“Met Lieke Marsman verliest de literatuur veel te vroeg een unieke stem” kopte De Standaard op de frontpagina op 5 juni 2026. Dit was ook de algemene teneur in de vele reacties op het overlijden van een jonge uiterst getalenteerde dichter. Lieke Marsman was amper 35 jaar.
Lieke Marsman streed al sinds 2017 tegen een zeldzame vorm van kraakbeenkanker. Ze was ongeneeslijk ziek. In 2022 moest vanwege haar ziekte een arm geamputeerd worden. Ironisch genoeg verloor ze de ultieme strijd een paar dagen voor de publicatie van haar nieuwste en laatste bundel De dichter en de duivel (verschijningsdatum 9 juni 2026).
Lieke Marsman eiste als twintigjarige met haar debuutbundel Wat ik mijzelf graag voorhoud (2010) direct een plaats op in het Nederlandse literaire landschap. Ze sleepte meteen drie prijzen in de wacht: de C. Buddingh’-prijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de debuutprijs van het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn.
De bundel opent met de regels:
Er bestaan vele redenen waardoor je niet stil
kunt blijven liggen, ’s nachts. Als je steeds
moet hoesten, bijvoorbeeld, zal je lichaam
op en neer schokken alsof je op een rijkoets ligt en
als je erg ziek bent, een lijkwagen.
Het zijn zinnen die met terugwerkende kracht een akelig voorspellend karakter krijgen. Alsof de dichter toen als wist wat haar acht jaar later te wachten zou staan.
Marsman schreef ook essayistisch werk. Ze schreef onder andere over unfaire belastingvoordelen voor multinationals en over nefaste beslissingen in de gezondheidszorg, Strijdbaar politiek en maatschappelijk engagement had een centrale plaats in haar werk.
Ook als de Nederlandse Dichter des Vaderlands, tussen 2021 en 2023, gaf ze blijk van een strijdbaar maatschappelijk engagement. De teksten die ze als Nederlandse Dichter des Vaderlands schreef, werden gebundeld in Ter gelegenheid van poëzie (2023).
Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025), is een mengvorm van essays en memoir. Daarin beschreef ze hoe ze door haar lange strijd tegen haar ziekte steeds meer ging openstaan voor God en buitenaards leven. Ze getuigde in 2025 in NRC:
"Onder de hogedrukspuit van een naderende dood houdt je rationaliteit het niet lang uit”. “Ik heb nu allemaal rare dingen in mijn leven die ik magisch vind. Ik geloof in ufo’s, in God, ik geloof eigenlijk ook wel dat er iets is na de dood. Dat vond ik tien jaar geleden allemaal onzin. Maar het heeft me geholpen om het leven weer mooi te vinden”
In haar derde bundel In mijn mand (2025), preludeerde ze op haar eigen einde:
Ik heb niet stilgezeten
ik heb Sartre gelezen
en Kant en Kierkegaard. Als ik doodga
hoop ik op een hemel
om met hen in te kaarten
(ik vraag me af of Marx voor geld zou spelen).
Over hoe ze haar sterfdag zag, schreef ze:
Vergeet engelen en psalmen
Ik wil het vanille van een oud boek
Ik wil een koud flesje bier
en ik wil jou, nog één keer
Vergeet vogels die zingen
Ik wil mijn hond horen drinken.
Lieke Marsman won de Constantijn Huygens-prijs 2025. Op literatuurmuseum.nl liet ze optekenen: ‘Ik wist niet dat je op je 34e al een oeuvreprijs kon krijgen, maar het voelt geweldig.’
Over wat literatuur en taal voor haar betekenden zei ze:
‘Het feit dat het alles behelst, dat je over alles kunt schrijven. Ik ben zelf niet zo goed in dingen verzinnen, maar wel in beschrijven, en er is nog genoeg dat niet beschreven is. Het is belangrijk dat er nieuwe, originele taaluitingen bij blijven komen, zodat we elkaar niet steeds hoeven napraten.’
José Vandekerckhove