Steven Delarue (1 september 2025)
Academia Press
ISBN 9789020990638
256 pp.
€ 21,99
Lang geleden, toen ik nog jong en mooi was, was ik lector en lerarenopleider aan de KULeuven. Ik moest op stagebezoek naar het Sint-Guido-Instituut in Anderlecht, Brussel. De school had ook faam verworven via de televisie. Het was namelijk de school waar topvoetballer Romelu Lukaku schoolliep. Lukaku stond centraal in de documentairereeks op Eén ‘De school van Lukaku’. In deze documentaire werden de leerlingen van het Sint-Guido-Instituut een heel schooljaar lang gevolgd.
De jongeren praatten openlijk over alledaagse thema's als vriendschap, liefde, seksualiteit, geloof en religie, veiligheid en criminaliteit en hun toekomst. We kregen een kijk op hun familiale leven en op hun klasactiviteiten, hun hobby's...
Uiteraard werd ook Romelu Lukaku gevolgd (zijn eerste jaar bij RSC Anderlecht, de aanpassing naar het profvoetballersstatuut, zijn thuissituatie...). In 2010 won het programma de HA! van Humo. In februari 2011 bekroonden de leden van de Vlaamse Televisie Academie de serie als Beste Realityprogramma van 2010.
Ik herinner me de school echter ook om een andere reden. Ik kwam tijdens mijn stagebezoek in een zeer multiculturele klas terecht met leerlingen met zeer verschillende tussentalen. Bij toeval gebruikten ze Frappant, een leerboek Nederlands dat ikzelf geschreven had. Een didactisch onderdeel van de les bestond uit groepswerk. Ik kreeg toen een staaltje van knap multicultureel onderwijs. De leerlingen vormden groepjes die overeenstemden met hun thuistaal. Er moest stevig gediscussieerd worden. De voorbereiding van de discussie gebeurde in de thuistaal. De rapportage voor de hele klas gebeurde echter in het Nederlands en de aansluitende plenaire discussie ook. Het was de eerste keer dat ik zoiets ‘live’ meemaakte. Ik was onder de indruk. Was dit ‘the best of both worlds’?
Ik ga ook om een tweede reden nog even ‘back in time’. Ik ken Steven Delarue, auteur van Meertaligheid in de klas al van toen hij nog student was. Ik was er onder andere bij toen hij zijn doctoraat verdedigde aan de UGent. Ik ken Steven als een zeer goede en competente onderzoeker en als iemand die op een heel aangename en toegankelijke manier kan vertellen wat hij wenst te vertellen! Ik had dus wel zekere verwachtingen wat niveau betreft, toen ik het boek opensloeg.
Om deze beide redenen wilde ik me graag verdiepen in Meertaligheid in de klas, het recentste boek van Steven Delarue.
Het boek bestaat uit 4 grote delen:
- 1 Over meertaligheid als realiteit, troef, kracht en uitdaging
- 2 Over taalontwikkeling bij kinderen die meertalig opgroeien
- 3 Hoe je bij jou in de klas met meertaligheid aan de slag kunt
- 4 Over hoe je meertaligheid een plek geeft in je taalbeleid op school
In de inleiding stelt Delarue twee vragen. De eerste daarvan is: ‘Waarom is dit boek over meertaligheid er (nu)?
Professioneel komt Delarue voortdurend in contact met issues als meertaligheid. Uit de gesprekken die hij met leraren en schoolteams voerde, destilleerde hij vier centrale begrippen die hij als rode draad doorheen het boek gebruikt: realiteit, kracht, troef en uitdaging.
De tweede vraag is eigenlijk een gebruiksaanwijzing: Hoe lees en gebruik je dit boek? Het boek is voor onderwijsprofessionals van alle onderwijsniveaus bestemd. Delarue stelt veertig op empirische basis geselecteerde vragen en beantwoordt ze ook. Het boek is niet bedoeld om lineair te lezen, maar om die vragen te selecteren die je op een bepaald moment bezighouden.
Het boek is te uitgebreid om in detail te bespreken, om op alle 40 vragen in te gaan. Een selectie dringt zich op.
Deel 1 bevat negen vragen. Heel interessant is bijvoorbeeld de zevende vraag: Heeft meertalig zijn en opgroeien ook nadelen. Er zijn geen wetenschappelijk bewezen nadelen, betoogt Delarue, maar het is wel van belang dat we attent zijn op een aantal factoren die een sterke impact kunnen hebben op de (taal)ontwikkeling van meertalig opgroeiende kinderen en jongeren. Delarue wijst op de noodzaak van een kwantitatief en kwalitatief taalaanbod. Hij haalt er ook het ijsbergmodel van Jim Cummins bij. Bovendien gaat hij in op de misvatting van de ‘zerotaligheid’.
Deel 2 geeft een antwoord op vier vragen, o.a. op vraag 10: Hoe verloopt de taalverwerving en -ontwikkeling bij meertalige kinderen?
Deel 3 bevat 17 vragen en is daarmee het lijvigste en voor wie in het werkveld staat ook het meest praktische. De eerste vraag van dit deel is meteen een hamvraag: Wat moet je als leerkracht weten of kunnen om met meertaligheid aan de slag te kunnen in je klas? Delarue splitste dit handig op in Vijf dingen die je moet weten of kunnen en Vijf dingen die je niet hoeft te weten of kunnen. En dergelijke aanpak benadrukt voor de leerkracht de haalbaarheid van omgaan met meertaligheid in de klas.
Deel 4 bevat 9 vragen en gaat in op de plek van meertaligheid in het taalbeleid van een school.
De veertigste en laatste vraag staat onder Tot slot: En nu, hoe ga je hiermee aan de slag? Dit beslis je volgens Delarue zelf, als je maar doordrongen bent van het idee dat meertaligheid geen ideologie is, maar common sense. Delarue besluit met de wens dat zijn boek kan helpen om te ontkomen aan de neerwaartse spiraal van valse stegenstellingen, polarisering en negativiteit waar ons onderwijs soms in lijkt vast te zitten, want dat is nu eens absoluut niet wat we nodig hebben (p. 218).
Steven Delarue heeft met Meertaligheid in de klas een sterk en onderbouwd werk geschreven. De eindnoten en referenties lopen van pagina 221 tot 248!.
Delarue gelooft in meertaligheid in het onderwijs en dat geeft zijn boek een laag van doorleefde authenticiteit. Verspreid over het boek staan tal van handige QR-codes die onder andere verwijzen naar kijkwijzers en videofragmenten.
Ik denk dat elke school zich van dat boek enkele exemplaren zou moeten aanschaffen. Ik denk ook dat, los van het schoolvak waarvoor die instaan, elke leerkracht, lerarenopleider, pedagogisch begeleider of adviseur, die het ernstig meent met meertaligheid in het onderwijs en die de onvermijdelijke voetangels en klemmen die daarmee gepaard gaan wil tackelen, dit boek in zijn handbagage moet hebben.
José Vandekerckhove