Hij zat toen al in een rolstoel en kon door zijn beroerte in 1990 niet meer goed spreken. De motivering voor de toekenning van de prijs luidde als volgt “Door middel van zijn doorschijnende beelden geeft hij ons een nieuwe toegang tot de werkelijkheid”. Het gebeurt niet vaak dat het dichterschap van een literator wordt bekroond met de grootste literaire onderscheiding. De Poolse dichteres Wisława Szymborska kreeg de prijs in 1996. Zij overleed op 1 februari 2012 op 88-jarige leeftijd. Tranströmer was in zijn 83ste toen hij op donderdag 26 maart 2015 overleed.

Tranströmer stamt uit een Zweedse journalistenfamilie. Hij studeerde af als psycholoog en werkte lange tijd in dat beroep. Hij maakte zijn debuut als schrijver in 1954. Hij is de meest gevierde dichter van Zweden. Zijn dichtwerk is in meer dan 60 talen uitgebracht en werd in het Nederlands vertaald door schrijver H. Bernlef. De herinneringen zien mij VERZAMELDE GEDICHTEN / MEMOIRES Vertaling en nawoord Bernlef in een uitgave van 2011 van De Bezige Bij. Diezelfde uitgeverij gaf in de jaren ’80 en ’90 een aantal bundels uit van Tranströmer.

Op de actualiteitspagina van de NDN-website stellen we Tranströmer aan de hand van koppelingen naar betekenisvolle digitale documenten nog wat meer en beter voor als een uitzonderlijk en merkwaardig dichter en als persoonlijkheid.
  

Omhoog ^


Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek

http://www.nro.nl/

Ik wil subsidie voor onderwijsonderzoek…
Ik wil mijn kennis delen…
Ik zoek kennis voor het onderwijs…


 

Met onderzoek onderwijs vernieuwen

Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) werkt aan verbetering en vernieuwing van het onderwijs. Dat doet het NRO door onderwijsonderzoek te coördineren en te financieren, en door de verbinding tussen praktijk en onderzoek te verbeteren.
Het NRO maakt dankbaar gebruik van expertise die eerder en elders al is opgedaan. Als regieorgaan werkt het veel samen en stemt het nog meer af met organisaties die actief zijn op het brede terrein van onderwijs. De focus ligt daarbij op het onderwijsonderzoek: of dat nu kijkt naar de klas (processen en leeropbrengsten), de school (organisatie en effectiviteit) of heel Nederland (onderwijs en maatschappij). Bij alle kennis die voortkomt uit onderzoek, stimuleert en faciliteert het NRO de verspreiding ervan naar de onderwijspraktijk.

Zo kondigt het NRO zichzelf aan op zijn website: http://www.nro.nl/


DEADLINES

2 september: Deadline Promotiebeurs voor leraren (NWO)

Leraren uit het primair, voortgezet, middelbaar beroeps-, hoger beroeps- en speciaal onderwijs kunnen bij de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een beurs aanvragen voor een promotieonderzoek.
Het doel van de beurs is om de opgedane kennis en onderzoekservaring direct ten goede te laten komen aan de onderwijspraktijk. Ook verhoogt een groter aantal gepromoveerde leraren voor de klas de kwaliteit van het onderwijs en versterkt het de aansluiting tussen universiteiten en scholen.

ONDERZOEKSRESULTATEN

Een recent voorbeeld

Leespotentieel meertalige vmbo-leerlingen belemmerd door beperktere woordenschat 3/7/2014

Het sombere beeld dat leerlingen in het vmbo niet leren lezen en schrijven verdient bijstelling. Vooral vorderingen van meertalige leerlingen zijn beter dan gedacht. Mogelijk wordt de realisatie van hun potentieel belemmerd door hun beperkte woordenschat. Dit blijkt uit NRO-onderzoek uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam door Roel van Steensel (heden Erasmus Universiteit Rotterdam).

Lees verder


BIJEENKOMSTEN

24 september 2014: 16-19.30 u. – Jaarbeurs Utrecht
NRO Matchmakingsbijeenkomst voor praktijkgericht onderwijsonderzoek


Werkt u in het onderwijs en heeft u een goed idee voor onderzoek? Of bent u onderwijsonderzoeker en wilt u graag onderzoek doen met en in de praktijk? U kon terecht op de NRO Matchmakingsbijeenkomst voor praktijkgericht onderwijsonderzoek op 24 september.
De bijeenkomst was bedoeld voor onderzoekers en onderwijsprofessionals uit alle onderwijssectoren. Centraal in het programma stond ontmoeting en uitwisseling rondom praktijkgericht onderwijsonderzoek. Daarnaast gaf het NRO informatie over de nieuwe financieringsmogelijkheden voor praktijkgericht onderwijsonderzoek, met name die voor kortlopend en voor driejarig onderzoek.

30 september 2014: Slotcongres voor de praktijk: Leraren leren als gelijken
In 2013 startten Marieke Thurlings en Perry den Brok een grote literatuurstudie naar leraren die leren als gelijken. Om de resultaten van deze literatuurstudie voor de praktijk bekend te maken werd er een slotcongres georganiseerd.

Dit was gepland op dinsdag 30 september 2014 in Eindhoven. Het programma bestond uit grofweg drie delen: een presentatie over de resultaten, discussie over de resultaten door een schoolleider en collega-wetenschapper en een interactief moment. Meer informatie over het slotcongres vindt u op http://llag.wikispaces.com/het+slotcongres.
Deze literatuurstudie werd gesubsidieerd door de PROO (Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek). In de literatuurstudie onderzochten Marieke Thurlings en Perry den Brok literatuur over bijvoorbeeld peer coaching, communities en peer mentoring en welke factoren een rol spelen in het succes of falen. Ook onderzochten ze welke effecten dit samen leren oplevert voor de leraren, voor de leerlingen en voor de school.

ORGANISATIE

Het NRO bestaat uit een stuurgroep, vier programmaraden en een bureau.  Dr. Jelle Kaldewaij is directeur van het NRO. Directeur bedrijfsvoering is dr. Renée van Kessel-Hagesteijn, tevens directeur NWO Maatschappij- en Gedragswetenschappen. medewerkers NRO-bureau > Het NRO is onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), gebied Maatschappij- en Gedragswetenschappen (MaGW).

Stuurgroep De Stuurgroep, benoemd met ingang van 1 maart 2013, heeft onder meer tot taak om het NRO-meerjarenplan met een visie, strategie en meerjarenbegroting vast te stellen.

Programmaraden Er zijn vier NRO-programmaraden, verantwoordelijk voor de programmering van het onderzoek. Zij geven de fundamentele, beleidsgerichte en praktijkgerichte onderzoeksprogramma’s vorm.
- Programmaraad voor Praktijkgericht Onderzoek (PPO)
- Programmaraad voor Beleidsgericht Onderzoek (ProBO)
De ProBO is de opvolger van het NWO-programma Beleidsgericht Onderzoek Primair Onderwijs (BOPO).
-
Programmaraad voor Fundamenteel onderzoek (PROO) Dit is de opvolger van de Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek die tot 2014 onderdeel van NWO was.
-
Overkoepelende Programmaraad Onderwijsonderzoek (OPRO)

ACHTERGROND

Het NRO werd in 2012 opgericht  naar aanleiding van twee adviezen. In januari 2011 bracht de commissie ‘Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen’ onder voorzitterschap van Thom de Graaf het 
Nationaal Plan Onderwijs/leerwetenschappen uit. Een van de adviezen betrof de oprichting van een regieorgaan. Dit werd nader uitgewerkt door twee kwartiermakers: Hubert Coonen en Anton Nijssen. Zij presenteerden in oktober 2011 het rapport 
‘Wetenschap en Vakmanschap Onderwijsonderzoek voor en met de Onderwijspraktijk’.
De minister van OCW gaf hieraan gevolg door een convenant met NWO te sluiten over het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek in juli 2012.
In december 2012 begon directeur Jelle Kaldewaij, samen met een klein team medewerkers, aan de opbouw van de organisatie. In het najaar van 2013 werden de eerste subsidierondes voor nieuwe programma’s opengesteld. Ook werd een visie en strategie ontwikkeld waarin goede betrokkenheid van het onderwijsveld op het onderzoek voorop staat. Per 1 januari 2014 is het NRO volledig operationeel met een structureel jaarbudget dat oploopt tot bijna 15 miljoen. Incidenteel komen daar programma’s bij rondom specifieke thema’s die op dat moment van belang zijn.


Omhoog ^

 

De recente berichten op de Facebookblog van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik links op >
BERICHTEN AAN PAGINA

 
 


NDN-Facebookblog


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookblog van het NDN. Het gaat om 43 nieuwe berichten vanaf 19 januari 2015. Het oudste bericht staat eerst, het jongste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Geef Netwerk Didactiek Nederlands of NDN in op het invulvak bovenaan. Open in de linker kolom dan
BERICHTEN AAN PAGINA.


- SCHOOLVAK NEDERLANDS: GEEN TRUCJES, MAAR MEESTERSCHAP 19-1-2015

Ravenstein, dat kleine stadje tussen Oss en Nijmegen, is een goede plaats voor een topoverleg. Wie er de trein uitstapt, ziet aan één kant slechts weilanden met neergestreken trekvogels en in de verte een klooster. In dat klooster kunnen mensen zich terugtrekken om problemen op te lossen, en ik geloof dat dit vorige week donderdag en vrijdag is gebeurd; of dat er in ieder geval belangrijke stappen voor zijn gezet.
Anneke ...

Lees meer

- HEERLIJK HELDER - HAUTEKIET SCHENKT KLARE TAAL – RADIO 1 - 27-1-2015

In het dagelijks leven krijgt iedereen te maken met brieven van overheidsdiensten, banken en verzekeringsmaatschappijen, van scholen en de politie. In het beste geval is de boodschap meteen duidelijk, helaas is dat niet altijd het geval.
Een voorbeeld?
...

Lees meer

- DE HOORZITTING OVER STANDAARDTAAL IN MEDIA EN POLITIEK: WAT HEBBEN WE NU BIJGELEERD? 27-1-2015

19 januari 201521 januari 2015 / Steven Delarue
Vandaag hield de Interparlementaire Commissie (IPC) van de Taalunie een openbare hoorzitting over het gebruik van de standaardtaal in media en politiek, in het Vlaams Parlement in Brussel. Die hoorzitting, die op ruim 2 uur afklokte, is hier opnieuw te bekijken. Onder het leiderschap van IPC-voorzitter Wilfried Vandaele (N-VA) werden taaladviseu...

Lees meer

- DICHTER DER NEDERLANDEN – VOOR HET EERST EN HET IS
JOKE VAN LEEUWEN
2-2-2015

De allereerste Dichter der Nederlanden is Joke van Leeuwen, geboren in Nederland en getogen in België. ‘Ik zal de komende twee jaar met nog meer kracht bruggen slaan.’
...

Lees meer

- SUCCESVOL LEREN MET MIRJAM POL 7 MAART: WORKSHOP IN AMSTERDAM 2-2-2015

Bericht van Antoon Berentsen Taaltrainer
...

Lees meer

- HOE JE JE MAILS HET BEST OPSTELT  3-2-2015

Het is altijd best om je tijdens het voorbereiden van je e-mail in de plaats van de ontvanger te stellen. Zou jij jouw mail begrijpen met de context die de ontvanger heeft? Hoe zou je mail overkomen op iemand anders? Kan je iets positiever verwoorden? Is je mening duidelijk zonder beschuldigend te zijn?
Richtregels: Benadruk het positieve, Suggesties en negatieve kritiek, Wees duidelijk.
...

Lees meer

- GLUDJE WINT  3-2-2015

Wie ooit heeft gescrabbled, kent het probleem. Je kunt een woord leggen, dat slechts één pietepeuterig nadeel heeft: het is geen officieel woord. Hoe je ook je best doet om de rest te overtuigen ('iedereen weet toch wat een florf is'), het Groene Boekje is onverbiddelijk.
Voor dat probleem is Blufscrabble een uitkomst. In Arnhem vond zondag 1 februari 2015 het wereldkampioenschap plaats. Het is de tweede keer dat er in competitievorm werd gestreden om de titel in...

Lees meer

- CLAUSARCHIEF IN BEWARING IN HET LETTERENHUIS IN ANTWERPEN 4-2-2015

Via een akkoord tussen weduwe Veerle De Wit en de twee zonen van Hugo Claus kon de Koning Boudewijnstichting het archief van de auteur aankopen. Ze heeft het in bewaring gegeven aan het Letterenhuis in Antwerpen. Daar wordt het verder geordend. Er wordt binnenkort een tentoonstelling aan gewijd. Het wordt dan ook toegankelijk voor literair-wetenschappelijke vorsers. Al met al is dat een uitstekende gang van zaken.
De S...

Lees meer

- ALGEMEEN NEDERLANDS 5-2-2015

Ik was Jabbekenaar, Blankenbergenaar, oud-leerling van Joost Dambre en oud-student van Willem Pée. Ik was achtendertig jaar leraar Nederlands, ben meer dan tien jaar met pensioen.
Ik had plezant niet nodig, goesting ook niet, ge/gij nauwelijks. Ik gebruikte en gebruik die woorden niet als ik Nederlands spreek of schrijf, omdat ze vreemd voor me waren en zijn. Geestig en goeste en je zijn me veel meer lief. Ik gebruik die als ik dialect spreek. Filip Van O...

Lees meer

- JOKE VAN LEEUWEN REAGEERT OP KRITIEK VAN ILJA PFEIJFFER 8-2-2015

Wat vindt u van de kritiek?

'Er is maar één dichter die kritiek heeft en dat is Ilja Pfeijffer. Hij stuurde midden in de nacht een mail naar NRC Handelsblad, waarin hij woorden gebruikt als fascistoïde en mij naïef en nationalistisch noemt. Ik ben zeker niet naïef. Ik ben al heel lang 'Nederbelg', niet hij. Ik heb tot mijn 13de in Nederland gewoond en daarna vooral in Vlaanderen.
...

Lees meer

- AFRIKAANS BEDREIGD AAN UNIVERSITEIT  8-2-2015

Vlaamse taalstrijd als inspiratiebron
Een artikel Jaap Steyn in Doorbraak
...

Lees meer

- NASCHRIFT – OVER DE PUBLICATIEDRUK  8-2-2015

‘Zes jaar nadat ik deze lezing hield, verscheen in VU-zine, het elektronische nieuwsmagazine van de VU (jaargang 2014, nr. 15), het bericht “Universiteiten verminderen publicatiedruk’. Hierin wordt melding gemaakt van het feit dat de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) op 3 december 2014 de zogeheten San Francisco Declaration on Research Assesment ondertekende. De Nederlandse universiteiten beloven hierin dat ze in...

Lees meer

- REMCO CAMPERT WINT DE PRIJS DER NEDERLANDSE LETTEREN  8-2-2015

De jury, onder voorzitterschap van Kris Humbeeck, prijst Campert omdat hij lichtheid brengt in de Nederlandstalige literatuur. Hij roemt de schrijver als 'een groot stilist' die in zijn werk steeds 'relativerend en geestig is', waarmee hij verschillende generaties blijft aanspreken. 'Bij Campert zit de diepzinnigheid aan de oppervlakte', besluit de jury.
DS bericht daar vandaag over...

- REUS VAN DE ZUID-AFRIKAANSE LETTERKUNDE ANDRE BRINK OVERLEDEN 8-2-2015

Brink en zijn vrouw, Karina Szczurek, was van Amsterdam onderweg naar hun huis in Kaapstad, nadat Brink eerder die week een eredoctoraatsgraad van de Franssprekende Katholieke Universiteit van Louvain-la-Neuve ontvangen had.
Brink van wie de gezondheid de voorbije paar jaren niet goed was, heeft de laatste paar maanden gesukkeld om te lopen en heeft dat eredoctoraat in een rolstoel in ontvangst genomen.
...

Lees meer

- ZEVEN PRESENTATIETIPS …
EN IEDEREEN LUISTERT NAAR JE (VIDEO) 9-2-2015


De meeste mensen beginnen door zichzelf voor te stellen en te vertellen waar de presentatie over gaat. Op zich is dit niet verkeerd, maar hierdoor wordt het publiek niet echt geprikkeld. Het is de kunst om je publiek snel bij het onderwerp te betrekken en nieuwsgierig te maken naar wat je gaat vertellen.
...

Lees meer

- COMMUNITY NEDERLANDS HEEFT EEN NIEUWE MANAGER 11-2-2015

Annemarie Oskam stelt zich voor
Beste lezers,...

Lees meer

- HOE EVALUEER IK? 14-2-2015

Anke Schoukens lanceerde enkele stellingen over evalueren.
Ze deed dat binnen het raam van een onderzoeksopdracht in de specifieke lerarenopleiding.
De vragen zijn te vinden op KlasCement....

Lees meer

- (ON)NUT VAN NEDERLANDSE TAALBEHEERSING IN HET PROFESSIONEEL HOGER ONDERWIJS
14-2-2015


Een artikel in ‘Over taal’ Jg. 53, nr.5, nov.-dec. 2014 van
JOSE TUMMERS, LIEVE STERCKX EN DOMINIQUE VANHOREN
rond Effectmeting zakelijk Nederlands i.c. schrijfvaardigheid
...
Lees meer

- DAG VAN DE JONGE JURY 16-2-2015

Op woensdag 15 april 2015 wordt de Jonge Jury spetterend afgesloten met de Dag van de Jonge Jury. Een uniek eendaags festival dat volledig draait om schrijvers, jeugdliteratuur én om uw leerlingen. Een dag vol interviews, voordrachten en workshops, met als hoogtepunt de uitreiking van de Prijs van de Jonge Jury 2015.
De Dag van de Jonge Jury wordt in TivoliVredenburg georganiseerd, het prachtige en grote theater op nog geen 5 minuten afstand van Utrecht...

Lees meer

- UIT HET LEVEN VAN EEN TAALLIEFHEBBER 16-2-2015

Marc van Oostendorp, die Taalpost verzorgt op het internet,
maakt levendig reclame voor het tijdschrift Onze taal
...
Lees meer

- WIM DANIËLS, TAALKUNDIGE SPEELVOGEL EN AUTEUR VAN SPIJKERS MET KOPPEN, 16-2-2015

over zijn boek Komkomma
https://www.youtube.com/watch?v=nAi1jgCpCgs 8’45”

- DE OPINIE VAN EEN LERARENOPLEIDER OVER HET GELE BOEKJE 17-2-2015

In KlasCement publiceert Jan Uyttendaele zijn visie op de recente publicatie van het Gele Boekje van De Standaard van 7-8 februari 2015.
Hij besluit met een aansporing om specifiek voor het onderwijs uitsluitsel te geven in een gelijkaardig boekje over een aantal termen die op school vaak moeilijkheden opleveren.
...

Lees meer

- ‘PUBLICATIE: HELP, ALWEER EEN STAGIAIR IN DE KLAS!
STAGES OPTIMAAL ORGANISEREN IN HET VLAAMSE SECUNDAIR ONDERWIJS’  18-2-2015


In dit boek wordt verslag gedaan van een gezamenlijk onderzoek van de lerarenopleidingen van de Katholieke Hogeschool Brugge- Oostende (thans Katholieke Hogeschool VIVES) en het Expertisenetwerk AU Gent/Arteveldehogeschool. Het onderzoek focuste zich specifiek op het organiseren van stages voor studenten en cursisten uit de lerarenopleidingen voor het secundair o...

Lees meer

- DE WEBSITE VAN DE PEDAGOGISCHE BEGELEIDERS NEDERLANDS – OOST-VLAANDEREN
19-2-2015


Deze website is voor de vormgeving dringend toe aan een herziening en een vernieuwing. Inhoudelijk bevat ze heel wat interessant materiaal dat direct gericht is op het lesgeven. Zo zijn heel wat aantrekkelijke en zinvolle lesmodellen te vinden op die éne websitepagina. Ze zijn niet alle evenwaardig en meteen toepasbaar in lessen in de klas, maar de meeste zijn toch zo valabel dat wie er kennis mee maakt, ...

Lees meer

- DE GENOMINEERDEN VOOR DE GOUDEN BOEKENUIL ZIJN BEKEND 25-2-2015

Samen met de Nederlanders Jeroen Brouwers (‘Het hout’), Joost de Vries (‘Vechtmemories’), Rob van Essen (‘Hier wonen ook mensen’) en Niña Weijers (‘De consequenties’) dingt Mark Schaevers mee naar de belangrijkste literaire prijs in Vlaanderen.
De Gouden Boekenuil 2015 wordt op 30 april uitgereikt in de KVS in Brussel. De winnaar ontvangt een geldprijs van 25.000 euro en een kunstwerk van Philip Aguirre. De genomineerden o...

Lees meer

- MOTIVEREN VOOR BETER LEZEN – 25-2-2015

studiedag APS - Utrecht 10 maart 2015

Als je kunt lezen, kun je leren. Uit het vmbo en het praktijkonderwijs stromen veel leerlingen op niveau 1 en 2 het mbo in met een grote achterstand op het gebied van (begrijpend) lezen. Deze leerlingen hebben daardoor moeite met het begrijpen van teksten bij de praktijkvakken en in de BPV. Vaak hebben ze een hekel aan lezen: waar je veel moeite mee hebt, dat doe je ook niet graag.
...

Lees meer

- DE NEDERLANDSE SCHRIJVER JAN BROKKEN  2-3-2015

In zijn artikel 'De werkelijkheid laat zich niet verloochenen - De boeken van Jan Brokken' in Ons Erfdeel FEB 2015 1 blz. 58-64 stelt literatuurrecensent Jeroen Vullings de in Vlaanderen te weinig bekende Nederlandse auteur tamelijk uitvoerig voor. We laten Vullings hier beknopt en karakteriserend aan het woord.
Het uittreksel vindt u op de NDN-website pagina Actuele berichten:
...

Lees meer

- ‘DE ZANGER VAN DE WROK’, WILLEM FREDERIK HERMANS’ TWEEDE DEEL VAN ZIJN BIOGRAFIE
2-3-2015


Anderhalf jaar geleden verscheen het eerste deel van Willem Otterspeers biografie van Willem Frederik Hermans. Sinds vrijdag is ook het tweede en laatste deel 'De zanger van de wrok' verkrijgbaar, dat de jaren tussen 1953 en 1995 beschrijft. Bijna tweeduizend bladzijden bij elkaar - inclusief noten en register. Vijftien jaar werkte de hoogleraar universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leide...

Lees meer

- MINNAAR, DICHTER, COMMUNIST  4-3-2015

Herman Gorter herdacht
Neem het volgende, uit een vroege brief aan Ada (1904):
...

Lees meer

- ANALOGIE. DE KERN VAN ONS DENKEN (boekrecensie)  11-3-2015

Analogie. Zo heet het nieuwe boek van Douglas Hofstadter, die u ongetwijfeld kent van Gödel, Escher, Bach (1979). 'Analogie' schreef hij samen met de Franse psycholoog Emmanuel Sander. Of beter, ze schreven elk hun eigen versie van het boek: Hofstadter in het Engels en Sander in het Frans. Nu is er ook een Nederlandse versie, van de hand van vertaler Jan Pieter van der Sterre.
Luk Vanrespaille las de Nederlandse versie.
...

Lees meer

- LES – TIJDSCHRIFT VOOR Nt2 EN TAAL IN HET ONDERWIJS 11-3-2015

Pas is het laatste nummer van LES verschenen. Het is nummer 193 van jaargang 33 (2015).
Op de voorpagina worden enkele aantrekkelijke artikels opgesomd:
- Op weg naar een geslaagd taalbeleid...

Lees meer

- REACTIE BESTUUR LEVENDE TALEN  11-3-2015

Reactie van bestuur Levende Talen op De instorting van de talen aan de universiteit is te wijten aan schraal middelbaar onderwijs’ (NRC 7-3-’15)Bestuur Levende Talen
Dirk Klein...

Lees verder

- INKTAAP IS VOOR “LA SUPERBA” VAN ILJA LEONARD PFEIJFFER 13-3-2015

Ilja Leonard Pfeijffer heeft de Inktaap gewonnen met "La superba", zijn roman over de Italiaanse stad Genua. De Inktaap wordt uitgereikt door de Nederlandstalige scholieren.
“Maar ik ga ervan uit dat je begrijpt dat ik erop vertrouw dat je voor je houdt wat ik je nu ga vertellen.” Vijf fantasieën op rij.
...

Lees meer

- JEUGDBOEKENWEEK 2015  14-3-2015

‘Van 14 tot 29 maart vieren we in scholen, bibs, boekhandels ... de Jeugdboekenweek met als thema humor.
Want lezen is lachen. Glimlachen en grimlachen. Giechelen en grinniken. Gieren en brullen. Schuddebuiken en schateren.
Want lezen is lol hebben. Om grappen, grollen, dwaze moppen. Om een hilarische tekening of een gekke cartoon....

Lees meer

- BESTE JEUGDBOEKEN ALLER TIJDEN  16-3-2015

‘Zaterdag 14 maart is de Jeugdboekenweek officieel van start gegaan. Naar aanleiding van dat jaarlijkse boekenfeest vroegen we u afgelopen week naar uw favoriete jeugdboek. In totaal kregen we meer dan 8.200 stemmen binnen. We zetten uw ultieme jeugdboeken-top 10 op een rijtje. Een grafiek met alle resultaten vindt u onderaan dit artikel.’
Dat schrijft De Morgen. Wist u dat de Harry Potterboeken het meest stemmen haalden? En welke zijn dan de ti...

Lees meer

- LEZEN: GEBRUIK EEN HAMER EN SPIJKERS!  17-3-2015

‘Omdat taal overal is, worden onze leerlingen overal en altijd met hun eventuele tekortkomingen geconfronteerd. Door de buitenwereld word je vooral afgerekend op spelfouten. Een dt-fout in een artikel in de krant kan écht niet en die uitnodiging voor een stageplek of baan kun je wel vergeten als je brief stikt van de spelfouten. Als ze gezien worden door de lezer, tenminste.

Marieken Pronk-van Eunen schrijft een hartig stukje over taalva...

Lees meer

- BOEKENLEEUW EN BOEKENPAUW VOOR DIT JAAR TOEGEKEND  28-3-2015

‘Veldslag om een hart’ van Michael De Cock, winnaar van de Boekenleeuw, is een herwerking voor hedendaagse kinderen van de bekende legende rond de oorlog van Troje, en meer bepaald de strijd om de mooie Helena die haar Griekse man Menelaos verliet voor de Trojaanse prins Paris.
De Boekenpauw ging dan weer naar Ingrid Godon met ‘Ik denk’, een boek met teksten van de Nederlandse auteur Toon Tellegen.
...

Lees meer

- TIJDSCHRIFTENARCHIEF VONK, MOER, SPIEGEL  30-3-2015

Op de pagina Archief van de NDN-website kunt u nu ook zowat alle artikels bereiken van de voormalige vaktijdschriften Nederlands: Spiegel (1983-2000), Moer (1969-2004) en Vonk (1989-2011). De jaargangen van die tijdschriften werden door de Nederlandse Taalunie gedigitaliseerd en blijven op de website Taalunieversum beschikbaar.
Ze zijn een goudmijn voor wie studie wil maken van aspecten van de ontwikkeling van het vak Nederlands, van ...

Lees meer

- UITNODIGING ONTWIKKELGROEP ONLINEGELETTERDHEID: DE KRACHT VAN HET SAMEN TE DOEN  30-3-2015

Jeroen Clemens blijft pionieren in het werkveld van onlinegeletterdheid. Hij doet een oproep om mee te doen aan een (online) ontwerpgroep onlinegeletterdheid of aan een implementatieonderzoek onlinegeletterdheid in de les volgend jaar.

Klik even door om zijn uitnodiging volledig te lezen.
...

Lees meer

- BRIEF LEVENDE TALEN AAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS VAN DE TWEEDE KAMER (NEDERLAND)  31-3-2015

Een didactiek gericht op toetsvaardigheid is geen goede didactiek. Dat er voor het onderwijs in de moderne vreemde talen daartegen officieel wordt gereageerd is heel begrijpelijk.
We kunnen ons hierbij de vraag stellen of datzelfde “kwaad” niet bestaat bij het onderwijs Nederlands. In dat geval zou zowat dezelfde brief met dezelfde conclusie kunnen worden gestuurd.
...

Lees meer

- NIEUW DIDACTIEKBOEK VOOR LERARENOPLEIDINGEN  31-3-2015

Genres in schoolvakken
Taalgerichte didactiek in het voortgezet onderwijs
Bart van der Leeuw, Theun Meestringa – nov. 2014
...

Lees meer

- HET SLOT VAN KAFKA IS HET VOLMAAKTE LITERAIRE KUNSTWERK  10-4-2015

“Al decennia lang lees ik ieder jaar de roman opnieuw en ik ben er nog steeds niet op uitgekeken. Je zou denken dat er een code is, en dat je als je eenmaal de code hebt gekraakt, de roman kunt ontcijferen. Maar zo is het niet. Er is geen code, en als hij er wel was zou de vervreemding ophouden. Maar zolang de vervreemding er is, is de roman geldig, een allegorie voor het leven zelf.”

Zo verwoordt docent Duits Eric Bolle...

Lees meer

- ALLES OVER GÜNTER GRASS  15-4-2015

De Duitse schrijver overleed op maandag 13 april 2015 in Lübeck.
De actualiteit van zijn overlijden geeft de gelegenheid om van dichterbij kennis te nemen van zijn schrijverschap, zijn ideeën, zijn invloed op de Duitse maatschappij.
...

Lees meer


 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Wie nu stort is lid voor het hele jaar 2015.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be