Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
28-2, februari-maart-april 2016
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




Redactioneel
NDN-Lenteconferentie Bewust taalvaardig 15-4-16 Stadscampus UAntwerpen
Manifest Nederlands op School
Reflectie / Discussie toekomstig onderwijs in Nederland - ook voor Nederlands
Gesprek met de beste leraren Nederlands
Lesmodule Lijdende vorm Peter Arno Coppen
Call for Papers HSN 30
Archief voor Onderwijs
Het Schoolvak Nederlands: Google drive-map
Een land van waan en wijs. Geschiedenis v.d. Nederlandse jeugdliteratuur
Schrijvers die nog maar namen lijken
Twee Poolse dichteressen: Lipska over Szymborska
En appels aan de overkant - Jeugdboek van Henri Van Daele
Nogmaals de canon
Omgaan met taalnormen en -variatie in het onderwijs
Taalcongres "Samenwerken in het Nederlands schept kansen"
Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland met magazine Grenzenloos groeien
Spotify-lijsten Nederlands
Kloof onderwijsonderzoek -onderwijspraktijk ook voor Nederlands
Het goede taalnieuws in Vlaanderen in 2015 misschien in 2016
AOL of UDL in onderwijscontext ook bij Nederlands
Poëzieweek 2016
Recent op de NDN-Facebookblog
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
 
 
 
Redactioneel
 

L.S.

Beste lezers,

Het doet ons eens te meer genoegen u de tweede editie van jaargang 2015-2016 van onze nieuwsbrief digitaal toe te sturen. Ze bevat 21 documenten die naar wij vermoeden u allen kunnen interesseren.

Reflectie over taal en taalgebruik komen ruim aan de orde, nuttige informatie voor de onderwijspraktijk, ook artikels rond literatuur en literatuuronderwijs in lerarenopleidingen kunnen uw belangstelling wekken.

We beginnen onze nieuwsbrief echter met de presentatie van onze lenteconferentie op vrijdag 15 april in Antwerpen (eerder gemeld op 22 april). We benaderen taalvaardigheid eens vanuit een niet zo vaak gekozen invalshoek: de pragmatische en de sociolinguîstische. Daarbij verwachten we dat lerarenopleiders wat sterker gewapend worden om hun onderwijsoriëntering te richten op aspecten die inderdaad in de klas meer aan de orde kunnen worden gesteld. Daarom bevelen wij een aandachtige lectuur aan van onze concepttekst voor onze komende conferentie onder de titel “Bewust taalvaardig”. In de voormiddag bieden wij een ruim theoretisch kader, in de namiddag gaan we praktisch aan het werk om vanuit beide benaderingen samen te komen tot conclusies die zouden kunnen aanzetten tot een verrijkte aanpak in het eigen lesgebeuren naar de studenten toe. Prof. Kris Van den Branden en em. prof. Frans Daems hebben hun medewerking toegezegd en staan mede borg voor de kwaliteit van onze NDN-conferentie.

Ook voor deze editie hebben we ons in de presentatie van het aantal artikels moeten beperken om de leesbaarheid van het geheel te overzien en behapbaar te houden. De artikels zijn over het algemeen korter bij de eerste oogopslag, maar het zijn hyperteksten met nogal wat externe koppelingen die leiden tot uitvoeriger exploratie van de gegeven thematieken. Achter de koppelingen zit vaak boeiende en nuttige informatie verscholen. Neem als belangstellende lezers dus de tijd om alles wat rustig digitaal door te nemen. Onderaan de nieuwsbrief vindt u 50 titels van berichten die wij hebben geplaatst op onze Facebookpagina. Ook die kunnen hier en daar inspireren.

Van de gelegenheid maken we gebruik om onze leden die hun jaarbijdrage hebben gestort van harte te bedanken voor het vertrouwen in de werking van ons netwerk. We verwelkomen ook graag enkele eminente nieuwe leden, die ook de zin en de inzet van het NDN op prijs stellen ten gunste van het onderwijs Nederlands binnen en buiten het eigen taalgebied. Nog heel wat leden hebben die contributie nog niet overgemaakt en deze herinnering kan ze ertoe aanzetten om er toch eens werk van te maken de € 20 of als steunend lid de € 25 op onze rekening te storten. Het rekeningnummer is IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk. Vanaf dit jaar is ook een groepslidmaatschap voor (onderwijs)instellingen mogelijk vanaf minimum 3 leden. Voor alle informatie verwijzen we naar de pagina Lidmaatschap op onze website.

We verwachten velen van onze leden en lezers te ontmoeten op onze lenteconferentie in de Stadscampus in Antwerpen op vrijdag 15 april om gezamenlijk na te denken over ons werk, onze bezorgdheid daaromtrent en onze opdracht rond ons eigen taalonderwijs Nederlands.

Nogmaals een prettige en zinvolle lectuur toegewenst


Ghislain Duchâteau

namens het hele NDN-bestuur



 


NDN-Lenteconferentie "Bewust taalvaardig"
Vrijdag 15 april 2016 Stadcampus UAntwerpen

 

Om succesvol te kunnen functioneren in de verschillende contexten die deel (zullen) uitmaken van hun leven moeten de mensen van de XXIe eeuw beschikken over een breed repertoire aan taalcompetenties.

Een deel van die contexten behoren tot de private sfeer en vereisen de beheersing van linguïstische (lexicale, fonologische en grammaticale) normen en van pragmatische, sociale en discursieve conventies die eigen zijn aan communicatie in informele situaties. Deze normen en conventies worden vaak al doende en buiten het onderwijs opgepikt.

Communiceren in contexten die behoren tot de publieke ruimte, buiten de eigen vertrouwde omgeving (in onderwijs, administratie, media, bedrijfs- en zakenwereld, rechtspraak, bestuur), vereist beheersing van de normen en conventies van het Standaardnederlands. Het is een belangrijke (maar in vele gevallen niet voldoende 1:) voorwaarde voor opwaartse mobiliteit.

Het Netwerk Didactiek Nederlands noemt in zijn visietekst de ontwikkeling van Standaardnederlands een van de vooropstaande opdrachten van het onderwijs. Elke school moet aan al haar leerlingen voldoende en krachtige leerkansen bieden om de nodige kennis, vaardigheden en attitudes te verwerven met betrekking tot deze taalvariëteit, daarbij rekening houdend met het feit dat sommige jongeren vanuit de eigen leefwereld weinig of niet vertrouwd zijn met de standaardtaal.

De gedachte dat standaardtaal een vastliggend systeem is klopt niet meer vandaag de dag. In de realiteit doen zich voortdurend veranderingen voor in wat als standaard wordt beschouwd. Door toenemende globalisering, democratisering, informalisering van onze samenleving vervaagt het onderscheid tussen private en publieke sfeer, waardoor het natuurlijke proces van verandering binnen de standaardtaal zich intensifieert 2. De publieke ruimte wordt niet langer samengehouden door een enkele norm 3: normen of elementen van andere taalvariëteiten dringen door in de standaardtaal; omgangstalige variëteiten worden gebruikt in de publieke ruimte.

Het onderwijs zou dan ook taalvariatie als uitgangspunt moeten nemen, zo stelt de Nederlandse Taalunie 4, en leerlingen gevoelig moeten maken voor variatie en voor de diverse (formele en informele) taalregisters en de contexten waarvoor ze gepast en adequaat zijn. Betekent dit dat deze variëteiten op school moeten worden aangeleerd? Niet noodzakelijk. Wel dienen formele en informele vormen van taalgebruik best voortdurend naast elkaar te worden gelegd, zodat de functionaliteit van beide wordt gehonoreerd en in een juist kader wordt geplaatst. Binnen dat kader wordt standaardtaal betekenisvol en aantrekkelijk.


Tijdens de Lenteconferentie buigen we ons samen over volgende vragen:
Wat betekent dit voor het vak Nederlands,
wat betreft doelenbepaling en de keuze van relevante leeractiviteiten?

ln functie van het antwoord op vraag 1:
Wat moeten we als lerarenopleiding aan toekomstige leerkrachten Nederlands
in dit verband meegeven aan theorische achtergronden en praktijken ?

Essentieel in de discussie is een brede benadering van het fenomeen standaardtaal, waarbij de focus niet overwegend gericht mag zijn op de linguïstische normen (lexicale, fonologische, orthografische, morfologische en syntactische) die men gewoonlijk aan het fenomeen standaardtaal toewijst en op basis waarvan men de standaardtaal beschrijft. Zinvoller en productiever lijkt ons een reflectie vanuit sociolinguïstisch, pragmatisch en discursief perspectief, waarin communicatieve intenties (taalhandelingen, speech events, genres) en de talige vorm die eraan kan/mag/moet worden gegeven om gepast, doeltreffend en samenhangend te communiceren centraal staan 5.Aspecten die hieraan te pas komen zijn onder meer de machtsverhouding tussen interactanten, hun onderlinge sociale afstand en de aard van de intentie. Zo vragen ongelijke machtsverhoudingen of grote sociale afstand tussen gesprekspartners om een beleefdere, voorzichtigere, meer indirecte verwoording; een gedragsturende taalhandeling die van de aangesprokene een zware inspanning vergt wordt best ingebed in zogenaamde  ‘sweeteners’, ‘disarmers’ 6 en in andere strategieën om potentiële objectie te voorkomen.

Conform de visie van het NDN vertrekt de analyse vanuit het concept taalcompetentie(s), het vermogen om de vereiste taalvaardigheid, taalkennis en taalattitudes in te zetten voor gepaste en adequate (receptieve en productieve) communicatie (zie ook NDN-Visietekst).


Communiceren in het publieke domein is het centrale voorwerp van onze reflectie, maar wel steeds vanuit de gedachte dat in de reële wereld het de taalgebruiker zelf is die keuzes maakt wat hij/zij beoogt te zeggen en hoe hij/zij dit verwoordt. Onderwijs kan en mag enkel tot doel hebben de nodige kennis, vaardigheid en attitudes te helpen verwerven om in situaties binnen het publieke domein de meest opportune taalvariëteit te kunnen kiezen en die in een talige vorm te gieten die de kans op realisatie van de communicatieve intentie maximaliseert.


Een eerste vraag die zich opdringt is: welke communicatieve intenties hangen nauw samen met functioneren in het publieke domein en welke talige realisatie is voor deze intenties vereist/acceptabel?

Met andere woorden: welke taalhandelingen, ‘speech events’, genres moeten leerlingen beheersen bij uitstromen van het secundair onderwijs, en wat moeten ze weten en kunnen om de beoogde intenties in een gepaste talige vorm te verpakken? Welke attitude(s) moet(en) hiertoe worden ontwikkeld?

Tijdens de Lenteconferentie worden voor het formuleren van doelen een aantal essentiële elementen aangereikt. Daarbij bekijken we ook de mogelijke verbanden die kunnen worden gelegd naar andere taalregisters/taalvariëteiten.

Een tweede vraag heeft betrekking op de vertaling van de doelen in leeractiviteiten.
Met andere woorden: welke soorten taken moeten in de klas worden ingezet met het oog op de ontwikkeling van de vereiste kennis, vaardigheid en attitudes?

Ook hieraan zal tijdens de Conferentie uitgebreid aandacht worden besteed.


Met deze concepttekst gaat het NDN-bestuur aan de slag om voor lerarenopleiders en andere geïnteresseerde belangstellenden die zich betrokken voelen bij het onderwijs, een aantrekkelijke maar vooral nuttige conferentie uit te werken. Ze moet bijdragen om binnen het onderwijsveld onduidelijkheid over taal en taalgebruik goeddeels weg te werken en onderwijsverstrekkers binnen en buiten het leervak Nederlands een handreiking te bieden om in de concrete leersituaties bewuster en adequater met taal om te gaan in functie van die maatschappelijke weerbaarheid van de leerlingen, die grotendeels door een degelijke taalbeheersing wordt tot stand gebracht. Concrete ontwikkeling van de taalcompetenties staat in het perspectief van deze lenteconferentie centraal. Het NDN-bestuur kiest dan ook voor “Bewust taalvaardig” als thema van de ontmoeting op vrijdag 15 april 2016 (eerder gemeld op 22 april) aan de Universiteit Antwerpen.

Op het einde van de maand februari 2016 sturen wij u een formele uitnodiging met mogelijkheid tot inschrijving.

Het NDN-bestuur

José Vandekerckhove, Ghislain Duchateau, Carl Brüsewitz, Nora Bogaert, Jan Lecocq, André Mottart, Frans Daems

Speciaal veel dank aan bestuurslid Nora Bogaert voor haar denkinzet. Nora zal ook dagvoorzitter zijn.

Contact: info@netdidned.be – tel. 011 22 86 25


1  Zie Jurgen Jaspers in: Streven oktober 2013

2  Zie o.m. Ghyselen & Van Keymeulen in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letterkunde, (2014, 30/2).

3   Zie Jan Blommaert in: De Wereld Morgen, september 2012.

4   Zie Taalunie ***

5  Zie: Faerch, Haastrup & Philipson (1984), Learner language and language learning. Multilingual Matters 14.     Zie ook de Visietekst van het NDN.

6 Zie Littlewood ***


Manifest Nederlands op School



Op vrijdag 22 januari 2016 verscheen het Manifest Nederlands op School. Het werd door Theo Witte en Anneke Neijt gepresenteerd op de Dag van Taal, Kunsten en Cultuur in Groningen. Het Manifest is opgesteld door de Meesterschapsteams Nederlands (Letterkunde en Taalkunde/Taalbeheersing).
Er is intensief overleg aan voorafgegaan tussen docenten, wetenschappers, didactici, onderwijsonderzoekers en bij het schoolvak Nederlands betrokken instanties. Gezamenlijk stellen zij een koerswijziging voor richting bewuste geletterdheid. Het motto luidt: meer inhoud, meer plezier, beter resultaat.

Zie ook: Veel aandacht in media voor Manifest

Bron: Vakdidactiek Geesteswetenschappen

 
Omhoog ^


Reflectie en discussie over het toekomstig onderwijs in Nederland – ook voor het vak Nederlands

 

In Vlaanderen worden binnen het onderwijsbeleid allerlei aspecten van de onderwijsproblematiek aan de orde gesteld: schoolgebouwen, loopbaanpact, herziening eindtermen en nog wel meer. Buiten de discussie over de eindtermen in het lager en middelbaar onderwijs gaat het evenwel niet over de algemene toekomstige ontwikkeling van inhouden en vakinhouden zelf in het onderwijs van de nabije toekomst. Dat is ook zo voor ons eigen schoolvak Nederlands. Het beleid houdt er zich grotendeels afzijdig van.

In Nederland is er wél voor het basisonderwijs en het voortgezet sinds 2014 en nu vooral vanaf de maand oktober 2015 voluit een gedachtewisseling en een discussie daarover tot ontwikkeling gekomen. Het is goed dat wij ook in Vlaanderen daar kennis van nemen. Speciaal lerarenopleiders kunnen er hun visies en hun horizonten mogelijk door verruimen. Res tua agitur.

Twee documenten vragen in dat verband onze intensieve aandacht:

1. Platform Onderwijs 2032 geeft zijn in Hoofdlijn Advies: een Voorstel

2. Het vak Nederlands in het (voortgezet) onderwijs van 2032
Reactie op het voorstel van het Platform Onderwijs 2032, gevolgd door de visie van het sectiebestuur Nederlands van de Vereniging van Leraren in de Levende Talen

Bij 1

‘Op dit moment ligt de nadruk in het onderwijs op kennisoverdracht en worden voornamelijk cognitieve prestaties gewaardeerd. In de toekomst blijft kennisoverdracht belangrijk, maar zal die meer in balans moeten worden gebracht met de twee andere hoofddoelen van het onderwijs: persoonlijke ontwikkeling en voorbereiding op deelname aan de maatschappij. Het Platform heeft de uitdrukkelijke opdracht gekregen zich over de balans tussen de drie hoofddoelen uit te spreken.’

‘Het Platform stelt onderwijs voor waarin leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs:

• werken aan hun persoonlijke ontwikkeling,
• een vaste kern van basiskennis en -vaardigheden leren,
• die kennis en vaardigheden verdiepen of verbreden op basis van eigen mogelijkheden en interesses,
• vakoverstijgend leren, denken en werken.’

‘Na die (heel brede) consultatieronde werkt het Platform zijn advies verder uit. Het beoogde eindresultaat is een doordachte en gedragen visie op een toekomstgerichte en inspirerende inhoud van het primair en het voortgezet onderwijs, die het Platform eind dit jaar aan de staatssecretaris zal aanbieden.’.

Bij 2

Conclusie

Het sectiebestuur Nederlands van Levende Talen is continu in gesprek – in levenden lijve en via social media – met andere betrokkenen die nadenken over de toekomst van het schoolvak Nederlands en de inrichting van de examens, het Schoolexamen (SE) en het Centraal Examen ( CSE). Juist in een maatschappij die steeds pluriformer wordt en waarin polarisatie het debat beheerst, is het van essentieel belang dat leerlingen een toereikende taalbeheersing ontwikkelen en oog krijgen voor de rol die taal speelt in communicatie, politiek én kunst. Daarvoor zijn goed gekwalificeerde docenten nodig die voldoende tijd hebben voor de voorbereiding van hun lessen en het begeleiden van leerlingen in hun talige ontwikkeling en culturele vorming.

Paula Bosch - Voorzitter van het Sectiebestuur Nederlands van de Vereniging van leraren in de Levende Talen 28-10-2015.’

Het is uitermate boeiend om na te lezen hoe het SBN van Levende Talen op basis van het Advies Platform Onderwijs 2032 via de behandeling van de verschillende onderdelen Nederlands tot die conclusie komt.



Gesprek met de beste leraren Nederlands

“ Ik wil uitstralen dat ik het vak prachtig vind”

 

Nog niet lang geleden liet Taalstaat-presentator Frits Spits van Radio 1 Nederland weten dat in 2016 voor het derde opeenvolgende jaar de beste leraar Nederlands in Nederland en Vlaanderen wordt verkozen. Jan Erik Grezel en Kees van der Zwan nodigden eerdere finalisten en een jurylid uit voor een gesprek. Het interview staat in het januarinummer van Onze Taal en is integraal te downloaden.
In de marge van het artikel zegt Frits Spits dat de organisatoren graag bij de verkiezing docenten die lesgeven aan vluchtelingen willen betrekken.

Klik op: Gesprek


Lesmodule Lijdende vorm van Peter Arno Coppen

 

Beste docenten, graag wijs ik jullie op een kant-en-klare lesmodule over de lijdende vorm, die ik al eerder op de HSN heb gepresenteerd, maar waarvan ik een verbeterde versie heb gemaakt (met behulp van feedback van mijn collega's uit een docentontwikkelteam taalkunde). Naar mijn idee kun je dit op elk niveau toepassen, door meer of minder weg te geven, of extra uitdaging toe te voegen. Ik hoor graag jullie ervaringen hiermee!

Uit zijn Taalprof Klas (die enkel over grammatica gaat)

Boter bij de vis


De lesmodule rechtstreeks

De lesmodule is ook permanent beschikbaar op de afdeling Bint - Taalbeschouwing van de NDN-website.

 

 


Call for Papers HSN 30 - 18-19 november 2016 UGent

 

 


HSN-30 (18 en 19 november in Gent) beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt:

  • basisschool;
  • secundair onderwijs/voortgezet onderwijs: alle niveaus (vwo, havo, (v)mbo, resp. aso, bso, kso, tso);
  • hogeschool/universiteit;
  • lerarenopleidingen.

Naar verwachting staan er weer een tachtigtal presentaties/workshops en andere activiteiten op het programma.

Hierbij roepen de organisatoren in Vlaanderen en Nederland docenten, didactici en anderen op om zich als spreker/workshopleider te melden met een inhoudelijk voorstel. Er wordt vooral belang gehecht aan praktijkgerichtheid en aan het vernieuwende karakter van de presentatie. Voor ervaringen uit eigen onderwijspraktijk en bevindingen uit kleinschalig onderzoek bestaat veel belangstelling. Gedacht wordt aan programmakolommen die gericht zijn op onderwijstypen (bv. basis-, hoger onderwijs, mbo) en aan themakolommen als:

  • literatuuronderwijs;
  • leesbevordering;
  • innovatie, w.o. nieuwe media;
  • taalbeschouwing;
  • taalvaardigheid secundair/voortgezet onderwijs;
  • taal- en letterkunde.

Deze opsomming is niet uitputtend en wordt nog aangepast.

Houdt u er rekening mee dat een presentatie 50 minuten (idealiter 30 min. + 20 min. discussie) duurt. Er is ruimte voor enkele workshops die tweemaal zo veel tijd in beslag nemen. Of uw voorstel wordt overgenomen door de programmacommissie is van een aantal factoren afhankelijk.
Wilt u graag iets presenteren? Stuur dan dit formulier uiterlijk 25 maart 2016 naar andre.mottart@ugent.be


Naam:

E-mail:

 

Telefoon:


Organisatie/instelling:

 

 


Doelgroep van uw presentatie (bijv. basisonderwijs, …)

 

 

 

 


In welke themakolom (zie Call) zou u uw presentatie geprogrammeerd willen zien?

 

 

 


Inhoud presentatie (ong.10 regels)

 

 

 

 

 


Archief voor Onderwijs

Een beeld elke dag in elke klas

 

Met ‘Het Archief voor Onderwijs’ wil VIAA het gebruik van audio en video in de klasomgeving actief stimuleren en ervoor zorgen dat een leerkracht digitale bronnen gemakkelijk en met plezier gebruikt in de klas. Het platform is gebruiksvriendelijk en telt een gevarieerd aanbod aan lesklare collecties en inspirerende actuathema’s. Ook kunnen leerkrachten zelf op tal van manieren aan de slag. Zo kan er gezocht worden op graad of vak, maar kunnen ook fragmenten ‘geknipt’ worden, zodat de leerkracht enkel het beeldfragment kan tonen dat hij nodig heeft voor zijn les.

Archief

Toegankelijkheid

De toegankelijkheid is beperkt tot leerkrachten met een lerarenkaart. Het materiaal van Archief voor Onderwijs kan enkel worden gebruikt in een klasomgeving.

Over het verkrijgen o.m. van een account het volgende:

‘Voor leerkrachten gaat registreren nu ook een pak eenvoudiger dankzij een automatische registratieprocedure. Ben je leerkracht en wil je je aanmelden op het Archief voor Onderwijs, dan heb je enkel nog het nummer van je lerarenkaart nodig. Daarnaast heeft het Archief voor Onderwijs zich tot doel gesteld om in 2016 het aanbod aan archiefmateriaal uit te breiden naar de basisvakken van de derde graad van het secundair onderwijs, en in de komende jaren naar álle graden van het leerplichtonderwijs. Ook met de centra voor volwassenenonderwijs en de centra voor basiseducatie worden trajecten uitgestippeld om audiovisueel materiaal voor de vakken NT1, NT2, aanvullende algemene vorming (AAV), maatschappijoriëntatie en SLO vlot vindbaar te maken.’

Aanmelden kan op de website onderwijs.hetarchief.be via een automatische, kostenloze aanmeldingsprocedure op basis van het lerarenkaartnummer.

Ook lerarenopleiders zouden gebruik kunnen maken van het Archief voor Onderwijs.
Daartoe moeten ze wel speciaal een aanvraag voor een account indienen of via e-mail om een account verzoeken: support@viaa.be. Ook studenten lerarenopleiding krijgen toegang, op voorwaarde dat de docent de account aanvraagt. Dat kan door een lijst met de e-mailadressen van de studenten te bezorgen aan support@viaa.be.



Het schoolvak Nederlands: een Google drive-map


 

Een aantal enthousiaste leraren van de Facebookgroep Leraar Nederlands heeft een Google Drive-map gemaakt vol materiaal dat gebruikt kan worden in lessen Nederlands.

Ze is samengesteld uit de volgende submappen: Achtergronden, Apps & Webtools, Lesmateriaal, Toetsen, Video's.

De map is hier te vinden: Google drive-map

Introductievideo 1'32"

In het didactisch deel van de NDN-website Bint vindt u enkele documenten die bereikbaar zijn vanuit de Google drive-map

Leesvaardigheid

* Activerende werkvormen voor leeslessen - Tido Ekens – 2009 - 11 p.

* Online tekstbegrip en online geletterdheid


Taalbeschouwing

* Begrippen Kennisbasis Nederlands Domein 2: NT2-TVO-Dyslexie-RT (Google Drive-map)

We bevelen onze belangstellende lezers aan de Google drive-map eens goed te verkennen en daarbij te zoeken naar bruikbaar materiaal. Niet elke map is al voor alle onderdelen ingevuld en ook niet alles is bruikbaar voor de lessen.

Wil je die Facebookgroep Leraar Nederlands volgen, klik dan op:
https://www.facebook.com/groups/leraarnederlands/


Omhoog ^

Een land van waan en wijs. Geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur

Rita Ghesquière, Vanessa Joosen, Helma van Lierop-Debrauwer (redactie)

De publicatie overschouwd

 

‘Een land van waan en wijs – Een geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur’ is voor een aantal recensenten een standaardwerk. Het bestrijkt Nederland, Vlaanderen en Friesland. De meeste recensenten zijn Nederlanders. Opvallend is dat Vlaamse recensenten er zich blijkbaar niet aan waagden om over de publicatie begin december 2014 hun zegje te doen. Twee van de redactieleden zijn Vlamingen, de derde is Nederlandse en alle drie zijn het competente specialisten die de jeugdliteratuur op universitair niveau tot hun studiedomein rekenen. Vlaamse en Nederlandse auteurs stofferen de bijdragen in de respectieve hoofdstukken. De titel is ontleend aan het boek van Paul Biegel, De kleine kapitein in het Land van Waan en Wijs (1973).

Voor de lerarenopleiders Nederlands in Nederland en Vlaanderen van de hogescholen is deze geschiedenis een werk waar ze echt niet omheen kunnen, zowel voor hun eigen documentatie als voor hun onderwijs aan de aankomende leerkrachten. Coen Peppelenbos is er alleszins bijzonder enthousiast over en voert het in zijn opleiding in.

Op de pagina Publicaties van de NDN-website vindt u een uitvoerige presentatie van dit standaardwerk met daarbij heel wat verwijzingen naar recensies, de recensie in Ons Erfdeel en een radio-intervieuw met Helma van Lierop-Debrauwer op Radio 1 Nederland (10'1"). Klik hier door naar het document.



Schrijvers die nog maar namen lijken

Artikelenreeks in Ons Erfdeel

 

A. Alberts



was de schrijversnaam voor Albert Alberts. Hij leefde van 1911 tot 1995.

Hij was doctor in de letteren en wijsbegeerte, maar oefende in zijn leven verschillende vaak administratieve functies uit. Hij verbleef tot 1946 als bestuursambtenaar in Nederlands-Indië. Een tijdje werd hij geïnterneerd door de Japanners. Naast zijn literair werk schreef hij ook vertalingen en was hij een tijd journalist.

Hij is vrijwel onbekend in de literaire wereld. Of dat terecht of onterecht is, kun je lezen in het artikel van Thomas Heerma van Vos in de reeks “Schrijvers die nog maar namen lijken” in Ons Erfdeel van mei 2015 nummer 2 blz. 26-35. De titel van het artikel is ‘Het verstilde universum van A. Alberts’

Gerard Walschap



die de titel van baron kreeg toegekend leefde van 1898 tot 1989.

Nagenoeg zijn hele leven wijdde hij zich aan het schrijverschap. Al in 1928 publiceerde hij Waldo, zijn eerste roman. Eerder had hij al Adelaïde geschreven dat hij in 1929 publiceerde. Zijn bekendste werk is wellicht de roman Houtekiet, uit 1939, de roman van de nieuwe mens in een vrije maatschappij.

Ook over hem is er weinig te doen in deze tijd. Hij lijkt wel vergeten of niet meer gelezen te worden. Enkel een biografie kan een schrijver nog even onder de aandacht brengen. Jos Borré schreef die over Walschap: Gerard Walschap: een biografie - in 2013.
Ook de betekenis van Walschap eind 2015 wordt in het licht gesteld als tweede tekst in de reeks “Schrijvers die nog maar namen lijken” in Ons Erfdeel van november 2015 nummer 4 blz. 22-31.
De titel van het artikel is 'De vette boeken van Gerard Walschap'.

Het is de verdienste van het tijdschrift Ons Erfdeel deze reeks artikelen te publiceren en zo de auteurs en hun werk op hun waarde te schatten in deze tijd.

Daarover schrijft het op de laatste bladzijde van elk artikel onder de reeksnaam ‘Schrijvers die nog maar namen lijken. ‘Daarvoor hebben we aan jonge auteurs, literatuurcritici en –wetenschappers gevraagd om zich te buigen over twintigste-eeuwse schrijvers van wie de naam wel breed bekend is, maar van wie men zich kan afvragen of hun boeken nog worden gelezen. Op die manier willen we een onbevangen blik werpen op oeuvres die zijn vergeten of in de tijd dreigen weg te glijden. We hopen dat de confrontatie van vers bloed met het verleden van de Nederlandstalige literatuur frisse inzichten kan aanreiken.’

Nog drie artikelen komen in volgende afleveringen

  • Daniël Rovers over Simon Vestdijk
  • Sabastiaan Kort over Maurice Gilliams
  • Michiel Leen over Johan Daisne.

 


Een Poolse dichteres over een andere Poolse dichteres - Ewa Lipska over haar vriendin  Wisława Szymborska


 

 

Wisława Szymborska Ewa Lipska

Begin oktober 2015 vierde de Poolse dichteres Ewa Lipska haar zeventigste verjaardag.
In een vraaggesprek met haar per e-mail voor de Poëziekrant kreeg ze de volgende vraag en gaf ze het daarbij aansluitende antwoord:

Enkele jaren geleden werkte u mee aan de Nederlandse documentaire Einde en begin, gewijd aan de inmiddels overleden Poolse dichteres Wisława Szymborska. Dankzij dit mooie portret kregen we niet alleen een inkijk in de ongewone persoonlijkheid van de Nobelprijswinnares, maar waren we meteen ook getuige van de vele ‘prullaria’ die haar privéleven en dat van haar vrienden de nodige kleur gaven, zoals het miniatuurbeeldje van Manneken Pis waarmee Szymborska zichzelf cognac serveerde. Szymborska was vele decennia lang een goede vriendin van u. Wat waardeert u het meest in haar werk?

E.L.: Ik heb Wisława leren kennen toen ik achttien was. Dat was voor mij een belangrijke vriendschap. De vele ontmoetingen, de boeken die we lazen, de nachten die we al pratend doorbrachten. Szymborska had een specifiek gevoel voor humor. Om een term van Johan Huizinga te gebruiken: Wisława was een homo ludens, een mens van het spel, maar dan in de filosofische betekenis van het woord. Ik hield van haar ironie, haar distantie, haar vermogen om in onbenullige zaken iets ongewoons te ontdekken. Wisława aanvaardde de wereld, ze zei me wel eens dat ‘de wereld verrukkelijk is’ – ze was het dus niet altijd eens met mijn opvattingen.

Poëziekrant jg. 39 nr. 6 – december 2015 p. 47

Uit de bundel ‘Einde en begin’ [Gedichten 1957-1997] lichten we Szymborska’s gedicht Grafschrift op bladzijde 65. Mogelijk illustreert dat gedichtje wat Ewa Lipska over de Nobelprijswinnares (1996) hierboven zegt.

              GRAFSCHRIFT

Hier ligt, zo ouderwets als komma en punt,
zekere maakster van enige verzen. Gegund
is haar de eeuwige rust, al verwarde het lijk
traditie met avant-garde in haar praktijk.
Op dit graf kunt u daarom niet veel verwachten,
Alleen deze uil, wat klitten, en dit rijm.
O passant, pak uit uw tas uw elektronisch brein
en weeg Szymborska’s lot in uw gedachten.



Szymborska overleed op 1 februari 2012.


Omhoog ^


En Appels aan de overkant – Jeugdboek van Henri van Daele

 

Zo begint het boek

‘LEERLINGEN gaan op het einde van het schooljaar over.
Meesters niet.
Meesters doen jaren achter elkaar hetzelfde.
En blijven dus overzitten.
Ieder jaar opnieuw Een aap op een stok. Breuken. Ambiorix en het verdrag van Verdun. De zijrivieren van de Schelde. Romeinse cijfers. De catechismusvragen met een 7 ervoor. Verrast en verast, de schuur brandde en de verbrande schuur.
Maar de dag dat we naar het vijfde studiejaar mogen, gaat de meester mee. Met de hele klas.
Daar zijn we allemaal blij om.
Meneer Troffels is een heel bijzondere meester.
En hij kan prachtig vertellen.
Over de schuur die de duivel in één nacht in Opwijk bouwde. Over de vrouw die ’s vrijdags voor zichzelf een lekker stukje lever bakte en al in het eerste brokje stikte. Over St.-Hubertus, de heilige jager, die voor de mastellen op drie november gezorgd heeft.
Hij kan een siddering van afschuw over onze jongensruggen jagen, die meneer Troffels. Z’n verhalen strekken er meestal toe, te verhoeden dat we van ons geloof zouden afvallen. Maar ze gaan telkens wel over zondaars. En dat is spannend.
Weet je wat een vrijmetselaar is? Dat is iemand die zo grondig van z’n geloof afgevallen is – die is nog erger dan een ongedoopte Chinees, een protestant of een socialist. Als een vrijmetselaar op sterven ligt, komen andere vrijmetselaars bij z’n bed de wacht houden, met rieken en ander scherp gerei, om te verhinderen dat er een pastoor zou komen om hem de laatste sacramenten toe te dienen.
Heel erg is dat!
‘Staat de naam van een vrijmetselaar geschreven in de palm van Gods hand?’ vraagt meneer Troffels.
De klas weifelt. Niemand durft te antwoorden.
‘Kan de ziel van een vrijmetselaar gered worden?’
De hele klas zegt als uit één mond: ‘Iedere ziel kan gered worden, meneer!’
‘Ook als ze pekzwart ziet?’
‘Ook als ze pekzwart ziet, meneer!’
Meneer Troffels knikt langzaam, alsof hij dat eigenlijk wel een beetje jammer vindt. Maar het is duidelijk: je kunt er maar beter niet aan beginnen vrijmetselaar te worden, om daar dan weer spijt van te krijgen.
Voor zover meneer Troffels weet, wonen er geen vrijmetselaars in het dorp. Noch Chinezen, gedoopte of ongedoopte. Noch protestanten.
Socialisten wel. Die hebben een eigen fanfare met een rood vaandel en twee zitten er in de gemeenteraad. Het is treurig, maar het is zo.
‘Laten we voor hen bidden,’ zegt meneer Troffels, ‘want ze weten niet wat ze doen.’
En we bidden. Voor de socialistische fanfare. Voor de ongedoopte Chinezen en protestanten. Voor de bolsjewieken en voor de vrijmetselaars.
Het is september 1957.
De klas geurt naar geraniums en meneer Troffels houdt achter z’n brilleglazen z’n ogen devoot gesloten.
Buiten ligt het dorp en het is ver verwijderd van alle gevaren, waarover de verhalen van meneer Troffels gaan.

Recensie

En Appels aan de overkant is het laatste deel van een serie van 5, waarin de schrijver zijn jeugdherinneringen heeft verwerkt. Het is wel afzonderlijk te lezen. Je maakt door de ogen van de jongen Henri (ca. 10-16 jr) kennis met het gezin, de familie en de vrienden in een eenvoudig Vlaams dorp. Geleidelijk ontstaat een beeld van de sfeer van de jaren vijftig. Er wordt veel verteld over het schoolleven, de natuur, de familieleden met al hun eigenaardigheden. Ook de journalistieke ambitie van Henri wordt beschreven. Een wat kortaangebonden stijl (humor tussen de regels), hier en daar fragmentarisch. Het verhaal komt daardoor wat moeizaam op gang. Jeugdige lezers (ca. 14 jr) zullen zich niet gemakkelijk kunnen verplaatsen in de beschreven periode. Voor volwassenen is het wellicht een amusant, aandoenlijk boek met veel (m.n. voor Vlamingen) herkenbare situaties. …

(Biblion recensie, Cecile J.M. Zonnenberg-Benerink.)

Van Daele, Henri En Appels Aan De Overkant. Tielt: Lannoo, 1991.

Het boek is niet meer verkrijgbaar in de boekhandel.


Over het werk van Henri van Daele

Het werk van de Vlaamse auteur Henri van Daele valt grofweg uiteen in twee stromingen: de sprookjesachtige verhalen en de autobiografische verhalen. Daarnaast herschreef hij een aantal klassieke verhalen voor de jeugd.


In En Appels aan de overkant vertelt hij hoe zijn schrijversloopbaan begon: hij deed met succes mee aan een opstelwedstrijd. Daarna volgden bijdragen aan het tijdschrift Robbedoes en het plaatselijke weekblad en als hij 15 jaar is verschijnt zijn eerste boekje in de reeks Vlaamse Filmpjes. In 1967 komt zijn eerste ‘echte’ boek uit: Herinneringen van een brigand. En dat is de start van een lange en succesvolle loopbaan, die resulteerde in een kleine honderd boeken en vele bekroningen.

In de sprookjeachtige verhalen verwerkt hij zijn kritiek op de maatschappij. Hij speelt met de klassieke sprookjeselementen en voegt er een nieuwe betekenis aan toe, met de bedoeling een boodschap over te dragen.

Met zijn reeks autobiografische verhalen vangt hij aan in 1980, met Pitjemoer, een verhaal over zijn grootvader. Dit en de verhalen over zijn andere grootouders (Pitjefaan en Mitjemoer) en de verhalen over zijn jeugd geven een beeld van het dagelijks leven in Vlaanderen in de jaren vijftig en zestig. Later schrijft hij verhalen over personages die hem in zijn jeugd omringden: zijn oom Balthasar bijvoorbeeld, en Ti, de zwakbegaafde jongen uit zijn geboortedorp Zele. Lezers van de autobiografische verhalen hebben in de loop der tijd Van Daeles universum leren kennen en zijn van zijn innemende personages gaan houden.

Bron: De bibliotheek - Leesplein

Website

http://www.henrivandaele.be/


Henri Van Daele overleed op 20 december 2010 op 64-jarige leeftijd.


 

Nogmaals de canon


 

In de NDN-Nieuwsbrief 27-4 juli-september 2015 presenteerden we onze tekst ‘Canon Nederlandse literatuur vanuit Vlaams perspectief’. Daarin las u over het verschijnsel canon en kreeg u de rapportering van de publieke voorstelling van de nieuwe canon in het Kasteel Beauvoorde bij Veurne op 1 juli 2015 door de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) .


Zo stellen de initiatiefnemers (KANTL en het Vlaams Fonds voor de Letteren) de nieuwe literaire canon voor:

Het canonproject past binnen het geïntegreerde letterenbeleid van de Vlaamse overheid en kadert in een ruimere visie rond leesbevordering en erfgoedbeleid.

De canon maakt duidelijk welke teksten door het literaire veld in Vlaanderen als essentiële Nederlandstalige literatuur worden beschouwd. Hij is een instrument voor het onderwijs, de overheid, de uitgeverijen en het brede lezerspubliek.


bekijk de canon - over de canon

Website: http://literairecanon.be/

Van deze “dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief” is intussen ook een boekversie verschenen (Uitgeverij Vrijdag). Op de blog van Ons Erfdeel, bespreekt Laurens Ham deze uitgave samen met De Leeslijst, een canoniek boek dat onlangs in Nederland verscheen bij Uitgeverij Vantilt.

De criticus neemt in zijn artikel een behoorlijk lange aanloop en is nogal streng én voor de canon én voor De Leeslijst.

Hij besluit:

‘Deze twee nieuwe canons hebben twee radicaal tegengestelde paden gekozen: de dynamische canon zet louter onbetwiste meesterwerken op een rij, wat duidelijkheid biedt maar ook een groot gebrek aan diversiteit blootlegt (zie daarover mijn artikel in Ons Erfdeel); de Nijmeegse canon heeft talloze onbekende werken naar boven gehaald, maar biedt daarmee weinig handvatten daadwerkelijk dát te gaan lezen wat werkelijk hoog aangeschreven staat. Ik vraag me af welke van deze twee strategieën in de huidige lijstjescultuur de beste papieren heeft. Ik denk dat de Nijmeegse uiteindelijk beter past bij de recente leescultuur, maar dat de Vlaamse aanpak aanzienlijke voordelen heeft voor gebruik in het middelbaar en hoger onderwijs.'

Laurens Ham, 'Tussen canon en toplijst'

Zelf scharen wij ons achter deze opvatting. '

De Canon -De 50+1 mooiste literaire werken uit de Nederlanden'
kan voor het literatuuronderwijs in historisch perspectief een goed hanteerbaar handboek zijn. Op de achterflap lezen we over de samenstelling van het boek: ‘De selectie bestrijkt vele facetten van de literatuur: proza, poëzie, theater. De eerste gekozen werken dateren uit de middeleeuwen, de laatste uit de tweede helft van de 20ste eeuw.’

Bij elke auteur wordt ongeveer hetzelfde stramientje gebruikt. Eerst wordt de schrijver op één zwarte bladzijde met witte tekst in zijn tijd en met zijn werk gesitueerd. Dan volgt een levendig geschreven appreciërende relatief korte duidingstekst waarbij het fragment uit het werk van de auteur wordt geplaatst in zijn context. Het gekozen dichtfragment bijvoorbeeld staat in de linker kolom of bladzijde wat vetjes gedrukt in zijn oorspronkelijk taalvorm met daarnaast de eigentijdse vertaling. Voor werken uit de 20ste eeuw is de originele tekstweergave vanzelfsprekend. In een didactische situatie geeft dat systeempje aan de docent de gelegenheid om heel wat schrijvers voor te stellen, van hen wat te lezen en te begrijpen en ze ook in de context van de literaire evolutie te plaatsen.

Bij het vluchtig doornemen van 'De Canon - 50+1 mooiste literaire werken uit de Nederlanden' is mij persoonlijk toch één stramientje opgevallen en bijgebleven: het ‘Antwerps Liedboek’ uit 1544 met de volledige derde druk. Het bevat 221 liederen, met slechts één lied waarvan de auteur bekend is gebleven. De samenstellers zijn bijzonder enthousiast over dit liedboek. Ze noemen het ‘een echt kleinood: het is klein, intrigerend en kostbaar. Het is het oudste bewaarde wereldlijke liedboek uit de Lage Landen én de meest omvangrijke bundel in zijn genre. Dit boek met 221 liederen heeft daardoor een zeer bijzondere status.’ (blz. 135).

Uit de liederen komt een beeld van de bezigheden van alledag te voorschijn met veelal herkenbare personages met ook hun herkenbare gevoelens en gedragingen. Ze vormen een bron van vermaak voor de lezer die graag zingt of meezingt. In het enig opgenomen kluchtlied, nummer 62 in het boek, staan verleiding en misleiding centraal.  ‘Een Nyeu Liedeken’ samen met de eigentijdse tekst naast de originele vindt u op de bladzijden 138 tot 143.

Jawel, dit canonboek is behoorlijk bruikbaar voor de les. (G.D.)

Omhoog ^


Omgaan met taalnormen en -variatie in het onderwijs

 

De afgelopen periode heeft de Taalunie, in het kader van haar denktank onderwijs, onderzocht welke bijdrage de Taalunie kan leveren aan de discussie rond het thema ‘omgaan met taalnormen en –variatie in het onderwijs.’ In juni 2015 nodigden wij (een aantal deskundigen ) uit voor een discussiemiddag, die de Taalunie over dit thema organiseerde. …

Een belangrijk doel van de bijeenkomst was om behoeftes en vragen van het veld rond de kennis over het thema te inventariseren, en op basis van die behoeftes en vragen te onderzoeken hoe de Taalunie aandacht kan geven aan het thema. Uit de bijeenkomst kwam naar voren dat de deelnemers een gebrek ervaren aan een vindplaats van neutrale, objectieve informatie over omgaan met taalnormen en taalvariatie in het onderwijs. De Taalunie ziet hier een rol voor zichzelf, en zal, in het kader van het kenniscentrum onderwijs, een vooralsnog beperkte kennisdatabank opzetten met wetenschappelijke, en andere kwaliteitsvolle publicaties over omgaan met taalnormen en taalvariatie in het Nederlandse en Vlaamse onderwijs. Elk van deze publicaties zal worden voorzien van een korte, toegankelijke samenvatting. De inhoud van de databank doet zoveel mogelijk recht aan de verschillende standpunten die er over taalnormen en taalvariatie in het onderwijs bestaan. De databank (Taalnormen en -Variatie Onderzocht) volgt het format van de kennisdatabank HTNO, en maakt deel uit van het digitale kenniscentrum onderwijs van de Taalunie. Wij willen hier snel mee starten, en zullen u hierover informeren.

Daarnaast wil de Taalunie een kennisdossier opbouwen over omgaan met Taalnormen en Taalvariatie in het Vlaamse en Nederlandse onderwijs, tevens als onderdeel van het digitale kenniscentrum onderwijs. Het kennisdossier presenteert verschillende visies op taalnormen en taalvariatie in het Nederlandse en Vlaamse onderwijs aan de hand van de vraag die tijdens de eerder genoemde discussiebijeenkomst centraal stond: hoe om te gaan met taalnormen en variatie in het onderwijs? Dit kennisdossier zullen wij samenstellen op basis van de publicaties die in onze kennisdatabank opgenomen zullen worden, en op de discussie zoals die gevoerd tijdens de middag in juni. Het is denkbaar dat het nodig is de verschillende visies van meer inhoudelijke diepgang te voorzien. Wij hopen dat wij dan bij (de deskundigen) terug mogen komen voor meer informatie.

(Mededeling vanuit de Nederlandse Taalunie)



Omhoog ^

 

Het Taalcongres  ‘Samenwerking in het Nederlands schept kansen” – 10 oktober 2015 in het Vlaams Parlement


 

Het Nederlands-Vlaams Taalcongres in het Vlaams Parlement mondde uit in een krachtige oproep:  blijf samen investeren in het Nederlands. Omdat het ons zo veel oplevert. Het Taalcongres werd aan het begin van de Week van het Nederlands georganiseerd door de Orde van den Prince samen met nog zeven andere Nederlands-Vlaamse middenveldpartijen en de Interparlementaire Commissie van de Taalunie en de Taalunie zelf.

Het verslag van de Orde van den Prince

Toespraak Geert Bourgeois aan het einde van het Taalcongres

Aanbevelingen Taalcongres

Het Comité van Ministers van de Taalunie heeft al in begin november 2015 algemeen gereageerd op de Aanbevelingen van het Taalcongres. De Stuurgroep en de Taalunie hebben het congres in een bijeenkomst in Antwerpen geëvalueerd. De Stuurgroep heeft de intentie de uitvoering van de beleidsbeslissingen die voortspruiten uit de aanbevelingen van dichtbij op te volgen.

Volledige informatie met het programma, het officiële verslag van de Taalunie en de reactie van het Comité van Ministers vindt op de pagina Documenten van de VVA-website.

Het volledige verslag is in schriftelijke versie bij de Taalunie keurig uitgegeven en er op aanvraag te verkrijgen.

Omhoog ^


Stichting Nederlands Onderwijs in het buitenland (NOB) viert 35-jarig bestaan met eenmalig digitaal magazine “Grenzenloos groeien”



 


Geache lezers,

Stichting Nederlands onderwijs in het buitenland bestaat dit jaar 35 jaar. Ter ere van onze “verjaardag” maakten wij het digitale magazine “Grenzenloos groeien”. In deze eenmalige uitgave vormen portretten en inhoudelijke verhalen samen de trotse oogst van 35 jaar Nederlands onderwijs in het buitenland. Graag stuur ik u, met de vriendelijke groeten van An de Moor, hierbij de link naar dit magazine www.stichtingnob.nl/magazine.

Het netwerk van primair en voortgezet Nederlandstalig onderwijs in het buitenland dat in de afgelopen jaren is opgebouwd is omvangrijk en van grote waarde voor Nederland en Vlaanderen. Inmiddels zijn er 15.000 leerlingen in 120 landen buiten Nederland. De kwaliteit van het onderwijs is goed.

Mijn collega’s en ik blijven ons ook het komende jaar, samen met de ruim 200 Nederlandse en Europese scholen wereldwijd en de organisaties voor afstandsonderwijs, met dezelfde passie en bevlogenheid inzetten voor kwalitatief wereldwijd Nederlands taal en cultuur onderwijs. Daardoor kunnen we onze wereldburgers met Nederlandse en Vlaamse roots ook in de toekomst kansen bieden; waar ze vandaag ook zijn en morgen naartoe gaan.

Ik wens u veel leesplezier en wens u en uw dierbaren fijne feestdagen en een goed, gezond en leerzaam 2016.

Mede namens alle collega’s van NOB,

Dr. Karen Peters
Directeur NOB

http://www.stichtingnob.nl/

N.a.v.de publicatie van deze brief van de NOB-directeur feliciteren wij NOB met de viering van hun 35 jaar werkzaamheden op het vlak van het onderwijs Nederlands in het buitenland, maar evenzeer prijzen we de Stichting omwille van haar gedrevenheid om dit werk op even enthousiaste wijze verder te zetten. Dat loopt nochtans niet van een leien dakje omwille van herschikkingen van de subsidiëring door de overheid, waardoor op wat langere termijn heel dat prachtige werk wel eens in het gedrang zou kunnen komen. Uit heel hun digitale magazine "Grenzenloos groeien" blijkt evenwel de vaste wil van alle medewerkers om door te gaan en kwaliteit en continuïteit in de internationale context te blijven leveren. In het magazine krijgen ze de steun van heel wat prominente persoonlijkheden die ook in Nederland en Vlaanderen betrokken zijn bij het onderwijs.

Van harte bevelen wij bij deze gelegenheid onze lezers dan ook aan om het schitterend uitgegeven magazine op hun scherm op te roepen en zich van de draagwijdte van het werk van de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland op de hoogte te stellen.


grenzenloos

GROEIEN
FEITEN EN VERHALEN OVER 35 JAAR NEDERLANDS ONDERWIJS IN HET BUITENLAND



www.stichtingnob.nl/magazine

 


Omhoog ^


Spotify-lijsten voor (en door) neerlandici

 

 

Mirella van der Made van de actieve Facebook-groep Leraar Nederlands maakte enkele Spotify-afspeellijsten met Nederlands materiaal, bijvoorbeeld voor gebruik in de les. Het zijn 'collectieve' afspeellijsten, wat betekent dat andere Spotify-gebruikers ook materiaal kunnen toevoegen:

http://nederl.blogspot.be/2015/12/spotify-lijsten-voor-neerlandici.html

Omhoog ^


Kloof tussen onderwijsonderzoek en onderwijspraktijk ook voor Nederlands

 

In de brochure van de SLO “Schrijven in het basisonderwijs opnieuw onderzocht. Een inventarisatie van empirisch onderzoek van 2004 tot 2014” van mei 2015 besteden de auteurs Helge Bonset en Mariette Hoogeveen de eerste pagina van hun inleiding aan die kloof.

Beide auteurs zijn al jaren bezig met het inventariseren van onderwijsonderzoek op verschillende domeinen van het vak Nederlands. Blijvend worden ze geconfronteerd met deze problematiek en steeds uiten ze hun bezorgdheid daarover. Maar ook blijven ze ijveren met hun inventariseringen om die kloof zo goed mogelijk te verkleinen.

De effectiviteit van het onderwijs – ook die van het Nederlands – zou beslist kunnen worden opgevoerd als er een ruime en intensieve coöperatie zou kunnen ontstaan tussen de onderzoekers en de onderwijsverstrekkers in de klaspraktijk.


Lees daarover meer op de pagina Ideeën van de NDN-website

 

Omhoog ^


Het goede taalnieuws van 2015 in Vlaanderen -
en mogelijk in 2016

 

Miet Ooms bezocht congressen, netwerkevenementen, sloot zich aan bij facebookgroepen, volgde interessante twitteraars, las tijdschriften, blogs, artikels. Haar oogst is rijk.
Haar contacten bijzonder prettig. Je kan er leuk kennis van nemen.

De taalverhalen van 2015

Ook Steven Delarue blijft bijzonder actief op het taalveld.
Hij is samen met Heleen Rijckaert de kranige redacteur van het nieuwe tijdschrift voor Nederlands “Fons”. Hij blikt ook terug op wat 2015 hem aanreikte, maar kijkt daarbij vooruit naar 2016

Een terugblik op 2015, en een vooruitblik op het komende jaar | Steven Delarue

Omhoog^


ALGEMEEN ONTWERPEN LEREN afgekort AOL, in het Engels UNIVERSAL DESIGN LEARNING afgekort UDL

in de onderwijscontext en bij het vak Nederlands

 

AOL of UDL biedt een wetenschappelijk kader om een curriculum te ontwikkelen dat tegemoet komt aan de diverse noden, sterktes, achtergronden en interesses van studenten in het hedendaags onderwijs. Het is een manier om barrières in het leerproces weg te werken. Zo komt AOL/UDL tegemoet aan de noden van de grote diversiteit aan studenten die aan onderwijsinstellingen studeren. Onderwijzers/docenten moeten ervoor zorgen dat alle studenten dezelfde vaststaande standaarden bereiken. Daarnaast moeten alle studenten toegang hebben tot het algemeen onderwijscurriculum en hierin een actieve participatie hebben.

AOL/UDL heeft een wetenschappelijke, neurologische basis. Het brein is één groot, geïntegreerd netwerk, maar we spreken vaak over drie verschillende groepen binnen dat netwerk, namelijk het herkenningsnetwerk, het strategische netwerk en het affectieve netwerk.

Binnen het eerste netwerk, het herkenningsnetwerk staat herkennen en opnemen van informatie centraal. Dit deel bepaalt WAT we leren.

Het tweede netwerk, het strategische netwerk van het brein bepaalt HOE we leren: we plannen, voeren uit en monitoren acties en vaardigheden.
 
Het derde netwerk, het affectieve netwerk bepaalt WAAROM we iets leren. Het evalueert en stelt prioriteiten.

De 3 grote principes zijn:

  • Informatie op verschillende manieren aanbieden  cf. Herkenningsnetwerk
  • Studenten kunnen op verschillende manieren met materiaal omgaan en op verschillende manieren aantonen wat ze geleerd hebben  cf. Strategisch netwerk
  • Studenten op verschillende manieren betrokken laten voelen  cf. Affectief netwerk

Hogeschool PXL

Bij de principes horen richtlijnen: http://siho.pxl.be/principes_en_richtlijnen
(telkens doorklikken).

Bron: http://siho.pxl.be/udl en cursus Siho: http://siho.pxl.be/

Luc Van Acker

Hij verstrekt informatie over AOL/UDL:
http://www.lucvanacker.net/universeel-ontwerp/meer-info-over-udl/

Ook het VVKSO hecht grote betekenis aan AOL/UDL:

‘Universeel ontwerpen is niet opgenomen in onderwijsregelgeving, maar is een interessante invalshoek om onderwijs vorm te geven en te komen tot een beter onderwijs.’

http://ond.vvkso-ict.com/vvksosites/UPLOAD/2014/M-VVKSO-2014-040.pdf

Ook Klasse besteedt aandacht aan AOL/UDL bij Differentiëren met als titel:
‘Maak je les uitdagender met UDL’: https://www.klasse.be/9578/maak-les-uitdagender-udl/

Voor Nederlands >

De Dienst Pedagogische Begeleiding Brugge (Katholiek Onderwijs Vlaanderen) stelt een

 ‘Universal Design for Learning in Nederlands: een praktische gids’ ter beschikking op het internet. Naast een omzeggens volledige inleiding in de methodiek van AOL/UDL stellen ze ook twee voorbeeldlessen voor met toepassing van de principes van AOL/UDL:

Twee AOL/UDL-lessen Nederlands voor de derde graad:
 

- Dialectverlies en dialectrevival
- Mamma Medea

We bevelen van harte aan het volledige document eens door te nemen

Het is van de hand van Barbara Axters en Marieke Decock.


Omhoog^

POËZIEWEEK 28/1 T/M 3/2/2016

 

TAALUNIE: BERICHT
Poëzie leeft!

Poëziespecial januari 2016
Omhoog^

De recente berichten op de Facebookblog van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik links op >
BERICHTEN AAN PAGINA

 
 


NDN-Facebookblog


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookblog van het NDN. Het gaat om 50 nieuwe berichten vanaf 22 november 2015 tot 26 januari 2016. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Geef Netwerk Didactiek Nederlands of NDN in op het invulvak bovenaan. Open in de linker kolom dan
BERICHTEN AAN PAGINA.



- FAALTAAL 26-1-2016

Taalvouwtje op taalvouwtjes De scheurkalender 2016 – 13 januari
Noortje (4) zegt nog wel eens dat iets ‘goeder’ is, waarop haar moeder haar vertelt dat het ‘beter’ is.
...

- AANKONDIGING NDN-NIEUWSBRIEF EDITIE 28-2 - 25-1-2016

Over enkele dagen verschijnt de nieuwe editie van onze nieuwsbrief. We geven hier een idee van welke thema’s voorkomen in deze aflevering.
Speciale aandacht vragen we voor het eerste document: de NDN-Lenteconferentie op 22 april 2016 “Bewust taalvaardig” UAntwerpen.

- POÊZIEWEEK 2016 28/1 T/M 3/2/2016 – 25-1-2016

UITGELICHT: GEDICHTENDAG

Met Gedichtendag gaat op donderdag 28 januari de Poëzieweek van start. Poëzieliefhebbers in Nederland en Vlaanderen organiseren die dag een grote diversiteit aan eigen poëzieactiviteiten en ook de media klinken die dag een stuk poëtischer....

- CORDON BLEU 25-1-2016

Woordweetje

Taalvoutjes de scheurkalender 2016 – 09/10 januari...

- DE DICHTKUNST SCHENKT HIJ ONS MAAR OOK ZICHZELF 22-1-2016

Interview - Stefan Hertmans schrijft het Poëziegeschenk “Neem en lees”
‘Alles wat over is, verplicht zichzelf...

- NAAR EEN ONDERWIJS VOOR MENSEN IN BALANS (OPINIESTUK) - Kris Van den Branden 20-1-2016

Deze tekst verscheen op 14 januari 2016 als opiniestuk in De Standaard.

- SNELLEZEN IS MINDER VERSTAAN VAN WAT JE LEEST 20-1-2016

Snellezers lezen niet alles, laat eye tracking-onderzoek zien: ze scheren over de tekst heen en slaan veel over. In sommige studies deden mensen het aardig qua lees¬tem¬po én begrip, maar dat kwam dan doordat ze de gelezen fragmenten goed met eigen achtergrondkennis konden verbinden. Hebben ze die kennis niet, dan begrijpen ze er weinig van. …
Wie sneller wil leren lezen, moet vooral véél lezen – begrijpend -lezen welteverstaan

- DE VERVOEGING VAN HET WERKWOORD ‘SKYPEN’ 19-1-2016

Taallink 518 van de Taaltelefoon 078 15 20 25 078 15 20 25

- TAALPOST IS VERNIEUWD!

1779 | 19 januari 2016
Taalnieuws
...

- MOEDERTAAL 18-1-2016

(Cartoon)

- ERASMUSPRIJS 2016 TOEGEKEND AAN DE BRITSE AUTEUR A.S. BYATT 17-1-2016

De Britse schrijfster Dame Antonia Susan Byatt (1936) zal op 8 december e.k. de Eramusprijs 2016 in ontvangst mogen nemen op het Koninklijk Paleis in Antwerpen.
“Vertellen is zoveel als een deel van de menselijke natuur zoals brood en de bloedsomloop”...

- 35700 LEERMIDDELEN BIJ KLASCEMENT 16-1-2016

Een staalkaart.
Ook voor het vak Nederlands zit er heel wat tussen.
...

- FACEBOOKGROEPEN o.m. LERAREN NEDERLANDS (Nederland) 11-1-2016

https://www.facebook.com/groups/leraarnederlands/?fref=ts
- Taalleerkrachten (Vlaanderen)
...

- FUKSCHIP OF KOFSCHIP EN LACHEN 11-1-2016

Cartoon

- OPENSTAAN / OPEN STAAN 11-1-2016

Wanneer schrijf je openstaan en wanneer open staan?

- IN BEDRIJFSNAMEN ZITTEN NAMEN VAN OPRICHTERS VERSTOPT 11-1-2016

Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel; in deze 20 bedrijfsnamen zitten de namen van hun oprichters verstopt.

- METHODE NEDERLANDS KAPITAAL 11-1-2016

Kapitaal, de methodenaam voor Nederlands van het eerste tot het zesde jaar secundair onderwijs. En Kapitaal doet precies wat de naam belooft: leerlingen rijk maken in taal.
1e graad a-stroom, 2e en 3e graad ASO/TSO/KSO
...

- FICTIE ALS MOTOR VOOR SCHOOLSUCCES 10-1-2016

• Datum 02 feb 2016 van 9:30 tot 16.00
• Type studiedag APS
• Doelgroep docenten Nederlands vmbo

- LEZEN TEGEN DE WAAN VAN DE DAG 9-1-2016

in DS van 2/3-1-2016 geeft chef Standaard der Letteren Veerle Vanden Bosch in een kort stukje in de rubriek Dossier Vooruitblik 2016 de zin van het lezen weer. Welke waarde heeft lezen van een krant tegenover het lezen van een goed boek? Ze geeft daarvan enkele voorbeelden.

- NEDERLANDS LEREN IN AMSTERDAM NIET MEER NODIG 8-1-2016

De Grote Taaldag 6 februari 2016 in Utrecht:
AVT TIN-dag en ANéLA TTiN-dag
...

- KARL OVER KNAUSGÅRD, NOORS AUTEUR VAN WERELDFORMAAT 8-1-2016

Met zijn franjeloze autobiografische romancyclus Mijn strijd bereikt de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård wereldwijd een groot publiek. De zes vuistdikke romans steken vol meedogenloze paradoxen: hoe tegelijkertijd in het leven staan en ernaast? Hoe de werkelijkheid zo te beschrijven dat ze zelf de werkelijkheid wordt? Hoe trivialiteiten zo te beschrijven dat ze kunst worden, en kunst triviaal? Mijn strijd is een proustia...

- ONZE TAAL, JAARGANG 85 NUMMER 1 - 2016 - VERSCHIJNT NU 6-1-2016

Overloop even de inhoud met ook doorklikgelegenheid naar het begin van de artikels
...

- PROFIELWERKSTUKWEDSTRIJD NEDERLANDS 2016 (VLLT-IVN) 4-1-2016

Dit schooljaar organiseert het SectieBestuur Nederlands van de Vereniging voor Leraren in Levende Talen (VLLT) in samenwerking met de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) voor de vierde keer een profielwerkstukkenwedstrijd.

- POMPELMOEZEN, GRAPEFRUIT EN APPELTJES VAN ORANJE 1-1-2016

Een tijdje geleden postte Miet Oost een nieuw mini-onderzoekje naar taalvariatie, met als onderwerp citrusvruchten.

- DE ACHT GELUKKIGSPREKINGEN (VROEGER DE ACHT ZALIGSPREKINGEN) EN DE NEGENDE VAN WILLY MARTIN 27-12-2015

Vanuit de christelijke geloofstraditie zijn de acht ‘zaligsprekingen’ bekend. Ze komen voor in het Evangelie van Mattheus hoofdstuk 5 3-10. Zij luiden de eerste prediking in van Jezus Christus toen hij zijn openbaar leven begon.
In de tabel ziet u de tekst eerst zoals die in de Nieuwe Bijbelvertaling is verwoord en daarnaast zoals die voortspruit uit de Statenbijbelvertaling.

- DE KERSTMAN OP BEZOEK 25-12-2015
________________________

(Meertalige kerstepiek Afrikaans, Nederlands, Engels)
...

- VIJFTIEN NEDERLANDSTALIGE SCHRIJVERS ZIJN IN 2015 OVERLEDEN 24-12-2015

- Herman Hendrik ter Balkt overleed op 9 maart
- Jef Geeraerts, die op 11 mei overleed
- Plezierdichter Drs. P stierf op 14 juni...

- BLOED EN ROZEN – DEEL 6 VAN DE GESCHIEDENIS VAN DE NEDERLANDSE LITERATUUR 1900-1945 IS VERSCHENEN 23-12-2015

Auteur: hoofddocent Jacqueline Bel

'Dit boek is een geschiedenis van de literatuur in Nederland en Vlaanderen tussen 1900 en 1945: een periode die grote auteurs voortbracht als Louis Couperus, Martinus Nijhoff, Carry van Bruggen, Karel van de Woestijne, Paul van Ostaijen en Willem Elsschot. Een wervelende tijd met een watervlugge afwisseling van literaire generaties en hun tijds...

- OVERZICHT VAN BEKENDE OVERLEDENEN VAN 2015 23-12-2015

Gestorven maar niet vergeten
Even lezen wie ze waren, wat ze deden – waarom we hen niet vergeten.

- DE TAALUNIE WENST U GOEDE FEESTDAGEN EN EEN MOOI 2016 22-12-2015

Medewerkers van de Taalunie maakten een filmpje met een nieuwjaarswens voor u en een korte terugblik op 2015. Klik op de koppeling om het filmpje te starten.
De Taalunie wenst u goede feestdagen en een inspirerend en kansrijk 2016!
...

- TAALSTRIJD - HET BOEK VAN FRANK VAN SPLUNDER 18-12-2015

‘Taalstrijd

Over relaties tussen talen in de wereld, Europa, Nederland en Vlaanderen’ Frank van Splunder
...

- DE MEEST GESPROKEN TALEN IN DE WERELD 16-12-2015

Wist je dat er vandaag de dag (minstens) 7.102 gekende talen worden gesproken op onze aardbol? 23 daarvan zijn elk voor meer dan vijftig miljoen mensen de moedertaal. Diezelfde 23 talen zijn ook nog eens een landstaal voor 4,1 miljard mensen, dat is meer dan de helft van de wereldbevolking. Onderstaande infografiek brengt in beeld welke 23 talen dat zijn, waar ter wereld ze overal gesproken worden en door wie.
Volgens de meest recente tel...

- EINDELIJK STUDENTENVERZET TEGEN DE DOORGESCHOTEN VERENGELSING AAN DE UNIVERSITEITEN 14-12-2015

Inhoud colleges onduidelijk door steenkolenengels
Arianne Mantel in De Telegraaf van 8 december 2015
...

- DUURZAAM ONDERWIJS 12-12-2015

Aanbevolen vanuit KlasCement
Toegevoegd door Philip Lambrechts op 11.12.2015...
Brief van Kris Van den Branden aan de Vlaamse Minister van Onderwijs

- DOWNLOADBAAR LESMATERIAAL – DE WERKWOORDSPELLLING 12-12-2015

Toegevoegd door Lene Beuls op 03.12.2015
...

- MAG JE WERKELIJK STELLEN DAT HET VAK NEDERLANDS OP DE MIDDELBARE SCHOOL SAAI IS? 11-12-2015

Op 21 september publiceert de bekende Leidse taalkundeprof en columnist Marc van Oostendorp zijn tekst op Neder-L onder de titel “Nederlands is saai!”. Het is maar een populair bedoelde columntekst, maar hij zet aan tot reflecteren over het onderwijs van het Nederlands in de Nederlandse middelbare scholen.
De sensibilisering voor de thematiek deint na de tekst dan ook uit in reacties die evenzeer...

- DE ONDERWIJSDAGEN IN NEDERLAND 9, 10 EN 11 NOVEMBER 2015 IN ROTTERDAM 6-12-2015

Terugblik in woord en beeld op: dé Onderwijsdagen 2015
Dé Onderwijsdagen 2015 waren met 1750 bezoekers en 99 sprekers in drie dagen een groot succes. Heb je ze gemist of wil je alles nog eens rustig teruglezen en terugkijken? Dat kan. Hier vind je via Kennisnet alle koppelingen naar de hoogtepunten.
...

- KIJK, MENEER BROERSEN, IN ZIJN NETTE PAK 6-12-2015

De levensloop van een Nederlandse leraar Nederlands

- MAAK VAN INTERNET EEN SCHOOLVAK 6-12-2015

Leerlingen vinden informatie zoeken en waarderen vaak moeilijk. Ze vinden dat veel moeilijker dan de meeste volwassenen denken. Daarom pleit zoekdeskundige Ewoud Sanders voor internet als vak op school in NRC Handelsblad van 28 oktober 2011.
Volwassenen gaan ervan uit dat alle jongeren digitaal vaardig en competent zijn. Ze zijn immers met internet opgegroeid. Uit diverse onderzoeken blijkt evenwel dat jongeren heel weinig van internet weten.

- VLOG – VLOGGEN – VLOGGER EN VLOGGERS 5-12-2015

Vandaag heb ik een nieuw woord ontdekt: vlogger.
In Nederland zijn er meer vloggers dan in Vlaanderen.
Ik vroeg me af wat het kon zijn. ...

- WAAROM IS HET RAAR OM MET EEN GOOISE ‘R TE PRATEN? 4-12-2015

Gepubliceerd op 2 dec. 2015
Misschien heb je hem zelf. Of misschien erger je je er kapot aan. Feit is dat de Gooise r aan een enorme opmars bezig is. En dat is helemaal niet logisch, zal Marc van Oostendorp (Universiteit Leiden) je uitleggen. Saillant detail is dat zelfs onze voormalige Koningin Beatrix niet immuun is gebleken voor de Gooise-r-terreur.... Benieuwd hoe haar "r" veranderd is? Kijken maarrrr!
...

- VIJF VIDEOCOLLEGES OVER TAAL, SPRAAK, ACCENTEN 4-12-2015

Marc van Oostendorp gaf aan de Universiteit van Nederland vijf videocolleges over taal, spraak en accenten.
Vijf collegethema’s kwamen aan de orde:...

- DE UITLEENWOORDENBANK SINDS DECEMBER 2015 BESCHIKBAAR ONLINE 4-12-2015

De Uitleenwoordenbank die vanaf december 2015 online is, is gebaseerd op een boek van Nicoline van der Sijs uit 2010. Maar de databank heeft een grote toegevoegde waarde, aldus Van der Sijs: “Er staan nog meer woorden in. Door eerst een overzicht te maken van de bestaande woorden, konden we zien waar nog lacunes zaten. Als een woord wel voorkwam in het Zweeds en het Deens maar niet in het Noors, hebben we gekeken of...

- BRIEF ZOEKTOCHT BESTE LERAAR NEDERLANDS VAN NEDERLAND EN BELGIË 2016 1-12-2015

Frits Spits stuurde ons vandaag de volgende brief.
Beste lezers en betrokkenen,
...

- ONDERWIJS VOOR DE 21STE EEUW 28-11-2015

Een boek voor leerkrachten en ouders
Door Kris Van den Branden
Welke competenties moeten jongeren in het onderwijs van de 21ste eeuw verwerven?...

- DREIGINGSNIVEAU 4 27-11-2015

De stad ligt stil.
Kou zakt in de straten.
Een groot nihil...

Elvis Peeters

- NIEUWE WEBSITE E. du PERRON (1899-1940) 26-11-2015

Op 15 oktober 2015 werd in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag de nieuwe website met een massa documentatie over de auteur voorgesteld.
We hebben er een document over geplaatst op de NDN-website met ook een citaat van Garmt Stuiveling over de dichter, de criticus en de essayist Du Perron.

- GASTON DURNEZ LEERT (IN)ZIEN HOE MOOI DE LELIJKE WERELD IS 24-11-2015

Twee nieuwe boeken van de 87-jarige Gaston Durnez

- BIJDRAGEN GEZOCHT VOOR FONS 2! 23-11-2015

Nu het eerste nummer van Fons in zowat alle Vlaamse lerarenkamers is opgedoken, zitten wij al met ons hoofd bij Fons 2. Daarvoor zijn we nog op zoek naar bijdragen, vooral van leerkrachten die zelf met beide benen in het werkveld staan! Zin om iets te schrijven voor ons volgende nummer? Een leuke lestips, of een originele werkvorm die je met succes hebt uitgetest in de klas? Een klein onderzoekje gedaan, of een nieuwe app of website ontdekt die ...

- HET NIEUWE VERDWIJNWOORDENBOEK 22-11-2015

Het nieuwe verdwijnwoordenboek beschrijft van Ton den Boon de mooiste, vreemdste en opvallendste woorden die soms eeuwenlang gangbaar zijn geweest, maar die in de twintigste eeuw (en soms al eerder) uit ons taalgebruik zijn verdwenen.


 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2016.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be