‘Pas als de dichter dood is, kan hij zijn eigen leven gaan leiden’, noteerde Leonard Nolens ooit in een dagboek. Op 26 december 2025 overleed Leon Helena Sylvain Nolens, beter bekend als Leonard Nolens.
In een necrologie in Knack schreef Piet Piryns, goede vriend van Nolens: ‘Poëzie was voor Nolens een bloedernstige zaak, een manier van leven, in zijn geval zelfs de enig mogelijke.’ En verder: ‘Niets minder dan het ultieme, sublieme, volmaakte gedicht wilde hij schrijven – een verlangen waarvan hij wist dat het nooit helemaal vervuld kon worden, en dat juist daardoor tot het imposante oeuvre zou leiden, waarmee hij tot de allergrootsten van de Nederlandse poëzie behoort.’
Het begin van Nolens’ dichterscarrière was wellicht niet zoals hij verhoopt had. Hij stuurde halverwege de jaren zestig enkele gedichten op naar het Leuvense studentenblad ‘Universitas’, waar ze door redacteur Herman De Coninck (!) prompt geweigerd werden omdat hij van het neo-avant-gardistische gewauwel ‘geen fluit’ begreep. In een interview uit 1992 in het Nieuwe Wereldtijdschrift met nota bene Herman De Coninck zei Nolens: ‘Wat ik lang genoeg niet helder heb ingezien, is dat je het als dichter moet doen met de woorden die je worden doorgegeven, dat het niet mogelijk is een taal te creëren die volledig oorspronkelijk en nieuw is. Het is juist op de taal die van iedereen is, de woorden die van alle mensen zijn dat je je stempel moet slaan.’
Nolens carrière kende na het aarzelende begin een steile opgang. Hij vond onderdak bij de Amsterdamse uitgeverij Querido en werd ook in Nederland sterk geapprecieerd. In 2012 ontving hij in Amsterdam uit de handen van koningin Beatrix de literaire oeuvreprijs van Vlaanderen en Nederland, de Prijs der Nederlandse Letteren’, zowat de hoogst mogelijke eer voor een dichter.
In 2013 sloeg het noodlot toe. Nolens kreeg een hartstilstand en kon op het nippertje gereanimeerd worden. Hij zou nooit meer de oude worden.
Een paar gedichten geplukt van Poëzie Leestafel:
Nieuwjaarsbrief
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Leonard Nolens
uit: En verdwijn met mate,
Amsterdam, Querido 1996
Gedicht 6
Het schrijven pakt mijn handen vast.
Ieder uur het kijkend wit en de horende leegte.
Ik voel wat mij is aangeleerd.
Ik schrijf en doe mijn vierentwintig uren met geduld.
Ik schrijf en verwar elke zin met de zin van het leven.
Ik schrijf om na mijn dood met je te blijven praten,
Om bij jou te blijven als ik weg moet gaan.
Leonard Nolens
uit: Hommage aan het woord (1981)
Opgenomen in ‘Laat alle deuren op een kier’
Em. Querido's Uitgeverij B.V., Amsterdam, 2004
Laat
Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.
Stap trager dan je hartslag vraagt.
Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen
En verdwijn met mate.
Neem niet je tijd
En laat de tijd je nemen -
Laat.
Leonard Nolens (1947)
uit: Laat alle deuren op een kier
(Querido 2004)
In het bericht van de VRT waarin het overlijden gemeld werd kunt u een integraal portret uit 2015 van Leonard Nolens (her)bekijken samengesteld door Dimitri Van Zeebroeck.
José Vandekerckhove
Jeroen Brouwers
Foto: © Christophe Ketels / COMPAGNIE GAGARINE