Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
30-3, maart, april, mei 2018
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




 
Redactioneel
Contributie NDN 2018
Uitnodiging NDN-Lenteconferentie
Greep op taal-leerdoelen, Nora Bogaert
Meesterschapsteams over nieuw curriculum Nederlands
Betekenis identiteit in een superdiverse samenleving, Ludo Beheydt
Lofprijs Nederlandse taal voor An De Moor
Beter schrijven in hoger onderwijs
Taalkundig onderzoek in bovenbouw havo, Roland de Bondt
Betekenis van een gedicht?
Elk zijn Claus, Linde De Potter
Dichter Menno Wigman overleden
KNAW: Nederland heeft behoefte aan taalbeleid
Leren presenteren
Aarzelingen bij begrijpend lezen
LTM Jg. 105 (2018) 2
Recent op de NDN-Facebookpagina
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
NDN-Nieuws 30-2
 
NDN-Nieuws 30-1
 
• NDN-Nieuws 29-4
 
NDN-Nieuws 29-3
 
NDN-Nieuws 29-2
 
NDN-Nieuws 29-1
 
• NDN-Nieuws 28-4
 
NDN-Nieuws 28-3
 
NDN-Nieuws 28-2
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
 
 
 
Redactioneel
 

Lectori salutem


Collega’s,

NDN-NIEUWSBRIEF 30-03 IS UIT -

Het Netwerk Didactiek Nederlands is blij u de nieuwe editie voor te stellen van zijn driemaandelijkse nieuwsbrief. De volle aandacht ligt in de eerste plaats op de lenteconferentie UPDATE! die de didactiekvereniging organiseert in ’t Brantijser op de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen.

U bent er heel welkom op die vrijdag 27 april 2018.

Niet minder dan vier hoogleraren uit de Vlaamse universiteiten zullen een uiteenzetting geven.

Waarover gaat het? In de uitnodiging staat:

‘NDN wil via UPDATE! als intermediair de samenwerking met de Vlaamse universiteiten verhogen met de bedoeling recente wetenschappelijke inzichten i.v.m. literatuur/fictie, taalbeschouwing/taalkunde en taalvaardigheid te 'openbaren' aan de docenten van de lerarenopleidingen en na te gaan hoe die inzichten in de curricula van de lerarenopleidingen geïmplementeerd kunnen worden om uiteindelijk een doorstroming te vinden naar het schoolvak Nederlands in het secundair onderwijs'.

Belangstelling? Aarzel dan niet onderaan op de uitnodiging meteen in te schrijven voor onze lenteconferentie.

Op het vlak van de ideeënontwikkeling rond het vak Nederlands vindt u in de nieuwsbrief ook enkele denkoefeningen. Zij staan in het teken van de curriculumontwikkeling in Nederland en het uitschrijven van de eindtermen Nederlands in Vlaanderen. Identiteit, bepaald ook taalidentiteit, is een thema dat er indirect bij aansluit. Het taalbeleid in Nederland zit evenzeer in het domein van de reflectie over wat er in de maatschappij en in het (hoger) onderwijs gebeurt op taalgebied.

Iets wat minder staan er meteen praktijkgerichte artikelen voor de vakdidactiek in deze nieuwsbrief, maar ze zijn er toch: denk aan presenteren, zie de MOOC schrijfvaardigheidsontwikkeling van studenten aan universiteit en hogeschool, zie de achtereenvolgende aanpakvormen van het begrijpend lezen …

Verder zijn we blij dat onze uitmuntende collega An De Moor de Lofprijs der Nederlandse taal krijgt.

De literatuur hebben wij voor deze editie evenmin vergeten. De tekst van Linde De Potter over het werk van Hugo Claus sluit direct aan bij de actualiteit, nu de auteur op heel ruime schaal herdacht wordt tien jaar na zijn overlijden.

Er is minder dan in de vorige editie, maar er is meer dan wij hier net proberen voor te stellen.

Trek een uurtje uit voor een rustige maar grondige lectuur van deze nieuwsbrief. Het wordt geen verloren, maar gewonnen lees- of studietijd voor uzelf en mogelijk ook voor uw studenten of leerlingen.

Het bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) wenst u een blijde lente toe en een vruchtbare lectuur van deze nieuwsbrief.

U kunt ons bereiken op info@netdidned.be


Ghislain Duchâteau – vicevoorzitter en redacteur NDN

namens het hele NDN-bestuur


 


Contributie Netwerk Didactiek Nederlands 2018

 
Antwerpen, 8 maart 2018


Betreft: Contributie NDN 2018


Geachte Collega – lid NDN,


In het voorbije jaar hebt u als lid van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) onze vereniging gesteund en hebt u geholpen met onze missie en doelstellingen ten bate van het onderwijs Nederlands.

Wij verwachten dat u ook in 2018 lid blijft. Daarom vragen wij u vriendelijk uw contributie voor 2018 te voldoen.

De jaarbijdrage voor 2018 blijft ongewijzigd. Voor een steunend lid bedraagt ze 25 euro, voor een gewoon lid is dat 20 euro.

U kunt ook het bedrag verhogen met een vrijwillige donatie.

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

U kunt uw bijdrage overmaken op de rekening van het NDN Essential Pro:
IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB
van NDN, Wilrijk.

Wilt u zo attent zijn om bij uw overschrijving te vermelden:
Contributie NDN 2018 – en zeker ook de naam of de namen voor wie het lidmaatschap geldt?

Wij danken van harte iedereen die zijn contributie voor 2018 al heeft overgeschreven.

We behouden dit bericht in Nieuwsbrief 30-3, om alle achterblijvers de gelegenheid te bieden hun contributie zonder aarzelen alsnog te voldoen. Wij stellen uw lidmaatschap van onze vereniging bijzonder op prijs.


Met onze collegiale groeten


José Vandekerckhove, voorzitter NDN

Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter en penningmeester NDN

Carl Brüsewitz, secretaris NDN


Uitnodiging voor de NDN-Lenteconferentie -

vrijdag 27 april 2018 UAntwerpen
 



Uitnodiging NDN-Lenteconferentie - vrijdag 27 april 2018 Stadscampus UAntwerpen

De organisatie gebeurt in samenwerking van het NDN met het Centrum Nascholing Onderwijs van de UAntwerpen.

Uitnodiging en inschrijving

NDN-Lenteconferentie in een nieuw kleedje

vrijdag 27 april 2018

Update!

Niet altijd (of niet vaak genoeg) wordt een brug gebouwd tussen recente academische strekkingen en inzichten in de neerlandistiek enerzijds en de lerarenopleidingen Nederlands anderzijds. Bovendien dringen academische vernieuwingen of accentverschuivingen vaak te laat of helemaal niet door in het secundair onderwijs. Er lijken soms wel drie eilanden te bestaan, terwijl we uiteindelijk allen in dezelfde zee vissen.

Naar aanleiding van stelling 8 van het Manifest Schoolvak Nederlands over Samenwerking en Uitwisseling, meer bepaald van de zin daaruit: 'De uitwisseling tussen wetenschap en schoolvak moet intensiever', groeide binnen NDN een nieuwe conceptuele invulling van de Lenteconferentie 2018.

NDN wil via UPDATE! als intermediair de samenwerking met de Vlaamse universiteiten verhogen met de bedoeling recente wetenschappelijke inzichten i.v.m. literatuur/fictie, taalbeschouwing/taalkunde en taalvaardigheid te 'openbaren' aan de docenten van de lerarenopleidingen en na te gaan hoe die inzichten in de curricula van de lerarenopleidingen geïmplementeerd kunnen worden om uiteindelijk een doorstroming te vinden naar het schoolvak Nederlands in het secundair onderwijs'.

Hebben hun medewerking toegezegd: de professoren Kevin Absillis (Uantwerpen), Jordi Casteleyn (Uantwerpen), Johan De Caluwe (Ugent) en Dirk De Geest (KULeuven). Elk van hen staat in voor een sessie van 75 minuten.

Elke sessie begint met een academische uiteenzetting over hetzij taalbeschouwing/taalkunde, literatuur/fictie en taalvaardigheid (in casu luisteren) zodat elk aspect van het schoolvak Nederlands bestreken wordt. Na de uiteenzetting volgt een vraagronde, een gesprek en een reflectie over de eventuele implementatie ervan op kortere termijn in de lerarenopleidingen en op iets langere termijn in het secundair onderwijs.

Praktisch

Datum: vrijdag 27 april 2018

Locatie: Het Brantijser Stadscampus UAntwerpen,
Sint-Jacobsmarkt 9-13, 2000 Antwerpen

Programma


Vanaf 9 u


 inloop en aanmelding

9.45

 inleiding

10– 11.15 u

 eerste sessie

11.15-12.30 u

 tweede sessie

12.30-13.30 u

 broodjesmaaltijd

13.30-14.45 u

 derde sessie

14.45-16 u

 slotsessie

16-16.45

 afsluitende borrel


Deelname

Vooraf inschrijven kan tot 20 april 2018 via de website.
NDN-leden: betalen 30 euro.
Niet-NDN-leden: betalen 50 euro, inclusief lidmaatschap NDN tot einde 2018.
Inschrijven na 20 april: 10 euro extra.
In de deelname zijn de broodmaaltijd ’s middags, de conferentiemap en de afsluitende borrel inbegrepen.



Inschrijvingsformulier

Kopieer, vul in, plak in een e-mailvenster en stuur door naar info@netdidned.be

Voornaam:

Familienaam:



Functie:



(Onderwijs)instelling:



Adres:



Persoonlijk e-mailadres



Wel lid of nog geen lid NDN

Neem wél of geen deel aan de afsluitende borrel




Ik stort gelijktijdig de som van € 30 (lid NDN) of de som van € 50 (nog geen lid van NDN)
(€ 60 na 20 april 2018) op de rekening van NDN
IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Enkel de betaling maakt de inschrijving definitief.

De inschrijver

 



U bent hartelijk welkom op vrijdag 27 april 2018 in Het Brantijser UAntwerpen
Het NDN-bestuur

José Vandekerckhove, Ghislain Duchâteau, Carl Brüsewitz, Nora Bogaert, Tamara Bollaert, Pieterjan Bonne, Jan Lecocq, André Mottart, Frans Daems

Deze uitnodiging met het inschrijvingsformulier vindt u ook op de pagina
NDN-Activiteiten
van onze website.


 
Omhoog ^


Greep krijgen op taal-leerdoelen. Van leerdoelen naar leerplannen naar leeractiviteiten -
visietekst - februari 2018 - Nora Bogaert (bestuurslid NDN)



 

Op het ogenblik dat een onderwijscommissie in Vlaanderen bezig is de eindtermen voor lager en middelbaar onderwijs op te stellen is deze visietekst wellicht bijzonder welkom. We maken hem daarom graag toegankelijk voor belangstellende didactici Nederlands.

Greep krijgen op taal-leerdoelen

Van leerdoelen naar leerplannen naar leeractiviteiten

Visietekst


Onderwijs heeft de opdracht om alle leerlingen in staat te stellen volwaardig te participeren aan de samenleving en toegang te hebben tot alle instrumenten die het mogelijk maken zich blijvend te ontwikkelen en ontplooien(1) Volwaardige participatie vereist van burgers van de 21ste eeuw de beheersing van een steeds breder wordend gamma van algemene competenties. Het merendeel van die competenties doet een beroep op taal, zo stelt de Taalunie in het document ‘Iedereen taalcompetent‘ en dat maakt taal een van de belangrijkste instrumenten voor volwaardige deelname.

Het spreekt voor zich dat onderwijs daarbij rekening dient te houden met de verschillende startposities van leerlingen wat sociale achtergrond en thuistaal betreft en niet mag ‘uitgaan van een al grotendeels buitenschools verworven taalvaardigheid en de aanwezigheid van een bepaald taalgevoel’. Zo wordt bijvoorbeeld de taalvariëteit Standaardnederlands aan vele jongeren niet van huis uit meegegeven. Dat geldt ook voor een aantal taalregisters (formele taal, schooltaal, cultureel-esthetische taal, ...) en tekstsoorten/genres: veel schoolgangers kunnen niet terugvallen op de stevige talige en culturele ondergrond waarmee kinderen van de middenklasse al van jongsafaan thuis in aanraking komen en van waaruit ze in de loop van hun schoolcarrière hun competenties vlot tot verdere ontwikkeling kunnen brengen. Grote groepen jongeren zijn dus in toenemende mate aangewezen op het onderwijs om zich de onontbeerlijke competenties eigen te maken. Onderwijs aan deze leerlingen moet uit de remediërende sfeer gehaald worden en ondergebracht worden in de kern van het curriculum, zo stellen Ton Hendrix en Wilma Van der Westen(2) zeer terecht en voegen eraan toe: Het vak Nederlands moet ruimte maken voor het verwerven van de Nederlandse taal en zorgen voor een gemeenschappelijk vertrekpunt (wat betreft taal, cultuur én inhoudskennis). Onderliggende verwachtingen, veronderstellingen en vooronderstellingen (taal, cultuur én inhoud) moeten dus geëxpliciteerd worden en een plaats krijgen in het curriculum: diezelfde bekommernis ligt aan de oorsprong van de hier voorliggende tekst ‘Greep krijgen op taal-leerdoelen’.

(1)Zie ook Ton Hendrix en Wilma van der Westen (2018), Visie op het vak Nederlands voor Curriculum.nu
(2)Ton Hendrix en Wilma van der Westen (2018)


Inhoud

DEEL 1 - HET BEGRIP ‘TAALCOMPETENTIE’


1.1 OVER DOMEINEN EN ROLLEN

1.2 OVER DE FUNCTIES VAN TAAL

1.3 OVER TAALCOMPETENT ZIJN

1.3.1. Gepast communiceren: pragmatische en socioculturele competentie
1.3.2 ‘Adequaat communiceren’ - (1) discursieve competentie
1.3.3. ‘Adequaat communiceren’ – (2) Strategische competentie

1.4. TAALCOMPETENTIES VOOR DE 21ste EEUW

1.4.1 Informele taalcompetentie
1.4.2 Formele taalcompetentie
1.4.3 Functionele geletterdheid en informatieverwerving
1.4.4 Algemene cognitief-academische taalcompetentie
1.4.5 Vakgebonden/Professionele taalcompetentie - vakspecialistische taal

1.4.6 Expressief-affectieve taalcompetentie
1.4.7 Culturele taalcompetentie
1.4.8 Metacommunicatieve taalcompetentie

1.5. KEUZEN MAKEN

DEEL 2 – VORM GEVEN AAN TAAL-LEERDOELEN

2.1 - De COMPONENTEN VAN TAALCOMPETENTIE

Taalvaardigheid
Kennis
Attituden


2.2 - BOUWSTENEN EN SAMENHANG
2.3 - BEREDENEERDE LEERLIJNEN UITTEKENEN
2.4 – VAN LEERDOELEN NAAR EFFECTVOLLE TAALTAKEN 

BRONNEN

Naar de tekst zelf



De meesterschapsteams in Nederland over een nieuw curriculum Nederlands


 

Sinds de meesterschapsteams Nederlands in januari 2016 hun Manifest Nederlands op School publiceerden en daarbij het begrip bewuste geletterdheid introduceerden, heeft de tijd niet stilgestaan. De door de overheid ingezette herbezinning op het onderwijs (Onderwijs 2032) heeft een opvolger gekregen in Curriculum Nu, waarin docentontwikkelteams per leergebied het komend jaar de bouwstenen moeten leveren voor een nieuw curriculum. Ondertussen hebben de meesterschapsteams verder gewerkt aan de uitwerking van het begrip bewuste geletterdheid, onder andere door zelf met docentontwikkelteams aan de slag te gaan om materiaal te ontwikkelen. Kort geleden publiceerden zij op hun website een visiestuk.

Toelichting

Het is het stuk dat de Meesterschapsteams Nederlands in de eerste plaats hebben geschreven voor het Ontwikkelteam Nederlands dat vanaf maart 2018 aan de slag gaat in het kader van Curriculum.nu. Het betreft hun visie op de toekomst van het schoolvak Nederlands; het is het vervolg op het Manifest Nederlands op school dat ze twee jaar geleden publiceerden. 

Enkele hoofdpunten zijn de toevoeging aan het schoolvak van vakinhoud, het combineren van verschillende perspectieven op het vak en de toevoeging van een aantal algemene vaardigheden. De nieuwe leerdoelenkaart in de tekst maakt deze verrijking van het vak in één oogopslag duidelijk. Ook hebben ze het centrale begrip bewuste geletterdheid nader toegelicht. De begeleidende tekst gaat verder in op een aantal aspecten die in het licht van Curriculum.nu speciale aandacht behoeven.  

Het stuk is bedoeld als een tussenstap in een proces van curriculumherziening en duidt vooral een denkrichting aan. In het vervolg zullende meesterschapsteams nog voor de zomer de leerdoelenkaart verder uitwerken.

Ze hopen dat hun visie het Ontwikkelteam zal inspireren bij zijn belangrijke taak om richting te geven aan een vernieuwd, bezield en interessant schoolvak Nederlands.
Voor de goede orde: zij moesten zich hier beperken tot 'het wat' van het schoolvak, 'het hoe' komt later aan de orde. De tekst is ook beschikbaar via de website van de Meesterschapsteams Nederlands en Neerlandistiek.nl.

Met de flyer kan de lezer snel een indruk krijgen van de visie van de meesterschapsteams

Mededeling Theo Witte


Betekenis van taalidentiteit, historische identiteit en geografische identiteit in een superdiverse maatschappij

 


Onder die titel hield em. prof. dr. Ludo Beheydt een keynote-lezing op 1 maart 2018 in de Hogeschool PXL Hasselt tijdens een ontmoetings- en studiedag onderwijs Belgisch en Nederlands Limburg. Hij staat ons expliciet toe zijn lezing te publiceren.

'Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Ik wil hier vandaag een pleidooi houden voor een goed doordachte omgang met onze culturele identiteit en tegen een cultuurrelativistisch kosmopolitisme. En daarmee sluit ik welbewust aan bij de oproep die Paul Scheffer in zijn spraakmakende NRC-artikel uit 2000 lanceerde, wanneer hij stelde:
“Een gemakzuchtig multiculturalisme maakt school omdat we onvoldoende onder woorden brengen wat onze samenleving bijeenhoudt  […] Een samenleving die zichzelf verloochent, heeft nieuwkomers niets te bieden.”

Misschien kijkt u in het huidige tijdsgewricht wat verwonderd op van deze boodschap en vraagt u zich meewarig af of ik niet in een achterhoedegevecht van verblinde nostalgici beland ben, die, tegen beter weten in, een achterhaalde visie op een culturele identiteit blijven koesteren?'

Dat is de aanhef van de lezing van prof. Beheydt.

Lees verder


De begeleidende powerpointpresentatie

 


An De Moor krijgt de lofprijs van de Nederlandse taal


 
Het is niet de eerste keer dat An De Moor een belangrijke onderscheiding krijgt toegekend.
Dat heeft er wel mee te maken dat ze zich in vele opzichten en op verscheidene plaatsen verdienstelijk maakt vooral voor haar engagement voor de bevordering van onze eigen taal, het Nederlands.







Zo kreeg An De Moor op 16 april 2016 tijdens de Algemene Ledendag van de Vereniging Vlaamse Academici (VVA) in Genk de onderscheiding van Academica van het jaar.

Tijdens die bijeenkomst verklaarde ze in haar dankwoord het volgende over de relatie Engels – Nederlands:

“In deze gemondialiseerde wereld is kennis van het Engels vandaag noodzakelijk maar niet voldoende. Bedenk dat als we ons beperken tot het Engels we culturele en intellectuele verschraling institutionaliseren, we pleiten voor functieverlies en uiteindelijk zorgen we voor het uitsterven van het Nederlands. Ik ben het helemaal eens met de Roemeens-Franse filosoof Emil Cioran die vorige eeuw schreef: “Wie zijn taal verloochent, verandert van identiteit en pleegt heroïsch verraad” en: “Een volk is in volle decadentie als het niet meer gelooft in zijn eigen taal.”

Later citeerde ze de Nederlandse cultuurfilosoof Ad Verbrugge in diezelfde context.
Hij kreeg tijdens zijn lezing in Groningen van alle aanwezige hoogleraren instemmende reacties toen hij zei: “Voor onderwijs in het Engels betaal je altijd een prijs. De manier van uitleggen en begrijpen neemt altijd kwalitatief af. Het is trouwens empirisch bewezen dat als je overschakelt naar een andere taal dan het Nederlands als niet-moedertaalspreker je nooit hetzelfde taalniveau kan bereiken als in je moedertaal tenzij die ook verarmt.”

Ook voor het onderwijs en vooral in verband met de academische taalvaardigheid van de studenten in het hoger onderwijs maakt zij zich onvermoeibaar en op een schitterende manier verdienstelijk.

An De Moor is ook al jaren lid van de Werkgroep Taal en Onderwijs van de VVA en ook daarin laat ze zich vaak gelden met haar grondige kennis van de taalproblematieken in het onderwijs en daarbuiten.

Zij is ook de bezielende kracht achter de organisatie van belangrijke congressen en colloquia. Zij leidt voor het ogenblik de werkvergaderingen ter voorbereiding van een colloquium over de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen, dat op 1 december 2018 in de Stadsschouwburg in Bergen-op-Zoom plaats grijpt.

En wie beter dan aan haar zou men de Lofprijs van de Nederlandse taal kunnen toekennen? Zij is de meest verdienstelijke. Ook voor deze onderscheiding verdient An De Moor onze hartelijke felicitaties.

Ghislain Duchâteau,

vicevoorzitter Netwerk Didactiek Nederlands (NDN),
vicevoorzitter Vereniging Vlaamse Academici (VVA)
en verantwoordelijke voor De Werkgroep Taal en Onderwijs van de VVA.

BETER SCHRIJVEN IN HET HOGER ONDERWIJS

HvA en UvA starten MOOC om studenten beter te leren schrijven

 

Zo’n 20 procent van de studenten begint met een onvoldoende of zwakke taalbeheersing aan het hoger onderwijs. Zij lopen tegen schrijfproblemen aan in hun studie. Ook de groep die zonder deficiënties start, blijkt moeite te hebben met schrijven. De Taalunie adviseert onderwijsinstellingen dan ook om te investeren in ‘effectief schrijfonderwijs’.

De HvA en UvA komen met een gratis initiatief waarmee studenten hun schrijfvaardigheid kunnen verbeteren; de MOOC Beter schrijven in het hoger onderwijs. Deze online cursus is ontwikkeld door docenten Nederlands van de HvA en de UvA.

Over deze cursus

Iedereen die studeert in het hoger onderwijs moet veel teksten schrijven. Hoe schrijf je een foutloze, prettig leesbare, goed gestructureerde tekst in de juiste stijl? In deze cursus doorloop je stap voor stap alle fases van het schrijfproces; van brainstormfase tot de eindredactie van je tekst. Op die manier leer je gestructureerd en efficiënt werken en kun je je steeds op een aspect van het schrijven concentreren. In zes modules werk je aan een schrijfopdracht die je steeds verder uitwerkt. Daarbij oefen je in een interactieve omgeving, waarin ruimte is voor zelfevaluatie en voor peer feedback op elkaars schrijfproducten. …


Taalkundig onderzoek in de bovenbouw havo

Geplaatst op 31 januari 2018 09:10 door Redactie Neerlandistiek

door Roland de Bondt

 

Lange tijd is het vak Nederlands op middelbare scholen gedomineerd door literatuur – boeken lezen, gedichten analyseren – en taalvaardigheidonderwijs – lezen, schrijven en samenvatten, voordrachten houden, debatten voeren. Het derde onderdeel van ons vak – taalkunde – is jarenlang stiefmoederlijk behandeld. Wordt er in de onderbouw naast zinsontleding en woordbenoeming doorgaans nog wel enige aandacht geschonken aan taal en taalkundige verschijnselen – dialecten, jongerentaal, spreekwoorden – in de bovenbouw is daar amper sprake meer van.

Met het verschijnen van Taalkunde voor de tweede fase van het VWO in 2006 van Hans Hulshof, Maaike Rietmeijer en Arie Verhagen kregen docenten Nederlands een instrument in handen om hier verandering in aan te brengen. In het boek werd duidelijk gemaakt dat taalkunde ‘’maatschappelijk en cultureel relevante kennis’’ is. Een van de redenen om dit boek te schrijven was om het vak Nederlands van een imagoprobleem af te laten komen. Leerlingen vonden Nederlands saai en bovendien niet erg uitdagend. De kennis die je nodig hebt om het centraal schriftelijk eindexamen Nederlands te maken, kun je in een paar weken tijd gemakkelijk leren. De uitdaging zit vooral in het toepassen van die kennis op in moeilijkheidsgraad opklimmende teksten. Leer je in de brugklas al wat de hoofdgedachte van een tekst is en hoe je die moet vinden, in het eindexamen is de vraag naar de hoofdgedachte nog altijd vaste prik.

In de afgelopen tien jaar is er veel ten goede veranderd voor taalkundig geïnteresseerde docenten. Zo hebben we behalve het prachtige boek De taalcanon – in 2014 terecht bekroond met de Populariseringsprijs van de Landelijke Onderzoeksschool Taalkunde (LOT) – de indrukwekkende en voortdurend geactualiseerde website. Er zijn intussen ook vier aansprekende animatiefilmpjes verschenen bij onderwerpen uit de taalcanon; hieraan zijn lesopdrachten toegevoegd door de makers van de gratis digitale lesbrief TLPST. Mathilde Jansen vestigde hier onlangs op Neerlandistiek al de aandacht op.

Verheugend is het om te lezen dat TLPST – een samenwerkingsverband tussen de veelgebruikte lesmethode Nieuw Nederlands en het Genootschap Onze Taal – ervoor gekozen heeft ook opdrachten te maken die mikken op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Ik vind dit een goede ontwikkeling en ik hoop dan ook van ganser harte dat de medewerkers van TLPST besluiten dat dit experiment in de nieuwsbrief van januari 2018 een blijvertje is.

Het Docentontwikkelteam (DOT) ‘Activerende didactiek voor taalkunde’ van het Meesterschap Nederlands mag in dit verband evenmin onvermeld blijven. Onder het motto ‘’meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’’ wordt al een paar jaar inspirerend onderwijs ontworpen. Enkele voorbeelden van lesmateriaal zijn hier te vinden.

Dat leerlingen van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met onderzoek in aanraking worden gebracht, zou vanzelfsprekend moeten zijn. Maar een onderzoekende houding en kennis maken met onderzoek is iets waar ook havisten baat bij hebben en plezier aan kunnen beleven. Bekijk op de website van Wetenschapsoriëntatie Nederlands maar eens de antwoorden die worden gegeven op de vraag ‘Waarom WON?’ Het enige punt dat niet direct van toepassing is op havo-leerlingen is dat WON leerlingen voorbereidt op een universitaire studie.

Het afgelopen half jaar heb ik samen met een collega voor 4 havo een opdracht ontworpen om taalkundig onderzoek te doen. Om structuur in deze opdracht aan te brengen hebben wij gebruik gemaakt van een stappenplan dat op onze school gangbaar is bij de beta-vakken. Het is een van de vele varianten van de onderzoekscyclus waarvan op internet talloze voorbeelden circuleren. Ik zal deze acht stappen hieronder van een korte toelichting voorzien.

Stap 1 Onderwerpkeuze en onderzoekvraag
Leerlingen konden gebruik maken van de onderwerpen op de website van de Taalcanon, waar overigens ook een lesbrief Onderzoeksopdrachten te vinden is en een overzicht met onderzoeksvragen bij de taalcanon. Daarnaast werden ze op het spoor gezet van taalkundig onderzoek door middel van populair-wetenschappelijke artikelen uit Onze Taal. Ook zelf een onderwerp bedenken was in overleg mogelijk.

Stap 2 Hypothese
Leerlingen moesten nadenken over de resultaten en de antwoorden die ze uit het onderzoek dachten te halen.

Stap 3 Theorie
Voor de meeste leerlingen vormde het artikel op www.taalcanon.nl het startpunt (en voor sommigen helaas ook het eindpunt). Leerlingen hebben vervolgens zelf nog andere bronnen verzameld op het internet, maar die vaardigheid kan bij de meesten nog wel een duwtje in de rug krijgen.

Stap 4 Materiaal en methode
In deze stap moesten leerlingen nadenken over de vraag hoe ze het beste hun onderzoek kunnen uitvoeren om de onderzoeksvraag te beantwoorden. Het bestuderen van vakliteratuur is een voor de hand liggende oplossing om informatie te verzamelen, maar echt enthousiast werden leerlingen pas door liedjes te beluisteren met bepaalde taalverschijnselen, interviews te houden en (online) enquêtes af te nemen.

Stap 5 Resultaten verzamelen en verwerken
Belangrijk in deze stap was om alle gegevens overzichtelijk te ordenen, bijvoorbeeld in tabellen of grafieken, zonder er direct conclusies aan te verbinden. Dat moest namelijk gebeuren in

Stap 6 Conclusie(s) trekken
Het advies was om te starten bij de hypothese. Is die uitgekomen of niet? Waarom wel of waarom niet. Door het antwoord toe te lichten aan de hand van voorbeelden was een conclusie meestal tamelijk eenvoudig te trekken.

Stap 7 Discussie en evalueren
Was er iets aan je onderzoek wat misschien beter had gekund? Wat voegt jouw onderzoek toe aan het artikel dat je gelezen hebt? Wat zou je eigenlijk nu nog verder moeten, kunnen of willen onderzoeken?

Stap 8 Verslaglegging/rapporteren
De bovenstaande stappen moesten tot slot verwerkt worden in een werkstuk.
Terugkijkend op deze opdracht, denk ik dat het taalkundig onderzoek zich een vaste plaats in ons curriculum heeft weten te verwerven. We hebben gezien dat de meeste leerlingen serieus en vol enthousiasme hebben gewerkt aan deze taalkundeonderzoeksopdracht. Dat niet alle conclusies even betrouwbaar waren, hebben we dit keer dan ook voor lief genomen. Volgend jaar zullen we zeker het nodige bijstellen. Zo moet er zeker extra aandacht komen voor zoeken op het internet en voor een goed gebruik van verschillende onderzoeksmethodes. Maar dat zullen we met plezier doen: lezen over taalkundig onderzoek is interessant, inspirerende opdrachten maken over taalkunde is interessanter, maar zelf taalkundig onderzoek doen is verreweg het interessantst.

Bron: Neerlandistiek


Omhoog ^


De betekenis van een gedicht?


 

‘Waar bevindt zich de betekenis van een gedicht? In eerste instantie wellicht in het hoofd van de dichter, maar daar kunnen we niet bij, dat kon hij immers zelf al niet.

In het gedicht zelf dan? Maar dat geeft geen kik zolang je het niet tot leven wekt. Nee, de betekenis ontvouwt zich pas in het lezen, en dat is, zoals men weet, een
uitvoerende kunst van de hoogste moeilijkheidsgraad, die sensitiviteit, intelligentie en vooral veel ervaring vereist. Maar ook tot wat zich in het brein van de lezer afspeelt hebben we geen toegang.

Wat een gedicht zegt, bedoelt, verzwijgt en teweegbrengt komt pas werkelijk tot uitdrukking wanneer lezers er met elkaar over in gesprek gaan, hun visies, vondsten en associaties uitspreken en een pleidooi houden voor de kwaliteit van het geschrevene. Dit impliceert dat de betekenis en de waarde van poëzie een dynamisch karakter hebben. Zet twee nieuwe lezers aan het werk, en ze zullen het gedicht anders begrijpen en waarderen dan hun voorgangers. Het enige wat met enige stelligheid kan worden volgehouden is dat alleen heel goede gedichten steeds nieuwe lezers verleiden en uitdagen. Met andere woorden: een sterk gedicht wordt gekenmerkt door een hoog betekenispotentieel.’

Piet Gerbrandy

Beginalinea van STERVENDE PAARDEN
De verzamelde gedichten van Willem Elsschot
Ons Erfdeel februari 2018 p. 134

Omhoog ^

Elk zijn Claus

door Linde De Potter 

 
In de reeks over recente doctoraten van de Bond der Gentse Germanisten is Linde De Potter aan de beurt. In december 2017 verdedigde zij haar proefschrift Elk zijn genre, elk zijn Claus. Hugo Claus en de populaire verhaalcultuur. Promotor was prof. Dr. Yves T’Sjoen.

(Hugo Claus volop in de belangstelling nu hij tien jaar geleden overleed)

Toen het Nederlandse Boekenweekgeschenk 1989 verscheen, was dat goed voor een record. Voor het eerst in de geschiedenis van de Nederlandse literatuur werd een boek meteen gedrukt op een oplage van meer dan een half miljoen exemplaren. Het geschenk in kwestie was de novelle De zwaardvis van Hugo Claus (1929-2008). Hoewel de kritiek zeer lovend was over de novelle, een moordverhaal dat zich afspeelt in een landelijk Vlaams dorp, was men het oneens over de vraag of Claus het beoogde opzet had bereikt. Een Boekenweekgeschenk is immers bedoeld voor een breed publiek, maar gold dat ook voor De zwaardvis? Sommige recensenten vonden van wel, en spraken van ‘amusement op verantwoord literair niveau’ (A. Heumakers) en van een Claus ‘voor het volk uitgelegd’ (M. Reynebeau). Anderen meenden echter dat Claus met dit ogenschijnlijk banale misdaadverhaal de nietsvermoedende lezer had bedot en dat De zwaardvis in werkelijkheid een ingenieus boek vol referenties aan de klassieke mythologie was. Jos Borré schreef: ‘Ik vrees dat het weer een klus voor [Clauskenner] Paul Claes zal zijn. Zonder zijn ontzaglijke voorkennis van de kleinste details uit de wereld van de myten [sic] en zijn bereidheid om lezen te beschouwen als een vorm van ontcijferen, kom je er niet’.

De overtuiging dat een boek van Claus vanwege de vele raadselachtige interteksten moeilijk toegankelijk zou zijn voor gewone lezers, is niet uitzonderlijk in de Clausreceptie; het appel aan ‘gevestigde’ lezers is dat evenmin. Ook bij de ontvangst van verschillende andere romans hebben recensenten hun hoop in Clausexegeten gesteld. Die houding hangt nauw samen met Claus’ imago van ‘Grote Intertekstueel’ (G. Buelens). Diens oeuvre is immers berucht voor de vele intertekstuele referenties erin. Verschillende studies hebben aangetoond hoezeer het werk refereert aan de klassieke mythologie, de Bijbel en de wereldliteratuur.

De intertekstuele benadering, die erop gericht is teksten leesbaar(der) te maken, heeft er paradoxaal genoeg echter ook toe geleid dat Claus’ werk het imago kreeg van een raadsel voor ingewijden, dat zonder de sleutels van de Mythe en de Canonieke Literatuur ontoegankelijk zou zijn. Zo werd het werk in de praktijk steeds complexer en minder leesbaar. Nochtans leert de geschiedenis dat meerdere romans, zoals Het jaar van de kreeft (1972) en De geruchten (1996), succesvol waren bij een breed publiek van literatuurliefhebbers. Het zijn, wellicht niet toevallig, boeken waarin nadrukkelijk gerefereerd wordt aan de populaire verhaaltraditie (i.c. de liefdesroman en de streekroman). De Clausstudie heeft weliswaar erkend dat verschillende romans schatplichtig zijn aan uiteenlopende stijlen en genres en aantrekkelijk zijn voor verschillende soorten lezers, maar ze heeft er nauwelijks aandacht aan besteed. Populaire interteksten, waaronder populaire verhaalgenres, zijn veronachtzaamd en hun interpretatieve potentieel is niet benut.

In mijn proefschrift heb ik onderzocht wat het potentieel is van populaire verhaalgenres voor de analyse en interpretatie van Claus’ romans. Populaire verhaalgenres fungeren in mijn onderzoek dus als focus én als een interpretatief instrument of leesbril. Twee vragen staan centraal. Ten eerste: wat levert het op om Claus’ romans vanuit het perspectief van populaire verhaalgenres te benaderen? Ten tweede: in hoeverre stelt dit populaire perspectief het begrip van Claus’ romanoeuvre bij?

Om die vragen te beantwoorden, ontwikkelde ik een leesmethode die een flexibele en contextgerichte opvatting van genres combineert met concepten uit de narratologie en de stilistiek. Ik koppel een gedetailleerde narratologische en stilistische analyse van de corpusromans aan een analyse van positioneringsstrategieën en parateksten (bv. de cover, de typografie, de blurb). In vier gevalsstudies wordt telkens een ander populair verhaalgenre, dat is gekozen op basis van de contemporaine kritiek, als interpretatiekader voor de lectuur geactiveerd. Dit genre wordt gehanteerd als een perspectief maar niet als norm voor de lectuur. Door een alternatief, opener en toegankelijker leesmodel te presenteren, probeer ik Claus’ romans enigszins terug te geven aan het publiek. Aan bod komen Omtrent Deedee (1963) en de streekroman, waarbij een analyse van De Metsiers (1950) als prelude en als contrastieve achtergrond dient; Dorothea van Male, Schola Nostra. Uitgegeven naar de handschriften, toegelicht en ingeleid door Hugo Claus (1971) en het meisjesboek, Het jaar van de kreeft (1972) en de populaire liefdesroman; en Onvoltooid verleden (1998) en de misdaadroman. De gevalsstudies laten zien dat zowel publieksgerichte als hermetische romans met behulp van paratekstuele en narratieve strategieën associaties met populaire verhaalgenres oproepen. Simultaan worden de beperkingen van deze leesbrillen gedemonstreerd, want op veel vlakken worden de generische verwachtings­patronen ontwricht.

Mijn proefschrift nuanceert het eenzijdige beeld in de Clausstudie van de auteur als herschrijver van de klassieke mythes en van het oeuvre als ontoegankelijk voor gewone lezers. Het presenteert uitgebreide analyses van werken die in de Clausstudie weinig aandacht hebben gekregen en verheldert de generische hybriditeit van het oeuvre. Voorts laat dit proefschrift zien dat Claus’ oeuvre zich leent voor verschillende soorten lezers en uiteenlopende lecturen. Er is een Claus voor elk: elk zijn genre, elk zijn Claus. Onder andere in die eigenschap toont de auteur zijn meesterschap. Dit proefschrift biedt ook perspectieven voor de toekomst. Zo doet het de vraag rijzen hoe de verwerking van populaire genres in de naoorlogse literatuur als literair-historisch referentiepunt kan dienen. Bovendien kan het leesmodel toegepast worden op andere oeuvres.

Linde De Potter
Linde.DePotter@UGent.be

Gepubliceerd in de Nieuwsbrief van maart 2018 (36/3) van de BBG (Bond der Gentse Germanisten) en met uitdrukkelijke toestemming van de auteur overgenomen.


Dichter Menno Wigman overleden 51 jaar oud

 

De dichter overleed op 1 februari 2018 in Amsterdam. Zijn uitgever Prometheus noemt zijn overlijden een slag voor de Nederlandse poëzie. "Wij treuren om het verlies van een van de grootste dichters van ons taalgebied. Menno Wigman was een van die weinige dichters die zowel zijn vakgenoten als het grote, in literatuur geïnteresseerde publiek voor zijn dichtkunst wist te winnen."

Bekijk en beluister het interview (15’36”) met hem over zijn werk ‘Slordig met geluk’. (3-2-2018). Die bundel werd nog genomineerd voor de Ida Gerhardt Poëzieprijs.

Afscheid van mijn lichaam

Waarom, mijn lichaam, was je mij zo weinig waard?
Waarom bleef ik zo koppig tronen in mijn hoofd
en woonde ik mezelf zo hevig uit?

O ja, ik hield van wijn, van zwaar doorrookte feesten,
lucide katers en oneindig gulle lakens.
Zo leefde ik verlicht mijn tijd aan stukken.

Nu lig ik op een zaal, mijn hart, die logge spier,
verlaat me, laf als een gedicht laat het me staan
en voor het eind van deze avond zakt de dood
mijn longen in.

De zon was mij nooit opgevallen als hij niet
steeds onderging. Geen lucht, geen flonkering, geen hoop.
Waarom, mijn lichaam, heb ik nooit in je geloofd?

Menno Wigman (1966)

Uit: Slordig met geluk (2016)


KNAW: Nederland heeft dringend behoefte aan een taalbeleid


(KNAW is de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen)

 


Citaat:

“Als iemand je aanspreekt in een taal die hij begrijpt, dan bereik je zijn hoofd.
Spreek je hem aan in zijn eigen taal, dan bereik je zijn hart.”


Nelson Mandela

We moeten verstandiger en efficiënter omgaan met de talen in ons land, en daar heldere keuzes bij maken. Nederland is een meertalige samenleving geworden en daar is beleid voor nodig, schrijft de KNAW in het vandaag (3 febr. 2018) verschenen rapport Talen voor Nederland.

Lees het persbericht van de KNAW daarover.

Lees de samenvatting van het rapport met de aanbevelingen.

Wie echt geïnteresseerd is gaat naar de volledige tekst van het rapport ‘Talen voor Nederland’

 

Omhoog ^


Leren presenteren

Van aankondiging tot applaus

 

Presenteer je regelmatig voor een groot of klein publiek? En wil je eindelijk eens een presentatie geven waarbij niet alleen niemand in slaap valt, maar die ook resultaat, aandacht of investeerders oplevert?

Tekst: Hans Van de Water & William Visterin

In hun boek The Floor is Yours geven Toon Verlinden en Hans Van de Water hapklare tips om te scoren met je presentatie. Onder andere deze vier belangrijke.

1.    Start met een verrassing

Niets zo saai als ‘Goedemiddag, ik ben X en werk op de afdeling Y, samen met mijn collega Z’. Vlieg er meteen in met een pakkend verhaal, stel een vraag of begin met ‘Beeld je in dat…’.

Mag je dan niet zeggen wie je bent en waar je werkt? Jawel, maar niet in je eerste zin. Want voor de personen in het publiek maakt het helemaal niet uit of je Suzanne of Willem heet. Ze willen weten of je iets interessants te vertellen hebt. Daarom trek je eerst hun aandacht en vertel je hoe jij tijdens je presentatie een antwoord zult geven op hun probleem. Pas dan willen ze weten wie je bent.
 
2.    Stop een draadloze presenter in je hand

Presenteer je met slides? Zorg dan dat je niet aan je laptop kleeft. Stap naar het publiek en bedien je slides vanop afstand met de draadloze presenter. Door iets in je hand te hebben, voel je je ook minder ongemakkelijk.

Test de presenter vooraf eens uit. Je hoeft die echt niet naar de laptop te richten, zoals bij de allereerste tv-afstandsbedieningen. En als je op de toets drukt om naar de volgende slide te gaan, boots je beter de klikbeweging niet na met je hele lichaam. Hoe ongemerkter het gebeurt, hoe beter.
 
3.    Zwijg!

Geef mensen tijd om je boodschap te begrijpen. Las pauzes in tussen je zinnen. Niets is zo sterk als de stilte. Ook tijdens de eerste seconden wanneer je op het podium stapt. Kijk dan eerst even je publiek aan, voor je begint te spreken.

We denken vaak dat we te snel spreken tijdens een presentatie. Het probleem is niet zozeer de snelheid, maar het gebrek aan korte pauzes. Het publiek heeft die paar seconden nodig om alle nieuwe info een plekje te geven in hun hersenen.
 
4.    Maximaal twintig woorden per slide

Hoeveel woorden gebruik jij normaal op een slide? Vijftig? Nog meer? Het publiek kan niet tegelijkertijd luisteren en een lange tekst lezen. Zeg het daarom met beelden. Of met zo weinig mogelijk tekst.

Het beste aantal woorden per slide? Sommigen beweren zes. Maar voor de meeste sprekers is dat zoals fietsen op een circusfiets: onmogelijk! “Wij zijn al tevreden met maximaal twintig woorden op je slide”, zeggen de auteurs. Welke tekst laat je staan? Focus op de essentie. Wat moet je publiek zeker onthouden? Al de rest schrap je. Wil je toch extra informatie delen? Zorg dan voor een handige A4, die je achteraf meegeeft.

Toon Verlinden en Hans Van de Water zijn internationale presentatiecoaches en experten wetenschapscommunicatie. Samen richtten ze The Floor is Yours op, “omdat het leven te kort is voor slechte presentaties”. Meer presentatietips op thefloorisyours.be. Daar vind je ook meer info over het gelijknamige boek boordevol voorbeelden. Van hoe het niet moet én van hoe je wel kunt schitteren op het podium.

Bron: MARK magazine – maart 2018 – p. 24



Aarzelingen bij begrijpend lezen – Martin Bootsma (?)


 

'Als iemand me zou vragen wat ik het moeilijkste vind aan mijn vak, dan zou ik antwoorden dat het de onzekerheid is of dat wat ik doe in de klas verschil maakt. Dus of mijn lesgeven effect heeft.

Die onzekerheid is als het om mijn onderwijspraktijk gaat het grootst bij begrijpend lezen. Omdat er bij dit ‘vak’ zoveel factoren een rol spelen, blijft het voor mij de vraag of de aanpak die ik in mijn klas hanteer wel leidt tot leerlingen die beter en vaardiger worden in het begrijpen van wat ze lezen.

Ik heb onlangs een blog geschreven waarin ik me afvroeg of mbo-studenten in staat zijn om hun eigen leesproces te sturen. Want als ze dat onvoldoende kunnen, horen ze niet op de pabo thuis. Althans dat vind ik. Achter die scherpe opmerking gaat voor een deel mijn eigen onzekerheid schuil. Ben ik zelf in staat om mijn leesproces te sturen en te gebruiken als instrument om de leerlingen in mijn klas te scholen in begrijpend lezen? Ben ik eigenlijk wel in staat om een ‘vak’ als begrijpend lezen te geven? Dit houdt mij dagelijks bezig.' ...

De auteur geeft een overzicht van zijn bevindingen bij de consultatie van de artikelen in het ts. JSW over de periode van 1993 tot 2007 over begrijpend lezen.

Tot slot is zeker de reactie van Helge Bonset onderaan van betekenis. In zijn samenvatting van een artikel van Cor A.J. Aarnoutse verstrekt hij relevante informatie over begrijpend lezen uit onderzoeken.

Omhoog ^


Levende Talen Magazine (LTM) ,
jaargang 105 (2018) 2


 

Deze 2e editie van de lopende jaargang is op komst en belooft weer heel wat zinnige lectuur die lerarenopleiders en leerkrachten in het werkveld kan prikkelen om na te denken over belangrijke thema’s in hun eigen onderwijspraktijk en mogelijk er wat mee te doen naar hun studenten of leerlingen toe. Iedereen met belangstelling voor Nederlands kan er terecht. Ook de andere levende talen als Engels, Frans, Duits krijgen aandacht in het magazine.

Ga naar het inhoudsoverzicht met samenvattingen van de artikelen.





 
 
Omhoog

De recente berichten op de Facebookpagina van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik op >
LEES DE BERICHTEN
of hieronder:

 
 


NDN-Facebookpagina


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookpagina van het NDN. Het gaat hier om twintig berichten vanaf 8 februari 2018. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Vanaf 8 februari 2018 hebben we een nieuwe pagina gecreëerd 'Netwerk Didactiek Nederlands-2'
.
U bereikt ze ook via @netdidned.be.



  • DE SCHRIJFSTER GRIET OP DE BEECK EN HAAR PROZA

    26-2-2018

In deze Vlogboekaflevering geeft Jörgen een korte introductie op het werk van Griet Op de Beeck en het aankomende boekenweekgeschenk Gezien de feiten.
Wat typeert haar boeken? Welke overeenkomsten zijn er te ontdekken? Kortom, wat is het literaire misschien wel overkoepelende verhaal van Griet Op de Beeck?
...

  • ETEL ADNAN, SCHILDERES, DICHTERES EN ROMANSCHRIJFSTER – MAAK KENNIS MET DEZE 96-JARIGE VEEL GEVRAAGDE KUNSTENARES

    26-2-2018

De woorden in haar poëzie getuigen van de verschrikkingen, de verf op haar doeken bewaarde ze voor de schoonheid.

  • ‘WE MOETEN DE MOEDERTAAL VAN KINDEREN MEER BENUTTEN’

    25-2-2018

Een tijdje geleden was de thematiek van het gebruik van de moedertaal van niet-autochtone kinderen op school ruim in de actualiteit in Vlaanderen. Nu blijkt het ook in Nederland een thema van discussie.
Het artikel in ‘Kanttekeningen’ geeft een representatief inzicht in hoe men er in onderwijskringen over denkt voor het basisonderwijs en hoe men ook in klasverband handelt. Het is goed ons daarover nog eens te bezinnen en ..

  • HET LIED HEEFT HET EEUWIGE LEVEN

    25-2-2018

Wég met de oorlog die Luceberts karakter aantast en de liefde voor hem bederft.
Voor ons was het gewoon de grootste dichter van de vorige eeuw van ons taalgebied. En dat zal hij ook blijven. Voeg daarbij de kracht van zijn barse, weinig inschikkelijke schilderijen, zijn foto’s en keramiek. Al die uitingen van zijn onovertroffen talent en niet te stuiten werkkracht zijn her en der in de beste musea te bewonderen. Alleen al 978 werken in het Ste...

  • HUGO CLAUS: NEE, IK BESLIS

Gedichten en liedteksten van Hugo Claus getoonzet

25-2-2018
Op zondag 4 februari 2018 vond in het Brusselse artistiek-literair café Het Goudblommeke in Papier de voorstelling plaats van de cd Nee, ik beslis, waarop ruim twintig gedichten en liedteksten van Hugo Claus muzikaal vertolkt worden en de meester zelf zeven nooit eerder gepubliceerde gedichten voordraagt.
...

  • DE VEELZIJDIGE MEERTALIGHEID VAN ZUID-AFRIKA

    22-2-2018

Het Taalunie.Bericht in de februari-editie beschrijft de veelzijdige talensituatie in Zuid-Afrika op een eenvoudige manier en geeft aan hoe en waarom de Taalunie een nauwe samenwerking met dat land cultiveert.

TAAL VAN HET HART – TAAL OM TE DENKEN

22-2-2018

Taal van die hart, taal van denke
Alles over taal en in verband met Afrikaans
...

  • Call for papers – OPROEP VOOR BIJDRAGEN

    22-2-2018

HSN-32 (16 en 17 november in de Vrije Universiteit Brussel) beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt:
• basisschool;...
 

  • WAT SCHREEF ONS ERFDEEL OVER ‘HOE HEETTE DE HOEDENMAKER?’, DE OPNIEUW UITGEGEVEN CULTROMAN VAN LOEKIE ZVONIK UIT 1975?

    22-2-2018

Zelf heb ik de nieuwe uitgave van de roman van Loekie Strybol-Zvonicek opnieuw aangekocht voor in mijn bilbiotheek. Uiteraard heb ik hem al in 1975 gelezen, toen hij voor het eerst verscheen. De schrijfster is verscheidene jaren collega Nederlands geweest in de lerarenopleiding van de toenmalige Rijksnormaalschool Hasselt. Parallel met mij gaf ze gedurende en... 

  • 2000 AFLEVERINGEN VAN TAALPOST

    18-2-2018

Afgelopen vrijdag verscheen de tweeduizendste aflevering van Taalpost, de gratis nieuwsbrief die ik al maak sinds 2002 voor het Genootschap Onze Taal – de eerste paar jaar (toen was het nog een uitgave samen met Van Dale) met Ludo Permentier, en inmiddels al heel lang samen met Erik Dams.
Het is de best gelezen uitgave waar ik aan meewerk en waarschijnlijk inmiddels de grootste taaluitgave van het taalgebied en vast ook een van de grootste ter w..
 

  • EEN ZUID-AFRIKAANS GEZIN BRENGT EEN JAAR STUDIEVAKANTIE DOOR IN LEUVEN

    14-2-2018

Hun ervaringen zijn zeker de moeite waard om lezen.
Het confronteert ons met onze eigen heimat en zeker met Leuven.
...

  • VLAAMS MINISTER-PRESIDENT GEERT BOURGEOIS HARTSTOCHELIJKE PLEITBEZORGER VOOR HET STANDAARDNEDERLANDS

    13-2-2018

Op de Nederlandse Radio 1 heeft Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) verteld hoe zijn oud-leraar Nederlands Cyriel Moeyaert hem destijds de liefde voor de standaardtaal heeft bijgebracht.
In het programma "De Taalstaat" gaat NPO Radio 1 binnenkort opnieuw op zoek naar de beste leraar Nederlands in Nederland en België. Als opmaatje spraken ze op 3 februari met minis...
 

  • EEN OPWINDENDE NIEUWE STEM UIT LATIJNS-AMERIKA

    13-2-2018

Recensie door Cees Nooteboom van María Gainza ‘Oogzenuw’
Vertaald door Trijne Vermunt. Podium, 188 blz.
 

  • DAT ZOU IDEAAL ZIJN

    11-2-2018

… als leerlingen allemaal zouden lezen.
 

  • MENNO WIGMANS GEDICHTEN – OVER DE LIEFDE EN DE DOOD – ZIJN LYRISCH EN HELDER

    10-2-2018

Ik lees hier niet per se over de zielenroerselen van ene Menno Wigman, maar over hoe hevig het gevoel lief te hebben je plotseling kan overspoelen. Gedichten als Nachtrust, of Natte woorden en Promesse de bonheur uit Mijn naam is Legioen (2012), behoren tot de mooiste liefdesgedichten in de Nederlandse taal. Lyrisch, helder, doordacht, het resultaat van veel geduld en veel schrappen.
 

  • VALENTIJNSPOËZIE

    10-2-2018

Omdat ik voor de derde keer op het internationale poëziefestival van Granada, Nicaragua uitgenodigd ben, had ik als Sint-Valentijnspoëzie twee liefdesgedichten van Claribel Alegría geselecteerd, een dichteres die ik zeer waardeer; er is een wederzijdse waardering. Ik zou haar deze maand ontmoeten maar las in de Spaanse krant El País “su majestad ha muerto”. Deze twee gedichten zijn dan ook een hommage aan deze Grande Dame, vriendin en collega-dichteres.
 

  • EEN GEWELDIGE ERVARING – VLAAMSE LEERKRACHT OP BEZOEK IN EEN SCHOOL IN CONGO

    9-2-18

Joke: “Ik merk in Congo ook dat enkele leerlingen weinig interesse tonen voor mijn les. Niet leuk, maar later hoor ik dat die leerlingen de hele dag niets eten. Dan begrijp je zoiets wel beter. Ze vallen door de honger zelfs in slaap tijdens het laatste lesuur. Dat maakt de job van leraar hier nog moeilijker. Maar de collega’s die ik leer kennen, staan ondanks alles enorm gemotiveerd voor de klas.
 

  • DE BIOGRAFIE VAN DE DICHTER LUCEBERT DOOR WIM HAZEU VERSCHIJNT NU

    8-2-2018


De presentatie van de Lucebertbiografie is voorzien op zondagmiddag 11 februari 2018 in het auditorium van het Stedelijk Museum te Amsterdam.

Recent en lang interview met Wim Hazeu over biografieën en ook iets over de nieuwe biografie van Lucebert
 

  • WIE WAS DE AUTEUR VAN HET WILHELMUS?

    8-2-18

Van wie is het Wilhelmus? Een mini-documentaire voor middelbare scholieren over het Wilhelmus als nationaal symbool.
Het Wilhelmus speelt al eeuwenlang een rol in de vorming van de Nederlandse identiteit. Tijdens de afgelopen kabinetsformatie werd besloten dat scholen verplicht kennis over dit lied moeten aanbieden. Een ‘patriottische prikkel’, noemde dagblad Trouw dat besluit.

  • RELEVANTE ACTUALITEIT IN NEDERLAND

    8-2-2018

    KNAW-rapport kijkt verder dan alleen Engels
    Ingrid Glorie Flitsberichten 2018-02-08

    Wie “voertaal” als zoekterm intikt op Twitter, komt nog te weinig bij deze mooie site terecht. Des te meer echter bij discussies over het gebruik van het Engels aan Nederlandse universiteiten. Helaas overheerst hierin niet zelden een militant nationalistische toon. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen publiceerde deze week echter een onderzoeksrapport waarin de opmars van het Engels in het onderwijs en andere delen van de Nederlandse samenleving in een verfrissend nieuw perspectief wordt geplaatst.


 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Tamara Bollaert, bestuurslid
  • Pieterjan Bonne, bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2018.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be