Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
31-3 | maart-april-mei 2019
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




 
Redactioneel
• NDN-Lenteconferentie UAntwerpen - vr. 27-4-2019 - uitnodiging
DIVA-prijs NDN
Samen sterke verhalen lezen/vertellen
Interview met NDN-voorzitter over onderwijs Nederlands
De zegen van de standaardtaal - Peter Debrabandere
Existentiecrisis Neerlandistiek in Nederland
Terugloop kennis Nederlandse taal en cultuur in Nederland
Verwetenschappelijking schoolvak Nederlands in Nederland
Nieuwsbrief jan. 2019 Neerlandistiek in de klas
Historisch literatuuronderwijs - Roland de Bondt
Zes tips voor een effectieve les
Lesidee - Activerende didactiek, samenwerkend leren en metacognitie
TER HAAR onderwijst

Liefdesgedicht en creatief schrijven Jan Uyttendaele - Lesvoorbeeld
Lessenreeks rond volkssproojes - Jan Uyttendaele
Nieuw online platform voor kennisdeling taalbeleid hoger onderwijs
Stilte in de klas?
Het Poëziecentrum in Gent. Wat is het?
Het alledaagse maar zo complexe verschijnsel meertaligheid - Leonie Cornips
De personagebank:
een literaire volkstelling

Auteur Loeki Zvonik weer in de belangstelling
Vrijheid om onderwijs in eigen moedertaal te genieten in Zuid-Afrika miskend
Spelling: SMS'EN of sms'en
In Memoriam prof. dr. D.P. Blok - Jan Berns
Herman Uyttersprot - Biografie door Joris Dedeurwaerder
Recent op de NDN-Facebookpagina
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
NDN-Nieuws 31-2
 
NDN-Nieuws 31-1
 
NDN-Nieuws 30-4
 
NDN-Nieuws 30-3
 
NDN-Nieuws 30-2
 
NDN-Nieuws 30-1
 
• NDN-Nieuws 29-4
 
NDN-Nieuws 29-3
 
NDN-Nieuws 29-2
 
NDN-Nieuws 29-1
 
• NDN-Nieuws 28-4
 
NDN-Nieuws 28-3
 
NDN-Nieuws 28-2
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
 
 
 
Redactioneel
 

 

Lectori salutem








Collega’s uit Vlaanderen en Nederland




Met de warmste februaridagen ooit en met veel ophef over de annulering van de bacheloropleiding Nederlands aan de Vrije Universiteit van Amsterdam komt een zonnige lente in het verschiet.

Deze NDN-Nieuwsbrief 31-3 sluit daarbij aan met de Uitnodiging voor de NDN-Lenteconferentie 2019 op vrijdag 26 april in Antwerpen. De uitnodiging is van harte. 30 gegadigden kunnen eraan deelnemen om samen met ons “De vinger aan de pols” te houden rond direct actuele thema’s voor de didactiek van het Nederlands in de middelbare scholen. Meld u vlug aan op info@netdidned.be .

Veel reflectie over dat zich vernieuwende onderwijs Nederlands vindt u ook al in deze lente-editie. Niemand minder dan de NDN-voorzitter zelf geeft er met zijn gebruikelijke knipoogjes zijn welgemeende ideeën over in een magazine-interview.

Ook de NDN-Divaprijs is nog aan de orde. We kijken nog uit naar afstudeerstudenten die er hun beste beentje willen voor voorzetten.

Niet enkel presenteren we beschouwingen over ons vak, maar evenzeer blikken we met belangstelling naar toepasselijkheid in de klaspraktijk van voorstellen voor lessen Nederlands zelf. Samen verhalen lezen, lessen over volkssprookjes, over de combinatie van een gedichtbenadering met creatief schrijven zijn daar manifestaties van in deze digitale schriftuur.

Artikelen over literatuur en over figuren die aan literatuurbemiddeling hun verdiensten ontlenen hoeven hier niet te ontbreken. En in de linker kolom met de verwijzing naar de teksten vindt u beslist nog wat meer dat uw belangstelling kan gaande maken. Onderaan treft u weer tien recente berichten aan op de NDN-Facebookpagina. Via dat medium volgen we ook de actualiteit rond het taalgebeuren op de voet.

In zijn geheel moet deze lente-editie voldoende aantrekkelijk zijn om er wat tijd aan te besteden en om met ons mee te denken over de vele facetten en belangstellingsvelden die eigen zijn aan het onderwijs Nederlands. In elk geval nodigen we u uit om ons een seintje te geven over hoe de hele digitale nieuwsbrief bij u is overgekomen of wat u er bijzonder in getroffen heeft. Het is voor uw redacteur evenzeer een genoegen geweest om het allemaal voor u samen te zoeken.

Zoals steeds kunt u ons bereiken op info@netdidned.be


Ghislain Duchâteau – vicevoorzitter en redacteur NDN
namens het hele NDN-bestuur.


 


NDN-LENTECONFERENTIE vrijdag 26 april 2019 - Universiteit Antwerpen

NDN nodigt uit

De vinger aan de pols

 

Er roert weer heel wat in onderwijsmiddens. De nieuwe eindtermen en leerplannen maken een duidelijke koppeling naar de herziene taxonomie van Bloom. Werk aan de winkel dus voor docenten en lerarenopleiders. Vlaanderen krijgt rake klappen op het gebied van begrijpend lezen. Inzicht in parameters van PISA en PIRLS is meer dan nodig. Het dulden van taalvariatie in het onderwijs betekent voor sommigen een aanslag op de standaardtaal. Is dat zo?
Drie hete hangijzers bijeengebracht in de jaarlijkse Lenteconferentie van NDN. NDN houdt de vinger aan de pols!

Programma

9.25-9.55 uur
Aanmelding

10 uur
Verwelkoming

10.05-10.30 uur
Toelichting bij de nieuwe NDN-visietekst Greep krijgen op taalleerdoelen in de 21ste eeuw (Nora Bogaert, bestuurslid NDN)

10.30-12.30 uur Lessen ontwerpen met de nieuwe taxonomie van Bloom (vormingscentrum Tenz). Inspiratie en ideeën voor docenten en lerarenopleiders om de studenten voor te bereiden op werken met Bloom in het onderwijs
12.30-13.30 uur
Middagpauze

13.30-14.05 uur
Tools van het GO! om de studenten wegwijs te maken in de nieuwe leerplannen (Kathleen Leemans, pedagogisch begeleider GO!)

14.05-14.30 uur
Begrijpend lezen en PISA: parameters, interpretatie en werkpunten (Inge De Meyer, National project manager, UGent)

14.30-14.55 uur
Begrijpend lezen en PIRLS: parameters, interpretatie en werkpunten (Bieke De Fraine, Associate professor KULeuven)

14.55-16 uur Toelichting bij de nieuwe visietekst rond taalvariatie gevolgd door een plenaire discussie (Reinhild Vandekerckhove, Hoofddocent Departement taalkunde UAntwerpen en Steven Vanhooren, Senior Adviseur Onderwijs NTU)
16 uur
Slotwoord en aansluitende drink in een nog nader te bepalen afspanning in de buurt van de locatie

Dagvoorzitter is Tamara Bollaert (bestuurslid NDN, vakdocent Nederlands Artveldehogeschool)


Locatie: Universiteit Antwerpen, de Boogkeers, Boogkeers 5 (op Mechelseplein), 2000 Antwerpen - Lokaal.: C-00.17 Master Aula André Leysen. 

Doelgroep: docenten lerarenopleiding secundair onderwijs Nederlands en geïnteresseerde leerkrachten secundair onderwijs

Aantal deelnemers: Gezien de capaciteit van het conferentielokaal maximum 30. First come first served.

Kostenbijdrage: 
- 75 euro voor niet-NDN-leden (inclusief lidmaatschap NDN tot einde 2019)
- 60 euro voor NDN-leden

Wat krijgt u daarvoor bij de conferentie zelf?

- Het boek 'De taxonomie van Bloom in de klas’ (Rombaut, Molein, Van Severen bij Pelckmans Pro), winkelprijs 22,50 euro
- De NDN-brochure ‘Greep krijgen op taalleerdoelen in de 21ste eeuw’
(Nora Bogaert, een NDN-uitgave)
- De lunch
- De afsluitdrink


Meld u snel aan: info@netdidned.be



Inschrijvingsformuliertje (kopiëren en opsturen per mail)

Voornaam en familienaam




Onderwijsinrichting




Functie

 

 

E-mail

 

 

Lid van NDN 2019

JA                 NOG NIET

Neemt deel aan de afsluitdrink

JA                 NEEN


BELANGRIJK
: omwille van de beperking van het aantal deelnemers, wordt een inschrijving pas definitief nadat het conferentiegeld gestort werd op het rekeningnummer IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEB van NDN Wilrijk.

Zodra de conferentie volzet is, verschijnt er een aankondiging op de NDN-website op de pagina NDN-Activiteiten http://www.netdidned.be/activiteiten.html


Het NDN-bestuur

José Vandekerckhove, Ghislain Duchâteau, Carl Brüsewitz, Nora Bogaert, Tamara Bollaert, Jan Lecocq, André Mottart, Frans Daems


DIVA-prijs - Didactisch Vaardig - organisatie Netwerk Didactiek Nederlands

 

DIVA-prijs
Didactisch Vaardig


Een organisatie van
Netwerk Didactiek Nederland
s


Beste lerarenopleider,
Het vak Nederlands staat onder druk. In Vlaanderen wordt zelfs ongegeneerd aan het urenpakket Nederlands in het secundair onderwijs geknabbeld. Met de steun van de Nederlandse Taalunie heeft het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) daarom een nieuwe prijs in het leven geroepen: de DIVA-prijs.

“Meer kwaliteit ter compensatie van minder kwantiteit’ zouden we, uitgaande van de Vlaamse strapatsen, durven stellen. U leest alle info hieronder. De wedstrijd staat open voor studenten aan Vlaamse en Nederlandse lerarenopleidingen Nederlands.

Schiet dus uit uw slof, breng dit nieuwe initiatief onder de aandacht van uw studenten en verover meteen een plaats in ons hart.


DIVA-prijs
Didactisch Vaardig

Een organisatie van



Artikel 1 - Doelstelling

De DIVA-prijs is ingesteld door het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) en wordt uitgereikt aan voorlaatste- of laatstejaars bachelorstudenten of aan masterstudenten Nederlands uit Vlaanderen of Nederland die lesmateriaal ontworpen hebben dat voldoet aan de in artikel 4 vermelde voorwaarden en dat door een professionele jury als beste wordt beoordeeld.

Met de DIVA-prijs wil NDN enerzijds de didactische vaardigheden bij bachelor- en masterstudenten Nederlands een stimulans geven en anderzijds de didactische bruikbaarheid van de content op de NDN-website onder de aandacht van de studenten Nederlands brengen.


Artikel 2 – De prijs

NDN voorziet drie prijzen:

  • de eerste prijs, de DIVA-prijs: gratis deelname aan de hsn-conferentie 2019 (inschrijvingsgeld + 1 overnachting) + 150 euro
  • de tweede prijs: een NTU-taalpakket + 100 euro
  • de derde prijs: een NTU-taalpakket + 50 euro

Artikel 3 - Doelgroep

De wedstrijd is bedoeld voor voorlaatste- en laatstejaars bachelorstudenten en masterstudenten Nederlands uit Vlaanderen of Nederland.


Artikel 4 – Onderwerpen

De deelnemer ontwerpt een les Nederlands van één of twee lesuren.
De les is bestemd voor leerlingen in de eerste en/of tweede graad van het secundair onderwijs (Vlaanderen) of in de onderbouw en/of het eerste jaar van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (Nederland).


De les is gebaseerd op materiaal te vinden op de website van

            NDN www.netdidned.be.

            of van de Nederlandse Taalunie www.taalunieversum.org.

Dat materiaal wordt op een duidelijk aantoonbare wijze in de les geïntegreerd.
In de les wordt de ontwikkeling van taalcompetentie nagestreefd zoals omschreven in de publicatie Iedereen Taalcompetent van de NTU.
De les wordt effectief tijdens de lesstage gegeven.


Artikel 5 – Criteria

Het lesontwerp wordt beoordeeld op:
  • originaliteit
  • creativiteit
  • innovativiteit

Artikel 6 – Jury

Uit de inzendingen selecteert een commissie bestaande uit 5 juryleden de prijswinnaars.



Artikel 7 – Inzendingen

De onderstaande documenten worden ten laatste tegen 30 april 2019 digitaal doorgestuurd aan ndn@gmail.com:

- de uitgewerkte lesvoorbereiding met vermelding van de doelstellingen,
- een begeleidend document waarin aangetoond wordt dat de doelstellingen verwezenlijkt werden,
- een bondige toelichting bij de materiaalkeuze uit de NDN- of NTU-website,
- een begeleidende lesevaluatie van de stagebegeleider/stagementor,
- de personalia van de deelnemer.


Artikel 8 - Auteursrechten

Deelname aan de schrijfwedstrijd impliceert dat de deelnemer het recht geeft aan NDN om het lesontwerp op te nemen in een gedrukte/digitale publicatie.


Artikel 9 – Reglement

NDN behoudt zich het recht voor het reglement te wijzigen.




SAMEN STERKE VERHALEN VERTELLEN/LEZEN



 

Bundel met 35 verhalen en 35 gedichten van bekende auteurs uit de Nederlandstalige en wereldliteratuur, gekozen door het Vlaamse Lezerscollectief

Beschrijving

‘… wie leest, die leeft. Lezen is bewustzijn op haar best, par excellence, met volle intensiteit. Enfin, ik kan het ook makkelijk in negatieve vorm zetten: wie niet leest, is zot.’ Zo lanceerde dichter en professor psychologie Jan Lauwereyns begin 2014 het Lezerscollectief, geïnspireerd door het Britse The Reader Organisation. ‘Ik besefte dat de kracht van literatuur zoals ik die zelf ervaren had, ook betekenisvol kon zijn voor anderen. Dat goede boeken mensen konden helpen om het leven te begrijpen en beslissingen te nemen.’ In dat besef richtte Dr. Jane Davis tien jaar geleden The Reader Organisation op. Meer dan 300 leesgroepen werken in Groot-Brittannië samen met sociaal-culturele organisaties, onderwijs, bibliotheken, ziekenhuizen, gevangenissen en zelfs met het personeel van de supermarktketen Tesco. Voor het eerst pakt het Vlaamse Lezerscollectief nu uit met een bloemlezing ‘Sterke verhalen’ om samen te lezen. Van Herman de Coninck tot Oscar Wilde, van Hugo Claus tot Pessoa, mooier kan literatuur niet worden.

Het Vlaamse Lezerscollectief

STUDIUM GENERALE UGENT 21 november 2018: DR. JANE DAVIS OVER HET BELANG VAN LEZEN EN DE EFFECTEN OP GEZONDHEID

Op uitnodiging van prof. dr. Piet Hoebeke (decaan) en prof. dr. Tessa Kerre werd Jane Davis uitgenodigd en verwelkomd op de Studium Generale van de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen. 

I founded The Reader because I wanted to make it possible for all kinds of people to enjoy the experiences that great writers had provided for me.

Dr. Jane Davis sprak over het belang van lezen vanuit haar eigen levenservaring. Doorheen haar moeilijke jeugd vond zij toch rust en perspectief in boeken. Dankzij Brian Nellist werd zij nog meer uitgedaagd om te lezen. Mede door hem pikte ze haar studies op en begon later aan de universiteit literatuur te bestuderen. Ze hielden contact, meer nog: hij werd haar mentor.

Lees verder

Jane Davis zelf aan het woord over 'The Reader Organisation' Video 22'

Recensie van Samen sterke verhalen vertellen

Samen lezen, dieper lezen

Nicole Janssens (Odisee)

O n z e - w e r k w i j z e

Een leesbegeleider leest een tekst voor, pauzeert na een interessante passage en nodigt de luisteraars uit om te reageren. Wie iets wil zeggen mag, wie dat liever niet doet, luistert naar wat anderen inbrengen. Gedachten, getuigenissen en interpretaties maken het lezen rijk en de beleving intens.

De sfeer is gemoedelijk, ongedwongen. Niemand heeft het gevoel te moeten presteren, iedereen mag deelnemen. Tussendoor een koekje, gedroogd fruit en een drankje.


Jane Davis - about me

De ontwerpster van deze werkwijze spreekt over zichzelf

Een tweede publicatie van Het Vlaamse Lezerscollectief:
Lees je mee(r)?


Eigen beleving

Zelf heb ik de werkwijze persoonlijk mee beleefd tijdens de presentatie van Ellen Frissaer, lid en vrijwilliger van het Lezerscollectief, tijdens de Taaldag op 6 februari 2019 van het Centrum Nascholing Onderwijs (CNO) van de Universiteit Antwerpen. Haar presentatie kreeg als titel ‘Samen sterke verhalen lezen op school’. Zij las met ons samen “Poedersneeuw” van Tobias Wolff en daarbij aansluitend het gedicht van Judith Hertzberg “Vader en zoon in hevige regen”. Ze komen uit een volgende publicatie van het Lezerscollectief “Lees je mee(r)? Samen sterke verhalen lezen” Uitg. De Eenhoorn. Ellen Frissaer paste de werkwijze toe zoals ze hierboven is beschreven.

In een kring zaten we met een vijftiental leraren uit het werkveld. Ellen las ons een stukje uit de tekst voor. We mochten dan reageren. Dat deden een aantal onder ons. Er ontspon zich een interessante interactie over de tekst, die vanuit verschillende ervaringen in de diepte werd benaderd. De leraren Nederlands werden intens betrokken bij de tekst en beleefden elkaars reactie op die voorgelezen tekstgedeelten. Na afloop was ik overtuigd van de waarde van een dergelijke tekstbenaderingswijze, die heel eenvoudig toe te passen is op betrekkelijk eenvoudige maar toch zinvolle goed gekozen tekststukjes en/of op het (aansluitend) gedicht. De aanpak is hanteerbaar en inzetbaar op alle niveaus van het onderwijs.


Ghislain Duchâteau

Omhoog ^


De toekomst van het Nederlands in het onderwijs

'Waarom moet je weten hoe je spelt als je het kunt opzoeken?'

Interview in Knack van Ann Peuteman met José Vandekerckhove, NDN-Voorzitter



 

Lange zinnen ontleden, aartsmoeilijke dictees maken en de literatuurgeschiedenis uit het hoofd kennen? De tijd dat Nederlands een blokvak was, is al lang voorbij.
'Maar dat wil niet zeggen dat de lat lager wordt gelegd', meent José Vandekerckhove van het Netwerk Didactiek Nederlands.

De toekomst van het Nederlands: 'Waarom moet je weten hoe je iets spelt als je het kunt opzoeken?'

Vlaamse leerlingen kunnen niet meer spellen, maken constant dt-fouten, herkennen geen meewerkend
voorwerp, en vraag hun vooral niet wie Houtekiet heeft geschreven. Allemaal het gevolg van het trieste niveau van de lessen Nederlands op de middelbare school, hoor je vaak. 'Maar het niveau op zich is het probleem niet, en onze leerlingen zijn ook niet dommer geworden', countert oud-leraar Nederlands José
Vandekerckhove, voorzitter van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN), dat de belangen behartigt van het onderwijs van het Nederlands in Vlaanderen. 'Dat veel mensen, ook politici en onderwijsspecialisten, het vandaag moeilijk hebben met de inhoud van het vak, komt vooral doordat ze krampachtig vasthouden aan de manier waarop ze vroeger zelf les hebben gekregen. Die houding staat efficiënt onderwijs in de weg.'


Ik zou het examen literatuur helemaal afschaffen

Vandekerckhove houdt zelfs niet vast aan de vijf uur Nederlands die leerlingen in de eerste graad van het secundair onderwijs krijgen. 'Het zou geen ramp zijn om een uur daarvan op te offeren voor een vak als mens en maatschappij, zoals Lieven Boeve, de directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen, dat wil', zegt hij. 'Ook wat Nederlands betreft, is kwaliteit belangrijker dan kwantiteit: meer lesuren zijn geen garantie voor betere prestaties. Cruciaal is dat die uren efficiënt worden gebruikt.'


Is dat vandaag dan niet het geval?

José Vandekerckhove: Vaak niet. Om te beginnen zijn heel wat leerkrachten Nederlands, die veel lesuren met hun leerlingen doorbrengen, ook klastitularis. Daardoor gaat een deel van hun lestijd op aan klasgesprekken en het managen van problemen in de groep. Daarnaast besteden ze zo'n 60 procent van hun lessen aan communicatieve vaardigheden. Dat wil zeggen dat ze hun leerlingen goed moeten leren lezen, schrijven, luisteren en spreken. Daardoor blijft maar 40 procent van de tijd over voor taalbeschouwing, spelling en ook nog wat literatuur. Natuurlijk kunnen leerkrachten dan niet alles behandelen wat ze zouden willen, en moeten ze keuzes maken.


Gaat er volgens u té veel lestijd op aan die communicatieve vaardigheden?

Vandekerckhove: Het is belangrijker dan ooit dat jongeren goed leren communiceren, maar de vraag is of dat in de lessen Nederlands moet gebeuren. Doordat het grootste deel van de lestijd aan communicatie opgaat, is Nederlands een servicevak geworden: leerlingen leren er vaardigheden die ze in alle andere vakken kunnen gebruiken. In de les Nederlands wordt hun bijvoorbeeld aangeleerd hoe je nagaat waarover een tekst gaat. Eerst moeten ze kijken naar de titel, ondertitel en foto, vervolgens lezen ze de eerste en laatste zin van elke alinea en pas dan gaan ze de tekst intensief lezen. Dat helpt hen ook om teksten voor, bijvoorbeeld, geschiedenis te lezen. Alleen kennen de meeste leerkrachten geschiedenis die strategieën niet.


Ondanks alle aandacht voor communicatieve vaardigheden in de les Nederlands scoren Vlaamse leerlingen in het PISA-onderzoek ondermaats voor begrijpend lezen.

Vandekerckhove: Vaardigheden moet je trainen, en daarvoor volstaan de lesuren Nederlands niet. Zolang ze niet in andere vakken worden ingeoefend, zullen veel van onze leerlingen het daar moeilijk mee blijven hebben. Daarom pleit ik ervoor dat álle leerkrachten die communicatieve strategieën aangeleerd krijgen, zodat ze die tijdens hun lessen kunnen toepassen. Het zou zelfs een goed idee kunnen zijn om dat hele luik uit het vak Nederlands te lichten en vakoverschrijdend te maken. Dan zouden we in de lessen Nederlands tenminste tijd hebben om ons echt met taal en literatuur bezig te houden.


Zouden jongeren dan wel foutloos kunnen spellen?

Vandekerckhove: Nog zo'n heilig huisje! (zucht). Wat is er echt van belang als je communiceert? Dat je duidelijk bent, dat wat je zegt aantrekkelijk is, dat je een geschikt taalregister gebruikt, en dat je taalgebruik correct is. Spelling is maar één onderdeel van dat laatste aspect. Laten we het belang ervan niet overdrijven. Ik keek ooit een examen Nederlands in waarbij de leerlingen de vijf kenmerken van het impressionisme moesten opsommen. Een van hen deed dat perfect, maar er stonden wel twee dt-fouten in zijn antwoord. Gevolg: drie op vijf. Terwijl die vraag helemaal niet bedoeld was om te meten hoe correct de leerlingen kunnen schrijven. Natuurlijk moeten we jonge mensen stimuleren om zo goed mogelijk te spellen, maar dat kan ook op een andere manier. Zo kun je als leerkracht met de klas afspreken dat 10 procent van de punten naar spelling gaat. Maak je geen enkele spelfout, dan krijg je die 10 procent dus cadeau.


Hoe dan ook moeten scholieren de spellingregels nog altijd beheersen?

Vandekerckhove: Natuurlijk. Maar we moeten wel een onderscheid maken tussen wat leerbaar is en wat opzoekbaar is. Wat geleerd kan worden door middel van regels en analogie, moeten de leerlingen kennen. Zodra ze weten hoe je West-Vlaanderen spelt, zullen ze vanzelf ook Oost-Brabant en Zuid-Holland correct schrijven. Kennen ze de regels om werkwoorden te vervoegen, dan kunnen ze ook 'gedeletet' spellen. Maar de schrijfwijze van een woord als 'cappuccino' kun je uit geen enkele regel afleiden. Waarom zou je van leerlingen eisen dat ze zulke woorden uit het hoofd leren als ze ze ook kunnen opzoeken? Ik vind trouwens dat we hen nog meer moeten stimuleren om de spellingcorrector op hun computer te gebruiken.


Nog een verschil met vroeger: jongeren hoeven geen ellenlange zinnen meer te ontleden. Betreurt u dat?

Vandekerckhove: Natuurlijk niet. Destijds vertrok men van het taalsysteem: je moest eerst leren hoe dat in elkaar zat, en het vervolgens toepassen. Maar in de praktijk bleek dat niet altijd een hulpmiddel te zijn. Veel leerlingen vonden begrippen als meewerkend voorwerp en gezegde nogal verwarrend. En wat is er uiteindelijk belangrijk? Dat ze een correcte zin kunnen bouwen, natuurlijk. Daarom vertrekken we nu van het gebruik, en grijpen we alleen terug naar het taalsysteem als dat nodig is. Als jongeren fouten maken, of iets lezen waarvan ze voelen dat het niet klopt.


Een ander veelgehoord punt van kritiek is dat echte literatuur amper nog aan bod komt in de lessen Nederlands.

Vandekerckhove: Het is niet omdat ze de literaire canon niet meer ingelepeld krijgen zoals de generaties voor hen dat er geen aandacht wordt besteed aan literatuur. Toen ik destijds in het college zat, kregen we in de lessen Nederlands haast uitsluitend literatuur. Drie weken aan een stuk hielden we ons op een heel theoretische manier bezig met Lucifer van Vondel. Waren we daarmee klaar, dan stapten we over op een volgend boek. Zo werkten we chronologisch de literatuurgeschiedenis af, tot we aan Stijn Streuvels kwamen - bij hem stopte het zowat. Op het eind van het jaar kregen we dan een examen waarbij we louter moesten reproduceren wat we over die werken hadden geleerd. Vaardigheden ontwikkelen stond niet op het programma. Denkt u dat wij daar meer leesplezier aan overhielden dan de jongeren van vandaag?


Is de slinger niet te veel in de andere richting doorgeslagen?

Vandekerckhove: Het klopt dat de focus steeds meer is verlegd in de richting van leeservaring. Wat doet een boek met mij als lezer? Wat weet ik erover? Wat kan ik ermee doen? Een mengvorm zou ideaal zijn. De leeservaring is belangrijk, maar om echt te begrijpen wat je leest, heb je een kader nodig. Een literaire stroming staat nooit op zichzelf. Ze is altijd een reactie op een andere stroming en is onlosmakelijk verbonden met de maatschappelijke realiteit, filosofisch-religieuze overtuigingen en kunst van die tijd. Het heeft weinig zin om jongeren te vragen wat ze van Houtekiet van Gerard Walschap vinden als ze de context niet kennen. Dus moet je hun wel vertellen over het vitalisme en de sfeer in de periode na de Eerste Wereldoorlog. Maar dat wil nog niet zeggen dat je alle literaire stromingen chronologisch moet afwerken.


Dat neemt niet weg dat jongeren steeds minder lezen.

Vandekerckhove: Alleen als je lezen tot boeken vernauwt. Ze lezen wel teksten op een scherm, en ze worden ook in films en games met verhalen geconfronteerd.


Naar een film kijken is toch niet hetzelfde als een roman lezen?

Vandekerckhove: Nee, maar films helpen jongeren wel om de bouwstenen van de literatuur te begrijpen. Flashbacks, simultaneïteit of omkering van standpunt kun je als leerkracht veel beter uitleggen aan de hand van filmbeelden of zelfs games. Dat zijn de verhalen van de huidige generatie. Ik vind het trouwens een heel goede zaak dat romans tegenwoordig weer meer verhalen aanbieden. Een tijdlang overheerste het experimentele genre en waren veel boeken echt moeilijk. Dan haken mensen, zeker jonge lezers, sneller af. Nu verschijnen er weer meer verhalende romans en biografieën, en die slaan veel meer aan.

Is het hoe dan ook niet belangrijk dat jonge mensen weten wie de auteur is van De vlaschaard, Kartonnen dozen of Het verdriet van België?

Vandekerckhove: Alleen als ze aan een quiz zoals De slimste mens willen meedoen. (lacht) In het secundair onderwijs moet literatuur toegankelijk genoeg zijn. Dan is de kans groter dat jongeren met plezier lezen, en kunnen we hen ook over die literatuur laten nadenken. Dat begint al in de eerste graad, waar we bijvoorbeeld vragen om een e-mail te schrijven waarin ze het boek dat ze net hebben gelezen aan een vriend aanraden. In de tweede graad leren ze de begrippen waarmee ze hun leeservaringen kunnen benoemen, en in de derde graad geven we de criteria mee om kritisch naar literatuur te kijken. Is het boek origineel? Welke plaats neemt het in het werk van de auteur in? Wat vinden recensenten ervan, en ben ik het daarmee eens? Onderschat dat niet: zoiets vergt al een behoorlijke literaire competentie.


Hoe ziet een ideale literatuurles er volgens u uit?

Vandekerckhove: Als een soort leesclub. Leerkrachten zouden leerlingen teksten moeten geven die ze eerst zelf lezen en dan in de klas bespreken.


Wordt de lat dan niet erg laag gelegd?

Vandekerckhove: Integendeel. Zo leren ze echt over literatuur nadenken. Als je hen laat uitzoeken waarom het boek dat ze lezen romantisch is, leren ze veel meer dan als ze voor het examen de kenmerken van de romantiek vanbuiten moeten leren. Ik zou het examen literatuur zelfs liever helemaal afschaffen.


Voor veel leerkrachten is dat vloeken in de kerk.

Vandekerckhove: Het probleem is dat zij denken dat ze het hun leerlingen te gemakkelijk maken als ze hun vaardigheden testen. 'Daar winnen ze wel erg vlot punten mee', zeggen ze dan. Nochtans weten we ondertussen dat je het denk- en inzichtniveau van leerlingen op die manier enorm kunt optrekken. Op voorwaarde natuurlijk dat de vragen moeilijk genoeg zijn, en dat is nu niet altijd zo.

Leraars zouden enorm kunnen professionaliseren als ze gebruik zouden maken van de kennis die voor het rapen ligt in de algemene didactiek. Alleen stromen zulke nieuwe inzichten amper naar de vakleerkrachten door. Daarom organiseert het Netwerk Didactiek Nederlands nu in samenwerking met de Nederlandse Taalunie een wedstrijd voor leerkrachten in opleiding. De prijs gaat naar degene die met behulp van die inzichten het origineelste en creatiefste lesontwerp indient. Uiteindelijk is het de nieuwe generatie leerkrachten die voor verandering zal moeten zorgen.

José Vandekerckhove: 1950: geboren in Izegem. Studie: Germaanse filologie (KU Leuven). Carrière: leraar Nederlands en Duits (Sint-Andreasinstituut, Oostende). Lector Nederlands (Specifieke Lerarenopleiding, KU Leuven). Pedagogisch begeleider Nederlands. Sinds 2013: voorzitter van het Netwerk Didactiek Nederlands.

Als alumnus van de KU Leuven geeft onze voorzitter nog wat meer prijs over zichzelf. Wil je nog wat meer over hem weten, klik dan hier.

Hij werkte meer dan ijverig mee aan handboeken Nederlands en Duits. Twee recente publicaties over didactiek en taal geven we hier in coverafbeelding.

COMPETENT
Een algemene didactiek in 101 lemma's


Als leraar of mentor moet u vandaag de dag alsmaar meer rollen vervullen. Uw inhoudelijke expertise volstaat niet meer. U moet ook weten hoe u fungeert als begeleider, opvoeder, lid van het schoolteam, lid van de onderwijsgemeenschap, partner van de ouders, partner van externen, cultuurparticipant, organisator, innovator en noem maar op. Ziet u ook door de bomen het bos niet meer? Geen nood. Competent biedt u in 101 praktische lemma's alle tips en tricks om snel de juiste competenties te verwerven en op de hoogte te blijven van de laatste didactische vernieuwingen. Een must voor iedereen die met onderwijs te maken heeft! 

Rechts is waar de duim Links staat
33 tinten taal : 33 beschouwingen over het Nederlands en over taalgebruik


 


De zegen van de standaardtaal

Peter Debrabandere - 1 maart 2019 - in Neerlandistiek

 

Het Vlaamse denken over standaardtaal moet ‘genezen’ en ‘gedeïdeologiseerd’ worden. Er moet een ‘grote schoonmaak’ gehouden worden. Vlamingen hebben ‘verlammende ideeën’ over taal. En het wordt tijd dat die ideeën ‘uit de voegen loskomen’. Zo valt te lezen in een opiniestuk van Stefan Grondelaers: De kwaal van de standaardtaal (De Standaard, 22-02-2019). Dat is even schrikken, vooral omdat Grondelaers lid was van de commissie die op verzoek van de Nederlandse Taalunie de nieuwe Visie op taalvariatie en taalvariatiebeleid (2019) geschreven heeft. En daar is de toon een stuk milder.

Vreemd is dat Grondelaers de overtuiging van de verdedigers van de Nederlandse standaardtaal een ideologie noemt, terwijl zijn eigen visie op het functioneren van taal in een maatschappij net zo goed ideologisch gekleurd is. Het is de ideologie van de variatie- of sociolinguïstiek. De hierboven al genoemde commissie bestond uitsluitend uit sociolinguïsten en dialectologen en steunde op een literatuur die voor een goed deel door henzelf geschreven is. Alleen al daardoor is de visie van de Taalunie (nu geleid door de sociolinguïst Hans Bennis) ideologisch gekleurd door de sociolinguïstiek.


Inhaalstandaardisering

Ik ben het goeddeels eens met de analyse van Grondelaers en de commissie: Vlaanderen zit inderdaad wat gewrongen met zijn standaardtaal. Er heerst inderdaad die paradox van een felle verdediging van de standaardtaal en een afkeer van de tussentaal. Maar die verdediging van de standaardtaal blijkt niet uit het enthousiaste gebruik dat van die taalvorm gemaakt wordt. Veel weldenkende Vlamingen verdedigen een taal die ze zelf niet zo goed spreken. Vlaanderen heeft door enkele eeuwen verfransing inderdaad grotendeels de boot van de standaardisering gemist zoals die in Nederland plaatsgevonden heeft. Daarom besloot het om die standaardtaal dan maar versneld uit Nederland te importeren. Hyperstandaardisering wordt dat proces in de sociolinguïstische literatuur genoemd (door Sarah Van Hoof en Jürgen Jaspers), een gekleurde term, die enig misprijzen voor de idealisten van de ABN-beweging uitdrukt. Ik betreur dat die term in de visietekst van de Taalunie kritiekloos overgenomen wordt en zou het proces neutraler inhaalstandaardisering noemen. En het klopt dat veel Vlamingen precies door die periode van versnelde standaardisering – die niet tot het gewenste resultaat geleid heeft – soms wat verwrongen denkbeelden hebben over het Nederlands in Vlaanderen.

In de visietekst van de Taalunie wordt aanbevolen om te erkennen dat taal altijd variabel is, om de noodzaak van talige normativiteit in bepaalde domeinen te erkennen, om uit te gaan van de taalgebruiker en zijn verbale repertoire en communicatieve behoeften, en om taalvariëteiten niet te ontmoedigen, maar om waardering, respect en registergevoeligheid te bevorderen. Dat zijn inderdaad zinvolle aanbevelingen. En hier en daar wordt in de tekst ook op het belang van de standaardtaal gewezen. Maar veel te weinig.


Onvoldoende beheersing van de standaardtaal

Het verschijnsel van de taalvariatie wordt te theoretisch benaderd, zo in de zin van: elk individu beschikt over een taalrepertoire en kiest daaruit een variant die past bij de gesprekssituatie. Maar dat lukt natuurlijk alleen als elk individu de standaardtaal voldoende beheerst. Van taalvariatie kan pas sprake zijn, d.w.z. je kunt pas variëren als je de standaardtaal als een van de mogelijke varianten kent. (Oh ja, je kunt natuurlijk ook meerdere regionale of sociale varianten beheersen en die met elkaar afwisselen, maar het is duidelijk dat hier variatie bedoeld is waarbij een van de varianten de standaardtaal is.) En daar wringt in Vlaanderen vaak de schoen. Men beheerst de standaardtaal niet voldoende en valt gemakshalve terug op een omgangstaal (tussentaal), die nauwelijks taalnormen kent, die wel in dialecten en in de standaardtaal voorkomen. Vormen uit dialecten en de standaardtaal dwarrelen er vrolijk door elkaar, zodat men in situaties waarin men dan echt de standaardtaal moet gaan spreken, zinnen produceert als: Jullie vergissen zich; Heb jij uw boek meegebracht?; Jij zijt die vrijwilliger; Wie zijn de mensen dat zoiets denken?


Herwaardering van het Standaardnederlands

Ik pleit er juist voor om de Nederlandse standaardtaal in het Vlaamse onderwijs te herwaarderen. En dat kan zeker samengaan met waardering voor taalvariatie en registervariatie. Maar in de superdiverse klassen van vandaag kun je maar moeilijk met de thuis- en schooltaalvariëteiten van alle leerlingen rekening houden. Men had ten tijde van de inhaalstandaardisering beter vanuit de dialecten gewerkt en via contrastief taalonderwijs de standaardtaal als een taalsysteem naast het dialectsysteem gepresenteerd, in plaats van het dialect te bestrijden. Maar daarvoor is het nu een beetje te laat. Zelfs in West-Vlaanderen zijn vergelijkingen met het dialect in de les Nederlands niet meer vanzelfsprekend. Jongeren kennen geen authentiek dialect meer. Hun dialect is een tussentaal geworden waaruit de grammaticale consistentie verdwenen is. Contrastief taalonderwijs is lastig als de uitgangstaal normatief inconsistent is, zodat een vergelijking met de standaardtaal als doeltaal moeilijk wordt. En toch is het de moeite waard om te proberen jongeren zo de standaardtaal bij te brengen. Door de vergelijking met dialect en/of omgangstaal uit je als leraar ook waardering voor die taalvariëteiten. En tegelijkertijd wijs je erop dat de standaardtaal andere regels heeft en leg je uit in welke communicatieve situaties je die taal hard nodig hebt.

In de visietekst van de Taalunie wordt de rol van de VRT als normbepaler voor het Standaardnederlands in Vlaanderen ter discussie gesteld. En volgens Grondelaers moet de VRT straks helpen het vastgeroeste Vlaamse denken over de standaardtaal te ‘deïdeologiseren’. Ik ben het ermee eens dat het Nieuwsnederlands van het VRT-journaal in het onderwijs niet het na te streven ideaal hoeft te zijn. Nieuwsnederlands is namelijk veeleer Voorleesnederlands, geen spontane gesproken taal. Maar als op de VRT in fictie en humor (waar spontane gesproken taal weerklinkt) alle variëteiten van het Nederlands toegestaan zijn, dan spreekt op de VRT iedereen in zulke programma’s dialect of omgangstaal (tussentaal). Zo wordt een beeld opgehangen van een standaardtaal die niet geschikt is voor vormen van spontane communicatie. Het Standaardnederlands wordt zo opgesloten in het reservaat van de informatieve programma’s. En dat terwijl er in Vlaanderen best wel mensen zijn die dagelijks in het Standaardnederlands communiceren. Het komt me voor dat de VRT daardoor sowieso zijn voortrekkersrol voor een stuk kwijt is. Daarom moet het onderwijs die taak weer op zich nemen en prioriteit geven aan het onderwijs van het Standaardnederlands. Die variant van het Nederlands moet op school geleerd worden en leraren moeten opgeleid worden om leerlingen de normen bij te brengen van het Standaardnederlands. Die taak heeft het Vlaamse onderwijs de jongste decennia enigszins verwaarloosd. De sociolinguïstiek zou het leren van de standaardtaal juist als een zegen moeten zien, want het is de voorwaarde voor taalvariatie.

Bron: Neerlandistiek

Peter Debrabandere is lector Nederlands, Duits, taal en bedrijf en copywriting aan de Hogeschool Vives in West-Vlaanderen.
Hij is lid van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) en lid Van de Werkgroep Taal en Onderwijs van de Vereniging Vlaamse Academici (VVA).

Hij is ook hoofdredacteur van het tijdschrift Neerlandia van het Algemeen Nederlands Verbond (ANV).




De existentiecrisis van de Neerlandistiek in Nederland

 

Het ziet er voor de neerlandistiek aan de universiteiten in Nederland helemaal niet goed uit.
Het aantal studenten die Nederlands studeren aan de universiteiten is zienderogen verminderd.

De studie Nederlands verdwijnt zelfs aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hoe was het vroeger dan? Hoe ziet het er nu uit? Wat kunnen we eraan doen?

‘Het is dus nog niet verloren’, zegt Van Oostendorp. ‘We zijn het tij aan het keren.’

Lees het volledige relaas ‘Neerlandistiek onder druk’ – Neem er je tijd voor.
Res tua agitur – Het belangt ons allen aan. Ook in Vlaanderen zijn er voor Nederlands minder studenten (27%).

Neerlandistiek onder druk

De Hollandsche Welsprekend-heid

De studie Nederlandse taal- en letterkunde loopt leeg, met het gevaar dat het Nederlands een statusloos taaltje wordt. Hoe kon het zo ver komen? En vooral: hoe keren we het tij?

Lees het volledige artikel in De Groene Amsterdammer.

Studie Nederlands verdwijnt aan Vrije Universiteit Amsterdam

WAT BEN JE MET TAAL? - Karel Verhoeven, hoofdredacteur De Standaard - 25 - 2- 2019

Op een kwade dag besloot ik een slecht opstel te schrijven ... - Column Syvia Witteman in De Volkskrant - 27-2-2019

 


De terugloop van kennis over de Nederlandse taal en cultuur in Nederland – Voorgestelde maatregelen naar oplossingen voor het probleem

Raad voor Neerlandistiek, oktober 2018

 

De terugloop in de landelijke instroom van eerstejaarsstudenten Nederlands veroorzaakte recent landelijke ophef. In werkelijkheid is het probleem groter: noodzakelijke kennis over de complexe Nederlandse taal en cultuur verdwijnt op allerlei niveaus uit de samenleving, terwijl talige en culturele kennis voor alle Nederlanders essentieel is om zichzelf en de wereld te begrijpen. Veel grote maatschappelijke discussies gaan over wie wij zijn, over onze taal en onze cultuur. In de huidige tendens van globalisering is het van belang te beseffen dat iedereen die internationaal een rol wil spelen, zijn of haar eigen cultuur, tradities en taal moet kennen. Het doorgronden van deze veelzijdige dynamiek tussen het Nederlands en de wereld, dát levert de deskundigheden en vaardigheden op om maatschappelijke uitdagingen succesvol aan te gaan.

De afnemende massa aan kennis over precies die onderwerpen - onder alle Nederlanders, onder docenten en onder onderzoekers - is een probleem voor de hele samenleving. Ook van de politiek, waar samenhangend beleid ontwikkeld zou moeten worden om het tij te keren. Hoe zou dat eruit kunnen zien?

Lees welke oplossingen de Raad voor Neerlandistiek aanbeveelt.

***

Verklaring Raad voor de Neerlandistiek over de opheffing van de bachelor Nederlands aan de VU

De Raad voor de Neerlandistiek betreurt de opheffing van de bacheloropleiding
Nederlandse taal en cultuur aan de Vrije Universiteit. Hij vindt dat de argumenten voor het
handhaven van een opleiding in de Neerlandistiek aan een faculteit in de Letteren of Geesteswetenschappen ten onrechte te weinig gewicht hebben gekregen.

Vier argumenten worden aangereikt.

 

De verwetenschappelijking van het schoolvak Nederlands [in Nederland]

Luck van Leeuwen en Julia Naaborg - 22 februari 2019 in Neerlandistiek


 

Nu er volgens velen sprake lijkt te zijn van een crisis in de neerlandistiek, worden er van alle kanten oplossingen aangedragen om het tij te keren. Daarbij komt ook veelvuldig de problematiek omtrent het schoolvak Nederlands ter sprake: enerzijds is er veel discussie over de herinrichting van het vak, anderzijds is er een debat gaande over de opleiding van de leraren van de toekomst. Het literatuuronderwijs blijft als onderdeel van het curriculum niet buiten schot: al sinds Christiaan Weijts in 2016 in het NRC Multatuli’s Max Havelaar ‘een afgrijselijke monumentale baksteen’ noemde en de docent die de literaire canon wilde doceren op strafkamp stuurde, is de vraag wat we nu eigenlijk moeten doen met het literatuuronderwijs pregnanter dan ooit.

Centraal in de discussie over het literatuuronderwijs staat de kloof tussen wetenschap en praktijk. Er klinken steeds meer stemmen die ervoor pleiten deze te dichten. Dat is volgens ons een van de belangrijkste taken voor de hedendaagse neerlandistiek en wij staan hierin, zo blijkt, niet alleen: Jeroen Dera bijvoorbeeld pleitte in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor meer academische aandacht voor het literatuuronderwijs. [1] Hij geeft terecht aan dat het aandeel vanuit de neerlandistiek zich vooral heeft geuit in bijdragen in kranten en op internetblogs. In zijn artikel doet Dera verslag van zijn onderzoek naar het leesgedrag van docenten Nederlands en probeert hij een beeld te krijgen van hun kennis omtrent de actualiteiten binnen het literaire veld.


Literatuuronderwijs in Nederlandse Letterkunde

De poging tot verwetenschappelijking van het vak Nederlands in het middelbaar onderwijs zien we ook in het themanummer van Nederlandse Letterkunde, waarin de redactie het literatuuronderwijs als uitgangspunt heeft gekozen. [2] De primaire aanleiding vormt de literatuurgeschiedenis Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Nu deze volledig is verschenen, is de vraag gerezen of en hoe de nieuwe literair-historische inzichten toegepast kunnen worden binnen de praktijk van de onderwijsdidactiek. Het blijkt in de verschillende bijdragen echter vooral een kapstok voor de wetenschappers om hun eigen visie te presenteren, wat onzes inziens begrijpelijk is: hoewel de acht kloeke delen rijk zijn aan cultuurhistorische informatie, zijn ze geen praktisch handvat voor docenten. Dat heeft alleen al met tijd te maken: uit het eerdergenoemde onderzoek van Dera blijkt dat slechts 57 procent van de docenten Nederlands dagelijks romans leest. Hij heeft daarbij nog niet eens rekening kunnen houden met leestijd, omdat dat nauwelijks meetbaar is. Hoe kunnen docenten daarnaast nog deze taaie literatuurgeschiedenis tot zich nemen en zelf integreren in hun onderwijs?

Juist om dit probleem in zijn geheel te vatten, is volgens ons nog een ander type onderzoek en daaruit voortvloeiende daadkracht nodig. Deze zou zich moeten richten op de vraag hoe neerlandici en vakdidactici zich eigenlijk verhouden tot politici en beleidsmakers, maar ook tot bredere maatschappelijke bewegingen als VO-in-actie. Het type onderzoek dat gedaan wordt in dit themanummer van Nederlandse Letterkunde zou daarom aangevuld kunnen worden met meer sociologisch en onderwijskundig onderzoek. Dit moet uiteindelijk als doel hebben de didactische methoden beter aan te laten sluiten op de weerbarstige onderwijspraktijk.

Hoewel er dus nog de nodige leemten moeten worden opgevuld, zijn de initiatieven die we lezen in Nederlandse Letterkunde ronduit inspirerend en optimistisch. Alle wetenschappers pogen op eigen wijze de kloof tussen academie en onderwijs te dichten. Lucas van der Deijl, Feike Dietz en Els Stronks schrijven over het door hun opgezette LitLab, dat digitale middelen gebruikt om leerlingen onderzoeksvaardigheden aan te leren waarmee ze zelf literatuur kunnen onderzoeken. Sander Bax en Erwin Mantingh presenteren hun ervaringen met het docentontwikkelteam, waarin twaalf docenten Nederlands, een vakdidacticus en een modern letterkundige samenwerken om een didactische literatuurgeschiedenis van de 20ste eeuw te ontwikkelen. Daarnaast durven ze te dromen: de grote ambitie behelst het ontwikkelen en produceren van een platform ‘waarop docenten met gemak flexibel didactisch materiaal van hoog niveau zouden moeten kunnen vinden dat ze zelf kunnen toesnijden op hun eigen concrete praktijksituatie’. Ook Theo Witte durft vooruit te kijken: aan de hand van zeven axioma’s formuleert hij zijn huidige toekomstvisie op het literatuuronderwijs, maar is hij tegelijk ook kritisch op de huidige situatie. Zo pleit Witte voor meer regie binnen alle projecten die op dit moment al een brug proberen te slaan tussen wetenschap en onderwijs.


Hoe nu verder?

Wij vinden het optimisme en de inzet van de diverse wetenschappers lovenswaardig. Het zou voor de hand kunnen liggen om de huidige methodiek in het literatuuronderwijs vooral kritisch te beschouwen en af te keuren. In plaats daarvan is het themanummer van Nederlandse Letterkunde vooral rijk aan inspiratie en ideeën, zonder daarbij docenten, de politiek of andere academici de schuld van de huidige problematiek in de schoenen te schuiven. Dat is ook niet nodig, maar er zal meer aandacht moeten komen voor de samenhang in het complexe systeem, waar het literatuuronderwijs slechts deel van uitmaakt. Dat vraagt om een brede samenwerking. Initiatieven hiertoe zien we al. Onder het mom van ‘Leven Lang Leren’ van de Rijksoverheid denken wetenschappers en studenten aan de Universiteit van Leiden in de master neerlandistiek gezamenlijk na over een omscholingsprogramma voor docenten Nederlands met een tweedegraads bevoegdheid. De cursus is echter ook geschikt voor eerstegraads docenten die graag op de hoogte blijven van nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Alle partijen zijn aan zet, maar vooral ook de politiek. Zolang docenten zich ondergewaardeerd voelen en vanwege de gekmakende bureaucratie steeds meer stress en burn-outklachten ervaren, heeft het geen zin om nieuwe methodes en ideeën van bovenaf op te leggen. Een bepaalde rust en waardering voor docenten lijkt ons een conditio sine qua non om nieuwe methodes daadwerkelijk succesvol te integreren in het middelbaar onderwijs.

Literatuuropgave

[1] Dera, J. ‘De lezende leraar. Literatuuronderwijs in Nederland(s) als onderzoeksobject.’ In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 134 (2018) 2.
[2] Nederlandse Letterkunde 23 (2018) 3.

Bron: Neerlandistiek



Nieuwsbrief januari 2019 Neerlandistiek voor de klas

 
Deze nieuwsbrief is een initiatief van Nicoline van der Sijs, Peter-Arno Coppen en Marc van Oostendorp om de banden tussen de academische wereld en het voortgezet onderwijs aan te halen. U kunt deze nieuwsbrief tienmaal per jaar in uw mailbox verwachten.
In de nieuwsbrief vindt u nieuwtjes uit het onderzoek, aandacht voor interessant lesmateriaal, interviews met docenten, leerlingen of studenten, voor het onderwijs relevante artikelen uit verschillende taalkundige tijdschriften en een gedicht van de maand. 


De Nieuwsbrief bevat zeven artikelen:

- Antwoorden Taalcanon Kerstquiz 2018
- Blog over het Advies van de Onderwijsraad aan de minister
- De huisneerlandicus en zijn rabiate groepje over het eindexamen
- Lesmateriaal. Ik niet kunnen meester – over een ‘humoristische bloemlezing’
- Nieuwe proef en 3 nieuwe leesclubs online op www.litlab.nl
- De Alphaman presenteert: De klucht van de koe
- Een goede leerling bij het vak Nederlands zou de maan met zijn handen willen grijpen - Oproep

Bron: Neerlandistiek

Omhoog ^

HISTORISCH LITERATUURONDERWIJS

Roland de Bondt
“Ionck bestaen, oud ghedaen”

 
‘Het is niet eenvoudig historische letterkunde aan de man te brengen, laat staan aan leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom middelbare scholieren liever een hedendaagse roman dan een toneelstuk uit de Gouden Eeuw lezen. Een eerste belemmering vormt de taal. Oudere teksten zijn geschreven in een afwijkende spelling, er komen onbegrijpelijke woorden in voor, de naamvallen zijn nog in groten getale aanwezig en ook de zinsvolgorde wijkt af van de hedendaagse. Bleef het daar maar bij. Helaas is het voor een moderne puber niet eenvoudig zich te identificeren met historische personages en worden er situaties, gewoontes en gebruiken beschreven die wij tegenwoordig niet zonder meer begrijpen.’

Er zijn nochtans meer dan voldoende leermiddelen ter beschikking om volwaardig historisch literatuuronderwijs op te zetten in de hogere klassen van de middelbare scholen.

Roland de Bondt argumenteert voor dat letterkundeonderwijs met teksten uit het verleden, maar tegelijkertijd haalt hij een heel arsenaal aan van middelen die de docenten daarvoor ter beschikking staan. Er zijn wat oudere middelen bij, maar ook wel vrij recente die speciaal geschikt zijn of letterlijk bedoeld zijn voor dat historisch literatuuronderwijs.

Wij vinden het opportuun om u daarvan in kennis te stellen, er uw aandacht op te vestigen en mee te ijveren met Roland de Bondt om daar waar het pas geeft op een wel doordachte manier en met de daarbij passende middelen historische teksten in lesverband te behandelen, te laten ervaren, erover te reflecteren en ze afdoende te laten begrijpen in hun historische draagwijdte.

Lees de betekenisvolle tekst in Neerlandistiek van 19 februari 2019

Omhoog ^


Zes tips voor een effectieve les

 

De Grote Zes. Zo noemt het Amerikaanse Institute of Education Sciences een rijtje instructiemethoden waarvan als een paal boven water staat dat ze werken, bij elk vak en voor leerlingen van elke leeftijd. Opvallend: lang niet iedereen past deze principes toe. De meeste leerboeken besteden er helemaal geen aandacht aan.

Nieuwsbrief Digischool



Februari 8, 2019 / Lesidee

ACTIVERENDE DIDACTIEK,
samenwerkend leren EN METACOGNITIE

Ter haar onderwijst


 

We naderen in mavo 3 het einde van een lessenreeks waarin we aan het onderdeel grammatica hebben gewerkt. Woordsoorten en zinsdelen kunnen herkennen en benoemen. De mensen die zich afvragen wat hier nu allemaal het NUT van is, verwijs ik graag door naar dit prachtige artikel daarover, van Peter Arno Coppen.

Enfin. Nu het einde van deze lessenreeks in zicht komt, denk ik na over een geschikte manier om toe te werken naar de toets. Omdat het uiteindelijke leren voor de toets zich vaak aan mijn zicht onttrekt omdat de leerlingen dit buiten de lessen om doen, heb ik eigenlijk geen idee hoe ze zo’n leertaak bij deze toets precies aanpakken, terwijl ik denk dat het voor het leren kan helpen daar aandacht voor te hebben, zeker gezien de waarde die aandacht voor metacognitie kan hebben binnen je onderwijs.
 
Recent las ik daarover het hoofdstuk uit Klaskit, Tools voor topleraren (De Bruyckere, 2017) over metacognitie.  Daar komt dan bij dat het maken van oefentoetsen ook bewezen effectief (Dirkx, K.J.H. (2014)) is als leerstrategie en niet alleen bij feiten, maar ook bij het toepassen van principes en procedures.

Bovenstaande zaken brachten mij ertoe om een korte lessenserie (3 lessen) te ontwerpen ter voorbereiding op de toets, die er als volgt uitziet …

Website Ter Haar onderwijst

 


LIEFDESGEDICHT EN CREATIEF SCHRIJVEN

Lesvoorbeeld

Bron: Klascement – Jan Uyttendaele


 

In dit lesvoorbeeld stimuleren we de creativiteit van de leerlingen door de lectuur van gedichten te combineren met creatieve schrijfopdrachten. Zowel voor als na het interpreteren van gedichten, gaan de leerlingen zelf op een speelse wijze actief om met poëtische uitdrukkingsmiddelen. Zodoende maken we een transfer van creatief schrijven naar creatief lezen en omgekeerd. De literaire procedés die de leerlingen zelf toepassen, kunnen ze tijdens het lezen ook als interpretatietechnieken gebruiken. Schrijven en lezen worden op die manier gecombineerd in één creatief proces.

Hugo Claus, Rendez-vous

De wanhoop met hoge hoed en wit gilet en streepjesbroek
Heb ik daareven ontmoet en niet gegroet
Bij elke nieuwe ontmoeting houdt hij zijn schrammen achter
Maar vroeg of later haalt hij zijn schade in

Maar ik lach die arme Mevrouw Vroeg-of-Later vierkant uit
Want
Nu
Zijn van alle vogels vrij de kinderen van de zomer losgelaten
Het gras beweegt het land in duizend vouwen ligt gereed
De straten deinen
En de trams vol wind zijn alle pijpen uit
En ik noem je mijn bruid van dertien jaar
Mijn adem aan de ruit mijn boot mijn kapersbuit
Ik roep je aan en knoop over de huizen en de steden
En de vogelschrikken heen
Nieuwe valstrikken in je gele haar
En jij je laat begaan

Een dezer dagen zal ik aan het Zuidpark
weer uitgeplunderd voor je staan
Wij zullen samen de trappen afdalen
Verblijd de stenen leeuwen strelen
Zeer luid lachen als wij hen zien
Mijnheer de Wanhoop en Mevrouw Vroeg-of-Later

En als zij naderen (want Zij zullen naderen)
Zullen wij Hen met nieuwe heftige gebaren bezweren.

Uit: Simon Vinkenoog, Atonaal. Bloemlezing uit de gedichten van Hans Andreus, Remco Campert, Hugo Claus [en anderen]. A.A.H. Stols, Den Haag 1952 (2de druk).

Bron: dbnl

Downloadbaar lesmateriaal op KlasCement


Omhoog ^


LESSENREEKS ROND VOLKSSPROOKJES

Op KlasCement door Jan Uyttendaele


 

Volgens het traditionele curriculum Nederlands hoort in de tweede graad van het secundair onderwijs een kennismaking thuis met het sprookje als literair genre. In deze lessenreeks gaan de leerlingen zelf in groepjes met volkssprookjes aan de slag.

Na een inleidende, klassieke les, waarin ze de nodige achtergrondinformatie krijgen, vergelijken de leerlingen in groep telkens twee versies van hetzelfde volkssprookje. De eerste versie is de tekst die de gebroeders Grimm in hun verzameling hebben opgenomen. De tweede versie is te vinden in het boek Beest in bed, waarin Marita de Sterck een aantal oudere en nog niet verkleuterde versies van deze sprookjes heeft verzameld. Uit die vergelijking blijkt duidelijk dat de volkssprookjes door Grimm werden gedeseksualiseerd, geïnfantiliseerd en geromantiseerd en dat de oudere versies een emotionele en literaire oerkracht bezitten, waardoor ze in staat zijn ook hedendaagse jongeren op de drempel van de volwassenheid aan te spreken.

Na het groepswerk presenteren de leerlingen hun bevindingen en volgt een klassikale bespreking of discussie.

Downloadbaar lesmateriaal op KlasCement



Omhoog ^


Nieuw online platform voor kennisdeling taalbeleid in het hoger onderwijs

12 december 2018


 

Het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs heeft een nieuw platform voor kennisdeling gepresenteerd. Het platform biedt instellingen in het hoger onderwijs op een laagdrempelige manier toegang tot goede praktijkvoorbeelden van taalondersteuning maar ook informatie over de implementatie van taalbeleid.


Toetsen aan de praktijk

Het online platform is een digitale verzamelplaats van concrete en goede praktijken uit hogere onderwijsinstellingen van Nederland en Vlaanderen. De website reikt bouwstenen aan om gedurende de hele opleiding te werken aan taalvaardigheid Nederlands. Elke praktijk is beschreven met oog voor de succesfactoren en aandachtspunten, waardoor iedere onderwijsinstelling de eigen initiatieven kan aftoetsen aan andere praktijken.


Structureel taalvaardigheidsbeleid

An De Moor, lid van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren: “In het adviesrapport Vaart met Taalvaardigheid. Nederlands in het hoger onderwijs (2015) adviseerde de Raad het Comité van Ministers van de Taalunie om met hogescholen en universiteiten de dialoog aan te gaan en via bestuurdersbijeenkomsten afspraken te maken over een structureel taalvaardigheidsbeleid in het hoger onderwijs. Taalvaardigheid vormt immers de basis voor verschillende competenties waarover afgestudeerden in het hoger onderwijs moeten beschikken zoals kritisch denken, probleemoplossend vermogen en creativiteit.”


Noodzaak

Pieterjan Bonne coördineerde als voorzitter van het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs de ontwikkeling van het kennisplatform. Hij benadrukt het nut en de noodzaak van dit initiatief: “Uit een zeer recente studie van prof. dr. Marc van Oostendorp van de Radboud Universiteit blijkt nog maar eens dat studenten in het hoger onderwijs de Nederlandse taal niet genoeg beheersen. Op ons kennisplatform - waaraan we met velen ondersteund door Lien Van Achter gewerkt hebben - vinden hogeronderwijsinstellingen niet alleen goede voorbeelden van taalondersteuning maar ook informatie over de implementatie van taalbeleid.”

Het kennisplatform is het resultaat van de opdracht van voormalig Nederlands minister van OCW Jet Bussemaker en Vlaams minister Hilde Crevits aan de Taalunie.

Nieuwsbericht Taalunieversum

Zie ook de NDN-site pagina Koppelingen - Ondersteunend

Kennisdeling

Het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs is een platform voor ontmoeting en uitwisseling van kennis en ervaringen. De website kennisdeling is bedoeld als digitale verzamelplaats van concrete en goede praktijken uit hogere onderwijsinstellingen van Nederland en Vlaanderen. De website reikt bouwstenen aan om gedurende de hele opleiding te werken aan taalvaardigheid Nederlands. Elke praktijk is beschreven met oog voor de succesfactoren en aandachtspunten, waardoor je eigen initiatieven kan aftoetsen aan andere praktijken.

In de linker menukolom vind je vertrekpunten voor je zoektocht naar inspirerende voorbeelden:
thema’s, actoren en vaardigheden. Eenmaal je je vertrekpunt hebt, kan je extra filters toevoegen.

De website is tot stand gekomen in samenwerking met de Taalunie.

https://www.kennisdelingtaalbeleid.org/


STILTE IN DE KLAS?

Marcel Schmeier en Anton Horeweg

 

Vaak is er veel geluid in de klas doordat leerlingen overleggen en samenwerken. 
Maar kan stilte het leren ook versterken?
Wat is de pedagogische en didactische kracht van stilte?

Een verkenning.


Omhoog ^


Het Poëziecentrum in Gent

Wat is het ?


 

Informatie-, documentatie- en studiecentrum voor Nederlandstalige poëzie en buitenlandse poëzie in Nederlandse vertaling, met focus op de periode vanaf 1945. Het Gentse Poëziecentrum werd opgericht door Willy Tibergien en medewerkers van de Poëziekrant. Het opende op 16 september 1980 aan de Sint-Kwintensberg 65A officieel de deuren. 

Nu aan de Vrijdagmarkt in Gent


Cursussen, een systematisch knipselarchief en een omvangrijke poëziecollectie ondersteunden van begin af de informatiefunctie. Behalve de werkbibliotheek met intussen ongeveer 50.000 boeken met en over poëzie, ruim vijfhonderd literaire tijdschriften uit Vlaanderen en Nederland en audiovisuele poëzie, kwam ook een rariteitenkabinet tot stand met gebottelde gedichten en in perspex gegoten poëzie.

Toen het Europese Poëziecentrum in Leuven ophield te bestaan nam het Gentse Poëziecentrum een gedeelte van de Europese poëziebibliotheek over. Sinds1998 herbergt het ook de collectie Ernst van Heerden, ruim 600 titels met en over Zuid-Afrikaanse poëzie.  


Over zijn werking en zijn geschiedenis klik hier

De Poëziekrant

Het is geen krant meer, wel een volwaardig knap poëzietijdschrift of -magazine, dat wordt uitgegeven door het Gentse Poëziecentrum. Neem een kijkje

Meer daarover

Nog over zijn ontstaan en zijn ontwikkeling


De Poëzieboekhandel

In de Poëziekrant nr. 1 van januari-februari 2019 publiceert Maarten Dessing een artikel met de titel ‘Hoe poëzieboekhandels het hoofd boven water houden’ blz. 24-28. Hij leidt de tekst in met deze ‘lead’: ‘Poëziecentrum en Perdu waren lange tijd de enige poëzieboekhandels in het Nederlandse taalgebied. Sinds kort is er een derde bijgekomen: Index Poetry Books in Leiden. Door de kosten laag te houden en creatief alle mogelijkheden te benutten proberen alle drie te overleven van uitsluitend gedichtenbundels.’

Uit het artikel van Maarten Dessing over de poëziewinkel in het Poëziecentrum.

‘Het Poëziecentrum heeft een vaste plek in het fraaie 15de –eeuwse Toreken aan de Vrijdagmarkt in Gent, waar de liefhebbers uit het hele taalgebied naartoe trekken voor de zo compleet mogelijke collecties poëziebundels in de Lage Landen. Dat alles er ligt, zal shopmanager Lot De Smet niet beweren, maar ‘gigantisch’ is het wel, ‘zeker voor zo’n klein oppervlak’.

Waar de Leidse winkel het regulier verkrijgbare Nederlandstalige aanbod aanvult met een breed buitenlands aanbod, doet Poëziecentrum dat met nóg meer Nederlandstalige poëzie. Dat houdt in: een kelder vol met antiquarische boeken, die mede dankzij het feit dat het centrum veel schenkingen krijgt, tegen spotprijzen te koop zijn. ‘En als we oudere bundels dan nog niet hebben, zullen we altijd voor de klant op zoek gaan. Desnoods bellen we de dichter zelf op om te vragen of hij nog een exemplaar heeft.’

Ook maakt Poëziecentrum ruim plaats voor uitgaven in eigen beheer, die het in consignatie neerlegt. ‘Bij elkaar kom je gemakkelijk aan een honderdtal titels, dat tussen de rest van het aanbod staat’, zegt De Smet. ‘Ook al zit er weinig kwaliteitscontrole op die uitgaven, wij selecteren daar niet op. Het is nu eenmaal moeilijk om poëzie uitgegeven te krijgen. Ik begrijp dat mensen er daarom voor kiezen. Door het vele administratieve werk is het van ons echt een inspanning.’

Daarbij kiest de winkel voor een zo breed mogelijk aanbod. De kinderpoëzie wordt aangevuld met bijvoorbeeld uitgaven van sprookjes op rijm. Er liggen relevante gadgets van Plint en Cossee. Alles om ook klanten die misschien zijn geïntimideerd door al die kasten vol met wat velen toch een moeilijk genre vinden, te kunnen verleiden ook eens binnen te stappen. ‘Het is belangrijk dat niemand hier meteen terugschrikt, zodat we iedereen kunnen toeleiden naar poëzie. Dat is immers de hoofdtaak van Poëziecentrum.’

Toch kan de shop van Poëziecentrum nooit zo’n breed assortiment neerleggen dat het een doelgroep aanspreekt die groot genoeg is om zelfstandig te overleven. Als het geen onderdeel was van Poëziecentrum, die met subsidie van onder meer het Vlaams Fonds voor de Letteren en de Stad Gent de Poëziekrant en eigen bundels uitgeeft en tal van poëzieactiviteiten ontplooit, zou de winkel moeilijk rendabel zijn, geeft De Smet toe.

Binnen het kader om zo breed mogelijk poëzie te promoten biedt een shop veel kansen: op bijvoorbeeld boekpresentaties doet de winkel de boekverkoop. Dan kunnen er wél in een keer tot tachtig exemplaren van een titel worden verkocht. ‘Anders kopen we van populaire titels hooguit drie tot vijf exemplaren in. Van de rest hebben we er meestal eentje, en dan moeten we bij iedere verkoop opnieuw afwegen: heeft het zin die titel nog een keer bij te bestellen. Twee jaar na verschijnen is het antwoord vaak nee.’

Om de kosten te dekken, staan de medewerkers van Poëziecentrum ook in de shop, die tegelijk een baliefunctie heeft. Zo zijn de personeelslasten beperkt: De Smet, in dienst bij het centrum, is voor 40% shopmanager – tijd die ze vooral gebruikt om de inkoop te doen of een stand te bemannen op beurzen (zoals de Boekenbeurs, waar een hoge omzet wordt gedraaid, maar de kosten navenant zijn). Daarnaast is er een door de gemeente gesubsidieerde jongere in dienst om ervaring op te doen als verkoopmedewerker.’

Valentijn in de poëziewinkel


Contact met het Poëziecentrum

Poëziecentrum vzw

Vrijdagmarkt 36
B-9000 Gent
Tel. 0032 (0)9 225 22 25
https://www.poeziecentrum.be/
Facebookpagina
shop@poeziecentrum.be


Omhoog ^

Het alledaagse maar zo complexe verschijnsel meertaligheid

Leonie Cornips - 14 januari 2019

 

In 2018 verscheen het rapport Talen in Nederland – Talen voor Nederland. In dat rapport stelde de KNAW vast dat Nederland een meertalige samenleving is geworden en dat het tijd wordt om verstandiger en efficiënter om te gaan met de talen die binnen onze landsgrenzen worden gesproken. Dat het rapport meertaligheid signaleert als kenmerk van een moderne samenleving is belangrijk, maar niet nieuw. Hoe wij ons neigen te verhouden tot meertaligheid echter, is wel een thema.

Tussentiteltjes:

Eén land-één volk-één taal
Het KNAW rapport (2018): Talen in Nederland – Talen voor Nederland
Taal als identiteit en/of instrument
Taal en emoties


Lees de hele tekst

Bron: Neerlandistiek


Omhoog ^
Omhoog


De personagebank: een literaire volkstelling

Opgezet door enkele jongere literatuuronderzoekers van de Universiteit Utrecht

 

Hoe divers is de Nederlandstalige literatuur? Die vraag ligt ten grondslag aan de Personagebank. Wat voor werk hebben personages? Hoe oud zijn ze? Waar wonen ze, in de stad, het platteland of buiten Nederland? Zijn er meer mannen dan vrouwen, en hebben die mannen en vrouwen ook andere bezigheden? Zijn ze rijk of arm, sjiek of gewoontjes?

Door dergelijke eigenschappen in te voeren van een roman die je net hebt gelezen, help je mee aan de literaire volkstelling. Hoe meer personages we hebben, hoe beter duidelijk wordt wat de grote patronen zijn.

We zijn nadrukkelijk op zoek naar allerlei soorten romans. Houd je van literaire romans, of juist van thrillers? Dat mag allemaal. Er zijn slechts twee spelregels: romans moeten gepubliceerd zijn na 1945 en oorspronkelijk geschreven in het Nederlands.

Met de data uit de Personagebank willen we de verscheidenheid in de fictieve samenleving onderzoeken. Maar dat niet alleen. Uiteindelijk hopen we mogelijke patronen in de verbeelding van personages beter te begrijpen of misschien zelfs te verklaren. Daarvoor moeten we kijken naar de 'producenten' van literatuur: schrijvers ten eerste, maar ook uitgevers spelen een belangrijke rol. Zij kiezen immers welke verhalen de boekhandel halen en dus bepalen hun voorkeuren deels het boekenaanbod.

Het idee voor de Personagebank was geboren: een crowdsourced database van personages uit Nederlandstalige romans vanaf 1945. Lezers leveren informatie aan over personages uit de boeken die ze gelezen hebben. Ze kunnen actuele verhoudingen in de (open) dataset zien en gegevens per roman opvragen. Wie weet gaan we zo verschuivingen zien in het literaire landschap door de jaren heen, om uiteindelijk een bevredigend antwoord te kunnen geven op de vragen: hoe divers is de Nederlandstalige roman? Welk type lezers wordt niet aangesproken door de literatuur? En welke consequenties heeft dat eigenlijk?

Naar de website van de Personagebank

Omhoog

Oud-collega Loeki Zvonik opnieuw als schrijfster voluit in de belangstelling

 

Loeki Strijbol, zoals wij haar kenden in de jaren zeventig als collega Nederlands in de Rijksnormaalschool Hasselt naar de naam van haar man Rudy Strijbol, blijkt in de wereld van de literatuur opnieuw voluit belangstelling op te wekken. Haar debuutroman ‘Hoe heette de hoedemaker?’, die begin 2018 een herdruk kende kreeg in januari 2019 een tweede druk.


Vlogboek - De Vitrine met Jörgen en Wout Vlaeminck brengt een indrukwekkende video uit rond de schrijfster.
Hij duurt 10 minuten.
Besproken werken:
- Hoe heette de hoedenmaker? (1975)
- Duizend jaar Thomas (1979)
- De eerbied en de angst van Uri en Ima Bosch (1983)
Ook haar leven en haar verhouding tot de literatuur komen ter sprake.

https://youtu.be/HLkSPskCgRg

SMAAKMAKER

 
Ik zou bij groottante Louise wonen. Dat was al sinds jaren zo afgesproken. Ze gaf me de logeerkamer op de zolderverdieping. Het bed lag vol geborduurde kussens en ervoor stonden een ronde tafel en een rieten stoel op een gebreid tapijt. Je werktafel, zei ze. In het midden ervan had zij boeken gelegd, Lamartine en Stendhal, als het mooiste wat zij ooit had leren kennen.Toen bracht ze me naar de muur tegenover het venster. In zilveren lijstjes hingen er de foto’s van haar leven. Louise onder hoeden van tule, kant en vogeltjes, zittend op terrasjes in Spa, wandelend door de dreven van Kurorte in Bohemen, bebloemde theekopjes hanterend in Salzburg, door een verrekijker turend in Wenen. Ik heb je zoveel te vertellen, zei ze, ik heb nog in de negentiende eeuw geleefd, ik heb mensen gezien van wie jij de namen zal leren. Maar laat ik je eerst helpen met uitpakken, er ligt lavendel in de kleerkast.

- Openingsparagraaf uit Hoe heette de hoedenmaker ?

HET BEGIN
Ze komen, riep mijn vader, nu is het ook al oorlog bij ons.
We liepen weg uit Eeklo. Moeder stootte voortdurend tegen andere mensen aan omdat ze niet keek waar ze haar voeten zette, ze zat met haar gedachten in de wolken, in het ijle uitspansel, alsof het vliegtuig dat pirouettes maakte boven de boomkruinen ieder ogenblik naar beneden kon storten.

- Openingsparagraaf uit Duizend jaar Thomas.


Die belangstelling wordt ook o.m. door recensies of artikelen in de media bevorderd. Zo schrijft nu de literaire journalist Wout Vlaeminck een tekst naar aanleiding van die herdruk van de eerste roman van Loeki Zvonik. Zijn artikel in Knack verdient van de lezers ook een ruime mate aan gewettigde belangstelling ondanks zijn taalslordigheden en een paar dt-fouten die de journalist in zijn haast over het hoofd heeft gezien.

Ook in het Letterenhuis in Antwerpen heeft Loeki een prominente plaats als schrijfster

Zij had nog de opzet van een roman in haar literaire nalatenschap, maar die is nooit voltooid en nooit gepubliceerd.

Zij stierf op 17 augustus 2000 in Hasselt op 65-jarige leeftijd aan vergevorderde dementie.


Ghislain Duchâteau

Omhoog


VRIJHEID OM ONDERWIJS IN EIGEN MOEDERTAAL TE GENIETEN IN ZUID-AFRIKA MISKEND

Yves T'Sjoen en Wannie Carstens - 1 februari 2019

 

Afrikaans krijgt vandaag vooral klappen uitgedeeld door universiteitsbesturen en de ANC-regering. Het taalbeleid is erop gericht Afrikaans als onderwijstaal hoogstens nog te gedogen. Beide hoogleraren pleiten voor de waardering van Afrikaans als academische taal.

Lees het hele betoog in Knack.be


Omhoog

Vraag over de spelling van MSN'en / msn'en

 

Vraag

Schrijven we MSN'en of msn'en?

Antwoord

De correcte schrijfwijze is msn'en.

Toelichting

Merknamen worden met een hoofdletter geschreven, tenzij de naamgever een andere schrijfwijze gekozen heeft. Dat noemen we het donorprincipe. Voorbeelden van merknamen zijn MSN, Coca-Cola, iPod, Volkswagen, H&M en Bacardi Breezer.

Als de merknaam een soortnaam geworden is, schrijven we hem klein. We denken dan niet meer in de eerste plaats aan het merk, maar aan de eigenschappen van een voorwerp. Een pamper wordt bijvoorbeeld door veel mensen gebruikt als synoniem van luier, ook als die luier niet van het merk Pampers is. Andere voorbeelden: een breezer, een aspirientje, een spa enzovoort. Bij de afleiding msn'en is de merknaam MSN ook een soortnaam geworden. Msn'en kan namelijk in de algemenere betekenis 'chatten op het internet' gebruikt worden.


https://taaladvies.net/taal/advies/vraag/1295



Omhoog

Professor dr. D.P. Blok - 7 januari 1925 - 6 februari 2019

Jan Berns - 13 februari 2019

 

In 1965 trad D. P. Blok aan als directeur van het bureau van de Centrale Commissie voor Onderzoek van het Nederlands Volkseigen, afdelingen Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen in 1986 nam hij, gebruikmakend van de VUT-regeling, afscheid van het P.J. Meertens-Instituut.

Neerlandistiek

Omhoog


Herman Uyttersprot – Een biografie door Joris Dedeurwaerder

 

Hij was mijn hoogleraar Duitse en moderne Europese letterkunde aan de toenmalige Rijksuniversiteit Gent in de jaren 1955-1959.

Als prof heeft hij bij mij een onvergetelijke indruk nagelaten. De belangstelling die hij toen bij mij over Heine, Kleist, Kafka, Rilke en ... Van Ostayen heeft opgewekt is onuitwisbaar. Op 19 januari 2019 stelde Joris Dedeurwaerder zijn Biografie van Herman Uyttersprot voor in het Liberaal Archief/Liberales in Gent. Het was een blij weerzien met mijn studiegenoot Joris, die nu na jaren onverdroten vlijt zijn boek van 723 bladzijden in harde kaft publiek kon voorstellen voor een goed gevulde zaal met zowat honderd toehoorders. Een mooie foto van de hoogleraar Herman Uyttersprot prijkt op het voorplat.

Al in 2013 schreef Joris Dedeurwaerder al een korte karakterisering van de hoogleraar. Hij begon zijn tekst met deze zinnen:

"Germanist en vrijzinnige Herman Uyttersprot omringde zich heel zijn leven met dichters en schrijvers, letterlijk en figuurlijk: zijn leermeesters waren onder andere Karel Van de Woestijne en Franz De Backer; hij las en publiceerde over Heine, von Kleist, Kafka, van Ostaijen en Rilke en Louis Paul Boon en Johan Daisne waren zijn vrienden. Uyttersprot vervulde zo een schakelrol in de letterkunde en bracht zijn liefde voor literatuur en poëzie over op talloze studenten."

U kunt hier zijn tekst lezen

Ook Willy Bultereys schetst op de website van Literair Gent het leven en het werk van Herman Uyttersprot

De uitgever schrijft o.m. over de Biografie het volgende:
‘Deze vlot geschreven biografie biedt een indringende kijk op het leven van Herman Uyttersprot met aandacht voor de tijdgeest en de intellectuele ontwikkeling van de hoofdfiguur. Tegelijkertijd beschrijft en analyseert de auteur de intellectuele arbeid waarmee hij naam heeft gemaakt in de toenmalige academische wereld.’

Bij de lectuur van de eerste 200 bladzijden, vooral bij de behandeling van de schrijvers Heine en Kleist, ervoer ik herhaaldelijk weer de sfeer van de colleges van de vereerde hoogleraar nu zowat 62 jaar geleden. De tekst werd inderdaad vlot geschreven met een indringende kijk op de grote figuren uit de 19de-eeuwse Duitse literatuur.

Het mooi uitgegeven boek kost € 40. U kunt het bestellen via
info@liberas.eu

Foto’s van de boekpresentatie in Gent op zaterdag 19 januari 2019

Het boek Joris Dedeurwaerder bespreekt het ontstaan van zijn Biografie
Em. prof. dr. E. Verhofstadt, 93, houdt een prijzende inleiding Veel belangstelling in de zaal

Ghislain Duchâteau

Omhoog

De recente berichten op de Facebookpagina van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik op >
LEES DE BERICHTEN
of hieronder:

 
 


NDN-Facebookpagina


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookpagina van het NDN. Het gaat hier om 10 berichten vanaf 23 tot 28 februari 2019. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Vanaf 8 februari 2018 hebben we een nieuwe pagina gecreëerd 'Netwerk Didactiek Nederlands-2'
.
U bereikt ze ook via @netdidned.be.




  • WAAR EEN TAALDIPLOMA GOED VOOR IS

    Miet Ooms en Reglindis De Ridder

    27-2-2019

    Auteurs en hoogleraren in de neerlandistiek luidden de alarmbel over het sterk teruglopende aantal studenten Nederlandse taal- en letterkunde (DS 14 februari). Het idee heerst dat je op de arbeidsmarkt niets bent met een opleiding Nederlands. Maar dat klopt niet. ... Meer weergeven

    Opinieartikel



  • LAAG, LAGER, LAAGST

    27-2-2019

    In Doorbraak vandaag neemt voormalig VRT-journalist Jan Becaus de sociolinguïst Stefan Grondelaers, die het op 22 februari 2019 had over “De kwaal van de standaardtaal” stevig op de korrel.
    Terecht.
    ... Meer weergeven

    Opinieartikel



  • LEERKRACHTEN NEDERLANDS IN TIJDEN VAN DT-DOET-ER-NIET-TOE

    26-2-2019

    ‘Het Nederlands haten? Dat kan ik me niet voorstellen’
    Sarah Vankersschaever
    ... Meer weergeven

    Opinieartikel



  • TAALVERANDERING VAN NIEUWSLEZERS IN HET NOS-JOURNAAL (1978-2018)

    Door Redactie Neerlandistiek

    26-2-2019

    Youri, Ricardo en Daan zitten in vwo 6 van het Keizer Karel College in Amstelveen. Voor hun profielwerkstuk onderzochten zij hoe de taal van nieuwslezers is veranderd in de afgelopen veertig jaar. Spreken de nieuwslezers van het NOS-journaal vandaag de dag nog hetzelfde als de nieuwslezers in de jaren zeventig?
    ... Meer weergeven

    Videofilm




  • STUDIEDAG EINDTERMEN NEDERLANDS 1STE GRAAD - CENTRUM NASCHOLING ONDERWIJS (CNO) UANTWERPEN - DONDERDAG 23 MEI 2019

    26-2-2019

    De nieuwe eindtermen en leerplannen zijn bekend en vanaf 1 september 2019 start de eerste graad hiermee.

    Er zijn heel wat vragen over hoe die eindtermen naar de dagelijkse lespraktijk kunnen vertaald worden. De vraag die veel scholen en leraren zich stellen is inderdaad: hoe doe ik het?
    Deze studiedag probeert gedeeltelijke antwoorden te geven op die vraag.

    ... Meer weergeven

    Studiedag



  • DE ENIGE MANIER OM NEDERLANDS (IN NEDERLAND) WEER SEXY TE MAKEN, IS EEN RADICALE TERUGKEER NAAR DE LITERATUUR

    Column in De Volkskrant 25-2-2019

    van Bert Wagendorp

    ... Meer weergeven

    Column



  • DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE ACADEMIE VOOR WETENSCHAPPEN (KNAW) GAAT ADVISEREN OVER NEERLANDISTIEK IN NEDERLAND

    25-2-2019

    De KNAW zal op verzoek van de minister van OCW een advies uitbrengen over de situatie bij de universitaire opleidingen Nederlandse Taal en Cultuur. Vanaf 4 maart 2019 gaat een commissie onder voorzitterschap van Lex Heerma van Voss (Huygens ING en Universiteit Utrecht) aan het werk. Het advies zal rond de zomer 2019 verschijnen.
    De universitaire studie Nederlandse taa...
    Meer weergeven

Adviseren


  • HET (VAK) NEDERLANDS IN DE STANDAARD VAN 25-2-2019

    25-2-2019

    Na de publicatie op 22 februari 2019 in DS van het denigrerend artikel van sociolinguïst Stefan Grondelaers ‘De kwaal van de standaardtaal’ en het artikel ‘Voed ik mijn kind in het Standaardnederlands op?’ van 23 februari waarin ook twijfel wordt gezaaid over onze standaardtaal neemt het opiniërend dagblad een ommezwaai in het voordeel van ons Algemeen Nederlands.
    Drie publicaties in het dagblad doen nadenken over de neergang...
    Meer weergeven

    Commentaar



  • LEER DE SURINAAMSE DICHTER SHRINIVÁSI KENNEN

    Michiel van Kempen

    23-2-2019

    In de nacht van 25 op 26 januari overleed de Surinaamse dichter Shrinivási, 92 jaar oud. Martinus Haridat Lutchman, zoals hij voor de burgerlijke stand heette, gaf de geest op het eiland waar hij in 1952 zijn debuut had gemaakt: Curaçao. Hij bracht er de laatste jaren van zijn leven door, maar had er ook al eerder gewoond, net als in Nederland.
    ... Meer weergeven

    In Memoriam



  • ‘LEER DE TAAL VAN JE BUUR. EN LEES HUN BOEKEN’

    Luc Devoldere – Ons Erfdeel blog

    23-2-2019

    De aanwezigheid van Vlaanderen als eregast op de Franstalige Foire du Livre in het Brusselse Tours & Taxis was voor hoofdredacteur Luc Devoldere een mooie gelegenheid om de proef op de som te nemen van die ‘twee eenzaamheden’ in België, de Nederlandstaligen en de Franstaligen. ‘Leer de taal van je buur. En lees hun boeken’, schrijft hij....
    Meer weergeven

    Ons Erfdeel blog



 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert, bestuurslid
  • Tamara Bollaert, bestuurslid
  • Jan Lecocq, bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2019.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be