(28-09-2026)
Uitgeverij Lannoo
ISBN 9789059966147
288 pp.
€ 34,99
Uitgeverij Lannoo heeft een patent op zeer mooie én zeer interessante boeken. Onder andere De atlas van de Nederlandse taal scheerde hoge grafische en inhoudelijke toppen. Boeken die blijven. Een canon van de Nederlandstalige literatuur in context verschenen in samenwerking met de KANTL is een nieuwe parel aan de Lannoo-kroon.
‘De Vlaamse canon van de Nederlandstalige literatuur in context’ werd in 2015 in het leven geroepen. Het is een dynamische canon die om de vijf jaar opnieuw gescreend wordt. De recentste versie dateert van 2025. Ik was in het kasteel Beauvoorde aanwezig bij het KANTL-evenement waar de nieuwe canon onder voorzitterschap van auteur Erik Vlaminck werd voorgesteld. Professor Dirk De Geest stelde er in een panelgesprek aan de auteurs Gaea Schoeters, Koen Peeters en Tom Lanoye de vraag welk werk van henzelf ze ooit in de canon zouden opgenomen willen zien. Schoeters en Peeters dachten diep na. Niet zo bij Lanoye die met ‘Mijn verzameld werk’ de lachers op zijn hand kreeg.
Iets meer dan een jaar na de officiële lancering van de geüpdatete canon is er nu een door Iris Van Robays prachtig geïllustreerd collector’s item verschenen. In het voorwoord gaat Lut Missine, voorzitter van de KANTL, in op het dynamische aspect van de canon en op de criteria en principes waarop de selectie van de 50 werken gebaseerd is.
De zeer lezenswaardige en toegankelijke inleiding Boeken die blijven of toch niet …? gaat in op hoe in het verleden en vandaag over literatuur is gedacht en hoe die literatuuropvattingen nauw verweven zijn met niet alleen maatschappelijke veranderingen, maar ook met technologische innovaties.
Er komen enkele heel interessante invalshoeken aan bod zoals ‘literatuur en het gedrukte boek’, ‘literatuur en vorming’, ‘literatuur en identiteit’, ‘literatuur en experiment’. De inleiding eindigt met ‘literatuur in crisis’, een boeiende kijk op de literatuur vandaag:
“Van literatuur wordt vooral verwacht dat ze lezers kan boeien, met een herkenbare verhaallijn, interessante personages, een meevoelende verteller en een heldere stijl”.
Of literaire teksten eeuwigheidswaarde hebben en tot klassiekers kunnen uitgroeien, is vandaag minder belangrijk dan de vraag hoe relevant ze zijn. Er is daarnaast ook de niet te loochenen vaststelling dat andere cultuurvormen en media de plaats innemen die literatuur vroeger bekleedde. Toch blijven literaire teksten mensen boeien. Gelukkig maar!
Het hoofdbestanddeel van Boeken die blijven biedt de lezer meer dan 250 pagina’s lees- en kijkplezier. Dit boek is een lust voor het oog. De vijftig canonwerken komen een voor een aan bod, te beginnen met Liederen (Hadewijch) en eindigend met De ontdekking van de hemel (Harry Mulisch).
Elk werk wordt eerst kort gesitueerd (titel, auteur, datering, genre, thema) en daarna zeer bondig inhoudelijk omschreven. Iedere bespreking gaat uit van een interessante, soms prikkelende, vraag zoals:
‘Een middeleeuwse lifestylecoach voor millennials? (Hadewijch)
‘Hoe zorgde een afgebeten teelbal voor de beruchtste verzen uit de middeleeuwen?’ (Vanden vos Reynaerde)
‘Hoe werd een potje domino op Curaçao wereldliteratuur?’ (Frank Martinus Arion)
‘Wie was de Nederlandse Virginia Woolf? (Carry van Bruggen)
Er zijn een twintigtal rubrieken die met een zekere regelmaat terugkeren zoals ‘Achter de pen’, ‘De literaire landkaart’, ‘Onder de loep’, ‘In de voetsporen van’ en het leuke ‘De taal van’. In ‘De taal van’ komen o.a. Bredero (de taal van Jerolimo), Gezelle (het West-Vlaamse dialect) en Arion (het Papiaments) aan bod.
De vaakst terugkerende rubriek is ‘In de voetsporen van’. Een paar voorbeelden: Vondel wordt gelinkt aan de grote klassieke tragediedichters, Couperus aan Emile Zola, de grondlegger van het naturalisme en Margo Minco aan Tsjechov. Dit is bijzonder interessant omdat de Nederlandstalige literatuur op die manier internationaal gekaderd wordt.
Boeiend is ook wat onder ‘Verboden woorden’ te vinden is. Zo lezen we dat in ‘De uitvreter’ van Nescio enkele zinnen werden geschrapt (“Hij wist precies hoe dik haar dijen waren”) en “Godverdomme” werd veranderd in “verdomme” of “G.v.d.” (met hoofdletter).
Een andere leuke rubriek is ‘Gevleugelde woorden’. Hier wordt bijvoorbeeld verwezen naar de openingszin uit Max Havelaar en naar “Barbertje moet hangen”. Max Havelaar leeft niet alleen voort als roman, maar ook in onze taal.
In ‘Vriendschappen en vetes’ vindt de lezer de bevestiging dat het niet altijd rozengeur en maneschijn is achter de literaire coulissen. Auteurs hebben vrienden, maar ook vijanden. Mulisch is daar een toonbeeld van. ‘De ontdekking van de hemel’ is een soort standbeeld voor zijn vriend, de topschaker Jan-Hein Donner. Maar evenzeer leverde zijn arrogante houding hem vijanden op, ook binnen het literaire landschap. Bekend is de uitspraak van Reve: “Mullis is vullis. Reve, dat is pas leven!”. Ook ‘Boze lezers’ is een rubriek. Daarin vernemen we o.a. dat Jezuïet en literair criticus Emiel Janssen niet hoog opliep met Walschap. Hij noemde hem een “auteur van ongezonde lectuur voor onze Vlaamse mensen” en bestempelde diens levensbeeld als gebaseerd op “ontucht, vrijen en verleiden”.
Ik zou nog een hele tijd kunnen doorgaan. Het boek bevat te veel heerlijks om het allemaal aan te halen. Ik wil afronden met een blik op boek 37 uit de rij. Mij interesseerde namelijk zeer wat er over Oeroeg (1948) en Hella Haasse te lezen staat. Ik moet zowat dertien jaar geweest zijn toen ik Oeroeg las. Leeslijsten bestonden er begin van de jaren zestig niet. Het moest dus niet van school. Ik las het boek uit ‘goesting’. Nog steeds, meer dan een halve eeuw later, staat me de slotpassage levendig voor ogen.
Ik had net Arendsoog, De Rode ridder en de Bob Evers-serie opgeborgen, en had alles over Eric de Noorman van Hans G. Kresse, graphic novels avant la lettre, gelezen. Toen kwam Oeroeg. Ik koester nog steeds met schroom de editie die ik toen van mijn dooppeter, een veellezer, cadeau kreeg.
Oeroeg krijgt zes bladzijden toebedeeld. Ik lees in ‘In de voetsporen van’ dat Oeroeg een van de belangrijke boeken blijft in de Nederlandstalige Indië-literatuur. Er wordt onder anderen doorverwezen naar Marion Bloem, Alfred Birney en Jeroen Brouwers. Ik lees ook dat het boek nog altijd volop stof tot discussie biedt. In 2024 kopte een column in de NRC: ‘Weg met Oeroeg’. De vraag wordt ook gesteld of het boek tijdloos of eurocentrisch is.
Je leest het, dierbare lezer. Bij zoveel weelde en rijkdom aan ideeën en zoveel bronnenmateriaal voel ik me gelukkig. Boeken die blijven historiseert en actualiseert, kijkt zowel terug als vooruit. Het is nu eens anekdotisch, dan weer kaleidoscopisch en legt ook meer dan eens een link met de Europese en de wereldliteratuur. Het is bovendien ontzettend mooi geïllustreerd. Het is een boek om onder je hoofdkussen te leggen en om als je ’s morgens iets te vroeg wakker wordt je dag mee te beginnen. Wie dit boek leest, luistert ingetogen naar het gezang van 50 vogels van diverse pluimage, sommige bedachtzaam mijmerend, andere brutaal en rebels.
De kwaliteit van Boeken die blijven wordt gegarandeerd door de plejade aan auteurs die eraan meegewerkt hebben. Ik doe een willekeurige greep uit de auteurslijst: Lars Bernaerts, Geert Buelens, Jos Muijres, Frits van Oostrom, Erik Vlaminck, Annelies Verbeke, Pieter Verstraeten en Frank Willaert. De hele academische wereld en ook enkele romanciers hebben hun schouders onder het boek gezet.
Die auteurslijst staat overigens heel bescheiden in kleine druk achteraan in het boek. Hiermee maken de auteurs duidelijk dat het hier niet om hen gaat, maar om al het prachtigs dat onze literatuur voortgebracht heeft.
Dit boek is een must voor al wie als professional met literatuur bezig is en evenzeer voor ‘alle mensen die van goede literaire wil zijn’. Bovendien is de kostprijs heel schappelijk voor wat je aan kwaliteit en esthetisch plezier ontvangt.
Is er een betere manier om mijn recensie van dit boek over de canon beter te beëindigen dan met een vers uit de mondiale canon: ‘A thing of beauty is a joy forever’.
José Vandekerckhove