Het Nederlands in vier smaken
Roland de Bonth, Frank Landsbergen, Veronique De Tier, Boukje Verheij, Vivien Waszink
(3 december 2025)
ISBN 9789463193115
180 pp.
€ 17,95
Een hele tijd geleden schreef ik naar aanleiding van een lezing die ik had gegeven een artikel over occasionele taalbeschouwing in het ondertussen ter ziele gegane onderwijstijdschrift Fons
Toen ik Taaltaart in handen kreeg, moest ik daar spontaan weer aan denken. De invalshoek die ik in recensies voor NDN hanteer, is namelijk meestal deze: Is het gerecenseerde boek interessant voor docenten en voor hun klassenpraktijk?. Meer bepaald schoot mijn artikel me weer te binnen toen ik op pagina 88 van Taaltaart het stukje ‘De genitief: lang niet zo oubollig als je denkt’ las.
Ik zag meteen de mogelijkheid om daarmee in de klas aan de slag te gaan. Neem aan dat je in een tekst die je in de klas leest bv. ‘Zij moest onverrichter zake naar huis’, aantreft. Dan helpt Taaltaart je om op een leuke en uitdagende manier aan geïntegreerde occasionele taalbeschouwing te doen en je leerlingen te wijzen op het gebruik van de genitief in deze zin en aansluitend op de genitief in restconstructies zoals ‘s morgens, aller tijden, iets moois … . Je kunt daarna als tegengewicht ook de ‘opmars’ van de genitief om op een genderneutrale manier te verwijzen signaleren, zoals in ‘Robin en diens vrienden gingen naar het concert’. Heerlijk toch om als docent Nederlands in een boek als Taaltaart een inzetbare ‘Fundgrube’ voor occasionele taalbeschouwing op het spoor te komen. Studeren je leerlingen per toeval ook Duits dan kun je daarenboven perfect een link leggen naar Bastian Sick en ‘Der Dativ ist dem Genitiv sein Tod’.
Taaltaart. Het Nederlands in vier smaken bestaat, is, zoals de titel duidelijk maakt, een taaltaart in vier stukken. Wie taart in huis haalt, eet die niet alleen op, tenzij hij/zij een kameelpaard, een moutvlieg of een stamerbout is. Wie wil weten wat of wie dat zijn, kan terecht in deel 4 ‘Terug in de taal’.
Of kakkeboontjes, kindjeskak en strontjes in je oog viezer zijn dan muffende nonnenveesten kom je te weten in deel 3 ‘Uit de streek’.
In deel 1 gaat het over ‘Nieuw in de taal’, iets wat een specialiteit is van het Instituut voor de Nederlandse taal, getuige het’ Woordenboek van Nieuwe Woorden’. Onder andere ‘magdag’, ‘vergisduiker’ en ‘twijfelmoed’ komen aan bod. Je verneemt er ook alles over ‘knaagdiermannen’ die ‘knaagdierknap’ zijn en je leert het verband zien tussen Henny Vrienten van Doe Maar en een ‘grietenpresentatie’.
Blijft over deel 2 ‘Grammaticasafari’ waarin het onder meer gaat over de hierboven al aangehaalde genitief. Ook het stukje ‘De klemtoonshuffle’ leent er zich zeer goed toe om op een leuke manier met leerlingen op enkele aspecten van fonologie in te gaan. Je leest er ook dat werkwoorden de hangjongeren van de Nederlandse taal zijn. Het liefst gaan ze achteraan de zin chillen samen met hun vrienden. En zonder pottenkijkers.
De teksten in Taaltaart zijn eerder al in een iets andere vorm verschenen op de website van het INT.
Taaltaart is een vrolijk, interessant en in een schoolse context zeer bruikbaar boek. Ik vermoed dat de auteurs er met plezier aan gewerkt hebben, iets wat je als lezer voelt. Maar ook wie niks met onderwijs te maken heeft, kan in dit boek heel wat lees- en taalplezier rapen.
José Vandekerckhove