Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
32-3 | maart-april-mei 2020
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




 
Redactioneel
NDN-Lenteconferentie - 24 april UAntwerpen Uitnodiging
Update voor het vak Nederlands SLO- inspirerende materialen - Gerdineke van Silfhout

AFSTANDSONDERWIJS

Online lesgeven tijdens de coronacrisis in China
Begeleiding Nederlands promoot afstandsleren

Een taalwerkstuk maken doe zo -Video


Schoolvak Nederlands
Lees twintig boeken

De taalfout van nu is de regel van straks
Poëzielessen voortgezet/secundair onderwijs
'Frisse lesideeën Nederlands' Fb-pagina van ts. 'Fons'
Tien podcasts voor leraren Nederlands
'Taal voor de leuk' - luisterboek P. Cornelisse
Cabaret bij Nederlands
Tekstkwaliteit vooraf aan het schrijven - lesontwerp
Herkomst van het woord 'gewoon'
De boeken die voorbijgaan - of niet, dankzij hertalingen
Christine D'Haen, o kostbaar majuskel
In het pantheon van het Literatuurmuseum: Anna Blaman
Een onvoorstelbare revelatie, de dichteres Jana Arns
Vlaams Platform Talenonderwijs stelt ambitieus Talenplan voor
Klasmanagement - Achter gesloten deuren is het niet stil
N.a.v. Gedichtendag 2020
Wat kan "wel" allemaal betekenen?
Campert kiest ook zijn eigen gedicht ... ZONDAG
Multatuli-leerstoel - Inaugurale rede - belang van literatuurlezen
English only in België?
Schrijfonderwijs en toetsing bij Engels en Nederlands - special SLO
Boekenzoeker
Taaltip - niesen niezen
In memoriam Wim Gerritsen
In memoriam Eddy Grootes

Recent op de NDN-Facebookpagina
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
NDN-Nieuws 32-2
 
NDN-Nieuws 32-1
 
NDN-Nieuws 31-4
 
NDN-Nieuws 31-3
 
NDN-Nieuws 31-2
 
NDN-Nieuws 31-1
 
NDN-Nieuws 30-4
 
NDN-Nieuws 30-3
 
NDN-Nieuws 30-2
 
NDN-Nieuws 30-1
 
• NDN-Nieuws 29-4
 
NDN-Nieuws 29-3
 
NDN-Nieuws 29-2
 
NDN-Nieuws 29-1
 
• NDN-Nieuws 28-4
 
NDN-Nieuws 28-3
 
NDN-Nieuws 28-2
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Redactioneel
 

 

Lectori salutem



Collega’s uit Vlaanderen en Nederland

We leven in beroerde tijden met maatschappelijk heel drastische maatregelen om de gezondheidsrisico’s zoveel mogelijk te beperken. Alles ongeveer komt ons vreemd bijna onwezenlijk voor. Enorme inspanningen om in het regulier leven mooie organisaties aan de betrokkenen aan te bieden, werden nu teniet gedaan. Met trots plaatsen we als eerste document op deze derde editie van de lopende jaargang van onze NDN-Nieuwsbrief de uitnodiging voor onze jaarlijkse lenteconferentie. NDN-Voorzitter José Vandekerckhove had zijn creativiteit en zijn vakkundige denkkracht ingezet om voor een prachtig programma te voorzien onder de titel “Begrijp je kans” die woordspelig verwijst naar Begrijpend lezen. We zouden zeker niet in het spoor treden van zovele collega’s die materiaal ter beschikking stellen voor deze prangende problematiek, maar originele bijdragen leveren om op onze manier deze thematiek effectief aan te kaarten en te voorzien in nieuwe aanpakvormen van dat begrijpend lezen in onze klassen op onze scholen. We hebben bovenaan ons document het woord Uitnodiging moeten schrappen. Van onze lenteconferentie hebben we moeten afzien. Toch blijven we niet bij de pakken zitten. Hoe stond het ook weer op de poster met de woorden toebedeeld aan Winston Churchill om de weerbaarheid in oorlogsomstandigheden aan te scherpen “Keep Calm and Carry On”? Dat doen we dan ook met deze nieuwe editie van onze NDN-Nieuwsbrief. Het is nummer 32-3, de voorlaatste van de lopende jaargang.

Overloop eens zorgvuldig het menu in de linker kolom van onze bladspiegel. We plaatsen vooraan de documenten met vooral belangwekkende didactische informatie. Na de vergeefse informatie over de conferentie en het gesuggereerde materiaal van het steeds ijverige en accurate Gerdineke van Silfhout brengen we drie documenten rond afstandsonderwijs of afstandsleren. Die kunnen nu in tijden van geschorste lessen in de klaslokalen stof aanreiken voor de leerlingen die thuis digitaal aan het werk worden gezet. Dat thuiswerk mag evenwel niet overladen worden. Een goede coördinatie van de lerarenploeg op school moet voorkomen dat er chaotisch opdrachten worden toegespeeld aan leerlingen die ook nog moeten ademen. Signalen tegen overdrijven klonken al zowel in de media van Nederland als in die van Vlaanderen. Toch willen we hier bijdragen aan mogelijkheden om op afstand leerlingen goed leermateriaal aan te bieden.

Verder bieden we materiaal aan in ruime verscheidenheid met nog teksten rond didactiek - denk aan het nummer 10 van het Vlaams tijdschrift Fons voor leraren Nederlands in Vlaanderen - als teksten rond didactiek, reflectie op taal, teksten in verband met literatuur e. a. We besluiten de nieuwsbrief met twee In memoria voor twee hoogleraren die binnen ons werkdomein enorme prestaties hebben geleverd en veel verdiensten op hun actief hebben verworven.

Vergeet ook niet dat we blijvend actief zijn op de NDN-Facebookpagina, waarvoor we dagelijks wat interessants in petto hebben en waarvan we in onze nieuwsbriefedities zowat de 10 meest recente berichten meegeven.

We weten dat de collega’s in het nu afgesloten concrete werkveld in de beslotenheid van hun persoonlijke werkkamer enorm actief streven naar het beste voor hun studenten of leerlingen, maar we zijn binnen het Netwerk Didactiek Nederlands ervan overtuigd, dat we met onze nieuwsbrieven en zeker in deze moeilijke periode nog wat nuttigs of interessants kunnen aanreiken. Maak er gebruik van. De Nieuwsbrief is er voor u in deze persoonlijk toegestuurde versie en ook steeds bereikbaar op de NDN-website onder het menu-item NDN-Nieuwsbrief.

Denk erom “My home is my castle” en “You ‘ll never walk alone”. NDN en zijn Nieuwsbrief zijn er voor u.

Zoals steeds kunt u ons bereiken op info@netdidned.be


Ghislain Duchâteau – vicevoorzitter en redacteur NDN

namens het hele NDN-bestuur.


 




NDN-lenteconferentie 2020

Door de huidige maatschappelijke omstandigheden moeten we deze conferentie verdagen.


Vrijdag 24 april 2020 - UAntwerpen - Stadscampus

Begrijp je kans

 

9.25-9.55 uur

Aanmelding
10 uur Verwelkoming
10.10-10.40 uur

Carlijn Pereira over begrijpend lezen

Carlijn Pereira is beleidsadviseur bij de Taalunie, en secretaris van de Vlaams-Nederlandse Taalraad begrijpend lezen, die aanbevelingen deed om het leesbegrip en de leesmotivatie van basisschoolleerlingen in Nederland en Vlaanderen te vergroten.

In haar presentatie vertelt zij over de aanbevelingen van de Taalraad in verband met effectief onderwijs in begrijpend lezen en over acties voor beter leesbegrip en meer leesmotivatie. Zij illustreert haar presentatie met praktijkvoorbeelden van scholen.

10.40-12.10 uur

Gerdineke van Silfhout over begrijpend lezen

Gerdineke van Silfhout is leerplanontwikkelaar bij de afdeling voortgezet onderwijs SLO, Nederland.

Ze zoomt in haar lezing in op de verschillende onderdelen van begrijpend lezen en wat we daar uit onderzoek van weten. Aansluitend laat ze zien hoe schoolboekteksten begrip kunnen faciliteren. Vanuit het project Lezen in het vmbo presenteert ze een quickscan waarmee secundaire scholen kunnen nagaan in hoeverre ze aan effectief taal- en leesonderwijs werken.

   
12.10 -13.30 uur Middagpauze met broodjeslunch en netwerking
   
13.30-15.00 uur

Emmelien Merchie over begrijpend lezen

Emmelien Merchie is doctor-assistent binnen de onderzoeksgroep 'Taal, leren, innoveren', binnen de vakgroep Onderwijskunde, Universiteit Gent

Ze heeft het in haar lezing over de bevindingen in het kader van de review Sleutels voor effectief begrijpend lezen die i.s.m. KU Leuven in opdracht van de Vlaamse Onderwijsraad uitgevoerd werd. Ze focust daarbij op de tweede en derde onderzoeksvraag, met name: Wat zijn de kenmerken van een effectieve didactische aanpak op klas- en schoolniveau? Hoe ziet een krachtige leesdidactiek voor de 21e eeuw eruit? (onderzoeksvraag 2) en  Zijn er specifieke lezersprofielen te onderscheiden en hebben die nood aan een aparte didactiek? (onderzoeksvraag 3)

15.00-15.30 uur

Nora Bogaert over begrijpend lezen          

Nora Bogaert is ex-adviseur bij het Centrum voor Taal en Onderwijs van de Katholieke Universiteit in Leuven. Ze is bestuurslid van NDN.

Ze geeft een auteurspresentatie van het NDN-Didactisch Cahier nummer 2. Iedere conferentiedeelnemer ontvangt een exemplaar van dit cahier.

15.30- 16.00 uur


Groepsgesprek met als focus enerzijds: Wat is de ‘opbrengst’ van de lenteconferentie voor mij als lerarenopleider? en anderzijds ‘Leren van elkaar’ via markante voorbeelden van eigen good practice.

16.00 uur
Slotwoord en aansluitende drink

Dagvoorzitter is André Mottart, hoogleraar UGent en bestuurslid NDN.

Locatie:
Universiteit Antwerpen, de Boogkeers, Boogkeers 5 (aan het Mechelseplein), 2000 Antwerpen – Lokaal 201

Bijdrage:
- voor NDN-leden > € 60
- voor niet-NDN-leden > € 75 - lidmaatschap NDN 2020 inbegrepen

Inschrijving:

  • Ten laatste inschrijven op donderdag 16 april 2020
  • Maximum 25 deelnemers

    Vul dit inschrijvingsformulier zorgvuldig in, kopieer het en stuur het per mail naar
    info@netdidned.be
Hierbij schrijft in voor de NDN-Lenteconferentie Begrijp je kans
UAntwerpen op vrijdag 24 april 2020
Voornaam:
 
Familienaam:
 
Functie:
 
Onderwijsinstelling:
 
Thuisadres:
 
E-mailadres:
 
Telefoonnummer:
 
Wel lid of nog geen lid NDN
 
Neemt wel of niet deel aan de afsluitende drink
 

Zij/hij schrijft € 60 als lid of € 75 (nog geen lid) over op rekening
IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB
van NDN, Wilrijk.  Enkel de betaling geldt als definitieve inschrijving.



Nieuwsupdate Nederlands van de SLO - 4 maart 2020

Gerdineke van Silfhout


 

Mooie special Schrijfonderwijs en toetsing bij Nederlands en Engels én een website

Dit echte bewaarnummer (bijlage) bevat alle belangrijke tips, recente onderzoeken en voorbeelden van inspirerende schrijfopdrachten en beoordelingsmodellen bij Nederlands en Engels. Ontwikkeld in een tweejarig leernetwerk met leraren Nederlands en Engels in het vmbo, havo en vwo en taalexperts van SLO en Cito. De special is ook hier te downloaden. Heb je em uit? Bekijk dan vooral deze website met alle schrijfopdrachten, tools, aanpakken etc. die zijn ontwikkeld in het leernetwerk.


Zo kan het ook! Mooie website van Levende Talen Nederlands

Op de inspirerende website https://didactieknederlands.nl/ vind je een rubriek waarin onderzoekers en vakdidactici onderbouwde lesideeën plaatsen om leraren te inspireren. De lesideeën zijn zo gepresenteerd dat je ze kunt aanpassen en inzetten op een manier die past in jouw eigen praktijk. Zelf mocht ik er ook één uitwerken, vanuit het onderzoek formatief evalueren bij Nederlands. Op de website is trouwens nog veel meer te vinden, dus grasduin vooral er eens door.


HSN-bundel met inspirerende voorbeelden, aanpakken digitaal

Op de website van de conferentie HSN vind je de bundel met bijdragen die zijn gehouden op de conferentie in november. Erg praktisch én inspirerend. Van Toneelteksten beleven en Cabaret in de klas naar Wie schrijft, genietBouwen aan spreken en Een scanner in de klas. De volgende HSN is op 20 en 21 november op de Universiteit Antwerpen. Zie: https://hsnconferentie.org/


Nieuwe materialen op Lezeninhetvmbo.nl: bundel Nog een STUK!

In september 2018 verscheen de bundel ‘Nog een STUK!’ met 15 (voor)leesfragmenten voor het vmbo, inclusief lessuggesties. Een heel aantal fragmenten en alle lessuggesties vind je nu op de website Lezeninhetvmbo.nl via deze link. Op lezeninhetvmbo.nl vind je trouwens ook allerlei inspirerende leescampagnes voor het vmbo, zoals De Weddenschap en Read2ME!. En je kunt je op de website nu ook inschrijven voor de lezeninhetvmbo-nieuwsbrief.


Litlab: nieuwe leesclubs én workshops bij jou op school

Op Litlab.nl staan inmiddels 43 leesclubs, waarvan een groot deel rondom recente titels én canonieke werken. Ook vind je weer nieuwe leesclubs, waaronder Schuld & Criminaliteit (young adult – Eén mens is genoeg). De collega’s van LitLab bieden nu ook workshops aan op school, waarbij ze in één dagdeel het materiaal demonstreren en denken ze mee over de toepassing van LitLab in het literatuuronderwijs bij jou op school. Meer info kun je opvragen via info@litlab.nl.


Lectorale rede Anneke Smits

Op 29 januari sprak Anneke Smits haar lectorale rede uit rondom Onderwijsinnovatie, geletterdheid en ICT. Een mooie bijdrage, toegevoegd in bijlage 2, waarbij ze vertrekt vanuit het doel van onderwijs namelijk het bevorderen van leerprocessen. Daarbij heel helder de rol maar ook de gevaren van ICT in het onderwijs. En in relatie tot effectief lees- en schrijfonderwijs benoemt ze het gevaar van verdringing door ICT: ‘Verdringing van bijvoorbeeld (voor)lezen en schrijven door drill-en-practice software kan een partiële verklaring vormen voor de recente daling van de Pisa resultaten voor begrijpend lezen.’ En nog veel meer van zulk soort boeiende constateringen om over na te denken. Klik hier om ze te bereiken en te lezen.

Via Neerlandistiek – 5 maart 2020


DOCUMENTEN VOOR
AFSTANDSONDERWIJS
 

Online lesgeven tijdens de coronacrisis

Tessa Scholten

in China

 

Je denkt vast: niet weer een artikel over het coronavirus! Helemaal begrijpelijk. Toch zie ik in Nederland iets gebeuren wat ik ook in China van dichtbij heb meegemaakt. Het begint met een simpel afgelast evenement, maar langzamerhand komen er steeds stevigere maatregelen. Een maatregel waar heel veel mensen op zitten te wachten is het sluiten van alle scholen. De voorzitter van de Nederlandse schoolleiders had hiervoor gepleit, maar vooralsnog is dit nog niet het geval. Universiteiten en hogescholen hebben al wel stappen ondernomen. Ik denk zelf dat de basisscholen en middelbare scholen nog gaan volgen. Online lesgeven zal wellicht onvermijdelijk zijn. Vandaar dat ik toch dit artikel schrijf.

Sinds ongeveer een maand geef ik online les aan mijn leerlingen in China. De scholen zijn daar nog voor onbepaalde tijd dicht aangezien er nog steeds mensen geïnfecteerd worden. Ik moest destijds een enorme omslag maken in mijn lesgeven: van interactief contact in een klaslokaal moest ik nu opeens op afstand mijn leerlingen zien te interesseren voor Karel de Grote. Lijkt onmogelijk toch? Het ging in het begin dan ook niet allemaal van een leien dakje en daarom schrijf ik dit artikel. Ik hoop door het delen van mijn ervaringen hier toch een of twee docenten mee te kunnen helpen.

Online platform
Zoals bijna elke school heeft mijn school een online platform waar docenten het huiswerk uploaden, cijfers invoeren en de aanwezigheid van de leerlingen bijhouden. Platformen zoals Magister, itslearning, Somtoday en Blackboard kunnen allemaal uitstekend gebruikt worden als er uiteindelijk online moet worden lesgegeven. De afgelopen jaren is het onderwijs steeds meer gaan leunen op digitale middelen, iets wat nu dus heel goed van pas gaat komen.  Helaas valt door online lesgeven wel het mooiste aspect van het onderwijs weg: het interpersoonlijk contact met docenten en leerlingen. Gelukkig is ook hier een digitale oplossing voor, al kan het in het begin even onwennig zijn.

Zoom
De eerste week gaf ik les aan de hand van Skype. Het is een prachtig programma, maar na een goed gesprek met de leerlingen en de school zijn we uiteindelijk overgestapt naar ‘Zoom’. Dit bleek een hele slimme zet. In de volgende alinea’s zal ik uitleggen hoe Zoom werkt en waarom het een fantastisch middel is om te gebruiken.


Klik nu door naar de uitleg van de enthousiaste Tessa Scholten

Omhoog ^


Begeleiding Nederlands promoot nu effectief afstandsleren


Mededeling van Kathleen Leemans - NDN-bestuurslid, ped. beg. GO

 

Beste collega’s Nederlands

De voorbije dagen ontwikkelden Jan en ik materialen om leraren in het werkveld te ondersteunen bij het afstandsleren. We willen deze materialen met jullie delen; misschien kunnen ze ook interessant zijn voor het Netwerk Didactiek Nederlands:

    1. een Symbaloo waar leraren Nederlands websites kunnen raadplegen die gratis oefenmateriaal aanbieden;
    2. een beknopt overzicht met bruikbare materialen en tips, gefocust op die leerplandoelen die geschikt zijn voor afstandsonderwijs:
      • een selectie leerplandoelen en inspiratie voor afstandsonderwijs 1e graad,
      • een selectie leerplandoelen en inspiratie voor afstandsonderwijs 2e en 3e graad.

Begeleiders Nederlands van PBD-GO! verzamelden educatieve websites Nederlands voor het secundair onderwijs, op één plek: https://www.symbaloo.com/mix/gonederlandsdigitaal

Laat je inspireren door boeiende en bruikbare materialen uit Nederland en Vlaanderen. Veel websites bieden bovendien kant-en-klare instructies waarmee je aan de slag kan in afstandsleren. Samen gaan we de uitdaging aan! Meer informatie over afstandsonderwijs vind je op onze GO!-website Digitaliseer je les.

Uiteraard zijn aanvullingen, opmerkingen of andere feedback van harte welkom!
In een digitale wereld is alles vluchtig en veranderlijk.

Tot gauw, in betere en vooral vrijere tijden.

Met vriendelijke groeten

Kathleen Leemans
Pedagogisch begeleider Nederlands voor het secundair onderwijs
Pedagogische begeleidingsdienst

Huis van het GO!
Willebroekkaai 36 - 1000 Brussel
tel: 0477 79 17 56
kathleen.leemans@g-o.be

www.g-o.be

Omhoog ^


Een taalwerkstuk maken doe je zo

Kristel Doreleijers

 

Deze video voor scholieren in het voortgezet onderwijs is een introductie in de taalkunde. Aan de hand van verschillende onderwerpen biedt de video handvatten en tips voor het maken van een profielwerkstuk of een ander taalwerkstuk.

https://www.youtube.com/watch?v=zxGW6tTXX0E&feature=youtu.be - 28 minuten

Alle onderwerpen die aan bod komen zijn ook terug te vinden op www.profielwerkstuktaalkunde.nl.

Deze video is ontwikkeld door Kristel Doreleijers naar aanleiding van het initiatief Quarantaine Colleges in maart 2020.

De video reveleert een heel aantal aspecten van de benadering van het Nederlands, van taal …

De mogelijkheden om op een betrekkelijk eenvoudige manier om een taalwerkstuk te schrijven of samen te stellen zijn legio.

Bron: Neerlandistiek

EINDE DOCUMENTEN VOOR AFSTANDSONDERWIJS
Omhoog ^

 

Het schoolvak Nederlands

‘Ik zou zeggen: lees twintig boeken’

Damy Baumhöer - De Groene nr. 10 - 4 maart 2020

 

‘Wat is in deze alinea het signaalwoord?’ vraagt Eva de Jong, docent Nederlands op het Markland College in Zevenbergen. Ze kijkt de klas rond. Het is nog vroeg voor de havo-examenkandidaten uit klas 5, het derde lesuur is net begonnen. ‘Waar vind je een signaalwoord meestal? Aan het begin, toch?’ ‘O ja!’ klinkt het vooraan. Een meisje kijkt bedachtzaam naar de opgavenbundel op haar tafel. ‘Daarentegen?’ Een vragende blik naar haar docent. ‘Heel goed’, zegt De Jong, ‘we hebben dus te maken met een tegenstelling.’

Eva de Jong bereidt haar leerlingen voor op het centraal eindexamen in mei, dat bestaat uit argumentatieve vaardigheden en – voor het overgrote deel – leesvaardigheid. Het bepaalt de helft van het eindcijfer voor Nederlands. De andere helft komt voort uit het schoolexamen, verdeeld over de domeinen mondelinge taalvaardigheid, schrijfvaardigheid en literatuur. 5 Havo hoeft zich daarover geen zorgen meer te maken: de toetsen voor het schoolexamen zitten er zo goed als op. De klas leest verder.

Lees zelf verder - het hele domein wordt vanuit verschillende invalshoeken bekeken en benaderd.
Klik hier .

In De Groene van 12 maart 2020 reageert Helge Bonset krachtig tegen de inbreng van Els Stronks in dat artikel:

Het schoolvak Nederlands 

In het artikel over het schoolvak Nederlands  (De  Groene,  4 maart) stelt Els Stronks, hoogleraar Vroegmoderne Nederlandse letterkunde, dat taalbeheersers en cognitief psychologen schuldig zijn aan de gedaalde scores van Nederlandse leerlingen in het internationale Pisa-onderzoek. De taalbeheersers wisten in de jaren negentig met hun methoden van begrijpend lezen de slag om het nieuwe Studiehuis-curriculum te winnen. Dat ging volgens haar ten koste van de taal- en letterkundigen. ‘Cognitief psychologen kwamen erachter dat goede lezers een bepaalde leesstrategie hebben. Daar is een methode op gebaseerd, maar die blijkt voor begrijpend lezen niet te werken, daar zijn we nu wel achter. Lezen doe je niet door middel van trucjes.’

Ik vind dit vage praat: op welke methode doelt Els Stronks, waaruit blijkt dat die methode niet zou werken, en wie zijn de mensen die daar nu wel achter zijn? Het effect van onderwijs in leesstrategieën is uitgebreid empirisch onderzocht en overwegend positief, zoals blijkt uit het werk van leesspecialist en onderzoeker Cor Aarnoutse. Wat niet wil zeggen dat het de enige effectieve aanpak is; ook dat legt Aarnoutse helder uit.

Het didactisch concept van Els Stronks zelf is verbluffend simpel: ‘We vragen ons voortdurend af wat we leerlingen willen leren. Ik zou zeggen: lees twintig boeken, dan leer je sowieso iets én train je je leesvaardigheid.’ Dat is goed voor de woordenschat, maar met het trainen van leesvaardigheid heeft het niets te maken. Het zal dus niet voldoende zijn om de Pisa-scores omhoog te krijgen, en evenmin om leerlingen het eindexamen Nederlands te laten halen. 

HELGE BONSET, 
vakdidacticus Nederlands,  
Loenen  aan  de  Vecht


Omhoog ^

De taalfout van nu is de regel van straks

Nicoline van der Sijs - Trouw - 15 januari 2020

 

Het interview met de historisch taalkundige hoogleraar Nicole van de Sijs is boeiende lectuur.
Als neerlandicus houd ik toch mijn hart vast over enkele naar mijn oordeel lichtzinnige opvattingen van de hoogleraar. Haar idee over de verengelsing van het hoger onderwijs, haar kijk op de taalveranderingen zoals in de titel tot uiting komt zijn blijkbaar uit de losse pols gegeven. Uiteindelijk houdt ze zichzelf toch aan de vaste normen van de Nederlandse standaardtaal.

Behoudens kritisch voorbehoud voor sommige opvattingen kan ik de lectuur toch aanbevelen.
De dame heeft heel wat in haar mars.

Ghislain Duchateau, red.

Hoogleraar Nicoline van der Sijs is de koningin van de historische taalkunde. Ze zweert bij digitalisering van de boekenkast en maalt niet om taalfouten of colleges in het Engels.

Noem het onnozel, maar als je het huis van een hoogleraar historische taalkunde binnenstapt, dan verwacht je toch een aantal afgeladen boekenkasten, met oude, bijzondere banden, waaronder wie weet zelfs een zeldzaam, laatmiddeleeuws handschrift. Maar in de lichte woonkamer van Nicoline van der Sijs is nauwelijks een boek of tijdschrift te bekennen. Zou dus zelfs een bevlogen taalgeleerde thuis behoefte hebben aan een letterloze plek, waar ze even niet aan haar vak wordt herinnerd? Alweer mis. De bronnen waaruit Van der Sijs put, nemen weinig ruimte meer in, die zijn inmiddels gedigitaliseerd. 

Lees het hele interview

Omhoog ^


POËZIELESSEN
VOORTGEZET/SECUNDAIR ONDERWIJS LIGHT

Maria Schellekens - bundel #2

 

INLEIDING

HET GEDICHT DAT TUSSEN ONS LIGT

Lies Van Gasse - p. 5

Dichteres Lies Van Gasse vertelteen persoonlijk verhaal over haarervaringen in het onderwijs en hoezij probeerde om haar leerlingenwarm te maken voor poëzie door o.a.vanuit hun leefwereld te vertrekken.Een inspirerend pleidooi.

Lestip 1 - Een meisje Toon Tellegen - Auteur: Marit Trioen p. 9

Onderwerpen en activiteiten - tijdsduur 50-150 minuten
Puzzelgedicht, taalspel, karakter-eigenschappen, poëzieposter,videogedicht.

Extra benodigdheden
beamer, werkbladen, A3-papier,eventueel foto’s van kunstwerken/schilderijen van dansende meisjes
Afhankelijk van de verwerkingsactiviteit:
een computerklas met printer,oude kranten en tijdschriften,(film)camera’s (bijv. op smartphone)

Lestip 2 - Theater Remco Campert - Auteur: Stefanie Kennes p. 14

Onderwerpen en activiteiten - tijdsduur 170-290 minuten
Acteren, taal, toneel, groepswerk,creatief schrijven.

Extra benodigdheden
werkblad, computer,camera/smartphone

Lestip 3 - Toneel Annie M.G. Schmidt - Auteur: Stefanie Kennes p. 17

Onderwerpen en activiteiten - tijdsduur 120-230 minuten
Acteren, recensies schrijven, taal,filmen, sociale media,  klasgesprek,groepswerk
.
Extra benodigdheden
werkblad recensies schrijven,camera/smartphone,computer

Lestip 4 - Paard gezien bij circus Straszburger M. Vasalis - Auteur: Jos van Hest p. 20

Onderwerpen en activiteiten - tijdsduur 180 minuten
Deze lestip is vakoverschrijdend.Het eerste gedeelte kan bij Nederlands gemaakt worden, het vervolg bij beeldend. Praten over het circus, werkblad invullen, het gedicht op vorm en inhoud bespreken,  kennismaken met Pegasus, afbeeldingen van Pegasus zoeken, een schildering maken,een tentoonstelling

Extra benodigdheden
digibord om het circusaffiche te laten zien, werkbladen met het gedicht en opdrachten, kleurpotloden en/of dunne kleurstiften, internet om afbeeldingen van Pegasus te vinden, schilderpapier of doek, verf en andere schilderbenodigdheden

Lestip 5 - Grote zirkus van de H. Geest Paul van Ostayen - Auteur: Ineke Holzhaus p. 23

Onderwerpen en activiteiten - tijdsduur 80 minuten (inclusief werkblad)

Reactie van de dichter op oorlog en vluchtelingen, actualiteit en eigen leven, leerlingen presenteren dialoog in de groep, leerlingen maken zelf affiche.Extra benodigdheden

werkblad, grote vellen papier voor affiche, tekenmateriaal om met verschillende kleuren te werken,een oud boek

Klik door naar het document


Omhoog ^

'FRISSE LESIDEEËN NEDERLANDS' FACEBOOKPAGINA VAN HET VAKTIJDSCHRIFT 'FONS'

 

Het vaktijdschrift voor Nederlands in Vlaanderen FONS heeft een eigen Facebookpagina.
Op 28 oktober 2018 veranderde de groepspagina van naam. Lees wat de beide redacteuren schrijven.

Dag iedereen

Deze groep 'Taalleerkrachten - inspiratie en informatie' heet vanaf nu 'Frisse lesideeën Nederlands'.
WAAROM VERANDERT DE NAAM VAN DEZE GROEP?

Heleen Rijckaert en Steven Delarue, beheerders van deze groep en ook initiatiefnemers van Fons, richtten de Facebookgroep 'Taalleerkrachten - inspiratie en informatie' in 2015 op. Nu Fons een sprong wil nemen, besloot de redactie om de bestaande Facebookgroep om te dopen tot 'Frisse lesideeën Nederlands'. Zo is de link van de groep met het vaktijdschrift en de vakvereniging Nederlands duidelijker. Fons gelooft in vakoverschrijdend delen en leren, wil bruggen slaan tussen de verschillende vakken. Daarom vinden tips en vragen voor vreemde talen nog steeds hun plek hier en blijft elke taalleerkracht welkom!


WIE IS FONS?

In 2015 zag het onafhankelijke tijdschrift Fons (Fris Onderwijs Nederlands) het licht. Sinds de stopzetting van de V.O.N. (Vereniging Onderwijs Nederlands) en het bijbehorende tijdschrift VONK in 2011, was er geen Vlaams didactisch tijdschrift meer voor leerkrachten Nederlands. Met de steun van Uitgeverij Die Keure vulde Fons (o.l.v. Heleen Rijckaert en Steven Delarue) dat gat op. En nu wil Fons groeien!


WAAR DROOMT FONS VAN?

🐦 een platform voor didactiek Nederlands worden
🐦 activiteiten en evenementen organiseren
🐦 leerkrachten Nederlands samenbrengen om uit te wisselen en elkaar te leren kennen

WIL JE GROEIEN MET FONS?

Volg de Facebookpagina van Fons:
https://www.facebook.com/frisonderwijsnederlands 

En abonneer je GRATIS (!) op het vaktijdschrift via deze koppeling

Frisse groet

De redactie van Fons

Recentste nummer: Fons 10

FONS 10 – februari 2020

Thema: Begrijpend lezen

Het nieuwe nummer van Fons kun je hier downloaden en lezen in pdf-formaat..


 


10 boeiende podcasts voor leraren Nederlands

 

Sporten, de bus nemen naar het werk of eindelijk die mand strijk erdoor jagen: steeds meer mensen doen het met een podcast in de oren. Podcasts, een soort online radioprogramma’s, worden immers steeds populairder. Je kunt ze online beluisteren, zowel op je computer als op je smartphone. Ook voor leraren Nederlands valt er veel boeiend luistervoer te rapen. Fons selecteerde alvast z’n tien favorieten.

We sommen de tien favorieten van FONS even op:

1. DE GROTE VRIENDELIJKE PODCAST
2. BUITEN DE KRIJTLIJNEN
3. UNIVERSITEIT VAN VLAANDEREN
4. KLARA
5. BOEKEN FM
6. BENDE VAN HET BOEK
7. OPGEJAAGD
8. KENNISNET
9. TED TALKS EDUCATION
10. EN NU LUISTEREN!

Klik door naar de pagina op FONS met de Podcasts


'Taal voor de leuk' - het luisterboek - Podcast

Paulien Cornelisse leest haar boek voor in 28 afleveringen

 
Paulien Cornelisse leest haar boek 'Taal voor de leuk' voor. Zonder tekeningen, maar met extra commentaar. Nieuwe inzichten, extra gedachten, en dit alles vanuit haar eigen kelder.

Om te luisteren klik hier


Cabaret bij Nederlands

Cabaretfragmenten voor docenten Nederlands

 

Deze site is bedoeld voor docenten Nederlands die lesgeven in de bovenbouw van de havo en het vwo en hun lessen willen verrijken. Uitgangspunt daarbij zijn niet de leuke filmpjes, maar concrete lesdoelen. De cabaretfragmenten ingedeeld per domein, om zo beter aan te sluiten bij de vakonderdelen die bij Nederlands aan bod komen. Bij elk fragment zijn discussievragen en opdrachten te vinden, zodat het niet hoeft te blijven bij een leuk filmpje kijken met de klas. De discussievragen kunnen leerlingen zelf maken, in groepjes bespreken, maar ze kunnen ook klassikaal besproken worden. De vragen zijn bedoeld om de leerlingen te prikkelen, aan het denken te zetten en een mening laten te verwoorden.

Lees beslist verder:

https://cabaretbijnederlands.com/


Omhoog ^


Samen een neus voor tekstkwaliteit ontwikkelen voorafgaand aan het schrijven

Gerdineke van Silfhout

LESONTWERP


 
Het gezamenlijk formuleren van succescriteria draagt bij aan eigenaarschap van het eigen leren

Hoe pak je het aan?

  • Stap 1: Gezamenlijk beoordelen leerlingen met de leraar een voorbeeldbrief (bijlage 1; kan ook vervangen worden door een e-mail)
    • Na toelichting over doel en context van de brief legt de leraar de verschillende criteria (criteriumformulier 1, zie bijlage 1) uit rondom opbouw en briefconventies. Vervolgens overleggen leerlingen in tweetallen over in hoeverre de brief aan de criteria voldoet en waaraan je dat kunt zien (markeren/onderstrepen, etc.). Klassikaal bespreekt de leraar de beoordelingen per criterium, bijvoorbeeld op de volgende manier: leerlingen noteren op een wisbordje goedvoldoende en onvoldoende en steken het bordje per criterium allemaal tegelijk omhoog. Docent en leerlingen bespreken gezamenlijk, aan de hand van de markeringen/onderstrepingen, waaraan je kunt zien in hoeverre het criterium zichtbaar is in de voorbeeldbrief.
  • Stap 2: In groepjes beoordelen leerlingen drie voorbeeldbrieven
    • De leraar deelt per tweetal drie voorbeeldbrieven uit die qua opbouw verschillen in kwaliteit. Leerlingen beoordelen de drie brieven aan de hand van criteriumformulier 2 (bijlage 2), door voor elke brief bij elk criterium op te schrijven wat er (niet) goed aan is. Uiteindelijk bepalen leerlingen op basis van hun beoordelingen welke brief het beste en welke het minst goed is en waarom. 

  • Stap 3: Klassikale bespreking van gezamenlijke én persoonlijke succescriteria
    • De leraar bespreekt per aspect wat leerlingen de beste brief vinden en waarom. Vervolgens noteren de leerlingen aan welke twee besproken criteria ze bij het schrijven van hun eigen brief met name willen werken en waarop ze feedback willen krijgen gedurende het schrijfproces. De les wordt afgerond met een explicitering van het belang van gezamenlijk verhelderde succescriteria vóór het schrijven (zie toelichting ‘Waarom werkt het zo).

    Naar het volledige lesontwerp:

    Silfhout van, G. (2020). Samen een neus voor tekstkwaliteit ontwikkelen vóór het schrijven. Didactiek Nederlands – Zo kan het ook. Geraadpleegd 12 maart 2020 via
    deze koppeling.


Waar komt het woord 'gewoon' vandaan?
Een kluif voor etymologen

Pascale Eskes en Anouk Mudde

 

Aanzet tot dat artikel

Zelf ben ik in het bezit van de 2de druk van Franck’ Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal – verzorgd door dr. N. Van Wijk, uitgegeven in 1912 maar ongewijzigd herdrukt in 1980/1984.
In zijn Voorrede stelt Van Wijk, dat deze druk nogal afwijkt van de 1ste druk uit 1892.

De tekst van Eskes en Mudde in Neerlandistiek heb ik eerst aandachtig gelezen. Ik wil voor mij zelf een 2de lectuur van hun tekst voorbehouden, maar ter voorbereiding toch het lemma en het artikel lezen over de herkomst van het woord ‘gewoon’ en vergelijken. Ik vind het artikel in de rechter kolom op bladzijde 195.
Het wordt in negen regeltjes behandeld. Het is een bijvoeglijk naamwoord met als Middelnederlandse vorm ‘ghew
öne’. Het zou herkomstig zijn van het hypothetische *dzjawuna. Ook hier wordt gesteld dat het verwant is met ‘wonen’ en ‘wennen’.

Ghislain Duchateau

Het artikel

Geen gewoner woord dan het woord gewoon, maar waar komt het eigenlijk vandaan, en wat heeft het te maken met wonen en wennen? Verrassend genoeg zijn deze vragen niet gemakkelijk te beantwoorden. Sterker nog: de opsteller van het eerste etymologische woordenboek van het Nederlands, Johannes Franck (Etymologisch Woordenboek der Nederlandsche Taal 1884-1892), had het niet bepaald makkelijk met dit lemma. Dit blijkt uit de ongepubliceerde laat-negentiende-eeuwse briefwisseling tussen hem en zijn collega Pieter Jacob Cosijn, een voormalig redacteur van het WNT en hoogleraar Oudgermaans en Angelsaksisch in Leiden.

Lees verder in Neerlandistiek


De boeken die voorbijgaan – of niet, dankzij hertalingen

Michelle van Dijk - Blogtekst

 

Hertalen en inkorten is de enige manier om literaire pareltjes van de vergetelheid te redden,’ stelde Marita Mathijsen vorig jaar in de Volkskrant. Ronald Giphart riep in radioprogramma De Nieuws BV schrijvers op om aan het hertalen te slaan. Als schrijver en leraar Nederlands voelde ik me geroepen: het eerste hoofdstuk van Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan had ik al eerder hertaald en plaatste ik diezelfde week nog op mijn blog.

‘Dit kan niet, Couperus is het niet meer,’ zei de één. ‘Mooi initiatief, goed gedaan,’ prees de ander. Over enkele weken verschijnt de hertaling bij Uitgeverij de Kleine Uil.

Maar toch weer even die vraag: waarom zou je Couperus hertalen?

Om verder te lezen, klik hier

Omhoog ^

Christine D’Haen: o kostbaar majuskel


 

De Brugse dichteres Christine D'haen overleed op 3 september 2009. Op 26 oktober 2019 organiseerde het Beschermcomité Campo Santo een herdenkingsviering naar aanleiding van de tiende overlijdensverjaardag van Christine D'haen.

Deze digitale tentoonstelling werd opgebouwd uit audiovisueel materiaal uit verschillende archieven en bevat citaten uit Uitgespaard zelfportret (Meulenhoff, 2004), de verzameling van haar autobiografisch proza.
Als u op de pagina die u met de volgende koppeling opent kijkt, vindt u de inhoud van de tentoonstelling.
Op elk onderdeel kunt u doorklikken naar de onderliggende informatie over elk deel van de tentoonstelling.
Buitengewoon knap gepresenteerd. Neem uw tijd en bezoek het evenement gewoon vanop uw computerscherm.

Het document is uitstekend bruikbaar in literatuurlessen.

Klik aan: Paukeslag.org

Nog meer over Christine D'Haen

Christine D'haen: poëzie en proza

Christina de Wonderbare’ werd Christine D’haen door Paul Claes genoemd. Afwisselend verklaarde zij graag een beeldende kunstenares en een filosofe geweest te zijn. Ze was echter niet meer of niet minder dan een van de grootste Nederlandstalige dichters van na de Tweede Wereldoorlog. Nadat zij in 1992 de belangrijkste literaire onderscheiding uit het Nederlandse taalgebied toegekend kreeg, de Prijs der Nederlandse Letteren, zette zij haar dichterschap onvermoeibaar voort met opmerkelijke nieuwe bundels en prozawerken. De gedichten tot en met Dantis medidatio (1998) werden gebundeld in Miroirs (2002), haar autobiografische prozaboeken in Uitgespaard zelfportret (2004). Daarna verschenen bij leven en na haar dood nog tweemaal twee bundels poëzie.


Omhoog ^


IN HET PANTHEON VAN HET LITERATUURMUSEUM – ANNA BLAMAN

 
 

Zij overleed in 1960. Wij mogen deze existentialistische schrijfster en haar werk nooit vergeten.
Haar fundamenteel thema is de eenzaamheid van de persoon die naar verenigende liefde streeft, maar ze nooit gerealiseerd kan krijgen. Haar knappe psychologische uitdrukking van de zieleroerselen van haar personages is uitzonderlijk in de Nederlandse literatuur.


Na haar dood in 1960 raakt haar werk wat in de vergetelheid, maar sinds kort is er sprake van een duidelijke herwaardering. Anna Blaman (Ben Liever Als MAN) is een openlijk lesbisch schrijfster. Haar romans en verhalen worden evenzeer bewonderd, bijvoorbeeld door een collega als S. Vestdijk, die haar stilistische – en compositorische kwaliteiten prijst, als verguisd door critici uit de confessionele hoek. In 1949 vindt er zelfs een Boekentribunaal plaats, waar Blaman wordt aangeklaagd op grond van literaire tekorten.

Een mooie overzichtelijke presentatie van haar leven, werk en waardering vindt u in
de tekst van het Literatuurmuseum.

U kunt ook doorklikken naar wat de dbnl van haar beschikbaar stelt.


Een onvoorstelbare revelatie: de Vlaamse dichteres Jana Arns

 

Jana Arns (Gent, 1983) is muzikante, fotografe en dichteres, en dat nooit los van elkaar.
Als muzikante is ze verbonden aan het ensemble Aranis, waarmee ze al 15 jaar concerteert in het binnen- en buitenland. Na haar studie klassieke muziek aan het Koninklijke Conservatorium in Antwerpen volgde ze een opleiding fotografie aan het Sask. Ze exposeerde in onder meer de Salons in Sint Niklaas en Museum M in Leuven.

Als dichteres werd ze al opgemerkt in Poëziekrant, Meander, De Contrabas en de bloemlezing Het gezeefde gedicht. Status: het is ingewikkeld is haar debuut.

Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn

Ze heeft een degelijke eigen website met slechts vijf hoofdmenuknoppen.
Wie belangstelling heeft voor eigengereide niet altijd heel vrolijke maar krachtige gedichten
van deze tijd en die er zich even wil in verdiepen kan de kunstenaarspersoonlijkheid, die
Jana Arns toch werkelijk is, toch wel goed leren kennen via haar website. Ze heet Jana Arns, dichter en muzikant en deze koppeling leidt u ernaartoe: https://www.janashoot.com/.
Haar wit-zwartfoto’s krijg je erbij met de revelatie van haar persoon, maar ook omhuld en vluchtig.

Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn’ heeft het o.m. over “het gevecht met anorexia nervosa en de zorgen van elke ouder om een kind dat niet meer onder de vleugels past”.

Dochter

Ze zet de tijd luider.
Groeit uit haar dagboeken.

Draagt de week binnenstebuiten
om niet naar huis te moeten.

Ze kleurt enkel nog met lippenstift,
buiten de lijnen met oogpotlood.

Ze wil later alles worden. Behalve ons.
Wij zijn de horden op haar baan.

Ze raakt ons met de zool
en woorden die gewassen mogen worden.

Wij krijgen de groei niet uit haar kleren.

Jana Arns (1983)
Het gedicht werd kort geleden gepubliceerd in Neerlandistiek

Verschenen boeken: https://www.uitgeverijp.be/authors/jana-arns/

Laat maar iets weten hoe je Jana Arns hebt benaderd en hoe je
haar kunstenaarspersoonlijkheid ervaart.


Vlaams Talenplatform stelt ambitieus Talenplan voor

(Persbericht Vlaams Talenplatform)

 

In een ambitieus Talenplan schuift het Vlaams Talenplatform dertien maatregelen naar voren om het talenonderwijs in Vlaanderen te versterken en meer (excellente) studenten naar de talenopleidingen te leiden. Zo moet de positie van de vele taalleerkrachten versterkt worden met meer structurele navorming, een gegarandeerd aantal lesuren, en een kwaliteitsvol toetsbeleid. Om excellentie in taal te bevorderen moet ingezet worden op een volwaardig en hoogstaand talenparcours in het secundair onderwijs, zowel in ASO als in TSO, terwijl het talenonderwijs in de lagere school sterker kan worden door de aandacht voor lezen te vergroten en lessen Frans toe te vertrouwen aan leerkrachten die de taal goed beheersen. Ook voor het hoger onderwijs ziet het Vlaams Talenplatform mogelijkheden om het aantal taalleerkrachten weer op peil te krijgen zonder aan kwaliteit in te boeten. Tot slot moet ook een grootschalige campagne ervoor zorgen dat jongeren opnieuw warm lopen voor taal en taalopleidingen. 
Om het Talenplan waar te maken, hebben we een alomvattende aanpak nodig, met een focus op zowel Nederlands als de moderne vreemde talen en klassieke talen, en aandacht voor alle onderwijsniveaus. Dit wil het Vlaams Talenplatform realiseren met de Vlaamse overheid en met een hele reeks van maatschappelijke partners. 

Het Talenplan dat nu voorligt, werd bezorgd aan minister van Onderwijs Ben Weyts en aan alle leden van de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement. Om alle relevante beleidsdomeinen aan boord te krijgen vooreen grootschalige en langdurige campagne werd het Plan eveneens voorgelegd aan minister-president Jan Jambon en de ministers Hilde Crevits (Werk) en Benjamin Dalle (Jeugd en Media).

Het Vlaams Talenplatform verenigt een grote groep van actoren uit het talenonderwijs: alle Vlaamse academische taalopleidingen (KU Leuven, UGent, UAntwerpen en VUB) en een brede groep van collega’s van de educatieve bachelors, de universitaire talencentra en het volwassenenonderwijs.

Kanttekening

Wat in het Talenplan voorkomt staat in grote trekken geformuleerd, maar het plan zelf, zijn concrete inhouden, die 13 maatregelen, blijken niet meteen voorhanden. Het Talenplatform is een nieuw forum, dat pas uit het niets is gevormd en dat zeker zijn sporen nog moet verdienen. Dat het bestaan ervan meer dan verantwoord kan zijn, blijkt uit de aanloop daarnaartoe vanwege hoogleraar Yves T'Sjoen die in Knack van 22 november 2019 het behartenswaardige opinie-artikel publiceerde. >>>

'Promotie van talenstudies door de overheid zal niet voldoende zijn om het tij te keren'

G.D.


Omhoog ^

KLASMANAGEMENT – LEEROMGANG – ORDE HOUDEN : NIET ZO EENVOUDIG

Chaos in het klaslokaal
Achter gesloten deuren is het niet stil

Rosa Van Gool - De Groene

 


99 procent van de Nederlandse leraren heeft geen moeite met orde houden. Althans, dat vinden ze zelf: uit onderzoek blijkt juist dat onze klassen tot de meest luidruchtige en chaotische ter wereld behoren. Maar leraren praten niet graag over ordeproblemen.

Zo begint het verhaal

‘Al drie keer had hij Ahmed gevraagd om stil te zijn, maar de tweedeklasser draaide zijn hoofd niet eens om. ‘Meestal ben ik best een vredelievend mens’, verontschuldigt Vincent zich, terwijl hij het verhaal navertelt. De veertiger heeft opvallende lichtblauwe ogen, praat gemakkelijk en oogt vol zelfvertrouwen. Voordat hij zich liet omscholen tot docent Frans was hij freelance acteur in musicals en reclamespotjes.

Tijdens die ene les, toen hij voor de vierde keer vergeefs het achterhoofd van zijn leerling tot de orde riep, knapte er iets. ‘Ik smeet mijn boeken op mijn bureau en schreeuwde dat hij op moest donderen.’ Hij doet het voor, ademt diep in zodat zijn borst opzwelt. ‘Opgedonderd!’ Eindelijk had hij de aandacht van de klas te pakken, en even voelde de boosheid zelfs lekker, alsof hij een meter de lucht in vloog. Na de les bleef hij in het lokaal achter met een gefrustreerd gevoel. Hij was vandaag die docent geweest die niemand wil zijn.

Lees de hele tekst’

Omhoog ^

Naar aanleiding van Gedichtendag 2020 – Nicolaas Slabbinck – 30 januari 2020

 

Joepie, gedichtendag. Ben de voorbije weken, tussen het verversen, verbeteren en troosten in, intens aan het genieten van de biografie van Herman de Coninck*. Daarin vond ik zelf ook troost, o.a. in de volgende woorden:

"Toen ik ooit lesgaf, poëzie, aan jongens die daar helemaal niet om gevraagd hadden, was de eerste vraag: moeten we dat kennen voor het examen? Nee, voor het leven, zei ik. En de tweede vraag was: waartoe dient dat dan?

Ik vond dat een erg domme vraag, en probeerde kwaadaardig te onthouden wie ze gesteld had. Poëzie dient namelijk nergens toe, en dat is op zich al een verdienste. Deze wereld wordt verpest door zijn utilitarisme, als iets niet meer meteen winstgevend is, deugt het niet. Dus leve het nutteloze. Waartoe dient een wandeling door het bos? Hoeveel is dat waard? Wat mag zo'n bos kosten? Hoeveel kost stilte?
Bij dit soort vragen denk ik altijd aan het gedicht ‘Ziekenbezoek’ van Judith Herzberg.

Ziekenbezoek

‘Mijn vader had een uur lang zitten zwijgen bij mijn bed.
Toen hij zijn hoed had opgezet
zei ik, nou, dit gesprek
is makkelijk te resumeren.
Nee, zei hij, nee, toch niet,
je moet het maar eens proberen.’

Ik zei dus: precies de nutteloosheid van poëzie is een protest tegen al wat in deze wereld aan de orde is. Dit is een maatschappij van hebben. Poëzie hoort tot het rijk van het zijn.

Eigenlijk zeg ik dit achteraf. Als ik het toen gezegd had, was ik een goeie leraar geweest. Het was wat ik ongeveer had kunnen zeggen, had ik niet met de mond vol tanden gestaan. Hoe langer ik sindsdien echter over die vraag gedacht heb, hoe minder dom ik ze ging vinden, maar hoe onvollediger mijn antwoord erop."

En als toetje, die ene foto waarop hij een klein beetje lacht.

*Herman De Coninck

Biografie – Thomas Eyskens, Uitg. De Arbeiderspers, Amsterdam-Antwerpen

Bron: Facebook

GEDICHTENDAG 2020

DOWNLOAD DE POËZIELESSEN


Weet je wel wat “wel” allemaal kan betekenen?

 

 

‘Ik wil de afwas wel doen.’
‘Hij belt wel vaak.’
‘Het eten was wel lekker.’

Dat kleine woordje wel heeft wel erg veel betekenissen. Voor moedertaal­sprekers soms al lastig, voor NT2’ers helemaal! 
In Onze Taal van januari houdt Irene de Pous de vele gebruiksmogelijkheden van wel tegen het licht. Dit artikel is online te lezen via de website van Onze Taal.

Wel heb ik ooit!

Als iemand zegt dat hij de afwas ‘wel’ doet, doet hij die dan met plezier of juist niet? Het ligt er maar aan hoe je wel uitspreekt. Over de vele betekenissen van een klein woordje.

IRENE DE POUS

https://onzetaal.nl/uploads/editor/2010_De_Pous_-_wel.pdf


Omhoog ^


Campert kiest - ook zijn eigen gedicht ... ZONDAG

 
De uitgave dateert al van 2018. De titel is ‘Campert kiest. Gedichten kiezen Remco Campert’.
Remco Campert bezit honderden bundels poëzie. In de voorbije jaren maakte hij daaruit een keuze voor zijn columns voor de krant. In een van zijn willekeurige vastgegrepen dichtbundels bladert hij zolang tot hij een gedicht vindt dat hem zint en past bij zijn gemoed van dat moment.

In deze publicatie laat hij doorgaans op de linker bladzijde zijn commentariërende column afdrukken en op de rechter pagina verschijnt dan zijn daarbij uitgekozen gedicht. Het gebeurt ook wel dat hij een gedicht van zichzelf uitkiest. Dat is ook zo met zijn gedicht ZONDAG.

Zo voor bladzijde 12-13

‘Nu iets anders. Onlangs ontving ik Poëzieweek, een uitgave van de Stichting Lezen. Het bevat ‘Poëzielessen voor het voortgezet/secundaire onderwijs light’. Een van die lessen wordt gegeven met mijn gedicht ‘Zondag’ als voorbeeld.

In de Lestip 1 (van Ineke Holzhaus) staat te lezen: ‘Als je het gedicht “Zondag” leest, lijkt het of de dichter met je praat op papier. De woorden zijn eenvoudig, een dichter kan met weinig woorden veel uitdrukken. Het gaat erom hoe hij de woorden heeft gekozen … In het gedicht is de tegenstelling aan het einde belangrijk. Maar is de regen werkelijk het excuus om niet naar buiten te gaan?’

Of het regende toen ik het gedicht schreef weet ik niet meer. Doet er ook niet toe. Ik liet het regenen in het gedicht.

ZONDAG

Zondag had ik me voorgesteld
in de hangmat door te brengen
tussen de stevige stammen van de bomen
dicht boven de aarde
en van de hemel ver genoeg verwijderd
om me een mens op zijn plaats te voelen.

Maar het regende.

REMCO CAMPERT


 
Omhoog

MULTATULI-LEERSTOEL EN EEN HOOGST BELANGRIJKE OPROEP

Multatuli, of het belang van literatuurlezen

 

Multatuli-jaar Ter gelegenheid van de 200ste geboortedag van Multatuli, deze maandag [1-3-2020], houdt Jacqueline Bel een pleidooi voor een ‘deltaplan’ tegen de ontlezing.

Gisteren hield Jacqueline Bel in de bomvolle aula van de VU haar inaugurele oratie als kersverse Multatuli-leerstoelhouder. Er liepen zo veel collega-professoren mee in het cortège dat het minder geleerde publiek een rij naar achter moest opschuiven om plaats te maken voor de dames en heren in toga. Die hoge opkomst - waar de organisatie niet op gerekend had en die eigenlijk zelden voorkomt - leidde onder de hoogleraren tot heel wat gegiechel. Duidt dit op een kentering, een teken dat de neerlandistiek en de talenstudies in het algemeen weer in de lift zitten? Het was in elk geval een bemoedigend teken van iets! In NRC verscheen gisteren al, ter viering van Multatuli's 200e verjaardag?

Bels oproep aan het hoogste Nederlandse gezag, net zoals Multatuli zijn "Max Havelaar" afsloot met een oproep aan koning Willem III: "Ik wil gelezen worden!" (Ingrid Glorie)

Naar NRC.NL


Omhoog

English only in België: optie of illusie?

De Nederlandse krant Trouw over de Belgische taaltoestanden

 

Vlamingen spreken steeds minder Frans, terwijl de Walen altijd al weinig Nederlands spraken. Kunnen de Belgen elkaar straks nog verstaan? Of moet het Engels hen redden?

Marijke de Vries  -  25 februari 2020

Toen Sophie Wilmès eind oktober aantrad als interim-premier van België twitterde ze: “Ik ben mij bewust van de verantwoordelijkheid dat [sic] dit met zich meebrengt. (…) Ik zal alles in het werk stellen om in stabiliteit de continuïteit van de periode van lopende zaken te verzekeren.”
Het kromme, omfloerste Nederlands in dat eerste bericht leidde in Vlaanderen tot spottende, maar weinig verbaasde, reacties. Wilmès is Franstalig, maar woont in het Vlaamse Sint-Genesius-Rode. Toch onttrekt ook zij zich niet aan het beeld van de hakkelende Franstalige Belg, wiens Nederlands ver achterblijft bij het Frans van de gemiddelde Vlaming.

Het is voor Vlamingen een bijzonder boeiend artikel.

Lees verder


Omhoog


Schrijfonderwijs en toetsing bij Engels en Nederlands - special

 

Deze special is een echt bewaarnummer met de belangrijkste tips, recente onderzoeken en voorbeelden van effectief schrijfonderwijs bij Nederlands en de moderne vreemde talen. Inclusief voorbeelden van goede schrijfopdrachten en valide beoordelingsmodellen. De special is ontwikkeld in een tweejarig leernetwerk door leraren Nederlands en Engels, taalexperts van SLO, nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling en Cito.

Bron: Van twaalf tot achttien

Download het document (8 blz.) in pdf

Omhoog

Boekenzoeker: zoek een boek dat bij je past

https://www.boekenzoeker.be/


 

Na meer dan 15 jaar kreeg Boekenzoeker, een digitaal instrument van Iedereen Leest, begin 2020 een volledige nieuwe update! Neem een kijkje en laat je verrassen door duizenden boekentips voor iedereen tussen 0 en 18 jaar, zorgvuldig geselecteerd door een redactie van deskundigen.

'Op zoek naar een boek dat bij je past? Boekenzoeker helpt je kiezen.' Met die slogan blijft de opzet van Boekenzoeker dezelfde: jonge lezers helpen in hun zoektocht naar een boek dat aansluit bij hun interesses.

Aan de hand van vijf zoekcriteria, die makkelijk te combineren zijn, geeft Boekenzoeker boekentips op maat. Je kan zoeken op leeftijd, soort boek, thema, dikte en extra (zoals bijvoorbeeld verfilmde boeken of klassiekers).

Daarnaast kan je fragmenten uit de boeken lezen en beluisteren (door onze samenwerking met Luisterpuntbibliotheek). Je kan leerlingen een score laten geven aan een boek, hen commentaar laten posten of hen het boek doen delen met anderen. Daarnaast kan je als bezoeker je favorieten opslaan in een lijstje en daarmee naar de boekhandel of bibliotheek trekken. Nieuw is ook dat je bij elk boek meteen kan checken of het in de catalogus van een bibliotheek uit je buurt zit. Er handig om je bibliotheekbezoek met de klas voor te bereiden!

Daarnaast kan je je ook laten inspireren door verschillende lijstjes. Een lijstje rond pesten, de boekentips van Jeugdboekenmaand, de populairste boeken voor een bepaalde leeftijd: je vindt het allemaal op Boekenzoeker.

Boekenzoeker is er niet alleen voor veellezers en graaglezers. Ook startende en aarzelende lezers zijn zeer welkom. Voor kinderen en jongeren met leesmoeilijkheden (zoals dyslexie of een visuele beperking) en anderstalige nieuwkomers is er een mooi aanbod, onder andere onder de categorie Makkelijk lezen. Daarnaast vind je hier luisterboeken, woordeloze prentenboeken, prentenboeken voor oudere kinderen, graphic novels, strips … Voor elk wat wils.

in KlasCement


Omhoog

Taaltip: niesen / niezen

 

Zowel niesen als niezen is juist. Het woord kan met een s-klank en met een z-klank uitgesproken en ook op beide manieren worden geschreven.

Bij niesen hoort de vervoeging ‘nieste – geniest’. Die vormen staan op één lijn met bijvoorbeeld ‘briesen – brieste – gebriest’. Bij niezen hoort ‘niesde – geniesd’. Vergelijk ‘kniezen – kniesde – gekniesd’ of ‘reizen – reisde – gereisd’.

Er zijn meer werkwoorden met twee vormen, zoals spiesen/spiezen en schransen/schranzen.

Meer uitleg staat op de website van Onze Taal.

>>>

Meer taaladvies



In Taalpost – Onze Taal 20 maart 2020
Omhoog


In memoriam Wim Gerritsen | 1935-2019


Tekst van de toespraak die Frits van Oostrom uitsprak op de uitvaart



 

Het vak dat Wim Gerritsen met hart en ziel beoefende, de studie van de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen, kent een traditie van inmiddels zo’n tweehonderd jaar. Maar dat vak is pas een vakgebied geworden dankzij hem. Voordien staan de grote namen uit ons vak als silo’s in het landschap: (ik noem er maar een paar) Van Mierlo, Muller, C.C. de Bruin, Maurits Gysseling en ook nog Hellinga en Maartje Draak. Knappe geleerden stuk voor stuk, maar werkend op zichzelf, en nauwelijks met duidelijke leerlingen, voor zover ze die al hadden en ze zich daarom bekreunden. Dat was nu eenmaal het geleerdentype in die tijd in ons soort vakken – en ook W.A.P. Smit, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde, belichaamde een zuil op zich. 

En toen kwam daar in 1953 de übergymnasiast Wim Gerritsen studeren. Hij koos niet voor Klassieke Talen, of Hebreeuws, of Indologie – allemaal vakken waarin hij vast en zeker ook hoogleraar was geworden. Hij koos voor Nederlands, tot ons geluk, want anders had ons vak er zeer veel slechter voorgestaan. 

In zijn proefschrift en belendende vroege publicaties legde Gerritsen een loopplank tussen de Middelnederlandse literatuur en de Latijnse retorische traditie van de middeleeuwse school. Maar ook gingen er vensters open van het middeleeuwse Nederlands naar het Oudfrans, en weldra ook naar Duits, Engels en Keltisch. Gerritsen liet zien hoezeer de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen ook een voluit Europese literatuur was, diep verankerd in de grote tradities van het Avondland. Bij zulke tradities voelde Wim zich als geen ander thuis, omdat hij het vermogen had om achter zelfs het ogenschijnlijk kleinste Middelnederlandse tekstje het achterdoek te zien van zeg maar Auerbach en Curtius en The great chain of being. Hij kon schrijven over de Middelnederlandse varianten van de locusta, de clepsydra, Orpheus, de eenhoorn en barbarolexis in kristalhelder, bezield proza. In Gerritsens late werk komt daar steeds meer de aandacht bij voor de geleerde omgang met het boek als intellectueel instrumentarium, zoals dat zichtbaar wordt in vormen van glossering, indexering, interpunctie en typografie als getuigenissen van geleerden van eertijds. Met hen ging Wim het liefste in gesprek; en wat dat betreft was hij, ofschoon hij Utrecht altijd trouw bleef, volmaakt op zijn plaats op de Scaligerleerstoel in Leiden. Wim was in zekere zin een Scaliger voor onze tijd – en zelden hield een humanist zo hartgrondig van de Middeleeuwen.  

Maar Wim verbond niet enkel Middeleeuwen, maar ook mediëvisten. En vooral daarmee heeft hij het vak tot een waarachtig vakgebied gemaakt. Voordien vooral beoefend, met een typisch Wimwoord, door zelfkazers, werd het door zijn energie en inspiratie een collegiale en zelfs collectieve onderneming. Wim was veel meer kind van de jaren zestig dan hij oogde. In zijn nabijheid werd het vak een ware teach in, of zelfs love in. Dat wordt al meteen zichtbaar in 1966, in zijn eerste publicatie na zijn proefschrift: daarbij ging hij niet voor een nieuwe eenpersoons Wrake van Ragisel, maar voor – gestencild, naar de activistische gebruiken van die tijd – Het liedboekje van Marigen Remen. Uitgegeven door een werkgroep van Utrechtse neerlandici. In dezelfde jaren werkte Wim met studenten aan een reeks tentoonstellingen over Middelnederlandse letterkunde op de zolder van het instituut, begeleid door de catalogi van Naar de letter, ook weer in eigen groepsverband gestencild; verder met collega’s aan het Bibliografisch Ganzenbord dat generaties van neerlandici een grondvlak voor de studie bood – en met musicologen aan een nieuwe uitgave van het Antwerps liedboek. Niet lang daarna volgden, alweer met studenten gemaakt, Truwanten, een Bulkboek en Brandaan. Allemaal publikaties die naar hun opzet hoogst origineel waren; Wim hield ervan om nieuwe dingen te proberen. Naar de vorm bleef het daarbij veelal bij experimenten; maar voluit baanbrekend waren ze qua proces, als werk van groepen. Met Wim Gerritsen ging je op avontuur, en op die Emmalaan was het een beetje Camelot. 

Intens heb ik dat gevoel van ridderlijke secondant gehad tijdens de jaren dat ik zijn student-assistent was, en de kans kreeg op wat hij, ietwat oubollig misschien maar ook zeer raak, “een kijkje in de keuken” noemde. Ik beschouw het als mijn waardevolste leertijd ooit, dat ik kon assisteren bij zijn publicaties en zijn hoor- en werkcolleges. In die colleges voldeed hij geheel aan het mooie woord van Montaigne: “Het hoogste doel van onderwijs, is liefde voor de stof te wekken”. Dat was bij hem de liefde voor de middeleeuwse letterkunde, maar ook voor het werken daaraan. Waarbij professor Gerritsen hoge standaarden aanlegde, om te beginnen voor zichzelf. 

Nooit heb ik dat indringender gezien dan toen ik in die jaren hem letterlijk op de vingers kon kijken als hij aan een artikel werkte. Schrijven was slijpen bij Wim, en schaven, en zwoegen op het buitensporige af. De eerste versie kwam altijd in potlood op A5, de volgende in ballpoint. Die balpenblaadjes werden vervolgens met doorzichtige tape op A4vellen geplakt, om in de nieuw ontstane marges vervolgens gul omkranst te kunnen worden met correcties in vulpen. Het resultaat daarvan mocht ik dan uittikken – met dubbele interlinie uiteraard, want er moest natuurlijk nog in worden herzien. De laatste versie kwam geheid onder extreme tijdsdruk tot stand; ook tweede kerstdag was voor Wim Gerritsen een werkdag, zij het in trui. De onvoorwaardelijke steun van Gisela bij al dat geploeter moet op het bovenmenselijke af geweest zijn; in retrospectief vraag ik mij af of zij niet wel eens heeft gedacht dat zij niet enkel met een gymnasiast gehuwd was, maar met Sisyphus in persoon. Wim Gerritsen was allesbehalve efficiënt; maar waarschijnlijk had hij al die omwegen en al dat steile wandrijden nodig om tot de hoogste kwaliteit te komen. Hij kon daarmee zijn omgeving, uitgevers incluis, wel eens tot wanhoop brengen. Maar voor Wim was het een kwestie van ethiek: nooit flodderwerk afleveren.

De grote winnaars waren hier zijn lezers. Zelden of nooit heeft de neerlandistiek een betere stilist gekend dan W.P. Gerritsen – vanwege zijn ongeëvenaard vermogen om vaak complexe zaken in natuurlijk proza te verwoorden. Af en toe een beetje plechtig: woorden als “intrigerend”, “eerbied” en “voorrecht” zijn frequent bij Wim, en hij bleef ook lang volharden in de spelling van litteratuur met twee t’s. Maar veel groter waren zijn talent en toewijding om authentiek Nederlands te laten klinken. Sommige van zijn formuleringen zijn voor mij klassiekers geworden: dat een bepaald probleem op zekere wijze “niet werd opgelost, maar op dood spoor geplaatst”.  Over de overblijfselen der middeleeuwse letterkunde als “wrakstukken die na een storm zijn aangespoeld. De mediëvist heeft niet meer dan deze wrakstukken om zich een voorstelling te vormen van de vloot voordat de storm opstak”. Over de kopiist van een Middelnederlandse versie van de Reis van Sint Brandaan: “Ik verdenk hem ervan, een landrot te zijn geweest”. Of waar hij spreekt over de achterstand der neerlandistiek in termen van “heel wat bedompte kamertjes die nodig eens gelucht moeten worden”. Of over het invloedrijke negatieve middeleeuwenbeeld der humanisten: “Wij bevinden ons nog steeds in de slagschaduw van de dijk die zij tussen ons en de Middeleeuwen hebben opgeworpen”. De lezer vallen zulke prachtige zinnen zomaar in de schoot – bij de schrijver was er vaak een gevecht met de engel aan vooraf gegaan. 

Maar gelukkig heb ik als zijn assistent ook heel veel met Wim gelachen. Hij had een fijn gevoel voor alle kleine ironieën en absurditeiten van het leven en de comédie humaine. Zoals die keer toen hij weer eens te laat was met zijn kopij voor de bibliografie van de International Arthurian Society, en hij zich in het begeleidende briefje hoofs verontschuldigde bij de vooraanstaande Britse hoofdredacteur daarvan: Hooggeachte collega, ik vrees dat ik u weer eens te lang heb laten wachten, excuus excuus daarvoor, “but I count as usual on your clemency”. Alleen: de secretaresse die dit briefje moest uittikken (zo ging dat toen nog), had zich op haast middeleeuwse manier verlezen en Wims handgeschreven cl aangezien voor een d, zodat in het epistel dat zij voorlegde ter ondertekening stond: “I count as usual on your demency.” Wim kon daar lang om blijven grinniken, en gaf mij en passant een lesje mee: “altijd een brief nalezen voordat je hem de deur uit doet”. 

Aansluitend, tijdens mijn jaren als promovendus bleef het bij Wim fröhliche Wissenschaft, maar kon hij ook duchtig streng zijn. Indien bepaalde formuleringen van mij hem – ongetwijfeld terecht – ongelukkig, krom of nodeloos gezwollen voorkwamen, kon hij bij de bespreking van zo’n paragraaf die zinnetjes, en zelfs voetnoten, voorlezen op een toon die het misplaatste ervan onbarmhartig blootlegde. Ik heb daar in kamer 9 heel wat op mijn lip gebeten. Maar ik besef achteraf dat hij dit deed om mij te verjagen van gemakzucht en te dwingen echt mijn uiterste best te doen. Op vergelijkbare manier heeft hij, denk ik, in al zijn promovendi altijd het beste getracht boven te brengen, en dat is hem heel vaak gelukt..

Ook met die promovendi was Wim overigens de pionier van groepswerk: hij doorzag, tezamen met collega proximus Guus Sötemann, als eerste letterkundige neerlandicus dat het model der bètawetenschappen, die jonge afgestudeerden aanstelden als promovendus, ook bij de alfa’s zou kunnen floreren. Die gerichtheid op promovendi, en ook die zelfopoffering – want wat moeten al die proefschriften hem een tijd hebben gekost – heeft tot het ongekende aantal van 40 promoties geleid. Bij die gelegenheden zat steevast Gisela op rij 1 in de senaatszaal; en het heeft ons zoveel goed gedaan dat zij ook naar onze promotie kwam, en ook wat extra lieve woorden sprak als Wim die even niet paraat had vanwege soms zijn schutterigheid in het persoonlijke. 

Maar per saldo was Wim juist uiterst benaderbaar en heel sociaal, en bleef hij altijd open staan voor nieuwe contacten, met jong en oud aan alle universiteiten en in andere landen, dierbaar Vlaanderen voorop. En met de leerlingen van zijn leerlingen, voor wie hij telkens weer oprechte belangstelling toonde. De groepsgeest van waaruit hij werkte aan de Emmalaan, heeft zich aldus verspreid over een heel vak waarin eenieder zong zoals die individueel gebekt mocht zijn, maar zich tevens verbonden wist met het collectief: een echte collegiale gemeenschap waarin iedereen zich verantwoordelijk voelde voor het reilen en zeilen van ons vak als geheel – een vak waarop je trots kon zijn er deel van uit te maken. Voor dat vak verzon Wim Gerritsen, bijna terloops, zelf de benaming: “medioneerlandistiek”. Onder die vlag heeft dat vak decennialang een ongekende bloei beleefd, en dat was nooit gebeurd zonder Wim Gerritsen als grondlegger. Er is een vakinhoudelijke woordspeling die zich voor vandaag te sterk aan mij opdrong om hem hier ongebruikt te laten: Wim was de Vader der medioneerlandici algader.

Maar er is nog een veel beter woord, dat heel Wims rol en habitus omvat: de leermeester. Hoe mooi is het dan ook dat Wim een paar maanden geleden zijn biografie kon publiceren – vandaag in de NRC geprezen zag ik – van Maartje Draak, zijn eigen leermeester. Maar hoe indrukwekkend ook, zij was, met alle respect, bij lange na geen leermeester zoals Wim Gerritsen die zelf is geweest, vanaf zo vroeg als hij aantrad tot aan het einde van zijn emeritaat. Van Marigen tot Maartje.

Tot slot: is het per se noodzakelijk zo’n leermeester te hebben? Absoluut niet – vele voortreffelijke academici deden het zonder en kwamen tot grote prestaties. Misschien zelfs wel eens juist omdat het ontbreken van een leermeester ze extra uitdaagde om eigen wegen op te zoeken. Maar dit weet ik toch zeker: indien je het geluk hebt wel zo’n leermeester te treffen, is dat een geschenk voor het leven. Wij hadden zo’n unieke leermeester in Wim Gerritsen, en wij wisten het, en wij zullen het nooit vergeten, en altijd dankbaar met ons meedragen in hoofd en hart.

Bron: Neerlandistiek

Omhoog


In memoriam Eddy Grootes | 1936-2020

De Historische Letterkunde en de Neerlandistiek hebben een grootmeester verloren.

Eddy Grootes (1936), emeritus hoogleraar Historische Nederlandse letterkunde, is op 5 februari 2020 overleden. Jeroen Jansen, in de jaren ʼ90 een van zijn vele promovendi, schreef onderstaand in memoriam.

 

Eddy Grootes is overleden. Mijn leermeester en die van vele vakgenoten. Een veelzijdig, begaafd wetenschapper en een kundig bestuurder. Maar bovenal iemand die anderen graag liet delen in zijn grote kennis van het zeventiende-eeuwse literaire leven. Zijn adviezen sneden hout en de overtuigingskracht spatte ervan af. Kernachtig en zonder zweem van redundantie wees hij je een richting.

Na een studie Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en een kort leraarschap kreeg Eddy Grootes in september 1965 een aanstelling als wetenschappelijk medewerker aan het toen flink groeiende Instituut voor Neerlandistiek. Hij promoveerde aan de UvA in 1973 op een minutieuze vergelijking van P.C. Hoofts komedie Schijnheiligh met de Italiaanse brontekst. Filologisch-precies, analytisch en grondig, het zijn kenmerken van zijn hele wetenschappelijke oeuvre. Drie jaar later werd hij aan de UvA benoemd tot hoogleraar Historische Nederlandse letterkunde. Bredero (1585-1618) werd uiteindelijk zijn grote liefde. Eddy Grootes viel voor de persoonlijke toets van Bredero’s verzen, de oorspronkelijke en onverhulde emotionaliteit van de lyriek, de onbeschroomde en uitdagende directheid van de kluchten. Al bij de voorbereiding van het Brederojaar 1968 was hij door Garmt Stuiveling bij de diverse herdenkingsactiviteiten betrokken en had hij als secretaris een plaats gekregen in het 'Bredero-comité'. In 1979 verscheen zijn kloeke editie van Bredero’s Schyn-heyligh in de grote uitgave van Bredero’s Werken. Vanaf dan genoot hij faam als een van de belangrijkste pleitbezorgers van Bredero. Tekstuitgaven van diens Liederen (1985), Moortje en Spaanschen Brabander (1999) volgden. Toen Grootes in september 1997 met vervroegd emeritaat ging, blikte het afscheidscollege ook terug op het Bredero-onderzoek van de voorafgaande decennia, en op zijn eigen inbreng daarbij. Die lezing bood ons een zeldzaam inkijkje in het wetenschappelijke bedrijf, eerlijk, persoonlijk en onthullend.

Het onderzoek van Grootes kenmerkte zich door een grote gedrevenheid en nieuwsgierigheid, naar het werk van toonaangevende schrijvers maar ook dat van minder bekende als Jan van der Veen, Barent Fonteyn en Cornelis Pietersz. Biens. Zijn aandacht lag daarbij op het verband tussen de tekst en zijn lezers tegen de achtergrond van de maatschappelijk werkelijkheid. Vernieuwingen in de zeventiende-eeuwse literatuur met hun mogelijke oorzaken vormden een andere onderzoekslijn.

Door zijn expertise en doortastendheid werd Grootes een vanzelfsprekende voorzitter van menig bestuur. Van het nieuwe Instituut voor Cultuurgeschiedenis (UvA) was hij de eerste directeur. De landelijke onderzoekschool voor cultuurgeschiedenis, het Huizinga Instituut, werd op zijn initiatief in het leven geroepen. Voor de verbreding van het vakgebied heeft Grootes een aantal belangrijke stappen gezet. Zo stond hij in de jaren ‘80 aan de wieg van het tijdschrift Literatuur en de populaire Griffioen-reeks. Ook schreef hij het schoolboek Het literaire leven in de zeventiende eeuw, dat nog steeds een prachtig overzicht biedt van hoe literatuur in deze periode functioneerde. Tijdschriften als Spektator en het hiervoor genoemde Literatuur profiteerden langdurig van zijn redactionele kundigheid.

Na zijn emeritaat (1997) zagen we hem nog vaak op conferenties en bij bijzondere gelegenheden, leunend op de wandelstok die hem sinds een val op het ijs trouw begeleidde. De maandelijkse bijeenkomsten van het Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw sloeg hij zelden over. Maar de laatste jaren, na de viering van zijn tachtigste verjaardag met een grote groep vrienden in zijn huis in Heemstede, werd het wat stil. Zijn geheugen ging achteruit en tot zijn grote spijt kon hij niet meer zo gemakkelijk de juiste woorden vinden. Eddy werkte nog consciëntieus aan de integrale vertaling van P.C. Hoofts Historien, die in juni 2019 als digitale editie bij het Huygens Instituut verscheen. Helaas kon hij bij de presentatie ervan niet meer aanwezig zijn. Op de herdenkingsdag van Bredero’s 400-jarige overlijden sprak ik hem het laatst. Daar ontving hij als eregast het eerste exemplaar van René van Stipriaans grote Bredero-biografie. De zaal applaudiseerde luid, natuurlijk ook voor Eddy. Hij zwaaide ons met het nieuwe boek toe alsof hij met Bredero vaarwel wilde zeggen.

De Neerlandistiek en de Historische letterkunde hebben een grootmeester verloren. Eddy Grootes hoorde tot een generatie wetenschappers die filologische precisie combineerde met de functionaliteit en relevantie van historische context. Zijn kennis van het literaire leven in de zeventiende eeuw maakte hem tot een geliefde vraagbaak. Veel vakgenoten en leerlingen zullen zich hem herinneren als een wijze, beminnelijke en betrokken leermeester. Dank je wel, Eddy, voor alles.

Jeroen Jansen (met dank aan Lia van Gemert en René van Stipriaan)

Bron: Universiteit van Amsterdam


Omhoog

De recente berichten op de Facebookpagina van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik op >
LEES DE BERICHTEN
of hieronder:

 
 


NDN-Facebookpagina


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookpagina van het NDN. Het gaat hier om 10 berichten vanaf 3 maart tot 16 maart 2020. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Vanaf 8 februari 2018 hebben we een nieuwe pagina gecreëerd 'Netwerk Didactiek Nederlands-2'
.
U bereikt ze ook via @netdidned.be.






  • 16 maart 2020

    DE NIEUWSBRIEF VAN MIET OOMS – ROND TAAL

    Kers op taal nummer 58
    Deze nieuwsbrief kan op dit ogenblik bijzonder nuttig zijn.
    Er staan talrijke koppelingen (links) ter beschikking met bruikbaar taal- en lesmateriaal.
    Neem de tijd om vooral het gedeelte te onderzoeken:
    ‘De lessen op school zijn opgeschort en heel wat docenten en leerkrachten gaan op zoek naar manieren om online les te geven. Hier volgen enkele tips voor lessen over taal:” …
    Kijk eens of er niet het een of het ander voor jezelf en voor je onderwijs nuttig kan zijn.
    https://mailchi.mp/…/kers-op-de-taal-58-taalfilmpjes-zwaluw…

  • 14 maart 2020

    DE VRIJMIVI = DE VRIJDAGMIDDAGVIDEO VAN GASTON DORREN, TAALSPECIALIST
    Hij heeft het over het misverstaan van taalkundige begrippen.
    Wat is grammatica eigenlijk?
    Zijn pittige uitleg vraagt enkele seconden meer dan drie minuten kijk- en luistertijd.
    https://youtu.be/apiBuF3ek3w

  • 13 maart 2020

    ELLEN DECKWITZ SCHRIJFT BOEKENWEEKGEDICHT 2020
    In de opmaat naar Boekenweek 2020 spreekt Janita Monna met vier dichters die ieder een gedicht schreven geïnspireerd op het thema: ‘Rebellen en Dwarsdenkers’. Het Boekenweekgedicht 2020 is geschreven door Ellen Deckwitz.
    ELLEN DECKWITZ
    REBEL
    Oh ja, ze zeggen altijd wel dat je gewoon jezelf moet zijn
    maar daarmee bedoelen ze net als de rest.


    https://www.boekenweek.nl/boekenweekgedicht-2020/
    >> Lees hier het begeleidende interview met Ellen Deckwitz

  • 11 maart 2020

    DOOR HET OPRUKKENDE ENGELS ONDERSCHATTEN WE HET BELANG VAN TALEN ALS HET FRANS EN DUITS
    Column in De Volkskrant van Lotte Jensen – 10 maart 2020
    nlangs nodigden de Nederlandse ambassade en het Nouveau centre neérlandais te Parijs mij uit om een lezing te komen geven over de Nederlandse identiteit. De voertaal was Frans. Het leek me wel wat, maar ik twijfelde ook. Zou mijn 6 VWO Frans nog goed genoeg zijn? Toen ik voorzichtig voorstelde de lezing in het Engels te geven, wezen ze dat vriendelijk maar resoluut af. Daar kon geen sprake van zijn. En France, on parle français! Duidelijke taal.

    Lotte Jensen is hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit.
    https://www.volkskrant.nl/…/door-het-oprukkende-engels-on…/…

  • 10 maart 2020

    JENNY OFFILL SCHREEF PRACHTBOEK OVER HET KLIMAAT
    ‘Het is de eenzaamheid die ons bedreigt’
    Jenny Offill schreef met Weersverwachting een cli-firoman over verwarring en vluchtgedrag, klimaatcrisis en extreem rechts. In een door onverschilligheid en verdeeldheid getekend tijdperk wil ze hoop geven en oproepen tot burgerzin. ANNA LUYTEN
    Er waait een storm over Europa. De vliegtuigen staan bewegingloos op het tarmac. In Upstate New York heeft het onverwacht gesneeuwd. De trein staat stil. Op de vroegste Amtrak van New York naar Rhinecliff lees ik ¬Jenny Offills signalen van hoop. …

    Lees het interview met Jenny Offill

    https://www.standaard.be/cnt/dmf20200305_04877652  


  • 8 maart 2020

    VAN TAALBEWUSTE VLAMING NAAR MEERTALIGE EUROPEEËR
    Wim Vandenbussche
    Gewoon hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de VUB
    OPINIE
    UITVOERIGE REACTIE VANUIT ZIJN POSITIE ALS HOOGLERAAR VAN DE VUB
    In een opiniestuk doen een aantal verenigingen van 'de Vlaamse Beweging' hun beklag over een mogelijke toename van het aantal Engelstalige opleidingen in het Vlaamse hoger onderwijs. VUB-professor Wim Vandenbussche miste wat nuance en reageert. …

    Lees de hele opinietekst van prof. Vandenbussche

    https://www.knack.be/…/van-taa…/article-opinion-1573165.html 


  • 8 maart 2020

    MENSENTAAL IS GEEN APENTAAL

    Marc van Oostendorp
    Wat kunnen we leren van apen over menselijke taal? Ook (mens)apen kunnen goed communiceren, maar er zijn drie dingen die zij niet kunnen en wij wel. En alle drie lijken ze essentieel voor onze taal. Video: 6’46”
    https://www.youtube.com/watch?v=Y5qSx48U2_M&feature=youtu.be


  • 8 maart 2020

    TAALJOURNALIST GASTON DORREN OVER ZIJN AANDACHTSTHEMA’S VAN DE WEEK
    Kun je als volwassene een taal leren zoals een baby dat doet? En waarom hebben de Duitsers zolang vastgehouden aan hun gotische letters? En zijn boek Babel is vertaald in het Chinees.
    Video: 6’35”

    https://www.youtube.com/watch?reload=9&v=1_UFE5rchGg


  • 5 maart 2020

    ONTDEK FONS 10 NU BIJ JOU THUIS, OP SCHOOL OF ONLINE!
    Vaktijdschrift Nederlands
    Hoera, hoera: het 10de nummer van Fons is er! Een nummer met een gouden randje, maar vooral een nummer met weer een heleboel boeiende en inspirerende bijdragen – of dat hopen we toch. We zetten de spots op begrijpend lezen, met artikels vol praktische tips en tricks voor zowel het basis- als het secundair onderwijs. Daarnaast hebben we ook ruime aandacht voor de Jeugdboekenmaand, die net van start is gegaan en dit jaar kunst heeft als centrale thema.
    Maar zoals steeds is er veel meer. Ken je bijvoorbeeld FlipGrid al? Met die app, waarbij leerlingen filmpjes kunnen maken en uploaden, kun je bijvoorbeeld perfect aan de slag rond spreekvaardigheid. …

    Naar Fons 10: https://www.dropbox.com/…/1injy8…/AADBFmXNNS-7Rw4q0JuvPiPma…

       
  • 3 maart 2020

    KENNISMAKINGSGESPREK MET KRIS VAN DE POEL, NIEUWE ALGEMENE SECRETARIS VAN DE TAALUNIE
    'De Taalunie is momenteel een heel aangename plek'
    Kris Van de Poel is op 1 maart begonnen als algemeen secretaris van de Taalunie. De Vlaamse taalkundige ziet veel ruimte om de organisatie te laten bloeien en groeien. Een kennismakingsgesprek.

    https://taalunie.org/…/de-taalunie-is-momenteel-een-heel-aa…



 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert, bestuurslid
  • Tamara Bollaert, bestuurslid
  • Jan Lecocq, bestuurslid
  • Kathleen Leemans, bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2019.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be